Inleiding
1. Definitie
- Vroeger: manuele, veel op functie en structuur niveau.
Angelsaksisch: behandelingen die met de hand gebeuren.
Hieronder zitten veel therapieën, maar het hangt af wat voor definitie je kiest.
- Nu: gespecialiseerde kinesitherapie met neuro-musculoskeletale problemen.
Hoofddoelstelling terug functioneel krijgen (en niet disfuncties oplossen).
Technieken zijn nooit doel op zich, het is een middel om tot functieherstel te komen.
EBM omvat 3 delen: (patiënts verhaal, klinisch redeneren en evidentie).
o Verhaal van de patiënt en zijn verwachtingen (= bio psychosociaal).
o Klinisch redeneren krijgt ook een plaats (diagnostisch).
o Alles is zoveel mogelijk evidence based.
- Je moet rekening met heel wat verschillende dimensies.
Niet enkel musculoskeletaal maar ook
pijnmechanismen, psychosociaal, weefsels, …
Contra-indicaties: pluis of niet-pluis gevoel.
2. Indicaties en contra-indicaties
- Indicatie:
Dominant probleem terugbrengen naar probleem van het bewegingsstelsel.
o Indien dit niet lukt dan moeten we de patiënt doorverwijzen (vb. psychisch).
Herevalueren, want het kan snel evalueren in een slechte richting.
- Contra-indicatie: red flags
Het is niet omdat er geen contra-indicatie is dat het een indicatie is.
3. Neuro musculoskeletale disfunctie
- Verschillende indelingen:
Vaak zijn meerdere aandoeningen, maar spreek je van een dominantie op vlak van:
o Articulair, myogeen of neurogeen.
Men kan spreken van een functionele eenheid:
o Capsuloligamentair, spier en articair als een geheel zien.
Men kan spreken van kwadranten:
o Bovenste kwadrant, onderste kwadrant, hoog cervicaal …
o Let op overshooting: grote teen met kaak verbinden.
, 4. Historiek
- Verschillende concepten die we zullen verduidelijken in de lessen:
Menell – cyriax – Kaltenborn – McKenzie – Maitland
Vroeger lagen die concepten naast elkaar, maar nu worden die uitgewisseld.
- De passieve therapieën zijn altijd onvoldoende gebleken alleenstaand.
De effecten stijgen exponentieel bij toevoeging oefentherapie.
o Wij onderscheiden ons van osteopathie en chiropraxie door oefentherapie.
5. Samenvattend
- Het is een relatief jonge discipline ( + 100 jaar).
Zoekt nog de juiste plaats binnen de gezondheidszorg.
Definiëring – afbakening
- Er zijn veel veranderingen op korte termijn.
‘60: ontwikkeling systemen.
‘70: weinig uitwisseling
‘80: kruisbestuiving
’90: toenadering
Momenteel nog grotere veranderingen: EBM
- Stromingen zijn te veel gericht op specifieke structuren: muscle or joint.
- Een uitdaging voor de clinicus om verschillende concepten te beheersen vanuit een
gestructureerd klinisch redeneringsproces.
- Moeilijk voor de patiënt:
Meerdere verschillende manieren om rugpijn te behandelen.
Wet is de best?
1. Definitie
- Vroeger: manuele, veel op functie en structuur niveau.
Angelsaksisch: behandelingen die met de hand gebeuren.
Hieronder zitten veel therapieën, maar het hangt af wat voor definitie je kiest.
- Nu: gespecialiseerde kinesitherapie met neuro-musculoskeletale problemen.
Hoofddoelstelling terug functioneel krijgen (en niet disfuncties oplossen).
Technieken zijn nooit doel op zich, het is een middel om tot functieherstel te komen.
EBM omvat 3 delen: (patiënts verhaal, klinisch redeneren en evidentie).
o Verhaal van de patiënt en zijn verwachtingen (= bio psychosociaal).
o Klinisch redeneren krijgt ook een plaats (diagnostisch).
o Alles is zoveel mogelijk evidence based.
- Je moet rekening met heel wat verschillende dimensies.
Niet enkel musculoskeletaal maar ook
pijnmechanismen, psychosociaal, weefsels, …
Contra-indicaties: pluis of niet-pluis gevoel.
2. Indicaties en contra-indicaties
- Indicatie:
Dominant probleem terugbrengen naar probleem van het bewegingsstelsel.
o Indien dit niet lukt dan moeten we de patiënt doorverwijzen (vb. psychisch).
Herevalueren, want het kan snel evalueren in een slechte richting.
- Contra-indicatie: red flags
Het is niet omdat er geen contra-indicatie is dat het een indicatie is.
3. Neuro musculoskeletale disfunctie
- Verschillende indelingen:
Vaak zijn meerdere aandoeningen, maar spreek je van een dominantie op vlak van:
o Articulair, myogeen of neurogeen.
Men kan spreken van een functionele eenheid:
o Capsuloligamentair, spier en articair als een geheel zien.
Men kan spreken van kwadranten:
o Bovenste kwadrant, onderste kwadrant, hoog cervicaal …
o Let op overshooting: grote teen met kaak verbinden.
, 4. Historiek
- Verschillende concepten die we zullen verduidelijken in de lessen:
Menell – cyriax – Kaltenborn – McKenzie – Maitland
Vroeger lagen die concepten naast elkaar, maar nu worden die uitgewisseld.
- De passieve therapieën zijn altijd onvoldoende gebleken alleenstaand.
De effecten stijgen exponentieel bij toevoeging oefentherapie.
o Wij onderscheiden ons van osteopathie en chiropraxie door oefentherapie.
5. Samenvattend
- Het is een relatief jonge discipline ( + 100 jaar).
Zoekt nog de juiste plaats binnen de gezondheidszorg.
Definiëring – afbakening
- Er zijn veel veranderingen op korte termijn.
‘60: ontwikkeling systemen.
‘70: weinig uitwisseling
‘80: kruisbestuiving
’90: toenadering
Momenteel nog grotere veranderingen: EBM
- Stromingen zijn te veel gericht op specifieke structuren: muscle or joint.
- Een uitdaging voor de clinicus om verschillende concepten te beheersen vanuit een
gestructureerd klinisch redeneringsproces.
- Moeilijk voor de patiënt:
Meerdere verschillende manieren om rugpijn te behandelen.
Wet is de best?