De student kan:
De onderdelen van het urinewegstelsel benoemen en de belangrijkste functies
beschrijven
De plaats en kenmerken van de nieren beschrijven, de weg van het bloed volgen naar, in
en uit een nier en de structuur van het nefron beschrijven;
Het proces van aandrang en urinelozing uitleggen;
Oorzaken en verschillende vormen benoemen voor urine-incontinentie; uitleggen wat
een urineretentie is en hierbij de diagnostek en oorzaken
benoemen;
Uitleggen wat een urineweginfectie is en hierbij de
diagnostek en oorzaken benoemen.a
Urinewegstelsel = het stelsel waar urine wordt geproduceerd
en wordt afgevoerd.a
Nieren ureter vesica urinea (blaas) urethra
Nier (en) = ren (es)
Boonvormige organen ziten achter in je lichaam, net onder de
ribben ze zijn niet helemaal beschermd.a
Bijnieren = producte van hormonen zit bovenop de nieren.a
Om de nieren zit vet perirenaal vet = steunvet voor de
bescherming.a
Vezelig nierkapsel = zit om de nieren heen dun, netachtg
laagje wat onder het vet ligt, tegen de schors aan = bescherming.a
Retroperitoneaal = de nieren liggen achter het buikvlies.a
Waar bestaat een nier uit?
Fascia renalis = nierkapsel
Cortex = schors (buitenkant)
Medulla = merg (binnenkant)
Nierpiramide = driehoekjes in de
medulla in de nieren zijn kleine
fltereenheden = ze flteren echt =
nefronen
Calix minor = kleine nierkelk
Calix major = grote nierkelk
Pyelum = nierbekken
Nierpapil = het stukje waar de
urine uitkomt.a
Wanneer urine wordt uitgescheiden:
calix minor calix major pyelum
nierpapil.a
, Nefronen = fltereenheden van de nier bloedzuivering.a
Glomerulus – heel veel haarvaatjes fltrate.a
Kapsel van bouwman – zit om het glomerulus heen = het opvangen van allerlei stofen wat
uit het bloed wordt geflterd door de glomerulus.a
Alle stofen die nog nodig zijn wordt terug geresorbeerd in de bloedbaan = stofen
worden niet verloren.a
De nieren zijn heel goed doorbloedt om het bloed te kunnen flteren.a
Je hebt bloeddruk nodig om te kunnen
flteren.a
Bloed wordt aangevoerd door de arteria renalis
(zuurstof rijkbloed) splits op = interlobulaire
arteriën vertakken weer = arteriolen
vormen samen de glomerulus.a
Iedere nefron krijgt 1 arteriën.a
de arteriole gaat naar peritubulaire
capillairnetwerk
naar interlobulaire venen (zuurstof
armbloed)
naar vena renalis (zuurstofarme ader)