100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Summary - Inleiding tot het recht

Rating
-
Sold
-
Pages
78
Uploaded on
26-12-2025
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting van inleiding tot het recht van heel het eerste semester dat in eerste bachelor van criminologie wordt gegeven. De docent is Tim Opgenhaffen. De samenvatting is uitgebreid. De notities en slides zijn de basis van de samenvatting.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 26, 2025
Number of pages
78
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

1 Inleiding recht

College 1

Wat is recht?

Objectief vs subjectief recht

a. Verschil

Objectief: het recht zoals het staat

o Gezag vanuit een bevoegde overheid dat je moet naleven

Subjectief: mijn recht

o Wat leid ik af uit "het recht"/ recht mobiliseren (Voorbeeld: iemand is tegen mijn auto gereden:
uit welke wettelijke bepaling kan ik afleiden dat die persoon mij bijv schadevergoeding moet
geven)

Afhankelijk of het gaat over mijn recht of "het recht" gaat een andere rechtbank jouw zaak opnemen.

o Objectief recht = administratieve rechtscolleges.
o Subjectief recht = gewone hoven en rechtbanken.

Kunt objectief/subjectief contentieux uit elkaar houden a.d.h.v.

1. Gebonden bevoegdheid (subjectief recht) : overheid moet doen wat er van hem gevraagd wordt
2. Discretionaire bevoegdheid (geen subjectief recht): er is beleidsvrijheid (denk voorbeeld
bouwaanvraag)
• Mogen nadenken/argumenteren

Rechter moet bij discretionair recht oordelen of er juist beslist is, en zo niet moet beslissing opnieuw
gemaakt worden.

b. Kenmerken objectief recht
1) Algemeen: onpersoonlijk, logisch en tegen willekeur. "Het recht" wordt niet geschreven " a la tête
du client"
o Wetten niet individueel geschreven

Uitzonderingen:

Misdrijven kunnen verjaren: wanneer de verjaringstermijn van bende van Nijvel aankomt werd deze
elke keer verlengt.

• Individuele beslissingen
2) Gedragsregels

Recht beoordeelt uitwendig gedrag: Mag nog zo racistisch zijn als je wilt in je hoofd, zolang je niets
zegt/doet dat dit uit is het voor het recht niet relevant.

Uitwendig gedrag van rechtssubjecten: dat zijn mensen en door de mens gecreëerde entiteiten (=
bv’s, nv’s, overheid,)

3) Opgelegd: Recht verplicht om dingen te doen/niet te doen (geboden en verbod)

Maar hoe sterk kijkt het recht naar wat ik doe?

,2 Inleiding recht



Inspanningsverbintenis= best doen

• Voorbeeld: chirurg doet openhartoperatie en moet zijn best doen om dat goed te doen
verlopen, stel je sterft op de operatietafel dan wordt onderzocht of de chirurg het beter had
kunnen doen of niet. => "in absracto"
• Voorbeeld: gaat als man naar fuif en geeft spullen aan vriendin in haar tas en houd deze
kosteloos bij, in absracto zou je denken dat eender welke vriendin dit niet zou gedaan hebben
maar => "in concreto"

Resultaatverbintenis= verplicht resultaat behalen

1. Duidelijk gebod/verbod
2. Gebrek aan "aleatoir karakter" (element van onzekerheid vb ongedierte weghouden)
3. Overeenkomst tussen partijen

Voorbeeld: bakker stemt in met vraag naar taart met k3 op, doet deze bakker dat niet heeft die zijn
resultaatverbintenis geschonden.

• Enkel met overmacht kun je er onderuit: is je bakker heel ziek geworden en heeft het daarom
niet kunnen doen
4) Ordenend
5) Bevoegde overheid
6) Afdwingbaar

Recht is afdwingbaar → dat betekent dat naleving niet vrijblijvend is. Als iemand de regels niet volgt,
kan er ingegrepen worden.

Afdwinging gebeurt meestal via rechtsherstel:

• Herstel van de situatie: bv. een overeenkomst wordt alsnog uitgevoerd of een onrechtmatige
daad rechtgezet.
• Schadeherstel: bv. een schadevergoeding
 Private rechtsgeschillen kun je geen extra vergoeding krijgen bovenop schadevergoeding

Overheid kan wel straffen opleggen, slachtoffer uit zich over haar schade niet de straf.

Publieke straffen → dit zijn echte straffen die de overheid oplegt, zoals:

1. (Repressieve) vrijheidsberoving (bv: gevangenisstraf).
2. Vermogensrechtelijke straffen (bv: geldboetes, verbeurdverklaring, …).

Let op: niet elke vrijheidsberoving is een straf (bv. gedwongen opname, gesloten terugkeercentrum,
internering).

Private straffen → in principe bestaan die niet. Een burger kan niet zomaar een straf opleggen aan een
andere burger; dat is voorbehouden aan de overheid.

,3 Inleiding recht

Recht opdelen

a. Nationaal-internationaal-supranationaal recht
1. Nationaal recht:

Alle recht gemaakt in België tot de daartoe bevoegde personen

 Belangrijkste recht dat er is omdat het een vertrekpunt is
2. Internationaal recht:

Niet meer of niet minder dan afspraken tussen soevereine staten (=wat betekent dat hij binnen zijn
grenzen het hoogste gezag uitoefent, onafhankelijk is van andere staten en intern en extern
soevereiniteit bezit)

 Fragiel recht, want de landen moeten overeenkomen over afspraken.
3. Supranationaal: staten leveren een stukje soevereiniteit in; er ontstaat een hogere rechtsorde die
boven nationale wetgeving staat.

b. Publiek – privaat

Privaatrecht= geschil tussen burgers onderling hangt samen met private belangen

Publiekrecht= organisatie van de overheid en onderlinge relatie tussen overheid en burger (publieke
belang)

Belang onderscheid te maken:

1. Mag niet afwijken van het publiekrecht = dwingend karakter
2. Overheid kan zaken opleggen zonder rechter
3. Wel zwaardere verplichtingen in publiekrecht (eerlijk zijn, argumenteren, objectief, …)
4. In publiekrecht neemt overheid zelf initiatief om normenschending af te dwingen



College 2

Fundamentele beginselen

Alleen personen hebben rechtspersoonlijkheid

1. Wat is rechtspersoonlijkheid= je hebt rechten en plichten en je kan deze afdwingen enkel als
persoon

2. Wat is een persoon= je hebt personen, voorwerpen en dieren

Voorwerpen: lichamelijke voorwerpen (vastnemen/zien) en onlichamelijke voorwerpen
(intellectuele eigendom zoals liedjes bijvoorbeeld)

Personen: natuurlijke personen en rechtspersonen (door de mens opgerichte entiteiten/juridische
constructies)

o Er is een verschil tussen een door een natuurlijke mens opgerichte rechtspersoon (zoals een bv
of nv) en een door de wet opgerichte rechtspersonen (leuven, politie, belgië)

, 4 Inleiding recht

Rechtspersonen zijn gebonden aan:

1. Wettelijkheidsbeginsel: regels, bevoegdheden en sancties moeten altijd een basis hebben in
de wet
2. Doelbeperkingsbeginsel: bepaald statutair doel, het mag enkel doen waarvoor het is
opgericht (Bijvoorbeeld statutair doel van een café: drinken, eten, miss kansspelen, het geld
verdiend aan het café mag niet zomaar geïnvesteerd worden in huisvestegingen als dat niet is
opgenomen in u statutair doel)

Rechtspersoon heeft eigen vermogen en is dus enkel aansprakelijk voor deze vermogens.

 Een rechtspersoon (bijv. een bv, nv of vereniging) is een eigen "juridisch persoon" die zelf geld,
spullen en schulden kan hebben. De rechtspersoon draait zelf op voor zijn schulden, niet de
mensen erachter.
 (Schuldeisers kunnen bij elke vriend gaan aankloppen om de schulden te gaan eisen als hun
restaurant geen rechtspersoon was. Als je dit in een rechtspersoon zet dan kunnen de
schulden niet worden opgeëist.)

Nuttig omdat:

- Rechtspersoon zelf aansprakelijk
- Makkelijk om samen te werken
- Professionele uitstraling

Maar ook gevaarlijk:

- Misbruik ontstaan
- Fraude
- Meer regels, administratie en kosten

Natuurlijke personen: het is niet omdat je rechten hebt dat je deze zelfstandig mag/kan uitoefenen

1. Rechtsbekwaamheid: Heb je het recht?

Voorbeeld: enkel Belgen hebben in België recht om te stemmen (nuancering maar goed), jij bent
hiertoe rechtsbekwaam.

2. Handelingsbekwaamheid: niet omdat je een bepaald recht hebt dat je dat zelf mag
uitoefenen.

Voorbeeld: kind van 5 jaar is rechtsbekwaam om een eigen vermogen te hebben, er kan een kind
millionair zijn (dat kan juridisch) maar het zou niet verantwoord zijn om hem te laten kiezen wat hij
mag doen met dit geld

3. Wilsbekwaamheid: feitelijk in staat bent om het recht uit te oefenen

Voorbeeld: als minderjarige kan ik geen lening aangaan bij de bank (handelingsonbekwaam) maar
toch kan het zijn dat die wilsbekwaam is

o Maar dus ik kan de handeling niet stellen want ik moet zowel handelingsbekwaam zijn als
wilsbekwaam
$11.64
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
freyavanlangendonck

Get to know the seller

Seller avatar
freyavanlangendonck Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions