HOOFDSTUK 1
Een fysische verandering resulteert niet in een verandering van de aard van de stoffen, terwijl bij een
chemische verandering er een nieuwe stof ontstaat met nieuwe eigenschappen die verschillend zijn
van het beginproduct.
Vaste stof -> vloeistof -> gas
Smeltpunt kookpunt
Zuivere stof: enkelvoudig (C) of samengesteld (CO 2)
Mengsel: homogeen (citroenwater) of heterogeen (olie in water,hout)
100 cm = 1m
10 dm = 1m
1000gr = 1kg
1000mg = 1gr
1000 l =1m3
1000 ml = 1l
Wetenschappelijke notatie = een getal uitgedrukt als een product van een getal tussen 1 en 10, met
10 tot een macht
Conversiefactor = twee eenheden die elkaar opheffen en gelijk zijn aan 1
Gegeven waarde x conversiefactor = …. Gevraagde maat
De warmtehoeveelheid die nodig is om de temperatuur van 1 g van een stof te doen stijgen met 1 °C
wordt de soortelijke warmte genoemd (Q = m.c.T)
Dichtheid is de massa tov volume van een voorwerp, afkoeling zorgt voor een krimping en
verwarming een uitzetting. (P = m/V)
Specifieke zwaartekracht is de dichtheid van de stof gedeeld door de dichtheid van water bij diezelfde
temperatuur
Dichtheid v water bij kamertemp. = 1g/ml
Formule BMI = kg/m2
,HOOFDSTUK 2
Atomen bestaan uit protonen+, neutronen0, elektronen-
Protonen en neutronen vormen de kern waarrond de elektronen bewegen
Massa =
P = ~1 amu
n = ~1 amu
e = ~1/2000 amu
Atoomnummer Z = #protonen, #elektronen
Massagetal A = protonen + neutronen
Isotopen : zelfde Z maar verschillende A
Atoommassa = ∑(isotoop% x isotoopmassa)
PSE:
Metalen :
- linkse deel zonder H
- Vast bij kamertemperatuur
- Goede geleider van warmte en elektriciteit
Niet-metalen :
- Rechterkant met H
- Slechte geleiders van warmte en elektriciteit
Metalloïden :
- Tussen rechter-en linkerkant
Hoofdgroepen: 1a-8a
Transitiemetaal groepen: 3b-12B
, Elektronen in een at oom zijn gegroepeerd rondde kern in schillen.
1ste schil : 2 plaatsen K
2de schil : 8 plaatsen L
3de schil : 18 plaatsen M
4de schil : 32 plaatsen N
5de schil : 32 plaatsen O
6de schil : 32 plaatsen P
7de schil : 32 plaatsen Q
Subschillen per schil : s,p,d en f (het aantal subschillen is gelijk aan de nummer van de hoofdschil)
Orbitaal : een ruimte waarin het elektron 90% van zijn tijd doorbrengt, kan 2 elektronen bevatten
Kan bolvormig, haltervormig of niet eenduidig zijn
s-obitaal : 1 orbitalen max (2 elektronen max)
p-orbitaal: 3 orbitalen max (6 elektronen max)
d-orbitaal : 5 orbitalen max (10 elektronen max)
f-orbitaal : 7 orbitalen max (14 elektronen max)
stabiele schil : half of volledig gevulde schil
s² d4 wordt s1d5 (beide halfgevulde schil)
elektronenconfiguratie af te leren op het PSE (niet in juiste volgorde!!)
Een valentieschil is de buitenste elektronschil vaneen atoom ongeacht de subschil
Een valentie-elektron is een elektron in de valentieschil van het atoom.
Elektronen-stip model: symbool met valentie elektronen in stippen rondheen
Een fysische verandering resulteert niet in een verandering van de aard van de stoffen, terwijl bij een
chemische verandering er een nieuwe stof ontstaat met nieuwe eigenschappen die verschillend zijn
van het beginproduct.
Vaste stof -> vloeistof -> gas
Smeltpunt kookpunt
Zuivere stof: enkelvoudig (C) of samengesteld (CO 2)
Mengsel: homogeen (citroenwater) of heterogeen (olie in water,hout)
100 cm = 1m
10 dm = 1m
1000gr = 1kg
1000mg = 1gr
1000 l =1m3
1000 ml = 1l
Wetenschappelijke notatie = een getal uitgedrukt als een product van een getal tussen 1 en 10, met
10 tot een macht
Conversiefactor = twee eenheden die elkaar opheffen en gelijk zijn aan 1
Gegeven waarde x conversiefactor = …. Gevraagde maat
De warmtehoeveelheid die nodig is om de temperatuur van 1 g van een stof te doen stijgen met 1 °C
wordt de soortelijke warmte genoemd (Q = m.c.T)
Dichtheid is de massa tov volume van een voorwerp, afkoeling zorgt voor een krimping en
verwarming een uitzetting. (P = m/V)
Specifieke zwaartekracht is de dichtheid van de stof gedeeld door de dichtheid van water bij diezelfde
temperatuur
Dichtheid v water bij kamertemp. = 1g/ml
Formule BMI = kg/m2
,HOOFDSTUK 2
Atomen bestaan uit protonen+, neutronen0, elektronen-
Protonen en neutronen vormen de kern waarrond de elektronen bewegen
Massa =
P = ~1 amu
n = ~1 amu
e = ~1/2000 amu
Atoomnummer Z = #protonen, #elektronen
Massagetal A = protonen + neutronen
Isotopen : zelfde Z maar verschillende A
Atoommassa = ∑(isotoop% x isotoopmassa)
PSE:
Metalen :
- linkse deel zonder H
- Vast bij kamertemperatuur
- Goede geleider van warmte en elektriciteit
Niet-metalen :
- Rechterkant met H
- Slechte geleiders van warmte en elektriciteit
Metalloïden :
- Tussen rechter-en linkerkant
Hoofdgroepen: 1a-8a
Transitiemetaal groepen: 3b-12B
, Elektronen in een at oom zijn gegroepeerd rondde kern in schillen.
1ste schil : 2 plaatsen K
2de schil : 8 plaatsen L
3de schil : 18 plaatsen M
4de schil : 32 plaatsen N
5de schil : 32 plaatsen O
6de schil : 32 plaatsen P
7de schil : 32 plaatsen Q
Subschillen per schil : s,p,d en f (het aantal subschillen is gelijk aan de nummer van de hoofdschil)
Orbitaal : een ruimte waarin het elektron 90% van zijn tijd doorbrengt, kan 2 elektronen bevatten
Kan bolvormig, haltervormig of niet eenduidig zijn
s-obitaal : 1 orbitalen max (2 elektronen max)
p-orbitaal: 3 orbitalen max (6 elektronen max)
d-orbitaal : 5 orbitalen max (10 elektronen max)
f-orbitaal : 7 orbitalen max (14 elektronen max)
stabiele schil : half of volledig gevulde schil
s² d4 wordt s1d5 (beide halfgevulde schil)
elektronenconfiguratie af te leren op het PSE (niet in juiste volgorde!!)
Een valentieschil is de buitenste elektronschil vaneen atoom ongeacht de subschil
Een valentie-elektron is een elektron in de valentieschil van het atoom.
Elektronen-stip model: symbool met valentie elektronen in stippen rondheen