100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Communicatie 3

Rating
-
Sold
-
Pages
32
Uploaded on
22-12-2025
Written in
2025/2026

Communicatie 3 zowel deel 1 Teamfunctioneren, als deel 2 Begeleiden en coachen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 22, 2025
Number of pages
32
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

DEEL 1: Teamfunctioneren

1. Teamfunctioneren
Teamwerking omvat verschillende aspecten:

- Afspraken rond werkverdeling
- Overleg over behandeling en begeleiding van patiënten
- Emotionele ondersteuning, …

Een groep = bestaat uit een aantal personen, die een gemeenschappelijk doel nastreven
en daarom regelmatig met elkaar interageren

1.1. Gemeenschappelijk doel

Om een groep te laten bestaan moeten de leden een gemeenschappelijk doel voor ogen
hebben

= het bindende element

Mogelijke problemen hierrond:

1) Niet duidelijk vastleggen van de groepsdoelen
o Niet goed/duidelijk omschreven zijn
o Niet duidelijk afspreken op welke manier men deze nastreeft
2) Individuele motieven en betrachtingen hoe het doel te realiseren
o De vraag: wat wil ik van deze groep?

 Altijd een conflict tussen de eigen winst en de groepswinst
 Groepsleden gaan op verschillende manieren met dit conflict om
o Maximaliseren van de eigen winst
 De winst van het ene groepslid veroorzaakt het verlies van de ander
 Gericht op het verwezenlijken van zijn eigen verwachtingen
o Maximaliseren van de groepswinst
 Eigen verwachtingen vallen in functie van de groep
 Zich wegcijferen ten gunste van het groepsdoel
o Maximaliseren van de gemiddelde winst van alle groepsleden
 Door samenwerking een compromis sluiten tussen de eigen
verwachtingen – hun verwachtingen – het groepsdoel
o Maximaliseren van het verschil tussen de eigen en andermans winst
 Zowel competitie als samenwerking spelen een rol



3) Doelstelling = geen onveranderlijk gegeven
o Doel kan bereikt worden waardoor de bestaansreden achter de groep
vervalt
o Mogelijk wel een nieuwe invulling van het groepsdoel
4) Voor sommige groepsleden voldoet het doel en de manier van werken niet meer
o De groep brengt hun niet wat zij ervan hadden verwacht en gehoopt
o Hebben het gevoel in een verkeerde groep te zitten
o Zijn geneigd of het doel te veranderen, of de groep te verlaten
 Zich innerlijk of fysiek distantiëren
 Wanneer een subgroep afwijkende doelstellingen ontwikkelt, kan
deze zich van de grote groep afscheuren

, o Iedereen zal altijd wel andere doelstellingen nastreven afhankelijk van
authenticiteit en eigen referentiekader
 Zolang ze zich in het gemeenschappelijk doel herkennen, hoeven
individuele verschillen geen probleem te zijn
 Er moet een gemene deler zijn

5) Groepsdoel wordt opgelegd
o Normaal: doel groeit van binnenuit uit individuele behoeften en
verwachtingen van de leden doorheen groepsactiviteiten (= intern doel)
 Verhoogt de betrokkenheid van de groepsleden op het
groepsgebeuren
o Indien opgelegd = extern doel
 Opduiken van lidmaatschaps- en motivatieproblemen
 Soms ook door combinatie van interne en externe doelen


1.2. De ontwikkeling van een groep

Afhankelijk van het type groep, komen deze fases meer of minder uitdrukkelijk naar voor.

1- Beginstadium of oriëntatiefase
o Groepsleden zijn nog vreemd voor elkaar; eerste indrukken
o Iedereen op zijn hoede en probeert veiligheid op te bouwen
 Contacten afwachtend en onpersoonlijk
 Onzekerheid/vertrouwen zal stap voor stap afnemen/vergroten
 Mogelijks door
o voldoende aandacht te besteden aan sfeer, zodat er meer
openheid ontstaat tussen groepsleden (bv. door
kennismaking)
o voldoende duidelijkheid rond de doelstelling en de manier
van werken in de groep (bv. uitwisseling van gedachten)
o Groepsleden afhankelijk van de groepsleider
o Gedragen zich volgens sociale normen of passen zich aan de reeds
bestaande groepsnormen
o Men stelt zich vragen
 Wie is wie?
 Wie heeft de touwtjes in handen/wie bezit welke machtspositie?
 Wat wordt van mij verwacht?
 Hoe open kan ik zijn?

Na deze fase meestal ontwikkeld tot een taakgerichte groep

2- Affectiefase/machtsfase
o Toenemende aandacht voor het interne groepsfunctioneren
 Afwachtende houding verdwijnt meer, meer openheid en
intiatiefname
 Voorbrengen van verwachtingen en wensen
o Kans op conflicten wordt groter
 Tegenstellingen in verwachtingen worden duidelijker
 Onenigheid over de manier van (bege)leiden
o Op zoek naar meer duidelijkheid

,Viertal basisvragen die hierin naar boven komen?

1) Vragen rond de doelen en behoeften: wat wil ik van deze groep? Wat moet ik de
groep bieden?
2) Vragen rond identiteit en groepslidmaatschap: wie ben ik in deze groep? Hoor ik
erbij? Welk gedrag is acceptabel?
3) Vragen rond macht, controle en beïnvloeding: hoeveel macht en invloed heb ik?
Wie heeft er lacht en invloed over mij?
4) Vragen rond intimiteit: hoe open kan ik zijn? Hoeveel van mijn opvattingen en
gevoelens kan ik tonen?

 Soms uiten groepsleden niet meteen hun vragen direct en openlijk
 Soms eerst coalitiepartner om hun positie te versterken
 Sommigen gaan tegendraads doen en proberen het groepsproces te belemmeren.
 Na deze fase al meer een samenhangende groep waarin voldoende samenwerking
tot stand is gekomen

3- Fase van de autonome groep

= groep is tot volle rijping gekomen

o Structureren zich langzaam
 Ontstaan van een groepscultuur en groepsstructuur
 Groepsleden krijgen meer zich op wat gewenst wordt bv.
gedragingen, opvattingen, meningen,…

4- Fase van homeostase = stabilisatiefase

= op zoek gaan naar homeostase en probeert dan ook ‘afwijkende’ groepsleden in het
gareel te houden

o Elke poging van verandering leidt tot tegenkrachten
 Bv. waar het niet de gewoonte is om gevoelens te uiten, kunnen
leden die dit wel doen het gevoel krijgen belachelijk gemaakt te
worden
o Stimuleert solidariteit
o Kan anderzijds ook beperkend zijn

Om homeostase in stand te houden, beschikt een groep over 2 controles

- Sociale controle = leden houden elkaar in de gaten en richten hun communicatie
op afwijkende groepsleden met als doel hun mening te veranderen
- Sancties = afwijkend gedrag afkeuren, straffen of zelfs uit de groep zetten

 Vastleggen van de groepsstructuur is geen eenmalig gebeuren
o Tijdens de ontwikkeling komen er steeds weer nieuwe momenten van
conflict, verandering en impasse
o Een groep kan de verschillende fases ook meermaals na elkaar doorlopen

2 soorten teams = spectrum tussen los-zand en de hechte teams



1.3. Instap in een bestaande groep

, Hetzelfde als bij de ontwikkeling van een nieuwe groep; na de wittebroodsweken moet
een stabilisatiefase ontstaan

- Tijdens wittebroodsweken: intensief contact tussen de verschillende leden, vaak
ook met partners/gezinsleden
o Risico’s
 Moeilijk kunnen terugtrekken uit deze privécontacten
 Partners kunnen zich makkelijker bemoeien met de samenwerking
- Tijdens homeostase: verschillen komen fel naar boven
o Belangrijk om deze te bespreken om respect en acceptatie te creëren ipv
oordeel en discussie
o Belangrijk om een consensus te vinden

1.3.1. Veranderingen teweeg brengen

= moeten planmatig en niet te snel worden doorgevoerd

- Eerst bestaande evenwicht laten ontdooien
o Nieuwe krachten toevoegen bv. nieuwe teamleden in de richting van de
gewenste verandering (-)
o Krachten die de gewenste verandering tegenhouden, uitschakelen. (+)
- Nieuwe homeostase consolideren en niet te snel overgaan naar (nog) nieuwe
veranderingen

1.4. Groepsnormen en -regels

Groepsnormen = een gemeenschappelijke opvatting over wat in een bepaalde
groepssituatie gepast en ongepast gedrag is

- Geven weer wat men binnen een groep als wenselijk gedrag beschouwt
o Bevatten altijd de achterliggende reden voor goedkeuring of afwijzing van
dit gedrag
- Expliciete normen = bespreekt men openlijk in de groep
- Impliciete normen = verstopt in gewoontegedrag
- F = taakgerichtheid van de groep, continuïteit en voorspelbaarheid
o Groepsidentiteit
o Toetsingsstandaard voor gedrag
 Formeel adhv beoordelings- en functioneringsgesprekken
 Informeel adhv sociale controle door opmerkingen bv. je hebt wel
veel tijd nodig voor een patiënt, je trekt toch iets moois aan op het
symposium,…
- Bv. in deze groep spreken we elkaar aan met de voornaam omdat dit het
vertrouwen bevordert.

1.5. Collegialiteit

GHZ = voorkomen van soms aangrijpende gebeurtenissen die je niet onberoerd laten

 Verwerkingsprocessen niet enkel bij patiënten/familieleden, ook bij de betrokken
hulpverleners
 Openheid van collega’s en van jezelf over de gevoelens die hiermee gepaard gaan,
stimuleren het gevoelsleven te leren kennen en de ervaringen een plaats te geven

1.6. Roddelen: een vorm van informeel communiceren?
$12.68
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
aloppe

Get to know the seller

Seller avatar
aloppe Thomas More Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
2 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions