100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ingevulde vragenbundel week 1 t/m week 7

Rating
-
Sold
-
Pages
58
Uploaded on
21-12-2025
Written in
2025/2026

Alle algemene vragen, vragen over arresten en oefenvragen zijn uitgewerkt in een overzichtelijk bestand.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 21, 2025
Number of pages
58
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

UITGEWERKTE VRAGENBUNDEL

WEEK 1

Algemene vragen

1. Wat is een kenmerkend verschil tussen civiel (of: burgerlijk) recht en strafrecht?

Het civiele recht regelt de verhouding tussen burgers onderling. De Staat blijft daar in principe buiten. In het
strafrecht gaat het om de verhouding tussen burgers en de Staat. Wie een strafbaar feit begaat, dient hierover
tegenover de overheid verantwoording af te leggen.

2. Wie brengt strafrechtelijke dagvaardingen uit?

De Officier van Justitie als vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

3. Wat is ‘eigenrichting’?

Het recht in eigen handen nemen. In de strafrechtelijke context betekent dit veelal; zelf (als burger) tot straffen
overgaan. Dit is niet toegestaan; weliswaar is er geen delictsomschrijving die ‘eigenrichting’ verbiedt, maar de
strafbare feiten die in het kader van eigenrichting worden begaan, zullen nimmer gerechtvaardigd zijn. Iets
anders is het, met zeer strenge normen omgeven, handelen uit zelfverdediging (noodweer).

4. Stelling: ‘Wie schade leidt als gevolg van een strafbaar feit, dient zich daarvoor steeds te wenden tot de
civiele rechter.’ Is deze stelling juist?

Wie schade ondervindt als gevolg van een strafbaar feit staat het vrij de schade te verhalen op de dader, via het
civiele recht. Voor relatief eenvoudige gevallen biedt bovendien het strafrecht echter de mogelijkheid voor het
slachtoffer om, als zogenoemde ‘benadeelde partij’, via de strafrechter schadevergoeding te verzoeken. Het
moet dan dus wel zo zijn dat de zaak bij de strafrechter wordt aangebracht.

5. Welke twee strafdoelen worden onderscheiden?

Vergelding en preventie

6. Welke vormen van ‘preventie’ onderscheiden we?

Speciale preventie en generale preventie

7. Uit welke drie delen bestaat het strafrecht? Geef een korte omschrijving van elk deel.

(1) Materieel recht: heeft betrekking op de grenzen van strafrechtelijke aansprakelijkheid. De strafbepalingen
(delictsomschrijvingen) behoren hiertoe, als ook de bepalingen omtrent de uitsluiting en uitbreiding van
strafbaarheid. (2) Formeel recht: heeft betrekking op de wijze waarop in een concreet geval moet worden
vastgesteld of de strafwet is overtreden en of een bepaald persoon daarom dient te worden gestraft. Tot het
formele strafrecht behoren onder meer bepalingen over de te volgen procedure bij de rechtbank, de
bevoegdheden van overheidsorganen, de rechten van de verdachte, de rechten van het slachtoffer en het
bewijsrecht. (3) Sanctierecht: heeft betrekking op de op te leggen sancties als iemand wordt veroordeeld.
Antwoorden op ‘wanneer mag een taakstraf worden opgelegd’ en ‘onder welke voorwaarden mag een straf
voorwaardelijk worden opgelegd’ maken deel uit van het sanctierecht.

8. Wat wordt bedoeld met het ‘commune’ strafrecht?

Het strafrecht dat in de Wetboeken van Strafrecht en Strafvordering is opgenomen.


1

,9. Wat wordt bedoeld met het ‘bijzondere’ strafrecht?

Het strafrecht dat is neergelegd in ‘losse’ afzonderlijke wette zoals de Opiumwet, de Wet op Economische
Delicten en de Wegenverkeerswet 1994.

10. Wat is de functie van art. 91 Sr?

Hier is bepaald dat de bepalingen uit de titels I-VIIIa van het Algemeen Deel (eerste boek) van Sr ook gelden
voor de bijzondere wetten. Overigens mag in die bijzondere wetten wel, bij wet in formele zin, worden
afgeweken van de bepalingen uit het Algemeen Deel van het Wetboek van Strafrecht. Zolang dit niet is
gebeurd, gelden voor die bijzondere wetten dus de bepalingen uit het Algemeen Deel Sr. Denk hierbij
bijvoorbeeld aan de regeling van de strafuitsluitingsgronden en de uitbreiding van strafbaarheid.

11. Art. 82 Sr bepaalt wat onder zwaar lichamelijk letsel wordt begrepen. Stelling: ‘Omdat art. 82 Sr in het
Eerste Boek (Algemene bepalingen) van het Wetboek van Strafrecht staat, is deze bepaling ook van belang voor
bijzondere wetten waarin de uitdrukking “zwaar lichamelijk letsel” voorkomt, zoals art. 6 Wegenverkeerswet
1994.’ Is deze stelling juist?

De stelling is niet juist. In art. 91 Sr wordt de betekenistitel niet genoemd als zijde van toepassing op bijzondere
wetten. De definitie van zwaar lichamelijk letsel in art. 82 Sr is dus niet van toepassing op de Wegenverkeerswet

12. Uit welke hoofdonderdelen bestaat het Wetboek van Strafrecht? Wat regelen deze delen?

Boek 1; algemene leerstukken. Boek 2; omschrijving misdrijven. Boek 3; omschrijving overtredingen

13. Stelling: ‘Alle in Nederland strafbaar gestelde misdrijven zijn te vinden in het Wetboek van Strafrecht;
overtredingen daarentegen zijn niet alleen te vinden in het Wetboek van Strafrecht, maar ook in bijzondere
strafwetten.’ Is deze stelling geheel of gedeeltelijk juist?

Deze stelling is niet geheel juist. De stelling klopt dat overtredingen zowel in het Wetboek van Strafrecht als in
bijzondere wetten te vinden zijn. Maar misdrijven zijn niet alleen in het Wetboek van Strafrecht te vinden, maar
ook in bijzondere wetten zoals de Opiumwet en Wegenverkeerswet.

14. Wat is een ‘rechtsmiddel’? Geef een voorbeeld van een rechtsmiddel.

Een juridische voorziening om een beslissing van een rechter aan te vechten bij een hogere instantie, een
voorbeeld is hoger beroep.

15. Wat wordt bedoeld met de ‘modernisering van de strafvordering’?

Een omvangrijke wetgevingsoperatie die momenteel gaande is om het Wetboek van Strafvordering te
herstructureren en moderniseren.

16. Besluiten van de EU, uitspraken van het Hof van Justitie (EU), het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens en uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens worden gerekend tot het
‘supranationale recht’. Wat betekent dit?

Supranationaal recht is internationaal recht van een hogere orde dat voorrang heeft op het nationale recht

17a. Lees art. 138ab Sr. Geef aan welk deel wordt gerekend tot de delictsomschrijving, hoe de wettelijke
kwalificatie van het delict luidt en wat de strafbedreiging is.

Delictsomschrijving: opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk of in een deel
daarvan. Wettelijke kwalificatie: computervredebreuk. Strafbedreiging: gevangenisstraf van ten hoogte 2 jaar
en/of geldboete van de vierde categorie.

2

,17b. Lees art. 138c Sr. Geef aan welk deel wordt gerekend tot de delictsomschrijving, hoe de wettelijke
kwalificatie van het delict luidt en wat de strafbedreiging is.

Delictsomschrijving: opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van
een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of voor een ander overnemen of doorgeven. Wettelijke kwalificatie:
geen. Strafbedreiging: gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en/of geldboete van de vierde categorie.

18a. In welke wet en in welk artikel is het verbod op dronken rijden te vinden? Is overtreding van dit verbod
een misdrijf of een overtreding? Welke straf staat op overtreding van dit verbod?

Het verbod staat in art. 8 Wegenverkeerswet 1994. Dit is een misdrijf, zoals volgt uit art. 176 lid 2 jo. 178 lid 1
WVW. Op overtreding staat een maximumstraf van 1 jaar of een geldboete van de vierde categorie. Ook kan bij
dit delict de bevoegdheid tot het besturen van een voertuig voor vijf jaar worden ontzegd.

18b. In welke wet en in welk artikel is de bepaling te vinden die de invoer van cocaïne in Nederland verbiedt?
Welke straf staat op overtreding van dit verbod?

Het verbod staat in art. 2 onder A Opiumwet. Indien de cocaïne niet opzettelijk is ingevoerd is de maximale straf
zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Dit is een overtreding. Indien de
cocaïne wel opzettelijk is ingevoerd is de maximale gevangenisstraf 12 jaar of een geldboete van de vijfde
categorie. Dit is een misdrijf.

19. Welke vier voorwaarden voor strafbaarheid worden onderscheiden?

(1) Een gedraging van een persoon die (2) valt binnen de grenzen van een delictsomschrijving en die (3)
wederrechtelijk is en (4) verwijtbaar is.

20a. Wat wordt verstaan onder het begrip 'delictsomschrijving' ?

De omschrijving van een strafbare gedraging (het verboden doen of nalaten) in de wet.

20b. Wat zijn de bestanddelen van een strafbaar feit?

Bestanddelen zijn de gegevens die tezamen de delictsomschrijving vormen. Het zijn de geschreven voorwaarden
voor strafbaarheid.

20c. Wat zijn de elementen van een strafbaar feit? Hoe kun je herkennen dat er sprake is van een bestanddeel
of een element?

Bestanddelen zijn de onderdelen van de delictsomschrijving. Zij dienen bewezen te worden. De elementen van
een strafbaar feit zijn (1) wederrechtelijkheid en (2) verwijtbaarheid. De elementen worden in beginsel
verondersteld bij ieder delict en vormen normaliter de ongeschreven voorwaarden voor strafbaarheid. Er zijn
atypische gevallen, soms zijn wederrechtelijk en of verwijtbaarheid delictsbestanddeel.

21. Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid is de aanwezigheid van wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid
vereist. Waarom heeft de wetgever desondanks die vereisten in veel gevallen niet in de delictsomschrijving
opgenomen?

Hieraan liggen overwegingen van efficiëntie, wetgevingstechniek en rechtspraktijk ten grondslag. Het is niet
doelmatig om deze eisen in elke delictsomschrijving op te nemen. Vaak is het verspilde moeite, want in
verreweg de meeste gevallen is de gedraging strijdig met het recht en kan de dader zijn strafbare gedraging
vermijden.

22. Wanneer is sprake van een strafbaar feit? En wanneer van een strafbare dader?


3

, Het begrip ‘strafbaar feit’ kan worden gedefinieerd als een gedraging die in een wettelijke strafbepaling
strafbaar wordt gesteld. Er is een strafbare dader als er sprake is van een strafbaar feit en de gedraging ook
wederrechtelijk en verwijtbaar is. Als bijzondere omstandigheden deze wederrechtelijkheid of verwijtbaarheid
wegnemen, is er nog steeds sprake van een gedraging die beantwoordt aan de delictsomschrijving, maar is de
verdachte in dit concrete geval niet strafbaar. Er is dan dus geen strafbare dader.

23. Stelling: ‘Alleen actieve gedragingen kunnen leiden tot strafbaarheid.’ Is deze stelling juist?

De stelling is niet juist. Een strafbare gedraging kan zowel een actieve gedraging als een passieve gedraging
betreffen (doen of nalaten).

24. Wat is een ‘tenlastelegging’?

In de tenlastelegging is omschreven, gebaseerd op een wettelijke delictsomschrijving, waarvan iemand concreet
wordt beschuldigd.

25. Wat is in juridische zin het belang van ‘interpretatie’? Welke interpretatiemethoden worden
onderscheiden?

In een delictsomschrijving is, tot op zekere hoogte in algemene bewoordingen, strafwaardig gedrag
omschreven. In de wet staat niet met zoveel woorden dat het verboden is ‘diamanten’ te stelen. Strafbaar is
gesteld het wegnemen van een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort met oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening. Deze wettelijke begrippen zijn soms vaag en verdienen interpretatie. Voor dit
interpreteren zijn methoden ontwikkeld die gebruikt kunnen worden en die argumenten kunnen opleveren om
een begrip op een bepaalde manier uit te leggen. Onderscheiden worden de wetshistorische methode, de
grammaticale methode, de systematische methode en de teleologische methode.

26. Stelling: ‘Degene die de bestanddelen van een delictsomschrijving heeft vervuld kan hiervoor steeds
worden gestraft.’ Is deze stelling naar uw mening juist?

De stelling is niet juist. Het is mogelijk dat de gedraging van iemand wel overeenkomt met de bestanddelen van
een delictsomschrijving, maar dat deze gedraging niet wederrechtelijk of verwijtbaar is.

27. Wat wordt bedoeld met de kwalificatiebeslissing?

Bij de kwalificatievraag moet de rechter beoordelen of alle bestanddelen van het strafbare feit in de
bewezenverklaring zijn terug te vinden.

28a. Stelling: ‘Alleen een bewezenverklaring kan tot een kwalificatie leiden.’ Is deze stelling juist?

De stelling is juist. Indien de rechter het feit niet bewezen verklaart, komt hij aan de kwalificatie niet toe. Hij
komt dan tot vrijspraak en er valt dan niets te kwalificeren.

28b. Stelling: ‘Een bewezenverklaring leidt tot de vaststelling dat er een strafbaar feit is begaan.’ Is deze stelling
juist?

Deze stelling is onjuist. Het feit dat bewezen is verklaard, hoeft niet altijd een strafbaar feit te zijn. Kwalificatie
kan bijvoorbeeld niet volgen indien niet alle bestanddelen van een delict zijn terug te vinden in de
bewezenverklaring of indien een strafbepaling onverbindend is.

28c. Stelling: ‘De kwalificatie van een bewezenverklaring leidt altijd tot een veroordeling’. Is deze stelling juist?




4

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
TessWierenga Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
73
Member since
3 year
Number of followers
4
Documents
25
Last sold
1 day ago

3.6

7 reviews

5
3
4
0
3
3
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions