Samenvatting P3
Gemaakt door: Suki/Angela
Basisboek social work
H5 Methodisch werken
Dit hoofdstuk gaat over de basismethodiek van social work. Twee zaken zijn bijzonder belangrijk om
in het oog te houden.
Het eerste is dat de methodiek heel systematisch en stapsgewijs te werk gaat. In de werkelijkheid
lopen zaken niet zo systematisch. De methodiek mag de basisvaardigheid van de social worker niet
belemmeren. Soms sla je stappen over of doe je een paar stappen terug maar in alle fasen blijf je
luisteren, reflecteren, interpreteren en acties ondernemen of bijstellen.
Het tweede is dat de basismethodiek een basis is. Dat wil zeggen dat de methodiek in essentie
opgaat voor werken met groepen, werken met individuelen, werken met projecten en werken met
therapieën., maar dat ze telkens aan de context moeten worden aangepast.
Je zou het half fabrikaat kunnen noemen dat in handen van de sociale professional gemodelleerd
wordt naar de situatie waar het om gaat.
5.1 Omschrijving van de begrippen.
De (basis)methodiek is een doordachte, vastgelegde en systematische manier van werken in een
bepaald beroep.
Gemeenschappelijkheid van werken in een beroep.
Vrij algemeen en abstract.
Uiteengezette en beschreven manier van werken.
Systematisch; logisch en relevant.
Hulpmiddel.
Basis van het werk.
Een methode is een omschreven manier van systematisch werken om een bepaald doel te bereiken.
Het verschil met methodiek is dat het verbonden is met een bepaald doel.
Er zijn talloze methoden in een beroep.
o Reden: meerdere doelen en meerdere manieren om doelen te bereiken.
Een instrument is een precies omschreven en voorschrijvende manier van handelen als hulpmiddel om
een doel te bereiken.
Nauw omschreven hulpmiddel; protocol, checklist etc.
Verschil tussen methode en instrument is dat een instrument preciezer is.
Instrumenteel handelen; het instrument bepaalt wat beroepskracht doet.
Methodisch handelen; de professional past de methode aan de situatie aan.
Kortom: je hebt een methodiek als basis van de beroepsuitoefening in algemene zin, een methode
als manier om een bepaald doel te bereiken (diagnosticeren), en een instrument (een vragenlijst
bijvoorbeeld) als een concreet middel om dat doel te bereiken.
1
,5.2 De methodiek
Het schema op blz. 113 zegt eigenlijk alles wel:
5.3 Samenspel en samenwerking.
Doel van methodiek is om samen te werken met alle disciplines. Wanneer er dan goede
communicatie is tussen deze partijen neemt de kans van slagen en waardering toe. In alle fases is het
belangrijk dat er zoveel mogelijk partijen er bij zijn betrokken. In de praktijk is dit vaak niet zo. Een
kwaliteit van sociale professionals is mensen erbij halen en houden.
Samenwerken:
Vaak moeilijk; professionals kijken anders tegen een zaak aan.
Ook moeilijk doordat er een hiërarchie is; machtsrelaties.
Een kunst om verschillende perspectieven en machtsverhoudingen te erkennen en
coöperatief en productief samen te werken. Vooral eerste is belangrijk.
Eerst erkenning machtsverhoudingen dan een positieve grondhouding en benadering
hebben en anderen ruimte geven en macht laten hebben. Maar niet goedlopende dingen
moeten wel worden besproken.
2
, 5.4 Methoden.
Is in social work eindeloos.
o Reden: veel werksoorten, grote variatie aan doelen en doelgroepen.
o Ook: verandering gedrag, handelen en houding onvoorspelbaar.
Basismethodiek moet je helemaal kennen; de rest kan je nooit állemaal weten.
Belangrijk om methodisch te werken en methoden te leren te beoordelen en toepassen.
o Beoordelen; gaat om kwaliteit en bruikbaarheid.
Bruikbaarheid; hangt af van doel, probleem, doelgroep en eigen
bekwaamheden.
Stel jezelf vragen als: welke methoden zijn er voor mijn doel? Wat is er bekend en wat kan ik
toepassen hiervan? Past het bij mijn doel? Past het bij de doelgroep? Is het voor mij
geschikt? Etc.
Drie hoofdgebieden van methoden:
1. Persoonsgerichte methode.
a. Er zijn behandelings, begeleidings en leerdoelen.
b. Het gaat hierbij ook om de directe omgeving en de bredere netwerken.
c. Maar inzet blijft versterking of verandering van de persoon.
d. Voorbeelden zijn:
Taakgerichte hulpverlening of werken.
1. richt zich op behandeling van levensproblemen; psychosociale problemen.
2. kent een aantal probleemcategorieën.
-interpersoonlijk conflict
-onvoldaanheid in sociale relaties.
-problemen met formele organisaties.
-moeilijkheden met rolverdeling.
-reactieve emotionele nood.
-gebrek aan hulpbronnen.
3. toepasbaar op materiële en immateriële problemen.
4. werken aan probleem staat centraal.
5. probleem moet concreet geformuleerd en beperkt tot specifiek gedrag en omstandigheden
worden.
6. cliënt moet bereid zijn en in staat zijn eraan te werken.
7. een kortdurende vorm van hulpverlenen van max. 15 gesprekken.
8. werkt via fasen.
1. probleemexploratie; welke problemen, wat gedaan? Etc.
2. samenvatten belangrijkste probleemaspecten; is cliënt aan juiste adres?
3. zo ja: probleemafbakening.
4. probleemspecificatie.
5. taakselectie en taakvoorbereiding.
6. uitvoering.
7. afronding.
9. deze methode wordt vaak gebruikt.
Validation.
1. toepasbaar, voor dementie.
2. doel is om stressgevoelens te verlichten en gevoel van identiteit en eigenwaarde herstellen.
3. dementerenden worden aangemoedigd om conflictueuze gevoelens te uiten zodat ze
onverwerkte conflicten en problemen kunnen oplossen. Doel is om hun tot innerlijke rust te
brengen.
4. integratie; wanneer ze hun leven erkennen en accepteren. Is dit er niet leidt tot wanhoop.
3
Gemaakt door: Suki/Angela
Basisboek social work
H5 Methodisch werken
Dit hoofdstuk gaat over de basismethodiek van social work. Twee zaken zijn bijzonder belangrijk om
in het oog te houden.
Het eerste is dat de methodiek heel systematisch en stapsgewijs te werk gaat. In de werkelijkheid
lopen zaken niet zo systematisch. De methodiek mag de basisvaardigheid van de social worker niet
belemmeren. Soms sla je stappen over of doe je een paar stappen terug maar in alle fasen blijf je
luisteren, reflecteren, interpreteren en acties ondernemen of bijstellen.
Het tweede is dat de basismethodiek een basis is. Dat wil zeggen dat de methodiek in essentie
opgaat voor werken met groepen, werken met individuelen, werken met projecten en werken met
therapieën., maar dat ze telkens aan de context moeten worden aangepast.
Je zou het half fabrikaat kunnen noemen dat in handen van de sociale professional gemodelleerd
wordt naar de situatie waar het om gaat.
5.1 Omschrijving van de begrippen.
De (basis)methodiek is een doordachte, vastgelegde en systematische manier van werken in een
bepaald beroep.
Gemeenschappelijkheid van werken in een beroep.
Vrij algemeen en abstract.
Uiteengezette en beschreven manier van werken.
Systematisch; logisch en relevant.
Hulpmiddel.
Basis van het werk.
Een methode is een omschreven manier van systematisch werken om een bepaald doel te bereiken.
Het verschil met methodiek is dat het verbonden is met een bepaald doel.
Er zijn talloze methoden in een beroep.
o Reden: meerdere doelen en meerdere manieren om doelen te bereiken.
Een instrument is een precies omschreven en voorschrijvende manier van handelen als hulpmiddel om
een doel te bereiken.
Nauw omschreven hulpmiddel; protocol, checklist etc.
Verschil tussen methode en instrument is dat een instrument preciezer is.
Instrumenteel handelen; het instrument bepaalt wat beroepskracht doet.
Methodisch handelen; de professional past de methode aan de situatie aan.
Kortom: je hebt een methodiek als basis van de beroepsuitoefening in algemene zin, een methode
als manier om een bepaald doel te bereiken (diagnosticeren), en een instrument (een vragenlijst
bijvoorbeeld) als een concreet middel om dat doel te bereiken.
1
,5.2 De methodiek
Het schema op blz. 113 zegt eigenlijk alles wel:
5.3 Samenspel en samenwerking.
Doel van methodiek is om samen te werken met alle disciplines. Wanneer er dan goede
communicatie is tussen deze partijen neemt de kans van slagen en waardering toe. In alle fases is het
belangrijk dat er zoveel mogelijk partijen er bij zijn betrokken. In de praktijk is dit vaak niet zo. Een
kwaliteit van sociale professionals is mensen erbij halen en houden.
Samenwerken:
Vaak moeilijk; professionals kijken anders tegen een zaak aan.
Ook moeilijk doordat er een hiërarchie is; machtsrelaties.
Een kunst om verschillende perspectieven en machtsverhoudingen te erkennen en
coöperatief en productief samen te werken. Vooral eerste is belangrijk.
Eerst erkenning machtsverhoudingen dan een positieve grondhouding en benadering
hebben en anderen ruimte geven en macht laten hebben. Maar niet goedlopende dingen
moeten wel worden besproken.
2
, 5.4 Methoden.
Is in social work eindeloos.
o Reden: veel werksoorten, grote variatie aan doelen en doelgroepen.
o Ook: verandering gedrag, handelen en houding onvoorspelbaar.
Basismethodiek moet je helemaal kennen; de rest kan je nooit állemaal weten.
Belangrijk om methodisch te werken en methoden te leren te beoordelen en toepassen.
o Beoordelen; gaat om kwaliteit en bruikbaarheid.
Bruikbaarheid; hangt af van doel, probleem, doelgroep en eigen
bekwaamheden.
Stel jezelf vragen als: welke methoden zijn er voor mijn doel? Wat is er bekend en wat kan ik
toepassen hiervan? Past het bij mijn doel? Past het bij de doelgroep? Is het voor mij
geschikt? Etc.
Drie hoofdgebieden van methoden:
1. Persoonsgerichte methode.
a. Er zijn behandelings, begeleidings en leerdoelen.
b. Het gaat hierbij ook om de directe omgeving en de bredere netwerken.
c. Maar inzet blijft versterking of verandering van de persoon.
d. Voorbeelden zijn:
Taakgerichte hulpverlening of werken.
1. richt zich op behandeling van levensproblemen; psychosociale problemen.
2. kent een aantal probleemcategorieën.
-interpersoonlijk conflict
-onvoldaanheid in sociale relaties.
-problemen met formele organisaties.
-moeilijkheden met rolverdeling.
-reactieve emotionele nood.
-gebrek aan hulpbronnen.
3. toepasbaar op materiële en immateriële problemen.
4. werken aan probleem staat centraal.
5. probleem moet concreet geformuleerd en beperkt tot specifiek gedrag en omstandigheden
worden.
6. cliënt moet bereid zijn en in staat zijn eraan te werken.
7. een kortdurende vorm van hulpverlenen van max. 15 gesprekken.
8. werkt via fasen.
1. probleemexploratie; welke problemen, wat gedaan? Etc.
2. samenvatten belangrijkste probleemaspecten; is cliënt aan juiste adres?
3. zo ja: probleemafbakening.
4. probleemspecificatie.
5. taakselectie en taakvoorbereiding.
6. uitvoering.
7. afronding.
9. deze methode wordt vaak gebruikt.
Validation.
1. toepasbaar, voor dementie.
2. doel is om stressgevoelens te verlichten en gevoel van identiteit en eigenwaarde herstellen.
3. dementerenden worden aangemoedigd om conflictueuze gevoelens te uiten zodat ze
onverwerkte conflicten en problemen kunnen oplossen. Doel is om hun tot innerlijke rust te
brengen.
4. integratie; wanneer ze hun leven erkennen en accepteren. Is dit er niet leidt tot wanhoop.
3