Staatsrecht
INLEIDING
WAT IS RECHT?
Het recht is…
- Geheel van door de overheid uitgevaardigde, algemene en juridische
afdwingbare regels (‘rechtsregels’)
- Die het menselijk handelen in de samenleving ordenen
Onderscheidt met andere ‘regels’ in onze samenleving
Niet juridisch afdwingbaar
Kenmerken
- Wat? = geheel van algemene geldende regels
Van toepassing op iedereen in de bedoelde situatie
- Wie? = opgelegd door de overheid
Dynamisch = Het kan veranderen als de maatschappij veranderd
Afdwingbaar = overtreding heeft gevolgen
- Waarom? = zorgt voor orde in de samenleving
Maakt duidelijk wat wel en niet mag
- Recht is overal in samenleving aanwezig
- Recht is van belang voor alle burgers want…
‘iedereen wordt geacht de wet te kennen’
WAT IS STAATSRECHT?
- Tak van het recht (= rechtsstak)
- Regels over de organisatie en werking van staten
- In het bijzonder in België regels het staatsrecht:
Structuur van de staat (hoe land is opgebouwd)
Bevoegdheid van overheidsorganen zoals parlement, regering en
rechtbanken
Relatie tussen die organen (wie mag wat doen?)
Relatie tussen de staat en burgers (bv. Grondrecht, plichten, stemrecht…)
FUNCTIE
3 belangrijke doelen:
1. Instellen van overheidsorganen (bepaalt welke instellingen er bestaan)
2. Toekennen van bevoegdheden (zegt wat elk orgaan mag doen)
3. Beschermen van burgers tegen machtsmisbruik (door grondrecht vast te
leggen)
SITUERING BINNEN HET RECHT
, - Recht bestaat uit veel regels, daarom wordt het verdeeld in rechtstakken
Elke tak regelt een ander deel van de samenleving
Bv. Strafrecht = wat strafbaar is, burgerlijk recht = regels tussen burgers…
- Staatsrecht is een onderdeel van het publiek recht
DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET BELGISCHE STAATSRECHT
België is een ‘staat’
Een staat is…
- Een rechtssubject = titularis zijn van rechten en plichten
- 4 juridische voorwaarden om te kunnen spreken van een staat:
1. Afgebakend grondgebied: duidelijk gebied met grenzen (bv. Belgisch
grondgebied)
2. Permanente bevolking = mensen die blijvend op grondgebied wonen
3. Overheid met effectief gezag = regering of bestuur dat bevolking kan
besturen en wetten kan uitvoeren
4. Onafhankelijkheid = staat zelf beslissingen nemen
- 1 politieke voorwaarde
1. Internationale erkenning = andere staten moeten jouw staat erkennen
als bestaande en zelfstandige staat
BELGIË IS EEN STAAT. ONTSTAAN VAN BELGIË ALS STAAT
,1815: val van Napoleon - Congres van Wenen
- Wat? = na val van napoleon wilde grote Europese landen vrede en
stabiliteit
Maakten Verenigd koninkrijk der Nederlanden:
Zuidelijke Nederlanden (nu België) werden samengevoegd met de
Noordelijke Nederlanden (nu Nederland)
- Doel? = een bufferstaat tegen Frankrijk (land tussen twee grote landen om
conflicten te vermijden)
- Belang vandaag? = toont dat België eerst onder buitenlands bestuur
stond, maar later zelfstandig werd om eigen belangen te verdedigen
1815-1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
- Wat? = koning Willem I was staatshoofd zuidelijke provincies (België)
ontevreden
Koning was autoritaire (weinig inspraak)
Weinig politieke macht voor Belgen
Censuur (geen persvrijheid)
Overheidsinmenging in onderwijs
Taalconflicten
Culturele en religieuze verschillen
- Belang vandaag? = België heeft nu vrijheden en grondrechten in de
grondwet
Bv. Art. 24 vrijheid van onderwijs, art. 25 vrijheid van drukpers…
1830-1831: oprichting van België
- ‘monsterverbond’
= samenwerking tussen liberalen en katholieken tegen koning Willem I
- 25 augustus 1830 – opstand Brussel
= na de opera De Stomme van Portici barst een oproer uit
Mensen protesteren tegen het Nederlandse leger
- Oprichting van het ‘voorlopige bewind’
= opstandelingen richten een tijdelijke regering op om het land te besturen
- 4 oktober 1830 – Belgische onafhankelijkheid uitgeroepen
= België verklaart zich onafhankelijk van Nederland
- Verkiezingen van het ‘nationaal congres’
= een vergadering van verkozen vertegenwoordigers die een grondwet
moet schrijven
- 7 februari 1831 – Belgische grondwet afgekondigd
= nationaal congres keurt de grondwet goed België wordt
constitutionele monarchie
- 21 juli 1831 – eedaflegging van Leopold I
= Leopold I wordt de eerste koning van België en legt een eed af op de
grondwet
, DE GRONDWET: BASIS BELGISCHE STAATSRECHT
- Wat?
Juridische basis van België
Basisovereenkomst tussen overheid en burgers
Meest fundamentele wet ‘hoogste wet’ van het land
Maar: internationaal recht dat rechtstreeks toepasbaar is, kan soms boven
de grondwet staan
- Inhoudelijk:
1. Organisatie en werking staatsorganen
Hoe de Belgische staat is opgebouwd en hoe de overheid macht
uitoefent (Titel I, Ibis, III en VIII)
2. Te respecteren grondrechten
Regels die de macht van de staat beperken en de burgers beschermen
tegen machtsmisbruik (Titel II)
- Twee functies
1. Juridische functie
De grondwet bevat basisregels die verder uitgewerkt worden in wetten
en uitvoeringsbesluiten
2. Symbolische functie
Ze drukt de waarden en eenheid van België uit
Bv. Art. 193 GW. – ‘eendracht maakt macht’
- Grondwet van 1831
Werd opgesteld na de onafhankelijkheid van België
Was een grote breuk met het verleden:
Macht van de koning werd beperkt ( art. 105-106 GW.)
Er kwam een vooruitstrevende lijst van grondrechten
- Wijzigingen sinds 1831
1. Einde 19e – begin 20e eeuw:
Uitbreiding van het kiesrecht (van enkel rijke mannen naar algemeen
stemrecht)
2. Vanaf 1970:
Meerdere staatshervormingen: België veranderde van een
eenheidsstaat naar een federale staat (gemeenschappen en gewesten)
3. Na WO II
Nieuwe grondrechten toegevoegd, zoals art. 23 GW.
(recht op menswaardig leven)
4. 17 februari 1994:
De ‘Gecoördineerde Grondwet’ = alle vroegere wijzigingen werden
samengevoegd in één duidelijke tekst
- Herziening van de grondwet
= kan niet zomaar veranderd worden:
Er is speciale, moeilijke procedure volgens art. 195 GW.
INLEIDING
WAT IS RECHT?
Het recht is…
- Geheel van door de overheid uitgevaardigde, algemene en juridische
afdwingbare regels (‘rechtsregels’)
- Die het menselijk handelen in de samenleving ordenen
Onderscheidt met andere ‘regels’ in onze samenleving
Niet juridisch afdwingbaar
Kenmerken
- Wat? = geheel van algemene geldende regels
Van toepassing op iedereen in de bedoelde situatie
- Wie? = opgelegd door de overheid
Dynamisch = Het kan veranderen als de maatschappij veranderd
Afdwingbaar = overtreding heeft gevolgen
- Waarom? = zorgt voor orde in de samenleving
Maakt duidelijk wat wel en niet mag
- Recht is overal in samenleving aanwezig
- Recht is van belang voor alle burgers want…
‘iedereen wordt geacht de wet te kennen’
WAT IS STAATSRECHT?
- Tak van het recht (= rechtsstak)
- Regels over de organisatie en werking van staten
- In het bijzonder in België regels het staatsrecht:
Structuur van de staat (hoe land is opgebouwd)
Bevoegdheid van overheidsorganen zoals parlement, regering en
rechtbanken
Relatie tussen die organen (wie mag wat doen?)
Relatie tussen de staat en burgers (bv. Grondrecht, plichten, stemrecht…)
FUNCTIE
3 belangrijke doelen:
1. Instellen van overheidsorganen (bepaalt welke instellingen er bestaan)
2. Toekennen van bevoegdheden (zegt wat elk orgaan mag doen)
3. Beschermen van burgers tegen machtsmisbruik (door grondrecht vast te
leggen)
SITUERING BINNEN HET RECHT
, - Recht bestaat uit veel regels, daarom wordt het verdeeld in rechtstakken
Elke tak regelt een ander deel van de samenleving
Bv. Strafrecht = wat strafbaar is, burgerlijk recht = regels tussen burgers…
- Staatsrecht is een onderdeel van het publiek recht
DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET BELGISCHE STAATSRECHT
België is een ‘staat’
Een staat is…
- Een rechtssubject = titularis zijn van rechten en plichten
- 4 juridische voorwaarden om te kunnen spreken van een staat:
1. Afgebakend grondgebied: duidelijk gebied met grenzen (bv. Belgisch
grondgebied)
2. Permanente bevolking = mensen die blijvend op grondgebied wonen
3. Overheid met effectief gezag = regering of bestuur dat bevolking kan
besturen en wetten kan uitvoeren
4. Onafhankelijkheid = staat zelf beslissingen nemen
- 1 politieke voorwaarde
1. Internationale erkenning = andere staten moeten jouw staat erkennen
als bestaande en zelfstandige staat
BELGIË IS EEN STAAT. ONTSTAAN VAN BELGIË ALS STAAT
,1815: val van Napoleon - Congres van Wenen
- Wat? = na val van napoleon wilde grote Europese landen vrede en
stabiliteit
Maakten Verenigd koninkrijk der Nederlanden:
Zuidelijke Nederlanden (nu België) werden samengevoegd met de
Noordelijke Nederlanden (nu Nederland)
- Doel? = een bufferstaat tegen Frankrijk (land tussen twee grote landen om
conflicten te vermijden)
- Belang vandaag? = toont dat België eerst onder buitenlands bestuur
stond, maar later zelfstandig werd om eigen belangen te verdedigen
1815-1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
- Wat? = koning Willem I was staatshoofd zuidelijke provincies (België)
ontevreden
Koning was autoritaire (weinig inspraak)
Weinig politieke macht voor Belgen
Censuur (geen persvrijheid)
Overheidsinmenging in onderwijs
Taalconflicten
Culturele en religieuze verschillen
- Belang vandaag? = België heeft nu vrijheden en grondrechten in de
grondwet
Bv. Art. 24 vrijheid van onderwijs, art. 25 vrijheid van drukpers…
1830-1831: oprichting van België
- ‘monsterverbond’
= samenwerking tussen liberalen en katholieken tegen koning Willem I
- 25 augustus 1830 – opstand Brussel
= na de opera De Stomme van Portici barst een oproer uit
Mensen protesteren tegen het Nederlandse leger
- Oprichting van het ‘voorlopige bewind’
= opstandelingen richten een tijdelijke regering op om het land te besturen
- 4 oktober 1830 – Belgische onafhankelijkheid uitgeroepen
= België verklaart zich onafhankelijk van Nederland
- Verkiezingen van het ‘nationaal congres’
= een vergadering van verkozen vertegenwoordigers die een grondwet
moet schrijven
- 7 februari 1831 – Belgische grondwet afgekondigd
= nationaal congres keurt de grondwet goed België wordt
constitutionele monarchie
- 21 juli 1831 – eedaflegging van Leopold I
= Leopold I wordt de eerste koning van België en legt een eed af op de
grondwet
, DE GRONDWET: BASIS BELGISCHE STAATSRECHT
- Wat?
Juridische basis van België
Basisovereenkomst tussen overheid en burgers
Meest fundamentele wet ‘hoogste wet’ van het land
Maar: internationaal recht dat rechtstreeks toepasbaar is, kan soms boven
de grondwet staan
- Inhoudelijk:
1. Organisatie en werking staatsorganen
Hoe de Belgische staat is opgebouwd en hoe de overheid macht
uitoefent (Titel I, Ibis, III en VIII)
2. Te respecteren grondrechten
Regels die de macht van de staat beperken en de burgers beschermen
tegen machtsmisbruik (Titel II)
- Twee functies
1. Juridische functie
De grondwet bevat basisregels die verder uitgewerkt worden in wetten
en uitvoeringsbesluiten
2. Symbolische functie
Ze drukt de waarden en eenheid van België uit
Bv. Art. 193 GW. – ‘eendracht maakt macht’
- Grondwet van 1831
Werd opgesteld na de onafhankelijkheid van België
Was een grote breuk met het verleden:
Macht van de koning werd beperkt ( art. 105-106 GW.)
Er kwam een vooruitstrevende lijst van grondrechten
- Wijzigingen sinds 1831
1. Einde 19e – begin 20e eeuw:
Uitbreiding van het kiesrecht (van enkel rijke mannen naar algemeen
stemrecht)
2. Vanaf 1970:
Meerdere staatshervormingen: België veranderde van een
eenheidsstaat naar een federale staat (gemeenschappen en gewesten)
3. Na WO II
Nieuwe grondrechten toegevoegd, zoals art. 23 GW.
(recht op menswaardig leven)
4. 17 februari 1994:
De ‘Gecoördineerde Grondwet’ = alle vroegere wijzigingen werden
samengevoegd in één duidelijke tekst
- Herziening van de grondwet
= kan niet zomaar veranderd worden:
Er is speciale, moeilijke procedure volgens art. 195 GW.