Nederlands A
Examen
Spelling:
- Tekst waarin er fouten staan en je moet deze verbeteren
- Je krijgt woorden en je moet het verkleinwoord geven of de
meervoud, …
- Je moet 75% halen om er door te zijn
- 4 van de 20 punten
Vak didactiek:
- 16 van de 20 punten
- Een paar kinderboeken lezen op examen casus over een situatie
waarbij je moet zeggen welk boek het best past of zou helpen
LES 2: kinderlieratuur
Beginsituatie = we moeten
iedereen even veel kansen geven
welke beginsituatie dan ook
Sociaal economische situatie
= ses = te maken met hoe het
thuis is, opleiding ouders,
hoeveel boeken
Leerpotentieel = heeft een kind
inzicht, is hij goed in rekenen
Brede basisvorming = we
moeten de kinderen zoveel mee
geven dat ze elke richting uit
kunnen
Kennis = alles wat je kan leren
Vaardigheden = kennis staat in dienst van vaardigheden
Persoonsontwikkeling = samenwerken, geconcentreerd werken
Geïntegreerd = verschillende vakken door elkaar gebruiken
Je hebt taal nodig om te kunnen leren en om te kunnen slagen bij elk vak
, Taalkrachtig taal gebruik:
-
Functies van literatuur:
- Ontspannende functie
- Creatieve functie
- Emotionele functie
- Informatieve functie
- Opvoedende functie
- Esthetische functie
Kwaliteit van een fictieboek
,1) Thema =
a. Belangrijk of orgineel
b. 1 hoofdthema en soms substhema’s
2) Emoties =
a. Diepgang (=als het personage een evolutie doormaakt) of
geen diepgang
b. Oppervlakkig
c. Empathie bevorderend
3) Niet wensvervullend =
a. Happy end is niet altijd nodig
b. Onderwerpen zoals de dood mogen ook aan bod komen
4) Rijk taalgebruik =
a. Vlotte taal
b. Afwisselende zinsbouw
c. Functionele dialogen
5) Niet clichématige weergave van de werkelijkheid =
a. Elke leerling moet zich kunnen herkennen in een verhaal
b. Geen stereotypen en clichés
6) Doordachte verhaalstructuur =
a. Stappen van het verhaal volgen elkaar op
b. Personages worden diep op ingegaan
7) Niet stigmatiserend of discriminerend voor bepaalde
groepen =
a. Geen discriminatie
8) Humor als middel om te relativeren =
a. Bepaalde onderwerpen relativeren
b. Lucht brengen aan zware onderwerpen
9) Diepere dimensie, gelaagdheid in het verhaal =
a. Wat wil de schrijver vertellen en meegeven aan de wereld
EXAMEN: bespreek 2 criteria bij een
boek dat je hebt gelezen, welk boek
zou je aan welke situatie linken
, Les 3:
Leesmotivatie:
- De motivatie testen in de klas kan je doen door een leesenquête en
leesdagboek
Literaire genres
- Realistische verhalen
- Historische verhalen
- Dierenverhalen
- Sprookjes
- Fantastische verhalen
- Sciencefiction
- Avonturenverhalen
- Interculturele verhalen
- Prentenboeken
- Strips en graphic novels
Hoe kiezen kinderen een boek?
- Uiterlijk
- Titel
- Achterkant
- Peers
- Leesbaarheid eerste bladzijde
Hoe kies je als leerkracht een boek?
- Leesplezier van de leerlingen
- Leesmotivatie en leesvoorkeur
- Streef naar succeservaringen bij leerlingen
- De context waarin je het boek voorleest of laat lezen
Examen
Spelling:
- Tekst waarin er fouten staan en je moet deze verbeteren
- Je krijgt woorden en je moet het verkleinwoord geven of de
meervoud, …
- Je moet 75% halen om er door te zijn
- 4 van de 20 punten
Vak didactiek:
- 16 van de 20 punten
- Een paar kinderboeken lezen op examen casus over een situatie
waarbij je moet zeggen welk boek het best past of zou helpen
LES 2: kinderlieratuur
Beginsituatie = we moeten
iedereen even veel kansen geven
welke beginsituatie dan ook
Sociaal economische situatie
= ses = te maken met hoe het
thuis is, opleiding ouders,
hoeveel boeken
Leerpotentieel = heeft een kind
inzicht, is hij goed in rekenen
Brede basisvorming = we
moeten de kinderen zoveel mee
geven dat ze elke richting uit
kunnen
Kennis = alles wat je kan leren
Vaardigheden = kennis staat in dienst van vaardigheden
Persoonsontwikkeling = samenwerken, geconcentreerd werken
Geïntegreerd = verschillende vakken door elkaar gebruiken
Je hebt taal nodig om te kunnen leren en om te kunnen slagen bij elk vak
, Taalkrachtig taal gebruik:
-
Functies van literatuur:
- Ontspannende functie
- Creatieve functie
- Emotionele functie
- Informatieve functie
- Opvoedende functie
- Esthetische functie
Kwaliteit van een fictieboek
,1) Thema =
a. Belangrijk of orgineel
b. 1 hoofdthema en soms substhema’s
2) Emoties =
a. Diepgang (=als het personage een evolutie doormaakt) of
geen diepgang
b. Oppervlakkig
c. Empathie bevorderend
3) Niet wensvervullend =
a. Happy end is niet altijd nodig
b. Onderwerpen zoals de dood mogen ook aan bod komen
4) Rijk taalgebruik =
a. Vlotte taal
b. Afwisselende zinsbouw
c. Functionele dialogen
5) Niet clichématige weergave van de werkelijkheid =
a. Elke leerling moet zich kunnen herkennen in een verhaal
b. Geen stereotypen en clichés
6) Doordachte verhaalstructuur =
a. Stappen van het verhaal volgen elkaar op
b. Personages worden diep op ingegaan
7) Niet stigmatiserend of discriminerend voor bepaalde
groepen =
a. Geen discriminatie
8) Humor als middel om te relativeren =
a. Bepaalde onderwerpen relativeren
b. Lucht brengen aan zware onderwerpen
9) Diepere dimensie, gelaagdheid in het verhaal =
a. Wat wil de schrijver vertellen en meegeven aan de wereld
EXAMEN: bespreek 2 criteria bij een
boek dat je hebt gelezen, welk boek
zou je aan welke situatie linken
, Les 3:
Leesmotivatie:
- De motivatie testen in de klas kan je doen door een leesenquête en
leesdagboek
Literaire genres
- Realistische verhalen
- Historische verhalen
- Dierenverhalen
- Sprookjes
- Fantastische verhalen
- Sciencefiction
- Avonturenverhalen
- Interculturele verhalen
- Prentenboeken
- Strips en graphic novels
Hoe kiezen kinderen een boek?
- Uiterlijk
- Titel
- Achterkant
- Peers
- Leesbaarheid eerste bladzijde
Hoe kies je als leerkracht een boek?
- Leesplezier van de leerlingen
- Leesmotivatie en leesvoorkeur
- Streef naar succeservaringen bij leerlingen
- De context waarin je het boek voorleest of laat lezen