Hoofdstuk 4. Burgerlijk recht-
overeenkomsten
1. Inleiding
Definitie:
Een overeenkomst (contract) is een wilsovereenstemming tussen twee of
meer personen met als doel het aangaan, wijzigen of beëindigen van
verbintenissen (art. 5.4 BW).
Karakter:
- Meerzijdige rechtshandeling: meerdere personen scheppen tegelijk
verbintenissen met elkaars toestemming.
- Rechtsgevolgen: ontstaan, wijziging of beëindiging van
verbintenissen.
- Onderscheiden belang: partijen verwerven door de overeenkomst
specifieke rechten en plichten.
Basisprincipes
1. Contractuele vrijheid/ wilsautonomie – partijen zijn vrij om wel of niet
overeenkomsten te sluiten, met wie, waarover en wanneer. Ze
mogen de verbintenissen en modaliteiten zelf bepalen (art. 5.14
BW).
2. Consensualisme – een overeenkomst ontstaat door loutere
wilsovereenstemming.
3. Bindend karakter – overeenkomsten moeten worden nageleefd.
4. Uitvoering te goeder trouw – partijen handelen eerlijk en loyaal bij
uitvoering.
Economisch belang
- Samen met het privaat eigendomsrecht vormt contractuele vrijheid
de juridische ruggengraat van een markteconomie.
- Vrijwillig afgesloten overeenkomsten bepalen economische allocatie
en prijzen van diensten, goederen, arbeid en kapitaal.
- In een centrale planeconomie wijst de overheid goederen en
diensten eenzijdig toe via economische verordeningen.
2. Soorten overeenkomsten
, Benoemde en onbenoemde
- Benoemd: door wet geregeld (bv. koop, huur, borgtocht). Wettelijke
regels gelden, tenzij uitgesloten.
- Onbenoemd: niet in wet geregeld, door partijen zelf gecreëerd (bv.
garageovereenkomst). Algemeen verbintenissenrecht geldt.
Eenzijdig en wederkerig (art. 5.6 BW)
- Eenzijdig: verbintenis voor één partij (bv. schenking).
- Wederkerig: wederzijdse verbintenissen (bv. koop, huur).
Consensueel, vormelijk, zakelijk (art. 5.5 BW)
- Consensueel: loutere wilsovereenstemming; schrift vaak wenselijk.
- Vormelijk: geldigheid afhankelijk van formele vereisten (bv.
hypotheek, huwelijk).
- Zakelijk: komt tot stand door afgifte van zaak (bv. bruikleen).
Standaard- en toetredingsovereenkomsten
- Standaard: standaardbedingen voor toekomstige
rechtsverhoudingen (bv. verzekeringspolissen).
- Toetreding: opgesteld door één partij; andere partij moet accepteren
zoals aangeboden (bv. gas, elektriciteit, openbaar vervoer).
Overige vormen (BW)
- Contracten onder bezwarende/ten kosteloze titel, kanscontracten,
raamcontracten, consumentencontracten, meerpartijencontracten,
voorkeurs- en optiecontracten.
3. Totstandkoming van overeenkomsten
Aanbod
- Voorstel met alle essentiële elementen van de overeenkomst (art.
5.19 BW).
- Geen vormvereisten.
overeenkomsten
1. Inleiding
Definitie:
Een overeenkomst (contract) is een wilsovereenstemming tussen twee of
meer personen met als doel het aangaan, wijzigen of beëindigen van
verbintenissen (art. 5.4 BW).
Karakter:
- Meerzijdige rechtshandeling: meerdere personen scheppen tegelijk
verbintenissen met elkaars toestemming.
- Rechtsgevolgen: ontstaan, wijziging of beëindiging van
verbintenissen.
- Onderscheiden belang: partijen verwerven door de overeenkomst
specifieke rechten en plichten.
Basisprincipes
1. Contractuele vrijheid/ wilsautonomie – partijen zijn vrij om wel of niet
overeenkomsten te sluiten, met wie, waarover en wanneer. Ze
mogen de verbintenissen en modaliteiten zelf bepalen (art. 5.14
BW).
2. Consensualisme – een overeenkomst ontstaat door loutere
wilsovereenstemming.
3. Bindend karakter – overeenkomsten moeten worden nageleefd.
4. Uitvoering te goeder trouw – partijen handelen eerlijk en loyaal bij
uitvoering.
Economisch belang
- Samen met het privaat eigendomsrecht vormt contractuele vrijheid
de juridische ruggengraat van een markteconomie.
- Vrijwillig afgesloten overeenkomsten bepalen economische allocatie
en prijzen van diensten, goederen, arbeid en kapitaal.
- In een centrale planeconomie wijst de overheid goederen en
diensten eenzijdig toe via economische verordeningen.
2. Soorten overeenkomsten
, Benoemde en onbenoemde
- Benoemd: door wet geregeld (bv. koop, huur, borgtocht). Wettelijke
regels gelden, tenzij uitgesloten.
- Onbenoemd: niet in wet geregeld, door partijen zelf gecreëerd (bv.
garageovereenkomst). Algemeen verbintenissenrecht geldt.
Eenzijdig en wederkerig (art. 5.6 BW)
- Eenzijdig: verbintenis voor één partij (bv. schenking).
- Wederkerig: wederzijdse verbintenissen (bv. koop, huur).
Consensueel, vormelijk, zakelijk (art. 5.5 BW)
- Consensueel: loutere wilsovereenstemming; schrift vaak wenselijk.
- Vormelijk: geldigheid afhankelijk van formele vereisten (bv.
hypotheek, huwelijk).
- Zakelijk: komt tot stand door afgifte van zaak (bv. bruikleen).
Standaard- en toetredingsovereenkomsten
- Standaard: standaardbedingen voor toekomstige
rechtsverhoudingen (bv. verzekeringspolissen).
- Toetreding: opgesteld door één partij; andere partij moet accepteren
zoals aangeboden (bv. gas, elektriciteit, openbaar vervoer).
Overige vormen (BW)
- Contracten onder bezwarende/ten kosteloze titel, kanscontracten,
raamcontracten, consumentencontracten, meerpartijencontracten,
voorkeurs- en optiecontracten.
3. Totstandkoming van overeenkomsten
Aanbod
- Voorstel met alle essentiële elementen van de overeenkomst (art.
5.19 BW).
- Geen vormvereisten.