100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

VOLLEDIGE samenvatting Grondtrekken van het Nederlandse Strafrecht

Rating
3.0
(1)
Sold
1
Pages
39
Uploaded on
17-12-2025
Written in
2025/2026

Hoofdstukken 1 t/m 11 + Hoofdstuk 13 + Hoofdstuk 15. De belangrijkste punten uit ieder hoofdstuk worden behandeld, artikelen uit het Wetboek worden genoemd.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstukken 1 t/m 11 hoofstuk 13 en hoofdstuk 15
Uploaded on
December 17, 2025
Number of pages
39
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

LITERATUUR – GRONDTREKEN VAN HET NEDERLANDSE STRAFRECHT

HOOFDSTUK 1 – INLEIDING

1.1 EERSTE KENNISMAKING

Strafrecht zie je overal, in de kranten, in de media, maar ook op straat. Denk hierbij aan
politie, uitgaansgeweld en fietsendiefstal.

1.2 PLAATS VAN HET STRAFRECHT

Het strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit
hebben gepleegd, het regelt wie straf kan krijgen en waarvoor.

Als een burger een strafbaar feit pleegt, moet hij verantwoording afleggen aan de
overheid die hem namens de samenleving straf kan opleggen. Het gaat hier dus om een
relatie tussen de burger en de overheid. Het civiele, of burgerlijke recht regelt de
verhouding tussen burgers onderling. Het bestuursrecht regelt de wijze waarop het
openbaar bestuur moet functioneren bij het nemen van beslissingen die de burger direct
of indirect raken.

Civielrechtelijke dagvaardingen worden verstuurd door de ene burger aan de andere om
een civielrechtelijk geschil uit te vechten, terwijl strafrechtelijke dagvaardingen worden
verzonden door een OvJ om een verdachte terecht te laten staan voor de strafrechter.

Eigenrichting = het recht in eigen handen nemen. Dit is verboden.

1.3 DOELEN VAN STRAFFEN

Het opleggen van een straf dient voornamelijk twee doelen:

 Vergelding: kan zorgen voor een morele genoegdoening. De dader heeft kwaad
afgeroepen over de samenleving en daarom roept de samenleving kwaad af over
hem.
 Preventie: gaat uit van een eenvoudig principe; mensen willen geen straf krijgen,
dus zullen zij gedrag dat mogelijk tot straf leidt, zoveel mogelijk voorkomen. Het
opleggen van straf zou er toe moeten leiden dat minder mensen strafbare feiten
plegen.
o Speciale preventie: een dader die in aanraking is gekomen met de
gevolgen van het overschrijden van een strafrechtelijke norm, de volgende
keer wel twee keer zal nadenken voordat hij nog eens iets dergelijks doet.
Speciale preventie moet dus voorkomen, of ontmoedigen, dat de gestrafte
wederom in de fout gaat.
o Generale preventie: heeft als uitgangspunt dat ook anderen dan de
gestrafte lering trekken uit het feit dat er voor het plegen van een strafbaar
feit straf opgelegd kan worden. De gestrafte moet een voorbeeld zijn dat
potentiële wetsovertreders afschrikt.

1.4 MATERIEEL STRAFRECHT, FORMEEL STRAFECHT EN SANCTIERECHT

Materieel recht  bepaalt welk gedrag is toegestaan en welke personen daarvoor
kunnen worden gestraft. Het gaat hierbij in de eerste plaats over strafbepalingen.
Daarnaast behoren ook algemene leerstukken en uitbreiding van strafbaarheid tot het
materiële strafrecht. = Wetboek van Strafrecht.

,Formele strafrecht  bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm
van het materiële strafrecht is overtreden. = Wetboek van Strafvordering.

Sanctierecht  heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bepaalde straffen
mogen worden opgelegd en ten uitvoer gelegd. = Wetboek van Strafrecht & Wetboek van
Strafvordering.

1.5 COMMUUN EN BIJZONDER STRAFRECHT

Wetboeken zijn wetten waarin het algemene deel van het strafrecht en het
strafprocesrecht is opgenomen. Het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen, duidt
men vaak aan als het commune strafrecht.

In de bijzondere strafwetten (Wegenverkeerswet, Opiumwet, Wet Wapens en Munitie
ect.) treft men strafbepalingen aan die behoren tot het materiële strafrecht, maar vaak
ook bevoegdheden die behoren tot het formele strafrecht.

1.6 DE OPBOUW VAN HET WETBOEK VAN STRAFRECHT EN HET WETBOEK VAN
STRAFVORDERING

Het Wetboek van Strafrecht (Sr):

1. Boek 1: Algemene leerstukken van materieel strafrecht, zoals
strafuitsluitingsgronden en poging. Dit zijn algemene leerstukken, omdat deze van
toepassing zijn op alle delicten die in het Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn
gesteld en in beginsel ook op alle delicten die in de bijzondere strafwetten zijn
opgenomen.
2. Boek 2 & Boek 3: bevatten uitsluitend strafbepalingen; omschrijvingen van gedrag
dat strafbaar is, met daarbij een aanduiding van de maximale straffen die mogen
worden opgelegd. Boek 2 gaat om misdrijven en boek 3 om overtredingen.

1.7 DE INVLOED VAN INTERNATIONAAL EN SUPRANATIONAAL RECHT

Internationaal recht – het recht dat tussen staten geldt

Supranationaal recht – regels die een internationale organisatie oplegt, waar de
lidstaten bij die organisatie zich aan moeten houden.

,HOOFSTUK 2 – INLEIDING MATERIEEL STRAFRECHT

2.1 PLAATS EN STRUCTUUR VAN STRAFBEPALINGEN

De strafbepaling in de meest volledige vorm bestaat uit een delictsomschrijving, een
kwalificatie-aanduiding en een strafbedreiging. De delictsomschrijving geeft aan welke
ongewenste gedraging de wetgever strafbaar heeft willen stellen. De kwalificatie-
aanduiding maakt duidelijk hoe het gedrag in juridisch opzicht moet worden benoemd en
de strafbedreiging bepaald welke soort straf mag worden opgelegd en wat het maximum
daarbij is.

2.2 DE OPBOUW VAN HET STRAFBARE FEIT IN VIER COMPONENTEN

De inhoud van een strafbaar feit in materieelstrafrechtelijke zin kan als volgt gedefinieerd
worden: Een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van
een wettelijke delictsomschrijving die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten. Oftewel;

 Menselijke gedraging (MG)
 Wettelijke delictsomschrijving (DO)
 Wederrechtelijkheid (W)
 Schuld (als verwijtbaarheid) (V)

Dit model; MG, DO, W, V wordt aangeduid als het vierlagenmodel.

2.2.2 DE MENSELIJKE GEDRAGING

De gedraging moet verricht zijn door een mens (dierenprocessen waren in de
Middeleeuwen niet ongewoon). Dit kunnen zowel natuurlijke als rechtspersonen zijn.
Verder moet het hier gaan om een menselijke gedraging. Niemand kan vervolgd of
gestraft worden voor het hebben van bepaalde gedachten. De menselijke gedraging zou
uiteindelijk tot uitdrukking moeten komen in de tenlastelegging. Dit is een processtuk
waarin staat beschreven welke gedraging de verdachte, volgens de OvJ, zou hebben
verricht.

2.2.3 DE WETTELIJKE DELICTSOMSCHRIJVING

Gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden zijn. In iedere
individuele strafzaak zal de rechter de bewezen verklaarde feitelijke gedraging uit de
tenlastelegging juridisch moeten benoemen. Dit proces heet kwalificatie.

2.2.4 DE WEDERRECHTELIJKHEID

Doorgaans zegt men dat wederrechtelijkheid betekent dat iets in strijd is met de wet. Iets
duidelijker wordt het als men zich realiseert dat het onzinnig is om mensen te straffen
van wie niet kan worden gezegd dat zij een norm uit het recht hebben geschonden.

2.2.5 SCHULD

Ons strafrecht is een schuldstrafrecht, dit houdt in dat niemand gestraft mag worden
zonder dat hij (een bepaalde mate) van schuld heeft. Als iemand een reëel
gedragsalternatief had, dat wil zeggen als iemand redelijkerwijs een andere optie had
dan het overtreden van de wet, bestaat er verwijtbaarheid.

2.3 LEGALITEIT EN INTERPRETATIE

, Het eerste lid van artikel 1 Sr luidt; geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling. Dit noemt men ook wel het legaliteitsbeginsel.
Er bestaan dus geen gedragingen die hun strafbaarheid ontlenen aan ongeschreven
recht. Het gedrag is pas strafbaar als het ten tijde van het begaan van het feit in de wet
strafbaar gesteld is, het verbod van terugwerkende kracht.

Voor het interpreteren van wetstermen bestaat een aantal methoden. De belangrijkste
zijn:

 Wetshistorische interpretatie; hierbij wordt gekeken naar de
totstandkomingsgeschiedenis van de bepaling in kwestie.
 Grammaticale interpretatie; hierbij wordt de inhoud van de wet bepaald aan de
hand van de taalkundige betekenis van de woorden inde desbetreffende bepaling.
Ook wordt gelet op zinsverband.
 Systematische interpretatie; hierbij wordt de wet uitgelegd aan de hand van
de systematiek van de wet.
 Teleologische interpretatie; bij het bepalen van de inhoud van een wetsterm
wordt gekeken naar het doel van de wet.

2.4 BESTANDDELEN EN ELEMENTEN

In de definitie van een strafbaar feit zijn de wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid
elementen. Deze zijn niet terug te vinden in de tekst, maar zijn wel voorwaarden voor de
strafbaarheid. De onderdelen in de delictsomschrijving zijn bestanddelen.

2.5 WEDERRECHTELIJKHEID ALS BESTANDDEEL: EEN MOEILIJK GEVAL

Bij alle delicten waarbij wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving voorkomt, is de
wederrechtelijkheid geen element, mar een bestanddeel. Dit heeft gevolgen voor het
vierlagenmodel, er blijven maar 3 lagen over (W gaat op in DO).

Dus het nieuwe vierlagenmodel bestaat dan uit; MG, DO (W), V.

2.6 SOORTEN DELICTEN

2.6.1 MISDRIJVEN EN OVERTREDINGEN

Misdrijven zijn over het algemeen ernstigere feiten dan overtredingen. Voor het Wetboek
van Strafrecht geldt dat misdrijven staan opgesomd in het 2e boek en overtredingen in
het 3e boek.

Het onderscheid tussen deze twee soorten strafbare feiten heeft een aantal redenen:

 Procesrechtelijke reden; de indeling naar misdrijven en overtredingen bepaald
welke soort rechter bevoegd is om kennis te nemen van een strafzaak (absolute
competentie).
 Materieelrechtelijke reden; poging tot overtreding en medeplichtigheid aan
overtreding zijn niet strafbaar. Poging tot en medeplichtigheid aan misdrijven zijn
wel strafbaar.
 Toepassing van dwangmiddelen; veel dwangmiddelen, zoals het aftappen van een
telefoon, mogen alleen worden toegepast bij verdenking van een misdrijf.

2.6.2 FORMELE EN MATERIËLE DELICTEN

Het onderscheid tussen formele en materiële delicten heeft betrekking op de manier
waarop een delict in de wet omschreven staat. Formele delicten staan in de wet

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
2 weeks ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
TessWierenga Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
73
Member since
3 year
Number of followers
4
Documents
25
Last sold
1 day ago

3.6

7 reviews

5
3
4
0
3
3
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions