100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting inleiding in de criminologie H18-23

Rating
-
Sold
1
Pages
39
Uploaded on
16-12-2025
Written in
2025/2026

notities gemaakt tijdens de les en aangevuld met de powerpoint. hoofdstukken 18 tot en met 23. prof L. Paoli

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 16, 2025
Number of pages
39
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Crimi sv H18: Het moderne en
hedendaagse psychologisch
positivisme & H20: Nieuwe
tendensen in de criminologie
H18:


Psychologische stromingen
Psychologische discipline als lens bij het verklaren van
“criminaliteit”*:
De psychologische bril/lens
- Criminaliteit = een ziekte
- Crimineel = een patiënt
- Doel = behandeling
Criminelen als patiënten die geholpen moeten worden met een
behandeling

Verschillende psychologische stromingen:
- Psychodynamische theorieën
- Gedrags- (en leer-) psychologie
- Persoonlijkheidspsychologie
- Cognitieve psychologie
- Sociale psychologie

1.1 Psychodynamische theorieën
Grondlegger = Freud

- Theorie menselijke persoonlijkheid en bewustzijn
o Hecht belang aan het onebuwst
Freud stelde dat een groot deel van ons gedrag wordt
beïnvloed door onbewuste driften en verlangens.
o Hypothese: onbewuste spelt belanrijke rol bij de verklaring van
crimi en anti-soc gedrag

Freud deelde de menselijke geest op in drie delen:
1. Id (instincten)
o Het primitieve, instinctieve deel van de geest.
o Gericht op directe behoeftebevrediging: "Ik wil het nu!"

, o Stuur door lust en impulsen.
2. Ego (realiteit)
o Het rationele en bewuste deel van de persoonlijkheid.
o Probeert evenwicht te vinden tussen:
 de verlangens van het id
 wat realistisch en sociaal acceptabel is.
3. Superego (moraliteit)
o De innerlijke stem van het geweten.
o Vertegenwoordigt normen, waarden en idealen.

Criminaliteit volgens Freud:
→ Crimineel gedrag ontstaat wanneer deze drie delen uit balans zijn.
Bijv. een sterk id en een zwak superego = impulsief of antisociaal gedrag.

- Verklaring voor ALLE menselijke gedrag (…. dus … ook antisociaal
gedrag!)
o Meest directe aanknopingspunt: dual instinct theory
Dual instinct theorie: eros en Thanatos
Dual instinct theorie Freud geloofde in twee fundamentele driften:

1. Eros (levensdrift)
o Gericht op leven, liefde, seksualiteit, verbinding.
2. Thanatos (doodsdrift)
o Gericht op agressie, vernietiging en zelfdestructie.

Criminaliteit:
→ Agressie en crimineel gedrag zijn uitingen van de doodsdrift, vooral
wanneer iemand traumatische ervaringen heeft gehad.

Naast de drifttheorie koppelde Freud crimineel gedrag ook aan:
 ontwikkelingsstoornissen (bijv. problemen in de vroege kindertijd),
 onvoldoende ontwikkeling van het superego,
 conflicten tussen id, ego en superego.


Worden nu als niet wetenschappelijk beschouwd
- Kritiek: deteministische visie


1.2 Gedrags – en leerpsychologie
Bestudeerd waarneembaar gedrag
 Verklaren aan de hand van een deteministische visie (stimuli),
prikkels die bepaalde reacties bevorderd.
- Gedrag = reactie op een prikkel/stimuli

,Mens als “black box”
- Black box: deze theorieen zeggen niks over wat er in het hoofd van
de mensen gebeurt, kijkt enkel naar gedrag dat voortkomt uit het
contact met een stimulus.

Vooral gebruik van dierenexperimenten

Daarna: meer aandacht aan de mentale processen (leerpsychologie)

Leerpsychologie:

- Drie grote theorieën
Legende:

OS: ‘onvoorwaardelijke’ of
‘ongeconditioneerde’ stimulus

OR: de ‘onvoorwaardelijke
respons’

CS: ‘voorwaardelijke’ of
‘conditionele’ stimulus

CR: ‘conditionele’ of
‘voorwaardelijke’ respons



1.2.1 Gedrags- en leerpsychologie: 1) klassieke of Pavloviaanse
conditionering
Klassieke conditionering:

Passief leerproces
- Externe stimulus

Stap 1: Normale, ongeconditioneerde situatie = Eten (OS) 
speekselsecretie (OR)

Stap 2: Belgeluid  doet niets, oriënteringsreflex

Stap 3: Belgeluid (CS) + eten (OS)  speeksel (+ herhaling)

Stap 4: Belgeluid (CS)  speeksel (CR)

Bv: iemand word tijdens een wandeling lastiggevallen door een groep
jongeren (meerder keren op dezelfde plek)
- Dit is de stimulus
Die persoon gaat als reactie een Andere weg nemen, want die weg maakt
hem angstig

, Maar onvoldoende voor leerproces goed te begrijpen

1.2.2 Gedrags- en leerpsychologie: 2) Operante conditionering
Operante conditionering:

Minder passief leerproces
 Mensen leren van de gevolgen van hun acties
- Leren als hun gedragingen worden bekrachtigd of bestraft
Bekrachtiging en bestraffing kunnen beide positief of negatief
- Toedienen van een stimulus : positief
- Wegnemen van een stimulus : negatief
Bestraft: mensen leren dat dit gedrag slecht is
bekracht: mensen leren dat ze iets goed doen




Maar onvoldoende voor leerproces goed te begrijpen
$9.44
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
clementanaelle07

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
clementanaelle07 Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 month
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
3 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions