HC 1: GGZ-VOLWASSENEN: ORGANISATIE EN BELEID
DOEL VAN GGZ
Ziekte: medisch biologische afwijking → objectief vast te stellen
Geestelijke ziekte: afwijking in normaal functioneren → niet objectief vast te stellen
- Gezondheidszorg alleen vr zieke mensen
Determinanten model gezondheid: gezondheid staat centraal; belangrijke factoren:
- Bio factoren (erfelijkheid)
- Omgevingsfactoren (fysiek en sociaal)
- Leefstijl en risicogedrag
- Gezondheidszorg zelf (zorgvoorzieningen)
3 dimensies gh:
- Lichamelijke gh: geen lichaamsstoornissen/-beperkingen
- Psych gh: oriëntatie nr tijd/plaats/persoon, KT-/LT-geheugen, geen angst/stress
- Sociale gh: goed functioneren/participeren in samenleving
Ervaren gh: alg. maat vr kwaliteit van leven
Er bestaat geen eenduidige, algemeen aanvaarde definitie van 'normaal'.
- Psych stoornis: gekenmerkt door een syndroom met klinisch significante symptomen
- Disfunctioneren: last hebben van opvallende kenmerken in denken/voelen/handelen
DSM-classificatie: label voor de ordening van symptomen (naam voor een patroon), nuttig voor
wetenschap en communicatie
- Diagnose: breder, vereist een analyse van de ernst/omstandigheden/bijdragende factoren.
- Verklaringsmodel (casusconceptualisatie): persoonlijk verhaal over het ontstaan van de
klachten en vormt de basis van het behandelplan
Is een DSM-stoornis nodig?
- Ja?
o Als iedereen terecht kan → # patiënten/kosten omhoog
o Kan ten koste gaan van mensen die t echt nodig hebben
- Nee?
o Vaststellen van DSM-classificatie is niet erg betrouwbaar
o DSM is slechts een classificatie, zegt minder over ernst
- Wat is beter? → zorgzwaarte: symptomen mr ook ernst/impact
Sectoren/branches in gz:
- Sector cure: acute/chronische lichamelijke aandoeningen behandelen/genezen
- Sector care: ouderenzorg, thuiszorginstellingen, verpleeg-/verzorgingshuizen
- Sector GGZ: geestelijke gezondheidsvoorzieningen bieden aan mensen met psych
stoornissen of ernstige psychosociale problemen
- Sector maatschappelijke zorg: dak-/thuislozen-/vrouwen-/crisisopvang
Gezondheidswinst: zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk beter maken
Prevalentie DSM-stoornis
- 20-25% volw. bevolking (3.5mlj mensen)
- 1mlj GGZ-patiënten
1
,ZORGSTELSEL
1e stelselwijziging GGZ:
- Minder ‘bedden’ → minder/kortere opnames
- Meer kortdurende ambulante zorg en minder langdurige ambulante zorg
- Doel → betere zorg & minder kosten
2e stelselwijziging GGZ:
- Administratief en financieel
o Minder registratie
o Vergoeding o.b.v. zorgprestaties (bijv. consult, nacht in zh)
o Geen onderscheid directe en indirecte tijd
- Zorg gekoppeld aan zorgzwaarte en niet DSM
o ‘Ziekte’ wordt anders gedefinieerd
o Gemeten met HONOS (19 vragen)
Idee achter wijzigingen in zorgstelsel 2014:
- Meer mensen nr POH
- Meer mensen nr basis GGZ
- Minder mensen nr specialistische GGZ
Eerstelijns gz = huisarts (generalistische zorg)
- Direct toegankelijk
o Luisterend oor; medicatie; verwijzing
- Praktijk Ondersteuner Huisarts (POH) werkt onder verantwoordelijkheid huisarts
- Sinds 2014 extra financiering om POH-GGZ aan te nemen
- Strikt genomen geen GGZ
- Laagdrempelig, geen eigen risico
- Regionalisatie: ordening van zorgvoorzieningen in geografisch opzicht
- Transmurale zorg: eerstelijnszorg (generaal) verbinden met tweedelijnszorg (specialisme)
Tweedelijns gz = GGZ (aanspreken eigen risico)
- Zelfstandige praktijken
o Alleen ambulante zorg: basis-GGZ (BGGZ) en specialistische-GGZ (SGGZ)
- GGZ-instellingen
o Ambulante zorg: BGGZ en SGGZ, psychiater
o Dagbehandeling
o (Kortdurende) opname
o Crisisdienst
- Medische zorg: diagnostiek en therapie
- Verpleegkundige zorg: verpleging, org, begeleiding, persoonlijke verzorging
- Maatschappelijke zorg: verschaffen van huisvesting/voeding/kleding, aanbieden van
arbeid/onderwijs, immateriële hulpverlening
- Pedagogische zorg: onderwijs/opvoeding in kader van een lichamelijke/verstandelijke/
zintuigelijke handicap
Derdelijns gz = ultragespecialiseerde zorg (regionaal/landelijk georganiseerd)
- Zorg die relatief weinig voorkomt
- Superspecialisme
2
,Basis vs. specialistische GGZ
- BGGZ (2014): kortdurende hulpverlening
o Meeste patiënten hebben voldoende aan korte behandeling (max 750 min)
Kort: 300 min
Middel: 500 min
Intensief: 750 min
Chronisch: 750 min → patiënten met EPA (ernstige psychiatrische
aandoeningen)
o Milde/lichte problematiek
o Sinds 2022 vrijwel verdwenen
- SGGZ: zorg die langdurend mag zijn
o Vooral vr meer ernstige patiënten
o Kan ook intensiever zijn (i.p.v. dagbehandeling)
o Kan ook zorg vr chronische patiënten zijn
EPA
FACT-team
Knelpunten → kwaliteit, toegankelijkheid, en betaalbaarheid in gevaar:
- Nadruk op zorg i.p.v. mens als geheel
- Lange wachttijden
- Toenemende instroom
- Problemen bij diagnosestelling
- EPA-patiënten (te) lang in zorg
WAT LEVERT GGZ OP
Resultaten indelen in:
- Hersteld: geen klachten meer → baat bij
36-84%, gem 50-60%
behandeling
- Verbeterd: minder klachten → baat bij behandeling
- Onveranderd: evenveel klachten (14-53%)
- Verslechterd: meer klachten (0-15%)
Verschillen verklaard door:
- Andere patiëntenpopulatie
- Hulpverleners beter/slechter geschoold
- Andere therapieën aangeboden
- (Minder) goede organisatie
WACHTLIJSTEN
Hoe los je wachtlijsten op?
- Meer geld → meer therapeuten
- Behandelingen efficiënter maken
o Behandelingen eerder afsluiten (NB chronisch)
o Meer online behandeling
- Betere samenwerking vers. vormen van zorg
o Meer nr sociale domeinen (voorzieningen binnen gemeente)
3
, HC 2: ETHISCHE EN JURIDISCHE ASPECTEN
INLEIDING (GEZONDHEIDS)RECHT
Gezondheidsrecht: regelt verhoudingen tussen hulpverlener en cliënt
- Goede zorg
o Veiligheid; doelmatigheid; cliëntgerichtheid; respect
- Goed hulpverlenerschap
- Professionele standaard: geheel van normen dat vr n bepaalde beroepsgroep geldt
- Prof autonomie
- Prof verantwoordelijkheid in vers. situaties
Autonomie cliënt: GZ-psych houdt rekening met wensen van cliënt
- Niet starten van behandeling die cliënt niet wenst
- Cliënt helpen eigen beslissingen te maken
- Recht op zelfbeschikking (o.a. informed consent)
Belang van recht vr GZ:
- Dagelijkste ‘kost’
- Regels voor verhouding met cliënt
- Rechten van cliënt
- Eisen aan beroepsuitoefening
- Eisen aan kwaliteit van werk
Een ‘recht’ op:
- Beschikbare/bereikbare zorg
- Keuze(-info)
- Verantwoorde zorg
- Info, toestemming, dossiervorming
- Privacy
- Effectieve en laagdrempelige klachten/geschillenbeslechting
- Medezeggenschap en goed bestuur
Rechtsbeginselen: algemene normen die het fundament vormen vr het recht
- Zelfbeschikking
o Toestemming
o Deugdelijk informeren → zorgvuldig besluit behandeling
- Bescherming
- Gelijkheid
Moraal: geheel van normen/waarden dat wordt gehanteerd door een persoon of groep
Ethiek: nadenken over en analyseren van moraal
Recht: ontstaat als er in de samenleving een zekere consensus bestaat over wat moreel goed is
GOED HULPVERLENERSCHAP
Medisch professionele standaard: handelen volgens huidige normen van beroepsgroep, volgens
huidige stand van wetenschap en techniek
- Ligt vast in protocollen
- Afwijken alleen mogelijk mist goed uitgelegd/vastgelegd
4
DOEL VAN GGZ
Ziekte: medisch biologische afwijking → objectief vast te stellen
Geestelijke ziekte: afwijking in normaal functioneren → niet objectief vast te stellen
- Gezondheidszorg alleen vr zieke mensen
Determinanten model gezondheid: gezondheid staat centraal; belangrijke factoren:
- Bio factoren (erfelijkheid)
- Omgevingsfactoren (fysiek en sociaal)
- Leefstijl en risicogedrag
- Gezondheidszorg zelf (zorgvoorzieningen)
3 dimensies gh:
- Lichamelijke gh: geen lichaamsstoornissen/-beperkingen
- Psych gh: oriëntatie nr tijd/plaats/persoon, KT-/LT-geheugen, geen angst/stress
- Sociale gh: goed functioneren/participeren in samenleving
Ervaren gh: alg. maat vr kwaliteit van leven
Er bestaat geen eenduidige, algemeen aanvaarde definitie van 'normaal'.
- Psych stoornis: gekenmerkt door een syndroom met klinisch significante symptomen
- Disfunctioneren: last hebben van opvallende kenmerken in denken/voelen/handelen
DSM-classificatie: label voor de ordening van symptomen (naam voor een patroon), nuttig voor
wetenschap en communicatie
- Diagnose: breder, vereist een analyse van de ernst/omstandigheden/bijdragende factoren.
- Verklaringsmodel (casusconceptualisatie): persoonlijk verhaal over het ontstaan van de
klachten en vormt de basis van het behandelplan
Is een DSM-stoornis nodig?
- Ja?
o Als iedereen terecht kan → # patiënten/kosten omhoog
o Kan ten koste gaan van mensen die t echt nodig hebben
- Nee?
o Vaststellen van DSM-classificatie is niet erg betrouwbaar
o DSM is slechts een classificatie, zegt minder over ernst
- Wat is beter? → zorgzwaarte: symptomen mr ook ernst/impact
Sectoren/branches in gz:
- Sector cure: acute/chronische lichamelijke aandoeningen behandelen/genezen
- Sector care: ouderenzorg, thuiszorginstellingen, verpleeg-/verzorgingshuizen
- Sector GGZ: geestelijke gezondheidsvoorzieningen bieden aan mensen met psych
stoornissen of ernstige psychosociale problemen
- Sector maatschappelijke zorg: dak-/thuislozen-/vrouwen-/crisisopvang
Gezondheidswinst: zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk beter maken
Prevalentie DSM-stoornis
- 20-25% volw. bevolking (3.5mlj mensen)
- 1mlj GGZ-patiënten
1
,ZORGSTELSEL
1e stelselwijziging GGZ:
- Minder ‘bedden’ → minder/kortere opnames
- Meer kortdurende ambulante zorg en minder langdurige ambulante zorg
- Doel → betere zorg & minder kosten
2e stelselwijziging GGZ:
- Administratief en financieel
o Minder registratie
o Vergoeding o.b.v. zorgprestaties (bijv. consult, nacht in zh)
o Geen onderscheid directe en indirecte tijd
- Zorg gekoppeld aan zorgzwaarte en niet DSM
o ‘Ziekte’ wordt anders gedefinieerd
o Gemeten met HONOS (19 vragen)
Idee achter wijzigingen in zorgstelsel 2014:
- Meer mensen nr POH
- Meer mensen nr basis GGZ
- Minder mensen nr specialistische GGZ
Eerstelijns gz = huisarts (generalistische zorg)
- Direct toegankelijk
o Luisterend oor; medicatie; verwijzing
- Praktijk Ondersteuner Huisarts (POH) werkt onder verantwoordelijkheid huisarts
- Sinds 2014 extra financiering om POH-GGZ aan te nemen
- Strikt genomen geen GGZ
- Laagdrempelig, geen eigen risico
- Regionalisatie: ordening van zorgvoorzieningen in geografisch opzicht
- Transmurale zorg: eerstelijnszorg (generaal) verbinden met tweedelijnszorg (specialisme)
Tweedelijns gz = GGZ (aanspreken eigen risico)
- Zelfstandige praktijken
o Alleen ambulante zorg: basis-GGZ (BGGZ) en specialistische-GGZ (SGGZ)
- GGZ-instellingen
o Ambulante zorg: BGGZ en SGGZ, psychiater
o Dagbehandeling
o (Kortdurende) opname
o Crisisdienst
- Medische zorg: diagnostiek en therapie
- Verpleegkundige zorg: verpleging, org, begeleiding, persoonlijke verzorging
- Maatschappelijke zorg: verschaffen van huisvesting/voeding/kleding, aanbieden van
arbeid/onderwijs, immateriële hulpverlening
- Pedagogische zorg: onderwijs/opvoeding in kader van een lichamelijke/verstandelijke/
zintuigelijke handicap
Derdelijns gz = ultragespecialiseerde zorg (regionaal/landelijk georganiseerd)
- Zorg die relatief weinig voorkomt
- Superspecialisme
2
,Basis vs. specialistische GGZ
- BGGZ (2014): kortdurende hulpverlening
o Meeste patiënten hebben voldoende aan korte behandeling (max 750 min)
Kort: 300 min
Middel: 500 min
Intensief: 750 min
Chronisch: 750 min → patiënten met EPA (ernstige psychiatrische
aandoeningen)
o Milde/lichte problematiek
o Sinds 2022 vrijwel verdwenen
- SGGZ: zorg die langdurend mag zijn
o Vooral vr meer ernstige patiënten
o Kan ook intensiever zijn (i.p.v. dagbehandeling)
o Kan ook zorg vr chronische patiënten zijn
EPA
FACT-team
Knelpunten → kwaliteit, toegankelijkheid, en betaalbaarheid in gevaar:
- Nadruk op zorg i.p.v. mens als geheel
- Lange wachttijden
- Toenemende instroom
- Problemen bij diagnosestelling
- EPA-patiënten (te) lang in zorg
WAT LEVERT GGZ OP
Resultaten indelen in:
- Hersteld: geen klachten meer → baat bij
36-84%, gem 50-60%
behandeling
- Verbeterd: minder klachten → baat bij behandeling
- Onveranderd: evenveel klachten (14-53%)
- Verslechterd: meer klachten (0-15%)
Verschillen verklaard door:
- Andere patiëntenpopulatie
- Hulpverleners beter/slechter geschoold
- Andere therapieën aangeboden
- (Minder) goede organisatie
WACHTLIJSTEN
Hoe los je wachtlijsten op?
- Meer geld → meer therapeuten
- Behandelingen efficiënter maken
o Behandelingen eerder afsluiten (NB chronisch)
o Meer online behandeling
- Betere samenwerking vers. vormen van zorg
o Meer nr sociale domeinen (voorzieningen binnen gemeente)
3
, HC 2: ETHISCHE EN JURIDISCHE ASPECTEN
INLEIDING (GEZONDHEIDS)RECHT
Gezondheidsrecht: regelt verhoudingen tussen hulpverlener en cliënt
- Goede zorg
o Veiligheid; doelmatigheid; cliëntgerichtheid; respect
- Goed hulpverlenerschap
- Professionele standaard: geheel van normen dat vr n bepaalde beroepsgroep geldt
- Prof autonomie
- Prof verantwoordelijkheid in vers. situaties
Autonomie cliënt: GZ-psych houdt rekening met wensen van cliënt
- Niet starten van behandeling die cliënt niet wenst
- Cliënt helpen eigen beslissingen te maken
- Recht op zelfbeschikking (o.a. informed consent)
Belang van recht vr GZ:
- Dagelijkste ‘kost’
- Regels voor verhouding met cliënt
- Rechten van cliënt
- Eisen aan beroepsuitoefening
- Eisen aan kwaliteit van werk
Een ‘recht’ op:
- Beschikbare/bereikbare zorg
- Keuze(-info)
- Verantwoorde zorg
- Info, toestemming, dossiervorming
- Privacy
- Effectieve en laagdrempelige klachten/geschillenbeslechting
- Medezeggenschap en goed bestuur
Rechtsbeginselen: algemene normen die het fundament vormen vr het recht
- Zelfbeschikking
o Toestemming
o Deugdelijk informeren → zorgvuldig besluit behandeling
- Bescherming
- Gelijkheid
Moraal: geheel van normen/waarden dat wordt gehanteerd door een persoon of groep
Ethiek: nadenken over en analyseren van moraal
Recht: ontstaat als er in de samenleving een zekere consensus bestaat over wat moreel goed is
GOED HULPVERLENERSCHAP
Medisch professionele standaard: handelen volgens huidige normen van beroepsgroep, volgens
huidige stand van wetenschap en techniek
- Ligt vast in protocollen
- Afwijken alleen mogelijk mist goed uitgelegd/vastgelegd
4