Hoofstuk 1: Veiligheid, over wat gaat het?
1. Kernbegrippen
1.1 Wat is veiligheid?
Veiligheid betekent het effectief beschermd zijn én zich beschermd voelen tegen
persoonlijk leed (=schade), tegen de aantasting van de lichamelijke en geestelijke
integriteit.
Het draait dus om bescherming tegen:
• Lichamelijk leed: verwonding, ongeval, onnatuurlijke dood.
• Geestelijk leed: angst, stress, trauma, psychische schade.
Een situatie is onveilig als er sprake is van leed – rechtstreeks (door een dader of
ongeval) of onrechtstreeks (bijvoorbeeld financieel of emotioneel gevolg van schade).
Voorbeeld: een woningbrand → lichamelijk en materieel leed → dus een
veiligheidskwestie.
1.2 Veiligheidszorg en veiligheidsbeleid
• Veiligheidszorg = alles wat mensen doen om lichamelijke en geestelijke
integriteit te beschermen.
→ Iedereen doet aan veiligheidszorg, vaak onbewust (fietshelm dragen, deur
op slot doen, rookmelder plaatsen...).
• Veiligheidsbeleid = het geheel aan maatregelen dat door een overheid,
organisatie of bedrijf wordt genomen om veiligheid te waarborgen.
→ Dit gebeurt planmatig, vaak vastgelegd in een veiligheidsplan.
→ Voorbeeld: evacuatieplannen, camerabeleid, brandpreventiebeleid.
Kort gezegd: veiligheidsbeleid is georganiseerd, veiligheidszorg is het bredere
geheel van alle acties die veiligheid nastreven.
1.3 De integrale bril
“Integrale veiligheid” betekent: een veiligheidsprobleem bekijken in zijn volledige
samenhang, over de grenzen van tijd, plaats, disciplines en betrokken partijen heen.
Een veiligheidskundige kijkt niet naar één detail, maar naar het geheel.
,De vier dimensies van de integrale bril:
1. Tijd
Veiligheidsproblemen zijn nooit een momentopname: ze hebben een
geschiedenis en gevolgen.
→ Kijk naar oorzaak, verloop, nazorg en preventie.
Centrale vraag: Hoe is het probleem ontstaan, wat kan nog volgen, en hoe
voorkomen we herhaling?
2. Ruimte
Problemen blijven zelden lokaal.
→ Denk aan schaal: straat, wijk, stad, land, wereld.
→ Let op het verplaatsingseffect: maatregelen op één plek kunnen het
probleem verplaatsen naar elders.
3. Sociale netwerken
Veiligheid vraagt samenwerking tussen burgers, politie, hulpdiensten, scholen,
bedrijven…
→ Communicatie en informatie-uitwisseling zijn cruciaal.
4. Kennisgebieden
Complexe veiligheidsproblemen vragen een multidisciplinaire aanpak
(juridisch, psychologisch, technisch, sociologisch…).
→ Geen enkele discipline heeft alleen het juiste antwoord.
Doel van de integrale bril: het geheel begrijpen en actoren verbinden voor
duurzame oplossingen.
1.4 Safety & Security
Term Betekenis Type oorzaak Voorbeelden
Onbedoeld gevaar – Niet-menselijke of Brandveiligheid,
Safety bescherming tegen onopzettelijke arbeidsongevallen,
ongelukken oorzaak overstroming
Bewust kwaad opzet –
Menselijke, Diefstal, sabotage, hacking,
Security bescherming tegen
intentionele oorzaak terrorisme
criminaliteit
Kort:
• Safety = fysieke veiligheid
• Security = sociale veiligheid
, 2. Veiligheid: feiten of beleving?
Veiligheid heeft twee dimensies:
2.1 Objectieve veiligheid
= De feitelijke veiligheid, gebaseerd op meetbare gegevens (statistieken,
registraties).
Voorbeelden: aantal verkeersongevallen, misdrijven, branden, arbeidsongevallen.
Probleem: deze cijfers zijn onvolledig (het “dark number”).
Niet alles wordt aangegeven of geregistreerd → daardoor is de “echte” onveiligheid
groter.
2.2 Subjectieve veiligheid
= De beleving van veiligheid: in welke mate mensen zich veilig voelen.
Iedereen beleeft dit anders.
Voorbeeld: iemand voelt zich onveilig in een park ’s nachts, ook al gebeuren daar
weinig incidenten.
De Veiligheidsmonitor (grootschalige enquête) meet dit in België.
2.3 Verband tussen objectieve en subjectieve veiligheid
Beide beïnvloeden elkaar, maar lopen niet altijd gelijk:
• Hoge criminaliteitscijfers → mensen voelen zich onveilig.
• Of omgekeerd: lage criminaliteit, maar mensen denken dat het gevaarlijk is
(door media of geruchten).
Goede veiligheidsaanpak = aandacht voor beide!
3. Sociale versus fysieke veiligheid
Er zijn twee hoofdcategorieën van veiligheid:
3.1 Sociale veiligheid
= Bescherming tegen leed dat door andere mensen wordt veroorzaakt
(intentioneel).
Het gaat om handelingen, misdrijven, overlast, of conflicten tussen mensen of
groepen.
Subthema’s:
1. Criminaliteit
Alles wat strafbaar is volgens wet of decreet (overtredingen, wanbedrijven,
misdaden).
Voorbeeld: diefstal, geweld, fraude, drugs.
→ Criminaliteit verandert mee met de tijd en maatschappij.