METHODEN VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK, DEEL 1
Les 2: inleiding, hypothesen formuleren
1. INLEIDING
1.1 niet-wetenschappelijke methoden om kennis te vergaren
- Vasthoudendheid (tenacity)
- Intuïtie
- Autoriteit
- Rationalisme
- Empirie
1.1.1 vasthoudendheid (tenacity)
- we accepteren informatie als waar omdat het altijd al zo geweest is of omdat
bijgeloof de informatie ondersteunt
het is dus gebasseerd op gewoonte of bijgeloof
we geloven iets omdat we het altijd al geloofd hebben, zoals clicheés
o bv. tegengestelden trekken elkaar aan
of we geloven iets omdat bepaalde overtuigingen worden voorgeseld als
feiten
o bv. als een spiegel breekt levert dit 7 jaar ongeluk op
- maar deze info kan foutief zijn en het corrigeren van deze geloven is zeer
moeilijk
het is niet zo omdat iedereen iets zegt of gelooft dat het ook effectief zo is
maar als iedereen iets gelooft is het heel moeilijk om die gedachtegang
te corrigeren
1.1.2 intuïtie
- we accepteren informatie als waar, omdat dit juist aanvoelt
het is gebaseerd op een buikgevoel, voorgevoel of instinct
door intuïtief te denken beschikken we over een sneller manier om vragen
te beantwoorden
intuïtief denken wordt vaak gebruikt als we geen enkele andere
informatie hebben
Ethische vraagstukken of morele dilemma’s worden vaak opgelost met
de methode van intuïtie
o Bv. ik voel aan dat mijn vriend een slechte dag heeft
- Maar, er is geen enkele manier om accurate en foutieve info te onderscheiden
We kunnen intuïtie niet toetsen, er moet dus voorzichtig mee omgegaan
worden
1.1.3 Autoriteit
- We accepteren informatie als waar, omdat de informatie afkomstig is van een
expert rond dat onderwerp
Het is gebaseerd op vertrouwen dat we hebben in een autoriteit, expert
Dit kan o.a zijn: Consulteren van een expert, het werk lezen van een
expert, “Google it”, boeken, TV, internet, etc.
o Een expert kan heel breed gezien worden: het kan een fysiek
persoon zijn, maar het kan ook gezien worde als een boek lezen van
een expert
- Vaak een prima startpunt om kennis te vergaren, snel en makkelijk
, Omvat ook de methode van geloof: blind vertrouwen in een
autoriteitsfiguur waardoor we diens info accepteren zonder twijfel of
toetsing
Het vertrouwen van een expert kan ook heel snel omslaan naar geloof
o Je gaat zomaar geloven wat de expert zegt zonder daar verder over
na te enken of verdere vragen te stellen
- Maar, het levert niet altijd accurate info op: experts kunnen gebiast zijn, info
kan een subjectieve opinie reflecteren, expertise wordt gegeneraliseerd naar
andere domeinen, de expertise wordt niet in vraag gesteld, expert is niet echt
een expert
1.1.4 Rationalisme
- Men gaat antwoorden zoeken door logisch te redeneren
We vertrekken van een set gekende feiten of assumpties (= premissen) en
gebruiken logica om tot een conclusie of antwoord te komen
Uit die premissen komt door logisch te redeneren een logische conclusie
o We gaan dit ook niet verder in vraag stellen
Voorbeeld:
Indien de premissen waar zijn en de gehanteerde logica is correct, dan is
de conclusie sowieso correct
o Let op: de rationale methode start pas NA de premissen
o Bij deze methode wordt er geen info verzameld, geen observaties,
geen evidentie, etc.
- Vaak gebruikt om alternatieven logisch af te wegen, zonder alle mogelijkheden
ook daadwerkelijk uit te proberen
Bv. op de dag van een examen is je auto stuk: wat zijn mogelijke
alternatieven om tijdig op het examen te geraken?
- Maar:
Alles valt of staat bij de juistheid van de premissen
Bv. een angstaanjagende ervaring met een hond veroorzaakt angst voor
honden in de toekomst
Alles valt of staat bij de juistheid van het logisch redeneren, maar we zijn
niet zo goed in logisch redeneren
We kunnen zo goed redeneren als we willen, maar als de premissen fout
zijn dan haalt dat niets uit
- Voorbeeld van invalide conclusie:
1.1.5 Empirie
, - Je moet antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische
ervaring
“Alle kennis wordt verworven door de zintuigen”
Hier gaan we effectief iets doen: we kunnen al heel veel uit de wereld
bereiken puur door onze zintuigen
Bv. “in de zomer is het warmer dan in de winter”
o Hoe weten we dat? -> we kunnen dit voelen met onze zintuigen
- Veel antwoorden zijn beschikbaar door de wereld rond ons te observeren
- Maar:
Onze waarneming en interpretatie van de wereld rond ons zijn niet altijd
correct
Sensorische ervaring kan ons misleiden (e.g., visuele illusies)
o De lijnen zijn allebei evenlang, maar het lijkt alsof de onderste lijn
langer is
Dit is een voorbeeld van hoe onze waarnemingen/zintuigen het
fout kunnen hebben
Invloed van voorkennis, verwachtingen, gevoelens, overtuigingen op
perceptie
Misinterpretatie van sensorische ervaring
Kost tijd: met de empirische methode ga je bij een probleem
verschillende oplossingen uitproberen ( rationele methode) = trial-
and-error
o Bv. je auto is stuk voor je examen: Volgens deze methode zou je dan
met de bus gaan en timen, dan met de fiets gaan en timen, dan te
voet gaan en timen,… om na te gaan welke methode de beste optie
is
Kan gevaarlijk zijn (e.g., zijn deze paddenstoelen eetbaar of giftig?)
1.1.6 Samenvatting
- Niet-kritische technieken, nuttig voor het snel beantwoorden van vragen die
geen belangrijke consequenties hebben indien een fout antwoord
geaccepteerd wordt
Vasthoudendheid (tenacity)
Intuïtie
Autoriteit
- Stellen meer eisen aan de info en antwoorden die ze produceren. Cruciale
componenten van de wetenschappelijke methode
Rationalisme
Empirie
1.2 de wetenschappelijke methode
= Manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd worden
en er vervolgens systematisch naar antwoorden gezocht wordt
- Ook de wetenschappelijke methode bevat verschillende elementen van de
niet-wetenschappelijke methoden
, Deze combinatie tracht de beperkingen van individuele methoden te
vermijden
- Het doel van wetenschappelijke methdoe is om zo accuraat mogelijke
antwoorden bekomen
Dit bevat verschillende stappen
1.2.1 Stap 1: oberseveren
- het begint met observatie van gedrag of andere fenomenen
dit trekt je aandacht en roept vragen op
de observaties zijn vaak informeel, natuurlijk, niet gepland en niet
systematisch
obervaties kunnen direct of indirect zijn
obervaties worden vaak gegeneraliseerd: inductie -> op basis van enkele
observaties wordt een algemene conclusie bereikt
vb. uit onderzoek dat onderzoekers merkten dat mensen vloeken telkens
als ze pijn ervaren
o vloeken is een gebruikelijke, bijne universele, reactie op pijn
(gegeneraliseerd)
1.2.2 Stap 2: hypothesen vormen
- Van de algemene stelling die er zijn, kunnen specifieke hypotheses gevormd
worden
We gaan identificieren welke variabelen geassocieerd zijn met de
observatie
Variabelen: karakteristieken of condities die variëren binnen en/of tussen
verschillende personen
o Bv. leeftijd, gezondheidstoestand, persoonlijkheid, intelligentie, etc.
De observaties van stap 1 kunnen beïnvloed worden door verschillende
variabelen en deze kunnen de observaties (deels) verklaren
Vb. de geobserveerde relatie tussen pijn en vloeken kan beïnvloed
worden door verschillende andere variabelen (acute versus chronische
pijn, alleen of in aanwezigheid van anderen, persoonlijkheid, etc.)
- Wat we gaan doen: Selecteer één van de mogelijke verklaringen voor de
observatie die je gaat evalueren in een wetenschappelijke studie =
HYPOTHESE
Deze wordt vervolgens geëvalueerd in een wetenschappelijk onderzoek
Er zijn meerdere mogelijke verklaringen, dus degene die hier gekozen is,
is niet altijd de definitieve verklaring
o Andere mogelijke verklaringen worden niet ontkend, maar (voorlopig)
niet opgenomen -> ze worden even aan de kant geschoven
De hypothese bevat een beschrijving/verklaring van een relatie tussen
variabelen
De hypothese is geen definitieve verklaring, maar een mogelijke,
voorlopige verklaring die getest en kritisch geëvalueerd moet worden
Vb. vloeken is een gebruikelijke reactie op pijn omdat het vloeken de
ervaring van pijn wijzigt en de ervaren intensiteit van de pijn vermindert
o Hier zijn al een aantal variabele gekozen, een mogelijke verklaring
van het fenomeen
1.2.3 Stap 3: predicties vormen
Les 2: inleiding, hypothesen formuleren
1. INLEIDING
1.1 niet-wetenschappelijke methoden om kennis te vergaren
- Vasthoudendheid (tenacity)
- Intuïtie
- Autoriteit
- Rationalisme
- Empirie
1.1.1 vasthoudendheid (tenacity)
- we accepteren informatie als waar omdat het altijd al zo geweest is of omdat
bijgeloof de informatie ondersteunt
het is dus gebasseerd op gewoonte of bijgeloof
we geloven iets omdat we het altijd al geloofd hebben, zoals clicheés
o bv. tegengestelden trekken elkaar aan
of we geloven iets omdat bepaalde overtuigingen worden voorgeseld als
feiten
o bv. als een spiegel breekt levert dit 7 jaar ongeluk op
- maar deze info kan foutief zijn en het corrigeren van deze geloven is zeer
moeilijk
het is niet zo omdat iedereen iets zegt of gelooft dat het ook effectief zo is
maar als iedereen iets gelooft is het heel moeilijk om die gedachtegang
te corrigeren
1.1.2 intuïtie
- we accepteren informatie als waar, omdat dit juist aanvoelt
het is gebaseerd op een buikgevoel, voorgevoel of instinct
door intuïtief te denken beschikken we over een sneller manier om vragen
te beantwoorden
intuïtief denken wordt vaak gebruikt als we geen enkele andere
informatie hebben
Ethische vraagstukken of morele dilemma’s worden vaak opgelost met
de methode van intuïtie
o Bv. ik voel aan dat mijn vriend een slechte dag heeft
- Maar, er is geen enkele manier om accurate en foutieve info te onderscheiden
We kunnen intuïtie niet toetsen, er moet dus voorzichtig mee omgegaan
worden
1.1.3 Autoriteit
- We accepteren informatie als waar, omdat de informatie afkomstig is van een
expert rond dat onderwerp
Het is gebaseerd op vertrouwen dat we hebben in een autoriteit, expert
Dit kan o.a zijn: Consulteren van een expert, het werk lezen van een
expert, “Google it”, boeken, TV, internet, etc.
o Een expert kan heel breed gezien worden: het kan een fysiek
persoon zijn, maar het kan ook gezien worde als een boek lezen van
een expert
- Vaak een prima startpunt om kennis te vergaren, snel en makkelijk
, Omvat ook de methode van geloof: blind vertrouwen in een
autoriteitsfiguur waardoor we diens info accepteren zonder twijfel of
toetsing
Het vertrouwen van een expert kan ook heel snel omslaan naar geloof
o Je gaat zomaar geloven wat de expert zegt zonder daar verder over
na te enken of verdere vragen te stellen
- Maar, het levert niet altijd accurate info op: experts kunnen gebiast zijn, info
kan een subjectieve opinie reflecteren, expertise wordt gegeneraliseerd naar
andere domeinen, de expertise wordt niet in vraag gesteld, expert is niet echt
een expert
1.1.4 Rationalisme
- Men gaat antwoorden zoeken door logisch te redeneren
We vertrekken van een set gekende feiten of assumpties (= premissen) en
gebruiken logica om tot een conclusie of antwoord te komen
Uit die premissen komt door logisch te redeneren een logische conclusie
o We gaan dit ook niet verder in vraag stellen
Voorbeeld:
Indien de premissen waar zijn en de gehanteerde logica is correct, dan is
de conclusie sowieso correct
o Let op: de rationale methode start pas NA de premissen
o Bij deze methode wordt er geen info verzameld, geen observaties,
geen evidentie, etc.
- Vaak gebruikt om alternatieven logisch af te wegen, zonder alle mogelijkheden
ook daadwerkelijk uit te proberen
Bv. op de dag van een examen is je auto stuk: wat zijn mogelijke
alternatieven om tijdig op het examen te geraken?
- Maar:
Alles valt of staat bij de juistheid van de premissen
Bv. een angstaanjagende ervaring met een hond veroorzaakt angst voor
honden in de toekomst
Alles valt of staat bij de juistheid van het logisch redeneren, maar we zijn
niet zo goed in logisch redeneren
We kunnen zo goed redeneren als we willen, maar als de premissen fout
zijn dan haalt dat niets uit
- Voorbeeld van invalide conclusie:
1.1.5 Empirie
, - Je moet antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische
ervaring
“Alle kennis wordt verworven door de zintuigen”
Hier gaan we effectief iets doen: we kunnen al heel veel uit de wereld
bereiken puur door onze zintuigen
Bv. “in de zomer is het warmer dan in de winter”
o Hoe weten we dat? -> we kunnen dit voelen met onze zintuigen
- Veel antwoorden zijn beschikbaar door de wereld rond ons te observeren
- Maar:
Onze waarneming en interpretatie van de wereld rond ons zijn niet altijd
correct
Sensorische ervaring kan ons misleiden (e.g., visuele illusies)
o De lijnen zijn allebei evenlang, maar het lijkt alsof de onderste lijn
langer is
Dit is een voorbeeld van hoe onze waarnemingen/zintuigen het
fout kunnen hebben
Invloed van voorkennis, verwachtingen, gevoelens, overtuigingen op
perceptie
Misinterpretatie van sensorische ervaring
Kost tijd: met de empirische methode ga je bij een probleem
verschillende oplossingen uitproberen ( rationele methode) = trial-
and-error
o Bv. je auto is stuk voor je examen: Volgens deze methode zou je dan
met de bus gaan en timen, dan met de fiets gaan en timen, dan te
voet gaan en timen,… om na te gaan welke methode de beste optie
is
Kan gevaarlijk zijn (e.g., zijn deze paddenstoelen eetbaar of giftig?)
1.1.6 Samenvatting
- Niet-kritische technieken, nuttig voor het snel beantwoorden van vragen die
geen belangrijke consequenties hebben indien een fout antwoord
geaccepteerd wordt
Vasthoudendheid (tenacity)
Intuïtie
Autoriteit
- Stellen meer eisen aan de info en antwoorden die ze produceren. Cruciale
componenten van de wetenschappelijke methode
Rationalisme
Empirie
1.2 de wetenschappelijke methode
= Manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd worden
en er vervolgens systematisch naar antwoorden gezocht wordt
- Ook de wetenschappelijke methode bevat verschillende elementen van de
niet-wetenschappelijke methoden
, Deze combinatie tracht de beperkingen van individuele methoden te
vermijden
- Het doel van wetenschappelijke methdoe is om zo accuraat mogelijke
antwoorden bekomen
Dit bevat verschillende stappen
1.2.1 Stap 1: oberseveren
- het begint met observatie van gedrag of andere fenomenen
dit trekt je aandacht en roept vragen op
de observaties zijn vaak informeel, natuurlijk, niet gepland en niet
systematisch
obervaties kunnen direct of indirect zijn
obervaties worden vaak gegeneraliseerd: inductie -> op basis van enkele
observaties wordt een algemene conclusie bereikt
vb. uit onderzoek dat onderzoekers merkten dat mensen vloeken telkens
als ze pijn ervaren
o vloeken is een gebruikelijke, bijne universele, reactie op pijn
(gegeneraliseerd)
1.2.2 Stap 2: hypothesen vormen
- Van de algemene stelling die er zijn, kunnen specifieke hypotheses gevormd
worden
We gaan identificieren welke variabelen geassocieerd zijn met de
observatie
Variabelen: karakteristieken of condities die variëren binnen en/of tussen
verschillende personen
o Bv. leeftijd, gezondheidstoestand, persoonlijkheid, intelligentie, etc.
De observaties van stap 1 kunnen beïnvloed worden door verschillende
variabelen en deze kunnen de observaties (deels) verklaren
Vb. de geobserveerde relatie tussen pijn en vloeken kan beïnvloed
worden door verschillende andere variabelen (acute versus chronische
pijn, alleen of in aanwezigheid van anderen, persoonlijkheid, etc.)
- Wat we gaan doen: Selecteer één van de mogelijke verklaringen voor de
observatie die je gaat evalueren in een wetenschappelijke studie =
HYPOTHESE
Deze wordt vervolgens geëvalueerd in een wetenschappelijk onderzoek
Er zijn meerdere mogelijke verklaringen, dus degene die hier gekozen is,
is niet altijd de definitieve verklaring
o Andere mogelijke verklaringen worden niet ontkend, maar (voorlopig)
niet opgenomen -> ze worden even aan de kant geschoven
De hypothese bevat een beschrijving/verklaring van een relatie tussen
variabelen
De hypothese is geen definitieve verklaring, maar een mogelijke,
voorlopige verklaring die getest en kritisch geëvalueerd moet worden
Vb. vloeken is een gebruikelijke reactie op pijn omdat het vloeken de
ervaring van pijn wijzigt en de ervaren intensiteit van de pijn vermindert
o Hier zijn al een aantal variabele gekozen, een mogelijke verklaring
van het fenomeen
1.2.3 Stap 3: predicties vormen