Medische kennis samenvatting
Naam: Chiara Bruggeman
Studentennummer: 414406
Klas: V1G1
Jaar: 2020/2021
School: Hanzehogeschool Groningen
1
,Inhoudsopgave
Voorpagina………………………………………………………………………………………………………………………………Blz. 1
Inhoudsopgave………………………………………………………………………………………………………………………..Blz. 2
Hoorcolleges week 1………………………………………………………………………………………………………………..Blz. 3
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 9…………………………………………………………………………………………Blz. 10
Klinische pathologie hoofdstuk 7, 7.3 alleen pneumothorax, 7.4 en 7.7 niet…………………….……..Blz. 21
Farmacologie hoofdstuk 9.3.2 eerste twee groepen, 9.3.3……………………………………………………...Blz. 25
Hoorcolleges week 2………………………………..………………………………………………………………………………Blz.27
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 7…………………………………………………………………………………………Blz.34
Klinische pathologie hoofdstuk 13.1 t/m 13.4………………………………………………………………………….Blz.53
Farmacologie hoofdstuk 7.3 t/m 7.3.6………………..…………………………………………………………………..Blz. 61
Hoorcolleges week 3…………………………………………………………………………………………………………..…..Blz. 63
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 8………………………………………………………………………………..………Blz. 71
Klinische pathologie hoofdstuk 14, 14.2.3 t/m 14.2.7 niet…….………………………………………………..Blz. 80
Hoorcolleges week 4……………………………………………………………………………………………………………….Blz.86
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 11………………..…………………………………………………………………….Blz. 91
Klinische pathologie hoofdstuk 16…………………………………..………………………………………………………Blz. 99
Farmacologie hoofdstuk 10.1…………………………..……………………………………………………………………..Blz. 105
Hoorcolleges week 5……………………………………………………………………………………………………………….Blz. 106
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 12.1 t/m 12.4.1, 12.11………………………………………………..……..Blz. 111
Klinische pathologie ‘vegetatief/autonoom zenuwstelsel’ en ‘thermobalans’…………………………Blz. 118
Hoorcolleges week 6………………………………………………………..……………………………………………………..Blz. 121
Farmacologie hoofdstuk 10.2.1 t/m 10.2.5……………………………………………………………………………..Blz. 126
2
,Hoorcolleges week 1
Anatomie en de opbouw van de luchtwegen (de wegen)
- Bovenste luchtwegen: neus, mond, keelholte, sinussen
- Onderste luchtwegen: van trachea tot de alveoli
Diffusie oppervlakte van de alveoli longblaasjes (gasuitwisseling)
- Gaswisseling vindt hier plaats door middel van diffusie
Spieren leveren de arbeid voor het in- en uitademen (arbeid voor de verversing)
- De ademhaling bewegingen, inspiratie en expiratie
- Onderbreken van het ademritme
Ventilatie (het verversen van de lucht)
- 0,35 liter verse lucht komt per inademing in de longblaasjes in rust
- Functionele residuele capaciteit (FRC) is de oude lucht in de longen en deze bedraagt 2 tot 3
liter in rust
- In rust wordt 10% van de oude lucht aldus vervangen door verse lucht
Perfusie van de longen (doorbloeding van de longen)
- Hartminuutvolume
- Regionale verschillen
De ventilatie en de perfusie moeten met elkaar matchen
Regulatie van de ademhaling door het ademhalingscentrum
- Rekkingssensoren en chemosensoren via de n. vagus (input)
- Ademhalingscentrum (sensorverwerking en regulatie)
- In- en uitademing, ademfrequentie en ademdiepte via n. phrenicus gaat naar middenrif en
nervi intercostales gaat naar de tussenribspieren(output)
Waarom is er ademhaling?
- Opname zuurstof
Nodig voor oxidatie (verbranding) van voedsel. Dit levert energie
- Afgifte CO2 en andere afvalproducten
Pleuraholte: het zakje (vliezen) waar de longen in zitten.
Keelholte heeft drie delen:
- Neusholte (nasopharynx)
- Mondholte (oropharynx)
- Keelholte (hypopharynx)
De buis van Eustachius vormt een verbinding tussen de neusholte met de oren
Strotklepje (epiglottis) heeft als werking dat tijdens het sikken het eten in de slokdarm gaat en niet
de luchtpijp in
Mensen na een herseninfarct hebben vaak geen controle meer over het strotklepje, dan heb je
slikproblemen
De eindtakjes van de luchtpijp noem je de terminale bronchiolie
Gaswisseling vind plaats in de longblaasjes
Zuurstof kan zich slecht oplossen in bloed, ze moeten vast zitten aan een ‘vervoerautootje’, dit is
hemoglobine. Dit gebeurt in de rode bloedcellen.
3
, Zuurstof bindt zich aan hemoglobine waar ook een zuur aan zit, hierdoor komt het zuur vrij en is het
hemoglobine gebonden aan het zuurstof.
Het zuur dat vrijkomt wordt gebufferd door HCO 3-, de base. Dit wordt omgezet in het zwakker zuur
H2CO3. Dit lost op in H2O + CO2, en dit wordt uitgeblazen.
Gasspanning in de alveoli van O2
- De O2 spanning in de alveoli is 104 mmHg
Gasspanning in de capillairen van O2
- Arteriële kant van de capillairen is de zuurstof spanning 40 mmHg
- Veneuze kant van de capillairen is de zuurstof spanning 104 mmHg
Gasspanning in de alveoli van CO2
- De CO2 spanning in de alveoli is 40 mmHg
Gasspanning in de capillairen van CO2
- Arteriële kant van de capillairen is de CO 2 spanning 45 mmHg
- Veneuze kant van de capillairen is de CO2 spanning 40 mmHg
Gasspanning is de alveoli
- O2 spanning is hoog (104 mmHg)
- CO2 spanning is relatief laag (40 mmHg)
O2 in het bloed
- O2 lost maar weinig vrij op in het bloedplasma
0,3 ml O ml in het bloedplasma
- Grootste deel bindt zich aan het hemoglobine in de erytrocyten
Ongeveer 20 ml O ml bloed is gebonden aan hemoglobine
HHb + O2 HbO2- + H+
CO2 in het bloed
- 10% is vrij opgelost in het bloedplasma
- 70% als HCO3- (bicarbonaat) in het bloedplasma
- 20% in de erytrocyten aan het hemoglobine
HCO3- + H+ H2CO3 CO2 + H2O
Wat gebeurt er in de weefsels?
- De CO2 spanning is relatief hoog in de weefsels (> 45 mmHg)
- De O2 spanning is relatief laag in de weefsels (< 40 mmHg)
Er vindt diffusie plaats van laag naar hoog
CO2 spanning in de capillairen is relatief laag
De O2 spanning in de capillairen is relatief hoog
- CO2 verdringt O2 van het Hb in de capillairen
Hemoglobine heeft vier ijzerkernen, en is instaat om 4 zuurstof moleculen te binden.
In de weefsels ga je van hoog naar laag (longen andersom)
4
Naam: Chiara Bruggeman
Studentennummer: 414406
Klas: V1G1
Jaar: 2020/2021
School: Hanzehogeschool Groningen
1
,Inhoudsopgave
Voorpagina………………………………………………………………………………………………………………………………Blz. 1
Inhoudsopgave………………………………………………………………………………………………………………………..Blz. 2
Hoorcolleges week 1………………………………………………………………………………………………………………..Blz. 3
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 9…………………………………………………………………………………………Blz. 10
Klinische pathologie hoofdstuk 7, 7.3 alleen pneumothorax, 7.4 en 7.7 niet…………………….……..Blz. 21
Farmacologie hoofdstuk 9.3.2 eerste twee groepen, 9.3.3……………………………………………………...Blz. 25
Hoorcolleges week 2………………………………..………………………………………………………………………………Blz.27
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 7…………………………………………………………………………………………Blz.34
Klinische pathologie hoofdstuk 13.1 t/m 13.4………………………………………………………………………….Blz.53
Farmacologie hoofdstuk 7.3 t/m 7.3.6………………..…………………………………………………………………..Blz. 61
Hoorcolleges week 3…………………………………………………………………………………………………………..…..Blz. 63
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 8………………………………………………………………………………..………Blz. 71
Klinische pathologie hoofdstuk 14, 14.2.3 t/m 14.2.7 niet…….………………………………………………..Blz. 80
Hoorcolleges week 4……………………………………………………………………………………………………………….Blz.86
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 11………………..…………………………………………………………………….Blz. 91
Klinische pathologie hoofdstuk 16…………………………………..………………………………………………………Blz. 99
Farmacologie hoofdstuk 10.1…………………………..……………………………………………………………………..Blz. 105
Hoorcolleges week 5……………………………………………………………………………………………………………….Blz. 106
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 12.1 t/m 12.4.1, 12.11………………………………………………..……..Blz. 111
Klinische pathologie ‘vegetatief/autonoom zenuwstelsel’ en ‘thermobalans’…………………………Blz. 118
Hoorcolleges week 6………………………………………………………..……………………………………………………..Blz. 121
Farmacologie hoofdstuk 10.2.1 t/m 10.2.5……………………………………………………………………………..Blz. 126
2
,Hoorcolleges week 1
Anatomie en de opbouw van de luchtwegen (de wegen)
- Bovenste luchtwegen: neus, mond, keelholte, sinussen
- Onderste luchtwegen: van trachea tot de alveoli
Diffusie oppervlakte van de alveoli longblaasjes (gasuitwisseling)
- Gaswisseling vindt hier plaats door middel van diffusie
Spieren leveren de arbeid voor het in- en uitademen (arbeid voor de verversing)
- De ademhaling bewegingen, inspiratie en expiratie
- Onderbreken van het ademritme
Ventilatie (het verversen van de lucht)
- 0,35 liter verse lucht komt per inademing in de longblaasjes in rust
- Functionele residuele capaciteit (FRC) is de oude lucht in de longen en deze bedraagt 2 tot 3
liter in rust
- In rust wordt 10% van de oude lucht aldus vervangen door verse lucht
Perfusie van de longen (doorbloeding van de longen)
- Hartminuutvolume
- Regionale verschillen
De ventilatie en de perfusie moeten met elkaar matchen
Regulatie van de ademhaling door het ademhalingscentrum
- Rekkingssensoren en chemosensoren via de n. vagus (input)
- Ademhalingscentrum (sensorverwerking en regulatie)
- In- en uitademing, ademfrequentie en ademdiepte via n. phrenicus gaat naar middenrif en
nervi intercostales gaat naar de tussenribspieren(output)
Waarom is er ademhaling?
- Opname zuurstof
Nodig voor oxidatie (verbranding) van voedsel. Dit levert energie
- Afgifte CO2 en andere afvalproducten
Pleuraholte: het zakje (vliezen) waar de longen in zitten.
Keelholte heeft drie delen:
- Neusholte (nasopharynx)
- Mondholte (oropharynx)
- Keelholte (hypopharynx)
De buis van Eustachius vormt een verbinding tussen de neusholte met de oren
Strotklepje (epiglottis) heeft als werking dat tijdens het sikken het eten in de slokdarm gaat en niet
de luchtpijp in
Mensen na een herseninfarct hebben vaak geen controle meer over het strotklepje, dan heb je
slikproblemen
De eindtakjes van de luchtpijp noem je de terminale bronchiolie
Gaswisseling vind plaats in de longblaasjes
Zuurstof kan zich slecht oplossen in bloed, ze moeten vast zitten aan een ‘vervoerautootje’, dit is
hemoglobine. Dit gebeurt in de rode bloedcellen.
3
, Zuurstof bindt zich aan hemoglobine waar ook een zuur aan zit, hierdoor komt het zuur vrij en is het
hemoglobine gebonden aan het zuurstof.
Het zuur dat vrijkomt wordt gebufferd door HCO 3-, de base. Dit wordt omgezet in het zwakker zuur
H2CO3. Dit lost op in H2O + CO2, en dit wordt uitgeblazen.
Gasspanning in de alveoli van O2
- De O2 spanning in de alveoli is 104 mmHg
Gasspanning in de capillairen van O2
- Arteriële kant van de capillairen is de zuurstof spanning 40 mmHg
- Veneuze kant van de capillairen is de zuurstof spanning 104 mmHg
Gasspanning in de alveoli van CO2
- De CO2 spanning in de alveoli is 40 mmHg
Gasspanning in de capillairen van CO2
- Arteriële kant van de capillairen is de CO 2 spanning 45 mmHg
- Veneuze kant van de capillairen is de CO2 spanning 40 mmHg
Gasspanning is de alveoli
- O2 spanning is hoog (104 mmHg)
- CO2 spanning is relatief laag (40 mmHg)
O2 in het bloed
- O2 lost maar weinig vrij op in het bloedplasma
0,3 ml O ml in het bloedplasma
- Grootste deel bindt zich aan het hemoglobine in de erytrocyten
Ongeveer 20 ml O ml bloed is gebonden aan hemoglobine
HHb + O2 HbO2- + H+
CO2 in het bloed
- 10% is vrij opgelost in het bloedplasma
- 70% als HCO3- (bicarbonaat) in het bloedplasma
- 20% in de erytrocyten aan het hemoglobine
HCO3- + H+ H2CO3 CO2 + H2O
Wat gebeurt er in de weefsels?
- De CO2 spanning is relatief hoog in de weefsels (> 45 mmHg)
- De O2 spanning is relatief laag in de weefsels (< 40 mmHg)
Er vindt diffusie plaats van laag naar hoog
CO2 spanning in de capillairen is relatief laag
De O2 spanning in de capillairen is relatief hoog
- CO2 verdringt O2 van het Hb in de capillairen
Hemoglobine heeft vier ijzerkernen, en is instaat om 4 zuurstof moleculen te binden.
In de weefsels ga je van hoog naar laag (longen andersom)
4