Moderne geschiedenis
,Hoorcollege 1
Vooruitgang en ondergang: de aard van de moderne geschiedenis
De moderne geschiedenis wordt gekenmerkt door het idee van vooruitgang en de blik op een
betere toekomst. Moderniteit, modernisering en modernisme verwijzen naar de sociale,
politieke en culturele dynamieken van Europa en de VS in de 19e en vroege 20e eeuw. Dit
verhaal is vaak geschreven vanuit het perspectief van de overwinnaars en wordt daardoor
sterk bepaald door een westers, eurocentrisch referentiekader.
We zien de opkomst van natiestaten waarin koningen hun absolute macht verliezen en waarin
leiders minder vanzelfsprekend dominant zijn. De staat wordt gedefinieerd door nationale
identiteit, en in deze natiestaten krijgt het moderne leven vorm via democratisering, politieke
hervormingen en filosofische en ideologische ontwikkelingen. Er is veel aandacht voor de
sociaal-economische dimensie van vooruitgang: politieke innovaties raken direct aan sociaal-
economische veranderingen.
De moderniteit wordt gekenmerkt door ideologische stromingen als het marxisme, die de
geschiedschrijving complexer maken. Hervormingsbewegingen zoals het liberalisme,
socialisme, feminisme en christelijk geïnspireerde politiek dragen bij aan deze dynamiek.
Moderne politiek gaat zo niet alleen over innovatie en democratisering, maar vraagt ook om
de analyse van systemen en structuren.
Politiek, cultuur en samenleving
De natuurwetenschappen beleven hun triomf met het darwinisme als voorbeeld van
wetenschappelijke vooruitgang.
Het positivisme ziet wetenschap als motor van de geschiedenis en als middel om de
natuur en de wereld om ons heen te begrijpen en te beheersen.
In de kunsten ontstaan innovaties in muziek, schilderkunst en literatuur.
Het moderne leven wordt gekenmerkt door zowel armoede (sloppenwijken) als
nieuwe vrijheden (de flappercultuur), theaters en bioscopen.
De moderne geschiedenis is sterk verbonden met de groei van wetenschappelijke en
technologische kennis.
Internationale relaties
De wereld ontwikkelt zich tot een systeem van concurrerende natiestaten.
Moderne oorlogsvoering wordt mogelijk door nieuwe technologieën.
Imperialisme breidt zich uit, gerechtvaardigd door ideeën als manifest destiny en the
white man’s burden.
Technologische innovaties zoals stoomtreinen, ocean-going steamships, het Suez-
kanaal en het Maxim-geweer versterken de westerse dominantie.
Moderniteit betwist
Conservatieve denkers uitten kritiek op de idealen van de Verlichting:
, De vernietiging van staatsgezag en het loslaten van ongecontroleerde verandering
(Burke).
Democratie leidt tot massaregering en de ondergang van de Europese cultuur.
De sociale wetenschappen, zoals de sociologie, proberen de moderne samenleving te
analyseren en verklaren.
De psychologie (Freud) wijst op het irrationele karakter van de mens.
Conservatieve stemmen zoals Spengler en Ortega y Gasset waarschuwen voor verval.
Nihilisme en anarchisme vinden hun uitdrukking in kunstvormen als dadaïsme en
futurisme.
De moderne tijd mondt uit in terreur, de loopgravenoorlog, het totalitarisme, de holocaust en
nucleaire dreiging. Het totalitarisme kan worden gezien als ontsporing van het humanisme en
de waarden van de Verlichting, maar ook als een onvermijdelijk gevolg van moderniteit en de
processen van massa- en individualisering. De holocaust en de bloodlands worden als
essentieel moderne fenomenen gezien, maar ook als pogingen tot de-enlightenment en
demodernisatie.
Verzet en aanpassing: een mondiale blik op de lange 19e eeuw
Eric Hobsbawm verdeelde de moderne geschiedenis in vier tijdvakken: The Age of Revolution
(1789–1848), The Age of Capital (1848–1875), The Age of Empire (1875–1914) en The Age
of Extremes (1914–1991). Hij sprak over de 20e eeuw als een short twentieth century.
Hobsbawm bekijkt moderniteit en imperialisme vanuit een marxistisch, sociaal-historisch
perspectief en bekritiseert het eurocentrisme in de traditionele geschiedschrijving.
De traditionele narratief spreekt van de “eeuw van rijken” en de “opkomst van het Westen”,
met keerpunten zoals:
de slag bij Plassey (1757)
de stoomtrein (1820s)
de eerste opiumoorlog (1839-1842)
de opening van het Suez-kanaal (1869)
de uitvinding van het Maxim-geweer (1884)
De belangrijkste krachten achter deze ontwikkelingen waren het Britse rijk, de Oost-Indische
Compagnie, Europese industrialisatie, nationalisme, modern staatsvorming en kapitalisme.
Het resultaat is de bijna volledige kolonisatie van de wereld door Europese en Amerikaanse
machten. De westerse superioriteit wordt gerechtvaardigd met ideeën over een
beschavingsmissie en de white man’s burden.
Twee centrale termen
Verzet
Aanpassing
,Hoorcollege 1
Vooruitgang en ondergang: de aard van de moderne geschiedenis
De moderne geschiedenis wordt gekenmerkt door het idee van vooruitgang en de blik op een
betere toekomst. Moderniteit, modernisering en modernisme verwijzen naar de sociale,
politieke en culturele dynamieken van Europa en de VS in de 19e en vroege 20e eeuw. Dit
verhaal is vaak geschreven vanuit het perspectief van de overwinnaars en wordt daardoor
sterk bepaald door een westers, eurocentrisch referentiekader.
We zien de opkomst van natiestaten waarin koningen hun absolute macht verliezen en waarin
leiders minder vanzelfsprekend dominant zijn. De staat wordt gedefinieerd door nationale
identiteit, en in deze natiestaten krijgt het moderne leven vorm via democratisering, politieke
hervormingen en filosofische en ideologische ontwikkelingen. Er is veel aandacht voor de
sociaal-economische dimensie van vooruitgang: politieke innovaties raken direct aan sociaal-
economische veranderingen.
De moderniteit wordt gekenmerkt door ideologische stromingen als het marxisme, die de
geschiedschrijving complexer maken. Hervormingsbewegingen zoals het liberalisme,
socialisme, feminisme en christelijk geïnspireerde politiek dragen bij aan deze dynamiek.
Moderne politiek gaat zo niet alleen over innovatie en democratisering, maar vraagt ook om
de analyse van systemen en structuren.
Politiek, cultuur en samenleving
De natuurwetenschappen beleven hun triomf met het darwinisme als voorbeeld van
wetenschappelijke vooruitgang.
Het positivisme ziet wetenschap als motor van de geschiedenis en als middel om de
natuur en de wereld om ons heen te begrijpen en te beheersen.
In de kunsten ontstaan innovaties in muziek, schilderkunst en literatuur.
Het moderne leven wordt gekenmerkt door zowel armoede (sloppenwijken) als
nieuwe vrijheden (de flappercultuur), theaters en bioscopen.
De moderne geschiedenis is sterk verbonden met de groei van wetenschappelijke en
technologische kennis.
Internationale relaties
De wereld ontwikkelt zich tot een systeem van concurrerende natiestaten.
Moderne oorlogsvoering wordt mogelijk door nieuwe technologieën.
Imperialisme breidt zich uit, gerechtvaardigd door ideeën als manifest destiny en the
white man’s burden.
Technologische innovaties zoals stoomtreinen, ocean-going steamships, het Suez-
kanaal en het Maxim-geweer versterken de westerse dominantie.
Moderniteit betwist
Conservatieve denkers uitten kritiek op de idealen van de Verlichting:
, De vernietiging van staatsgezag en het loslaten van ongecontroleerde verandering
(Burke).
Democratie leidt tot massaregering en de ondergang van de Europese cultuur.
De sociale wetenschappen, zoals de sociologie, proberen de moderne samenleving te
analyseren en verklaren.
De psychologie (Freud) wijst op het irrationele karakter van de mens.
Conservatieve stemmen zoals Spengler en Ortega y Gasset waarschuwen voor verval.
Nihilisme en anarchisme vinden hun uitdrukking in kunstvormen als dadaïsme en
futurisme.
De moderne tijd mondt uit in terreur, de loopgravenoorlog, het totalitarisme, de holocaust en
nucleaire dreiging. Het totalitarisme kan worden gezien als ontsporing van het humanisme en
de waarden van de Verlichting, maar ook als een onvermijdelijk gevolg van moderniteit en de
processen van massa- en individualisering. De holocaust en de bloodlands worden als
essentieel moderne fenomenen gezien, maar ook als pogingen tot de-enlightenment en
demodernisatie.
Verzet en aanpassing: een mondiale blik op de lange 19e eeuw
Eric Hobsbawm verdeelde de moderne geschiedenis in vier tijdvakken: The Age of Revolution
(1789–1848), The Age of Capital (1848–1875), The Age of Empire (1875–1914) en The Age
of Extremes (1914–1991). Hij sprak over de 20e eeuw als een short twentieth century.
Hobsbawm bekijkt moderniteit en imperialisme vanuit een marxistisch, sociaal-historisch
perspectief en bekritiseert het eurocentrisme in de traditionele geschiedschrijving.
De traditionele narratief spreekt van de “eeuw van rijken” en de “opkomst van het Westen”,
met keerpunten zoals:
de slag bij Plassey (1757)
de stoomtrein (1820s)
de eerste opiumoorlog (1839-1842)
de opening van het Suez-kanaal (1869)
de uitvinding van het Maxim-geweer (1884)
De belangrijkste krachten achter deze ontwikkelingen waren het Britse rijk, de Oost-Indische
Compagnie, Europese industrialisatie, nationalisme, modern staatsvorming en kapitalisme.
Het resultaat is de bijna volledige kolonisatie van de wereld door Europese en Amerikaanse
machten. De westerse superioriteit wordt gerechtvaardigd met ideeën over een
beschavingsmissie en de white man’s burden.
Twee centrale termen
Verzet
Aanpassing