Ingie Verhulst
Samenvatting Recht
Deel 1. Inleiding tot het recht
Hoofdstuk 1: Algemene inleiding
Stellingen:
1. Het recht is een weerspiegeling van de moraal van de samenleving.
Niet waar, moreel en recht zijn niet gelijk aan elkaar, voor ongeveer 80% wel.
2. Alle wetten zijn altijd bindend voor iedereen en je kan er niet van afwijken.
Niet waar, er zijn altijd uitzonderingen in het recht.
3. In het interne reglement van een voetbalvereniging staat dat je wordt
uitgesloten als je in een bepaald seizoen twee of meerdere keren niet naar de
training komt zonder te verwittigen. Dit is een voorbeeld van een rechtsregel.
Niet waar, een echte wet moet door de overheid worden erkend.
4. Voor een niet-betaalde factuur kan je als ondernemer de politie bellen.
Niet waar, voor niet-betaalde facturen bemoeit de politie zich niet.
5. Eens je een recht verkregen hebt kan je dit ongelimiteerd gebruiken.
Niet waar, je kan worden aangesproken op rechtsmisbruik.
Wat is recht?
Recht is zaak van alle burgers
Iedereen is geacht de wet te kennen
Recht is niet gelijk aan moraal/ godsdienstige regels
Recht: moet iedereen volgen
Moraal: iedereen vindt andere zaken goed/ slecht
Sommige normen zijn zowel juridisch als moreel: bv niet stelen, niet doden, …
Het begrip recht is moeilijk te definiëren
Objectieve recht: de rechtsregels in hun geheel
Subjectief recht: geheel van aanspraken die een persoon tegenover een
ander laat gelden en waaruit voor die ander plichten ontstaan .
Bv: subjectieve rechten: het recht om te trouwen, schadevergoeding te
vorderen, …
Een geheel van algemeen geldende normatieve regels
Verbodsbepalingen – gebodsbepalingen – normen die toelating bevatten – organieke
regels
Regels kunnen bevelen, verbieden of laten een handelswijze toe.
, 1. Gebods- of verbodsregels: zegt de regel tot de rechtssubjecten: ‘je moet’ of
‘je mag niet’
Bv gebodsbepaling: U moet online u belastingen ingeven
Bv verbodsbepalingen: Het is verboden om in te breken
2. Andere normen bevatten toelating: ‘je mag’
Bv: art 1594 oud BW: al degenen aan wie de wet het niet verbiedt, kunnen kopen
of verkopen.
3. Organieke regels: hebben niets te maken met gedragingen. Het zijn meestal
regels die iets organiseren, zoals het aantal volksvertegenwoordigers (art. 63,
1 Gw)
Dwingend recht – aanvullend recht
1. Dwingende bepalingen moeten nageleefd worden door elk rechtssubject, de
wetgever laat hen geen keuze, bij niet-naleving volgt een sanctie
Bv: artikel 213 oud BW: echtgenoten zijn jegens elkaar tot samenwoning verplicht; ze
zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd.
Bv; recht waarbij machtspositie niet hetzelfde is: huurrecht
Verdere opdeling bij het dwingend recht;
De regels die de openbare orde aanbelangen
= de rechtsregel die de essentiële belangen van de staat/ gemeenschap raakt of die
in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust.
De regels die sommige groepen zwakkere personen beschermen
= de rechtsregel die is vastgesteld ter bescherming van een partij die door de wet als
zwakker wordt gehouden
Het gaat om
Minderjarigen
De onbekwaam verklaarde geesteszieken
Degene die onder invloed van dwaling of dwang een overeenkomst hebben
afgesloten
De consument
…
2. Regels van aanvullend recht: deze zijn voor het rechtssubject enkel geldig
voor zover zij geen andere regeling getroffen hebben
Vb: grootste deel van het goederenrecht, verbintenissenrecht
30 dagen betalingstermijn bij verkoopovereenkomst
Algemene normen – individuele normen
90% van de normen zijn algemeen
In de grondwet staat dat de koning strafrechtelijk en burgerrechtelijk onaantastbaar
is, internationaal zou hij vervolgd kunnen worden.
1) Regels opgesteld door de overheid
Het recht vormt het normenstelsel van de staat.
,Een staat kan omschreven worden als een entiteit die beschikt over een bevolking,
een grondgebied en een regering die gezag uitoefent en die soeverein onafhankelijk
is.
2) Regels opgesteld door gewoonte: sommige normen zijn ontstaan door
toedoen van het rechtssubject zelf.
Om van gewoonte te spreken moeten er 2 elementen aanwezig zijn:
Een herhaaldelijke gedraging van rechtssubjecten
Een door de overheid erkende/ opgelegde sanctie
Bv: art 4.158 bevat de stelling dat een schenking slechts geldig is als er een notariële
akte wordt opgesteld, nochtans is het zo dat een handgift kan gebeuren zonder
notariële akte en dat deze handgift algemeen als geldig wordt beschouwd
De 2 elementen zijn hier aanwezig
3) Regels opgesteld door rechtspraak: doordat de rechterlijke macht een deel
openbare macht uitoefent
Afdwingbare normen
= De rechtsregels hebben tot doel om een bepaald gedrag af te dwingen van
rechtssubjecten, meestal worden de rechtsregels vrijwillig nageleefd, toch
noodzakelijk voor de overheid om een systeem van afdwingbaarheid op te stellen.
Rechtssubjecten die hun verplichtingen niet vrijwillig nakomen, worden door de
overheid gedwongen deze alsnog na te leven.
Vb: een aannemer die gedwongen wordt een ruwbouw te plaatsen, hij wil niet.
Daarom is het mogelijk een uitvoering bij equivalent te eisen (een louter pecuniaire
sanctie waarbij de schade van de schuldeiser wordt vergoed)
Herstellende beteugeling: (privaatrecht) dient om schade te vergoeden
Bestraffende beteugeling: Als er inbreuken worden gepleegd op
strafrechtelijke sanctionerende regels
De mens is een individueel en sociaal wezen
Individueel: zoveel mogelijk van zijn eigen materiele en geestelijke aspiraties
tracht te bereiken, waardoor hij in conflict komt met zijn medeburgers, die elk
voor eigen doeleinden streven.
Sociaal: omdat mens voor het bereiken van zijn zelfontwikkeling anderen
nodig heeft
Keuze tussen rechtvaardigheid of orde het recht kiest voor orde
Vb.: verjaring kan principieel onrechtvaardig zijn maar is omwille van rechtszekerheid
te verantwoorden.
Hoofdstuk 2: Indelingen van het recht
Privaat recht – publiek recht
1) Publiekrecht
De objectieve rechtsnormen die het algemeen belang betreffen
, Tot het publiekrecht behoren het
Grondwettelijk recht/ constitutioneel recht
= het recht dat de regels omvat die de vestiging, de structuur en de uitoefening van
het soevereine gezag betreffen. Het regelt de inrichting van de staatsmachten, hun
onderlinge verhoudingen en de grondrechten die aan burgers zijn toegekend
Wordt vooral in de Grondwet opgenomen + aantal bijzondere wetten
Administratief recht/ bestuursrecht
= omvat de regels betreffende de inrichting en de werking van de organen van de
uitvoerende macht, waarvoor de principes in het grondwettelijk recht zijn neergelegd
Onteigeningen en ruimtelijke ordening en stedenbouw, milieurecht, energierecht,
mediarecht, onderwijsrecht behoren tot deze tak, het invoeren van het systeem van
vergunningen= de overheid kan vooraf uitmaken of een bepaald bouwwerk
toelaatbaar is.
Het bepaalt rechtsbescherming die de particulier kan inroepen ten overstaan van
handelingen van het bestuur (administratieve rechtbank ingevoerd, Raad van state)
Om de Raad van state te ontlasten zijn er meerdere administratieve rechtbanken
gecreëerd (bv Raad voor Vreemdelingenbetwistingen)
Strafrecht
= bestaat uit 2 takken: materiele en formele strafrecht
1) Materiele strafrecht: beschrijft de strafbare feiten (misdrijven) en de eraan
verbonden straffen. In 2026 wordt het nieuwe strafwetboek van toepassing dat
het huidige strafwetboek vervangt.
Bij elk strafniveau is vermeld welk strafniveau van toepassing is, de wet
voorziet 8 strafniveaus (art 36 nieuw Sw.) en bij elk hoort een bepaalde
hoofdstraf
Naast de hoofdstraffen kan de rechter ook bijkomende straffen opleggen bv:
een geldboete, een beroepsverbod, …
Er zijn ook diverse wetten die strafbare handelingen en de eraan verbonden
straffen voorschrijven bv in boek XV WER
2) Formele strafprocesrecht: bevat de regels over de wijze waarop een
onderzoek naar eventuele misdrijven gevoerd moet worden, hoe de procedure
voor de bevoegde rechtbank verloopt, …
We vinden dit in het Wetboek van Strafvordering
De strafwet steunt op een aantal onaantastbare principes:
Legaliteitsbeginsel: Niemand kan een veroordeling oplopen voor een daad
waarvoor (toen gepleegd) nog geen wettelijke straf voorzien werd: geen
misdrijf en geen straf zonder wet!
Sociale zekerheidsrecht
Fiscaal recht = het geheel van regels betreffende het heffen en innen van
belastingen. Belastingen zijn door de staat eenzijdig opgelegde heffingen.
Wordt verdeeld in directe en indirecte belastingen