100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Jeugdrecht (B001504A)

Rating
-
Sold
2
Pages
137
Uploaded on
06-12-2025
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting voor het deeltje jeugdrecht binnen het vak 'Jeugdcriminologie en jeugdrecht'. Lesgever: Wendy de Bondt Hoofdstukken: DOOLHOF 1 = H1 - H2, DOOLHOF 2 = H1 - H2 - H3- H4, DOOLHOF 3 = H1 - H2 - H3 - VZW Parcours - H4 - H5, DOOLHOF 4 = H1 - Tzitemzo - H2 - H3 Alvast veel succes!

Show more Read less
Institution
Course

















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 6, 2025
Number of pages
137
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Jeugdrecht
DOOLHOF 1 – DE ROUTE NAAR HET HEDENDAAGSE JEUGDRECHT
H1 – Van onbekwame naar bekwame minderjarige
“Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte manieren, minachting voor het gezag en geen
eerbied voor ouderen. Ze geven de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training… Jonge mensen staan niet meer
op als een oudere de kamer binnenkomt. Zij spreken hun ouders tegen, houden hun mond niet in gezelschap… en
tiranniseren hun leraren.”
 Griekse filosoof Socrates
1. Bekwaamheid van het kind




Binnen het eerste hoofdstuk overlopen we de ontwikkeling van het kindbeeld en hoe die ontwikkeling bijgedragen
heeft tot de manier waarop we nu naar kinderen en jongeren kijken. De drie fasen die in de evolutie te onderscheiden
zijn, vormen de basis voor de structuur van dit hoofdstuk:

 FASE 1: ontdekking van het kind
o Men is zich stilaan bewust van het feit dat kinderen anders reageren
o Maar men is nog niet bezig met waarom dat zo is…
o Pas aan het einde van deze periode stelt men de waarom vraag + wat moet men er juridische en
wetenschappelijk mee doen
o Kinderen en volwassenen niet op zelfde manier bestraffen
 FASE 2: kinderbeschermingsbeweging
o Extra rechten OF rechten afschermen van kinderen
 FASE 3: kinderrechtenbeweging
o MAAR kinderen moeten ook rechten hebben




1

,FASE 1: De ontdekking van het kind




Wat bedoeld men met de ontdekking?

Ontdekking: Men is naar het kind gaan beginnen kijken, zich te beginnen realiseren dat er verschillen zijn tussen
kinderen en volwassenen (we zien dat ze anders zijn, maar doen nog niks)

Als je in de literatuur opzoek zou gaan naar het MOMENT waarop men eigenlijk “kinderen ontdekt”, dan wordt er heel
vaak door een aantal auteurs (Ariés & Verhellen) gezegd dat we moeten wachten tot na de Middeleeuwen.

 Hun argument: In de periode van de middeleeuwen eigenlijk geen sporen te vinden zijn van een andere manier
om met kinderen om te gaan (anders dan dat je zou doen met volwassenen)
o Ze zeggen dat bv in de kunst is er geen specifieke referentie naar kinderen, er is geen afzonderlijke
literatuur toegespitst op kinderen. Maatschappelijk gezien ze we niks specifiek op kinderen gericht
(ook niet in de wet) dus volgens hen moet je wachten tot na de middeleeuwen, namelijk de periode
van de Renaissance (waar er wel maatschappelijk gekeken wordt naar kinderen, met belang van
educatie & opvoeding)
 Veel auteurs zeggen “de echte ontdekking van het kind” is in de Renaissance, ze ontdekken
dat we misschien anders zouden moeten kijken naar kinderen (misschien hebben ze niet
dezelfde competenties als ouders, en moeten we ze opvoeden en educatie). Maar de loutere
ontdekking van het kind (volgens Wendy), en het feit dat het ook misdrijven kan plegen
gebeurd al in de oudheid (hier zeggen ze wel geen aandacht voor de bekwaamheid)
 Wendy de Bondt – is het daar niet helemaal mee eens, dit is de redenen waarom ze op de tijdlijn nog een
periode ervoor heeft geplakt, namelijk de “oudheid” Grieken en Romeinen. Zelfs in de Oudheid wordt ook al
veel geschreven over het beeld van het kind, je vindt referenties naar het feit dat ze vinden dat kinderen anders
zijn.
o “Kinderen zijn fysiek zwakker & intellectueel zwak”, ze moeten gehoorzamen aan hun ouders en
hebben een specifieke plek in de maatschappij. Belangrijk is echter dat er nog geen bijkomende
bescherming is (omdat ze zwakker zijn), en dus mogelijks aangepaste rechten of regels moeten krijgen,
dat is er nog niet. maar er is wel erkenning voor de afzonderlijke kindfase
 Dit zie je terug in de Codex Hammurabi: er wordt wel afzonderlijk gekeken naar kinderen, maar
vooral focus op de hiërarchische relatie tussen ouder-kind komt naar voor.
 Aandacht voor kinderen, en specifieke misdrijven die ze kunnen plegen. Maar geen
aandacht voor het feit dat kinderen misschien onbekwaam waren (in vergelijking met
volwassenen, want volwassenen zouden zelf straf krijgen)
2

,Wel aandacht voor specifieke fenomenen (vooral) door kinderen gepleegd

192. If a son of a paramour or a prostitute say to his adoptive father or mother: "You are not my father, or my
mother," his tongue shall be cut off.
193. If the son of a paramour or a prostitute desire his father's house, and desert his adoptive father and adoptive
mother, and goes to his father's house, then shall his eye be put out.
195. If a son strike his father, his hands shall be hewn off.
 Codex Hammurabi 1750 v. Chr.

 Tegenspreken tegen de ouders: tong afhakken
 Men is zich bewust van de kinderlijke gedragingen die niet worden geaccepteerd
 MAAR geen andere handelingen indien volwassenen zelfde handelingen stelt
“Als een man een koppige en opstandige zoon heeft, die ondanks strafmaatregelen weigert zijn ouders te
gehoorzamen, moeten zijn ouders hem bij de leiders van de stad brengen en zeggen: “Deze zoon van ons is koppig
en opstandig. Hij wil ons niet gehoorzamen, hij gooit met geld en drinkt te veel!” Dan zullen de mannen van zijn stad
hem door steniging ter dood brengen. Op die manier moet u dit kwaad uit uw midden wegdoen en heel Israël zal
horen wat is gebeurd en diep ontzag hebben voor de HERE”.
 Deuteronomium 21:18 21.

Ook in religieuze tekst gaat men het gedrag van kinderen benoemen
“If a man have a stubborn or rebellious son, of sufficient years and understanding sixteen years of age, which will
not obey the voice of his Father, or the voice of his Mother, and that when they have chastened him will not harken
unto them: then shall his Father and Mother being his natural parents, lay hold on him, and bring him to the
Magistrates assembled in Court and testify unto them, that their son is stubborn and rebellious and will not obey
their voice and chastisement, but lives in sundry notorious crimes, such a son shall be put
to death”
 Stubborn Children Law (1641, Massachusetts Bay Colony).
 Zelfde tekst als Deuteronomium – in wet opgenomen


FASE 2: kinderbescherming




3

,Ontdekking van de beschermingsnood van het kind

Kinderbescherming: We beseffen dat ze anders zijn, dus we moeten ook anders met kinderen omgaan

Dit gebeurd in de overgang tussen Renaissance & de Verlichting, waarbij een stijgend belang is van opvoeding en
educatie. Idee hierachter is: Je bent klein & je moet opgevoed worden om de competenties te hebben als een
volwassen mens. Kinderen zijn anders dan volwassen, en moeten dus ook beschermd worden & opgevoed worden
(tegen alle negatieve invloed van de maatschappij), deze bescherming kent wel zijn hoogdagen in de 1900-1970 (na
industrialisatie), waarbij er verschillende regelgeving ter bescherming zijn gekomen, zoals: Wet op de kinderarbeid,
Kinderbeschermingswet, Wet op de leerplicht, …
 Afzonderlijke kindfase
o Het anders-zijn van kinderen wordt ontdekt
o Bewustwording ontwikkelingsstadia
o Kinderen kunnen er niet aan doen
 Het zijn ‘nog-niet-mensen’ = sociale constructie

Verlichting

Renaissance – Verlichting : Kinderen krijgen de stempel “nog niet”-mens te zijn. Je bent klein en moet opgeleid worden
om een volwaardige volwassene te zijn met alle nodige competenties. De ontdekking van de beschermingsnood en het
“anders zijn” van kinderen gebeurd in deze overgangsperiode, waarin één element centraal staat namelijk “opvoeding
& educatie”.

 Verschillende visies over betekenis
o Moralisten: blanco blad
 Gaan ervan uit dat je start met een blanco blad
 We moeten ervoor zorgen dat kinderen niet slecht worden
 Omgevingen en ervaringen zorgen dat er goede of slechte dingen op het blad komen + de
ontwikkeling in de goede of slechte richting
“Let us then suppose the mind to be, as we say, white paper [tabula rasa] void of all
characters, without any ideas. How comes it to be furnished? Whence comes it by that vast
store which the busy and boundless fancy of man has painted on it with an almost endless
variety? Whence has it all the materials of reason and knowledge? To this I answer, in one
word, from experience.
 John Locke (1689), An essay concerning human understanding
o Romanticisten: inherent goed
 Vertrekken van een al beschreven blad
 Iedereen die geboren wordt is puur en goed
 Iedereen heeft instincten die goed zijn
 Enkel als je al in de negatieve context zit – kan je ontwikkelen richting de slechte kant
“Savage man, left by Nature to bare instinct alone … will then begin with purely animal
functions …. His desires do not exceed his physical needs; the only goods he knows in the
Universe are food, a female, and rest”
 Jean Jacques Rousseau (1755), Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité
parmi les hommes
o  MAAR beiden stellen wel vast dat omgeving een belangrijke factor is!




4

,Industriële revolutie

 Industriële revolutie als katalysator voor de focus op opvoeding
o Armoede als bedreiging voor de goede zeden en de goede moraal
 Opkomst stedelijke context en verpaupering
 Wetenschappers vestigen zich in verpauperde wijk
o Onderzoekers gaan achterhalen hoe deze armoede/verpaupering impact
heeft op het kind, want natuurlijk was er hierdoor ook vaak ten eerste al
kinderarbeid en ten tweede ook criminaliteit
 Alle invloeden catalogeren – om tot conclusies te komen
 Conclusie: zeer slechte omgevingen (armoede + geweld) en we moeten die kinderen
eruit halen  kind moet gered worden van de context en moet in goede context
geplaatst worden. Dus we moeten “heropvoedingshuizen” oprichten om ze de kans te
geven om ze uit de slechte context te halen anders zijn ze gedoemd
o Het is de context dat er voor zorgt dat de kinderen feiten plegen
o “Armoede als bedreiging voor de goede zeden en de goede moraal”
 Opkomst van de kinderarbeid
 Kinderen werden ingezet als werkkracht
 Werkomgeving is niet veilig voor kinderen
 Wet op de kinderarbeid
 Invoering van Wet op de Landloperij
 Landloperij, bedelarij, prostitutie
o Ontstaan sociale enquêtes, wetenschappelijk onderzoek naar de levensomstandigheden van kinderen
van arbeiders

 Er is nood aan maatschappelijke en juridische aandacht voor de kindfase

 Context heeft negatieve invloed op kind – kind kan er niet aan doen – wanneer men uit de context gehaald
word, maakt het niet uit wat het kind gedaan heeft
o Kind doet er niet toe – het is de context
o Geen onderscheid in leefgroepen tussen jongeren uit slechte context of jongeren die delicten gepleegd
hadden
o Pas recent afgestapt van gemeenschappelijke leefgroepen
 Onderscheid tussen delinquentjongeren en jongeren met verontrustende achtergrond
 In recente beleidsteksten: toch twijfel omtrent beslissing
 Impact op lengte van interventie
 Hoelang? Zolang de kinderen het nodig hebben + zolang ze minderjarig zijn
o  doorlooptijd afhankelijk van leeftijd
 Opgevangen aan 10 jaar = looptijd 8 jaar
 Opgevangen aan 15 jaar = looptijd 3 jaar
 Meerderjarigheid als enige beperking




5

,Afscherming in het belang van het kind

Idee: afschermen (verwijderen uit slechte context) in het belang van het kind MAAR de vraag is natuurlijk kan je enkel
beschermen door afschermen?

 Jongeren uit context nemen + uit werkcontext halen
 We hadden als maatschappij ook ervoor kunnen zorgen dat arbeid wel toegankelijk is voor kinderen
o Context + regelgeving aanpassen
o Vb. andere werktijden, ander loon, andere rusttijden, …
o Was toen bewuste keuze MAAR heeft impact op hoe regelgeving nu wordt geschreven
 Interesse gegoede burgerij
o Industrialisatie: fabrieken ontstaan
o Vrouwen van fabrieksbazen gaan zich ontfermen over de kinderen van hun arbeiders
 Ontstaan van jeugdinstellingen, landloperkolonies, weeshuizen, …
o Halen ze uit de arme context MAAR zijn wel een soort ‘nieuwe gevangenissen’
o Militaire discipline: uniformen, lijfstraffen, marcheren
o Geen controle op leermeesters: slavernij
o Overbevolkingsproblematiek ontstaat
 Iedereen moet ‘gered’ worden
 Niet alle kinderen kunnen in instelling terechtkomen  te veel
o Mix van arme en deviante jongeren
 Adultocentrisme, jeugdmoratorium
o Adultocentristisch = maatschappij is enkel voor volwassenen
o Jeugdmoratorium = jeugd worden in wachtkamer gestopt

FASE 3: kinderrechten




Kinderrechtenverdediging: is eigenlijk een gevolg van fase 2, waar men enorm hard focust op de rechten van het kind,
door bv de komst van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK)




6

,Wetenschappelijke inzichten uit de cognitieve ontwikkelingspsychologie

 Gemaakt keuze (minderjarigheid tot 18 jaar) is in strijd met de bevindingen uit de ontwikkelingspsychologie
 Ontwikkeling van een kind kan opgedeeld worden in verschillende fasen
o Fasen stoppen vaak vanaf 12 jaar – vanaf dan valt een inschatting te maken
o Vanaf 12: formele operationalisering  stelselmatig kan men meer en meer beslissingen nemen
 Huidig recht: jeugddelinquentierecht – vanaf 12 jaar kan je in instelling terecht komen
o MAAR op andere plaatsen in de wet hanteert men de leeftijd van 18 jaar
o Niet altijd consequent: vb. stemmen lokaal vanaf 18 jaar MAAR stemmen Europees vanaf 16 jaar
 Beinvloed door inzichten van Jean Piaget uit de ontwikkelingspsychologie, waarin wordt gezegd dat kinderen
verschillende ontwikkelingsstadia doorlopen. Vanaf 12 jaar zou je al beslissingen kunnen nemen voor uzelf &
inschatten wat de gevolgen zijn.




Verandering van perspectief

In de kinderbeschermingsperiode (vorige periode) hadden ze alle rechten van kinderen afgenomen & gegeven aan de
ouders (omdat kinderen “nog niet”-mens zijn, ze hebben onvoldoende competenties), maar hier kwam veel kritiek op
tijdens kinderrechtenperiode waardoor kinderen nu wel alle rechten (materiele rechten; bv eigendomsrecht) hebben
MAAR de rechten worden uitgeoefend door de ouders (formele rechten; bv beslissing maken)

 Onderscheid maken tussen formele en materiële rechten
o Voorbeeld huis
 Iedereen kan eigenaar zijn van huis (vb. kind door erfenis)  materieel
 Kind kan huis niet verkopen  formeel
 Eigendomsrecht kan MAAR effectieve uitoefening nog niet
 Terugwinnen van de materiële rechten
o Zelfde rechten als volwassenen
o Aangevuld met bijkomende rechten
 Competentiediscussie formele rechten
o Voorbeeld huis
 Geldigheid: Hoe geldig ben je bezig als je bepaalde vragen stelt aan minderjarige groep
 Als een 17 jarige een notariële akte voor zich krijgt – gaat hij dat wel snappen –
verificatie nodig of er begrip is – aan 19 jarige worden geen vragen gesteld omtrent
begrip
 Relevantie: discussie of we er ons eigenlijk wel moeten mee bezighouden
 Is het relevant dat 6 jarige een notariële akte niet kan lezen – 6jarige is niet
geïnteresseerd in de verkoop van een huis
 Je toont maar interesse in het uitoefenen van formele rechten, vanaf je dat effectief
kan uitoefenen
 Juistheid: uit onderzoek blijkt dat kinderen wel beslissingen kunnen maken
 Kinderen en jongeren kunnen meer dan we verwachten



7

,  Verschillende stromingen over discussie over competentie (wanneer zijn competent), met de vraag hoe we de
inzichten van Piaget in het wettelijk kader moeten gieten
o Reformisme: Gaan opzoek naar alternatief, misschien is 18 niet de goeie leeftijd. Competentieleeftijd
verschuiven
o Radicalisme: Schaft het onderscheid af tussen minderjarige & meerderjarige
o Pragmatisme: de verschillende ontwikkelingsstadia van Piaget op een bepaalde manier te verankeren
in ons recht, nu hebben we eigenlijk 2 stadia: (1) minderjarig, (2) meerderjarig. Met 18 als
scheidingslijn, misschien moeten we dit veranderen
 Verantwoorde keuze maken die recht doet aan wetenschappelijk inzichten + aan het feit dat
er soms ondersteuning nodig is
 Beslissingen inschatten van jongere
 Vb. voorschrift voor de pil – dokter merkt dat jongere heel bewust is van situatie
 Vb. transitietraject in genderkliniek – veel verantwoordelijkheid voor arts – moeilijk
om te zeggen of jongere competent is
 Huidige rechtspositie
o Rechtsbekwaam maar handelingsonbekwaam
 Rechtsbekwaamheid betekent dat een persoon rechten en plichten kan hebben. Ieder mens,
ongeacht leeftijd, is vanaf zijn geboorte rechtsbekwaam. Dit houdt bijvoorbeeld in dat een
kind vanaf zijn geboorte rechten heeft
 Handelingsonbekwaamheid betekent dat een persoon niet zelfstandig bepaalde
rechtshandelingen kan uitvoeren. Kinderen en minderjarigen (jonger dan 18 jaar) zijn in
principe handelingsonbekwaam. Dit betekent dat ze bijvoorbeeld geen contracten mogen
afsluiten of niet zelfstandig grote aankopen mogen doen zonder toestemming van hun ouders
of voogd.

Children must no longer be considered as their parents property, but must be recognised as individuals with their
own rights and needs
 Raad van Europa - Aanbeveling 874(1975) - Europees Charter voor de Rechten van het Kind




8

,2. Huidige rechtspositie
Bekwaamheid

Zoals in het vorig hoofdstuk aangehaald, zijn minderjarigen op
vandaag rechtsbekwaam, maar in principe
handelingsonbekwaam tot de meerderjarigheid. Dit houdt in dat
kinderen wel degelijk rechten hebben (bv; recht op nationaliteit,
privacy, onderwijs, eigen mening, recht op eigendom,…), dus
rechtsbekwaam - MAAR dat ze de rechten niet ZELF of
zelfstandig kunnen uitoefenen (handelingsonbekwaam).

 Rechtsbekwaam = hebben rechten (Materiële rechten)
o Rechtsbekwaamheid betekent dat een persoon rechten en plichten kan hebben. Ieder mens, ongeacht
leeftijd, is vanaf zijn geboorte rechtsbekwaam. Dit houdt bijvoorbeeld in dat een kind vanaf zijn
geboorte rechten heeft
 Handelingsonbekwaam = maar morgen het niet altijd zelf uitvoeren (formele rechten)
o Handelingsonbekwaamheid betekent dat een persoon niet zelfstandig bepaalde rechtshandelingen
kan uitvoeren. Kinderen en minderjarigen (jonger dan 18 jaar) zijn in principe handelingsonbekwaam.
Dit betekent dat ze bijvoorbeeld geen contracten mogen afsluiten of niet zelfstandig grote aankopen
mogen doen zonder toestemming van hun ouders of voogd.

Burgerlijk wetboek
 Art. 488 - De meerderjarigheid is vastgesteld op de volle leeftijd van achttien jaren; op die leeftijd is men
bekwaam tot alle handelingen van het burgerlijk leven.
 Art. 1124 - Onbekwaam om contracten aan te gaan zijn : minderjarigen, krachtens artikel 492/1 beschermde
personen en, in het algemeen, al degenen aan wie de wet het aangaan van bepaalde contracten verbiedt.


Ouderlijk gezag

Als (juridische) compensatie voor de handelingsonbekwaamheid, hebben wij het concept van “ouderlijk gezag”
geïntroduceerd. Dus de onderhandelingsonbekwaamheid van kinderen wordt gecompenseerd door het “ouderlijk
gezag”… Dit houdt in dat beslissing voor kinderen (handelingsonbekwaam) worden genomen door ouders/voogden,
zij zijn diegene die de het ouderlijk gezag hebben en beslissing nemen voor hun minderjarige.

Wie heeft ouderlijk gezag?
Zolang kinderen minderjarig zijn, oefenen beide (juridische) ouder het ouderlijk gezag uit, ook wanneer ouders niet
samenleven en/of gescheiden zijn  Co-ouderschap

 Strikt genomen houdt dit in dat beide ouders (vader + moeder) samen moeten optreden wanneer er
beslissingen moeten worden genomen over hun kind. (bv: ouders zouden samen kind moeten inschrijven voor
school, samen toestemming geven om kind op kamp te laten gaan, …)
o Echter heeft de wetgever hier een element voorzien waardoor één ouder eigenlijk een beslissing kan
nemen, namelijk een derden ter goeder trouw (bv: schoolmedewerker) mag vermoeden dat de
beslissing genomen door één ouder wel met toestemming en overleg is gebeurd van beide ouders.
 Vermoeden: Elke handeling of beslissing gesteld door de ene ouder is gebeurd met
toestemming van de andere ouder. Hier mag de persoon (derde ter goeder trouw) van uit gaan
(ook al wonen ze niet samen of zijn ze gescheiden)
 (!) Enkel wanneer de derden zouden weten dat er op een bepaald gebied onenigheid
is tussen ouders, dan mogen ze het niet vermoeden en is er ook expliciet toestemming
nodig van beide ouders!




9

, Rechten verbonden aan ouderlijk gezag

Ouderlijk gezag brengt rechten met zich mee

 Eerbied: kind moet luisteren
 Respect tonen
 Gezag:
o (1) Bewaringsrecht: recht om het kind bij hen te laten verblijven (of bij grootouders)
o (2) Beslissingsrecht over fundamentele kwesties zoals: opvoeding, school, vrije tijd, gezondheidzorg,…
 Vertegenwoordiger: ouders zijn de wettelijke vertegenwoordigers van het kind
 Goederen: Nemen beslissing over goederen van het kind (eigendommen)
 Recht op persoonlijk contact
 Recht op toezicht op de opvoeding & het beheer van de goederen

Plichten verbonden aan ouderlijk gezag

Ouders hebben bepaalde plichten waaraan ze moeten gehoorzamen, als ze deze verplichtingen NIET respecteren kan
het ouderlijk gezag worden afgenomen

 (1) Respect hebben voor het kind)
 (2) Instaan in het voorzien van zijn levensonderhoud (eten, drinken, slaap,..), opvoeding, opleiding,…
 (3) Aansprakelijkheid
o Klassiek gezin: maatschappij stelt dat ouders opvoedingsverantwoordelijkheid hebben – zoon/dochter
richt schade aan  ouders moeten opdraaien voor de schade ( verantwoordelijkheid)
o Gescheiden ouders: mama minder streng dan mama zijn mama en papa nog steeds samen
verantwoordelijk voor het kind?
o Opvoedingsverantwoordelijkheid van ouders
 MAAR wat gebeurd er wanneer een kind geplaatst wordt in een voorziening
 Filosofie: ouders hadden kind beter moeten opvoeden
 Pleegzorg: ouders niet meer verantwoordelijk MAAR stel er gebeurd iets in die eerste week –
oorzaak van slechte opvoeding ouders?
o Daderschap: kind wil zelf vergoeden zonder dat ouders het weten
o Slachtofferschap: aangifte politie maar kind wil dat ouders niet op de hoogte worden gesteld
o Ouders zijn het best geplaatst om beslissingen te nemen
o Moeilijk voor kinderen
 Soms willen kinderen zich laten bijstaan door andere volwassenen
 Jongeren moeten meer vertrouwd worden – kunnen goed inschatten wie de beste persoon is
om hen in een bepaald situatie te begeleiden

Einde ouderlijk gezag

Ouderlijk gezag STOPT wanneer:

 (1) de minderjarige meerderjarig wordt
 (2) indien een ouder komt te overlijden (heeft dat manneke natuurlijk gene ouderlijk gezag meer)
 (3) wanneer het ouderlijk gezag wordt overgedragen aan een andere persoon door middel van adoptie
 (4) Wanneer het ouderlijk gezag wordt afgenomen door de jeugdrechter.




10
$16.25
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Ilonamasselis Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
160
Member since
2 year
Number of followers
10
Documents
50
Last sold
1 day ago
Criminologische wetenschappen

Hallo! Ik ben 3de jaar student criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent. Indien je een samenvatting hebt gekocht, mag je me gerust een berichtje sturen, dan stuur ik het document nog eens door zonder die irritante reclames. Indien je tevreden bent over de samenvatting die je aankocht, laat dan zeker een recensie achter! Alvast veel succes bij het studeren! Ik duim voor jullie! :)

4.3

9 reviews

5
4
4
4
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions