AARDRIJKSKUNDE
Havo 4, Hoofdstuk 1&2, Systeem de aarde
__________________________________________________________________________________
_______________
Hoofdstuk 1.3 Beweging van platen
Deelvragen: - Waarom bewegen platen?, - Welke bewegingen maken de platen?
● De lithosfeer is niet één geheel, maar bestaat uit zeven grote en kleinere platen, die op
de asthenosfeer drijven.
● De beweging van de asthenosfeer gebeurd door de inwendige warmte van de aarde.
○ heet materiaal komt omhoog -> botst tegen
lithosfeer -> stroomt horizontaal weg -> zakt na
afkoeling en als het zwaarder wordt zakt het weer
naar beneden.
○ Deze kringlopen van vloeibaar en plastisch
mantelmateriaal worden convectiestromen
genoemd. Door de convectiestromen bewegen de platen van de lithosfeer.
● Platentektoniek: de processen waardoor platen ontstaan, bewegen en weer
verdwijnen.
● Platen bewegen met snelheid van enkele centimeters per jaar. Snelheid is overal anders,
snelheid kan veranderen in de loop van tijd
● Platen kunnen op verschillende manieren ten opzichte van elkaar bewegen.
○ Platen kunnen van elkaar af (divergentie).
○ Platen kunnen naar elkaar toe (convergentie).
○ Platen kunnen langs elkaar bewegen (transforme beweging).
● Bij een divergente plaatgrens bewegen de platen van
elkaar af.
○ De beweging vindt plaats tussen 2 oceanische
platen.
○ Als het ware ontstaat hier de aardkorst. De
magma komt naar boven en stroomt als lava
naar 2 zijden weg.
, ■ Zo ontstaan onderzeese gebergteketens, de mid-oceanische ruggen,
met in het midden een laagte.
○ Het vulkanisme hierbij is vrij rustig (effusief).
● Bij een convergente plaatgrens bewegen de platen naar elkaar toe. Hierbij zijn drie
variaties:
○ 1: Oceanische plaat botst tegen een continentale plaat (Chili, Indonesië). Het
materiaal van de oceanische plaat (basalt)
heeft een grotere soortelijke massa dan dat
van de continentale plaat (graniet). Daardoor
duikt de oceanische plaat onder de
continentale plaat en zinkt hij in de mantel.
■ Dit heet subductie. Het gebied waar
dit gebeurd, noem je een subductiezone. Dit is te herkennen aan het
aardoppervlak door een diepzeetrog. Je vind bij een subductiezones ook
altijd een gebergte en vulkanisme.
■ Op een bepaalde diepte zal de oceanische lithosfeer
smelten. En daardoor worden deze kenmerken gevormd.
sedimenten maken magma taaier → explosief
- kenmerken diepzeetrog, bergketens, explosieve vulkanen en
zware aardbevingen
■ Bij subductiezones kunnen ook zeer zware aardbevingen voorkomen. Op
het wrijvingsvlak van de duikende en de bovenliggende plaat bouwt
zich namelijk een grote spanning op met grote hoogteverschillen over
relatief korte afstanden.
○ 2: Oceanische plaat botst tegen een andere
oceanische plaat. (Mariana trog). De oudste van
de twee platen duikt onder de jongere plaat. De
oudste plaat is namelijk het meest afgekoeld en
daardoor zwaarder.
■ Het gevolg is een diepzeetrog, met daarachter een vulkanische
eilandenboog.
Havo 4, Hoofdstuk 1&2, Systeem de aarde
__________________________________________________________________________________
_______________
Hoofdstuk 1.3 Beweging van platen
Deelvragen: - Waarom bewegen platen?, - Welke bewegingen maken de platen?
● De lithosfeer is niet één geheel, maar bestaat uit zeven grote en kleinere platen, die op
de asthenosfeer drijven.
● De beweging van de asthenosfeer gebeurd door de inwendige warmte van de aarde.
○ heet materiaal komt omhoog -> botst tegen
lithosfeer -> stroomt horizontaal weg -> zakt na
afkoeling en als het zwaarder wordt zakt het weer
naar beneden.
○ Deze kringlopen van vloeibaar en plastisch
mantelmateriaal worden convectiestromen
genoemd. Door de convectiestromen bewegen de platen van de lithosfeer.
● Platentektoniek: de processen waardoor platen ontstaan, bewegen en weer
verdwijnen.
● Platen bewegen met snelheid van enkele centimeters per jaar. Snelheid is overal anders,
snelheid kan veranderen in de loop van tijd
● Platen kunnen op verschillende manieren ten opzichte van elkaar bewegen.
○ Platen kunnen van elkaar af (divergentie).
○ Platen kunnen naar elkaar toe (convergentie).
○ Platen kunnen langs elkaar bewegen (transforme beweging).
● Bij een divergente plaatgrens bewegen de platen van
elkaar af.
○ De beweging vindt plaats tussen 2 oceanische
platen.
○ Als het ware ontstaat hier de aardkorst. De
magma komt naar boven en stroomt als lava
naar 2 zijden weg.
, ■ Zo ontstaan onderzeese gebergteketens, de mid-oceanische ruggen,
met in het midden een laagte.
○ Het vulkanisme hierbij is vrij rustig (effusief).
● Bij een convergente plaatgrens bewegen de platen naar elkaar toe. Hierbij zijn drie
variaties:
○ 1: Oceanische plaat botst tegen een continentale plaat (Chili, Indonesië). Het
materiaal van de oceanische plaat (basalt)
heeft een grotere soortelijke massa dan dat
van de continentale plaat (graniet). Daardoor
duikt de oceanische plaat onder de
continentale plaat en zinkt hij in de mantel.
■ Dit heet subductie. Het gebied waar
dit gebeurd, noem je een subductiezone. Dit is te herkennen aan het
aardoppervlak door een diepzeetrog. Je vind bij een subductiezones ook
altijd een gebergte en vulkanisme.
■ Op een bepaalde diepte zal de oceanische lithosfeer
smelten. En daardoor worden deze kenmerken gevormd.
sedimenten maken magma taaier → explosief
- kenmerken diepzeetrog, bergketens, explosieve vulkanen en
zware aardbevingen
■ Bij subductiezones kunnen ook zeer zware aardbevingen voorkomen. Op
het wrijvingsvlak van de duikende en de bovenliggende plaat bouwt
zich namelijk een grote spanning op met grote hoogteverschillen over
relatief korte afstanden.
○ 2: Oceanische plaat botst tegen een andere
oceanische plaat. (Mariana trog). De oudste van
de twee platen duikt onder de jongere plaat. De
oudste plaat is namelijk het meest afgekoeld en
daardoor zwaarder.
■ Het gevolg is een diepzeetrog, met daarachter een vulkanische
eilandenboog.