“Algemene orthopedagogie
Hoofdstuk 3: orthopedagogie(k)
1) Letterlijke betekenis orthopedagogie
Ped = paidos (grieks) = kind
Agogie = agogè (grieks) = het voeren, opleiden
Ortho = orthos (grieks) = recht, in juiste banen
1.1) Verouderde definitie
‘Orthopedagogiek beoogt de wetenschappelijke bestudering en benadering van
kinderen die op enigerlei wijze in hun ontwikkeling belemmerd zijn en bij wie de
gebruikelijke opvoedingsmethoden en –middelen weinig of geen effect hebben.’
(Grote Winkler Prins Encyclopedie)
1.2) Definitie in het heden
- Niet altijd met kinderen
- Preventie (niet wachten op het probleem)
- Scheefgroeiingen rechttrekken vs leren leven met bepaald tekort
2) Evolutie orthopedagogiek als wetenschap
1850-1900: - heilpedagogiek (genezend, helend opvoeden)
- sterk gelinkt aan medische wetenschap
1960-1970: - opvallende en afwijkende kind centraal
- kinderen met tijdelijke belemmeringen in opvoeding
1980-….: - problematische opvoedingssituatie
- verschillende betrokkenen en beïnvloedende factoren
Vandaag: - problematische opvoedingssituaties (breed bekeken)
- leunt sterk aan bij wetenschap
- ondersteunt hulpverlener
3) Ecologisch model als kader
- mensen en situaties bekijken vanuit verschillende invalshoeken
- rekening houden met voortdurende wisselwerking
- steeds zoeken naar sterktes en mogelijkheden van de mens
Algemene orthopedagogie
, Hoofdstuk 4: begeleiden staat niet los van cultuur en maatschappij
1) Veranderingen in begeleiding
Vroeger: - identiteit was spiegeling van vader en vader
- weinig variatie
Nu: - meer keuzevrijheid
- meer druk om eigen, ‘unieke’ identiteit te maken
2) Het belang van naamgeving en beeldvorming
Beeld = het totaal van indrukken, overtuigingen en meningen t.o.v.
mensen
Vorming = geleidelijke ontwikkeling van ideeën en kennis t.o.v. mensen
2.1) Bepalende factoren voor ons beeld
- eigen ervaringen
- objectieve kennis (ben je geïnformeerd?)
- sucbjectieve gevoelens
2.1.1) Gevolg
Vorming van stereotypes
Self-fullfulling prophecy (uitgesproken voorspelling waardoor deze
werkelijkheid wordt)
2.1.2) Belang van beeldvorming
- Bepaald hoe we mensen benoemen en hun begeleiden
- Professionele communicatie is key
3) Historie opvoeden en begeleiden mensen met beperking
Prehistorie: - zieke mensen waren bezeten met demonen
- natuurlijke selectie (eliminatie van zwakken)
- schedelboringen zodat kwade geesten lichaam verlaten
Oudheid: - gezien als nutteloos en onvolwaardig
(800 v.C.-500) - maatschappelijke selectie is lotbepalend (stemrecht/
marginalisatie)
- beperkte kinderen gedood of te vondeling gelegd
- Hippocrates: - tegen doden van menselijk leven
- verband symptomen en lichaamsvochten
- ziekte = verkeerde menging vochten
- altijd behandelbaar
Hoofdstuk 3: orthopedagogie(k)
1) Letterlijke betekenis orthopedagogie
Ped = paidos (grieks) = kind
Agogie = agogè (grieks) = het voeren, opleiden
Ortho = orthos (grieks) = recht, in juiste banen
1.1) Verouderde definitie
‘Orthopedagogiek beoogt de wetenschappelijke bestudering en benadering van
kinderen die op enigerlei wijze in hun ontwikkeling belemmerd zijn en bij wie de
gebruikelijke opvoedingsmethoden en –middelen weinig of geen effect hebben.’
(Grote Winkler Prins Encyclopedie)
1.2) Definitie in het heden
- Niet altijd met kinderen
- Preventie (niet wachten op het probleem)
- Scheefgroeiingen rechttrekken vs leren leven met bepaald tekort
2) Evolutie orthopedagogiek als wetenschap
1850-1900: - heilpedagogiek (genezend, helend opvoeden)
- sterk gelinkt aan medische wetenschap
1960-1970: - opvallende en afwijkende kind centraal
- kinderen met tijdelijke belemmeringen in opvoeding
1980-….: - problematische opvoedingssituatie
- verschillende betrokkenen en beïnvloedende factoren
Vandaag: - problematische opvoedingssituaties (breed bekeken)
- leunt sterk aan bij wetenschap
- ondersteunt hulpverlener
3) Ecologisch model als kader
- mensen en situaties bekijken vanuit verschillende invalshoeken
- rekening houden met voortdurende wisselwerking
- steeds zoeken naar sterktes en mogelijkheden van de mens
Algemene orthopedagogie
, Hoofdstuk 4: begeleiden staat niet los van cultuur en maatschappij
1) Veranderingen in begeleiding
Vroeger: - identiteit was spiegeling van vader en vader
- weinig variatie
Nu: - meer keuzevrijheid
- meer druk om eigen, ‘unieke’ identiteit te maken
2) Het belang van naamgeving en beeldvorming
Beeld = het totaal van indrukken, overtuigingen en meningen t.o.v.
mensen
Vorming = geleidelijke ontwikkeling van ideeën en kennis t.o.v. mensen
2.1) Bepalende factoren voor ons beeld
- eigen ervaringen
- objectieve kennis (ben je geïnformeerd?)
- sucbjectieve gevoelens
2.1.1) Gevolg
Vorming van stereotypes
Self-fullfulling prophecy (uitgesproken voorspelling waardoor deze
werkelijkheid wordt)
2.1.2) Belang van beeldvorming
- Bepaald hoe we mensen benoemen en hun begeleiden
- Professionele communicatie is key
3) Historie opvoeden en begeleiden mensen met beperking
Prehistorie: - zieke mensen waren bezeten met demonen
- natuurlijke selectie (eliminatie van zwakken)
- schedelboringen zodat kwade geesten lichaam verlaten
Oudheid: - gezien als nutteloos en onvolwaardig
(800 v.C.-500) - maatschappelijke selectie is lotbepalend (stemrecht/
marginalisatie)
- beperkte kinderen gedood of te vondeling gelegd
- Hippocrates: - tegen doden van menselijk leven
- verband symptomen en lichaamsvochten
- ziekte = verkeerde menging vochten
- altijd behandelbaar