H1: Agile projectmanagement.............................................................................................. 1
1.1 Wat en waarvoor?........................................................................................................ 1
1.1.1: wat?.................................................................................................................... 1
1.1.2 waarvoor?............................................................................................................2
1.1.3 wat is een project?.............................................................................................. 2
1.2: het probleem............................................................................................................... 2
1.3: Waterval techniek:....................................................................................................... 3
1.4: tijdverspillers vermijden:.............................................................................................. 4
1.4.1: hoe tijdverspillers vermijden?............................................................................. 4
1.5: Agile;........................................................................................................................... 4
1.6: wanneer welke manier gebruiken?..............................................................................5
1.7: SAMENGEVAT............................................................................................................ 5
H2: KANBAN........................................................................................................................... 6
2.1 wat is kanban?............................................................................................................. 6
2.2: waarom kanban?.........................................................................................................6
2.3: Hoe werkt kanban? vier basisprincipes.......................................................................6
H3: TEAMWORK EN COMMUNICATIE..................................................................................8
3.1: hoe ontwikkelen teams zich........................................................................................ 8
3.2: hoe functioneer jij in een team?.................................................................................. 8
3.2.1 communicatie en werkstijl (disc) + 3.2.2: kernkwadranten van Ofman............. 10
3.3: conflictmanagement.................................................................................................. 10
3.4: feedback geven......................................................................................................... 12
3.5: feedback ontvangen.................................................................................................. 13
H4: INNOVATIEMANAGEMENT........................................................................................... 14
4.1: de basis van innoveren:............................................................................................ 14
4.1.1: wat kan je innoveren?...................................................................................... 14
4.1.2: soorten innovaties............................................................................................ 15
4.1.3: waarom innoveren?..........................................................................................16
4.1.4: waarom innovaties falen (bedrijven).................................................................16
4.1.5: waarom innovaties falen (consumenten)..........................................................16
4.2: hoe innoveren?..........................................................................................................16
4.2.1: wat zijn trends?................................................................................................ 17
4.2.2: soorten trends.................................................................................................. 17
4.3: voor wie innoveren?.................................................................................................. 18
H5: TRENDSLATING.............................................................................................................20
5.1: wat is trendslating......................................................................................................20
5.1.1: waarom trendslaten?........................................................................................20
5.2: hoe trendslaten..........................................................................................................20
0
, Tine Meuris - Idea Innovation - 2025-2026
H1: Agile projectmanagement
idea innovation
1.1 Wat en waarvoor?
1.1.1: wat?
projectmanagement = een manier om werk aan te pakken
→ 3 manieren:
1) improvisatie
- wanneer het plots en snel moet gaan
- bv: verkeersongeval, last minute feestje
- voordeel: veel creatieve vrijheid
- nadeel: onzekere uitkomst en chaos
● bv: ik weet niet hoeveel mensen er op mijn feestje komen/ moet ik deze man
reanimeren? Wat als ik het fout doe?
2) routineus
- voor herhaaldelijk werk met voorspelbaar karakter
- bv: werk in een fabriek aan lopende band
- voordeel: iedereen weet wat van hem of haar verwacht word/ hoe je
voorgaande problemen oplost
- nadeel: weinig tot geen creatieve vrijheid, geen ruimte voor
vernieuwing
3) projectmatig
- wanneer men iets voor de eerste keer moet aanpakken (hoeft niet
snel en plots)
- bv: opdracht op school
- voordeel: je kan een plan bedenken en dat volgen
- nadeel: je moet steeds opnieuw een plan bedenken
voorbeeld 1,2 & 3: corona lockdown
→ begin: chaos → de overheid improviseert
→ vervolgens: men kreeg meer informatie over het virus → project - men stelt een plan
van aanpak op
→ nu: routineus → wanneer iemand besmet raakt kan die meteen in quarantaine,...
!! deze cyclus herhaald zichzelf steeds, alle werk start ooit geïmproviseerd, groeit
projectmatig tot routine !!
1
, Tine Meuris - Idea Innovation - 2025-2026
1.1.2 waarvoor?
→ 4 voordelen van projectmatig werk
- betere controle
- betere communicatie
- tevreden klanten
- betere resultaten
1.1.3 wat is een project?
= een tijdelijke samenwerking van een aantal mensen (meestal uit verschillende
vakgebieden) om binnen een vastgestelde tijd een vooraf vastgesteld doel te bereiken of
werkt te voltooien binnen een vooraf vastgesteld budget
1.2: het probleem
→ In deze definitie spot je de “Iron triangle”
→ probleem: je kan maar met 2 factoren écht rekening houden
MAAR: het perfecte product zit tussen de 3 cirkels in
Verwante begrippen:
- “scope creep”
● = het fenomeen waarbij de klant vraagt voor
uitbreidingen/ aanpassingen van het project wat
zorgt voor vertraging en oplopende kosten
2