ORTHOPEDAGOGISCHE
INTERVENTIES
HOOFDSTUK 1: EMOTIONELE ONTW IKKELING
Leerdoelen:
vertellen wie de grondlegger is van het psychodynamisch ontwikkelingsmodel
het ontstaan, essentie en belang van het psychodynamisch ontwikkelingsmodel
beschrijven
in eigen woorden vertellen wat de uitgangsprincipes zijn van het psychodynamisch
ontwikkelingsmodel
de correcte benaming van de verschillende emotionele ontwikkelingsfasen
opnoemen
de emotionele ontwikkeling erkennen als een belangrijk aspect van de
psychosociale en persoonlijkheidsontwikkeling van een persoon
de eigenheid van elke ontwikkelingsfase in eigen woorden samenvatten
(spanningsveld, kenmerken, ontwikkelingstaken, gedrag,...)
per emotionele ontwikkelingsfase aangeven hoe een begeleiders zich
kan afstemmen op de emotionele noden van een cliënt op vlak van zijn afstand-
nabijheid, communicatie, aanbod van activiteiten, aangeven van structuur en
grenzen
de twee instrumenten om de emotionele ontwikkeling van cliënten in te schalen
opnoemen en een aantal sterktes vs. moeilijkheden beschrijven bij het
hanteren van deze twee instrumenten
kritische bemerkingen geven ten aanzien van het fasenmodel én ten aanzien van
de diagnostische inschaling
1. INLEIDING
1.1 ANTON DOSEN
Grondlegger van het psychodynamisch ontwikkelingsmodel. Hij was kinderpsychiater en
hoogleraar aan de universiteit van Nijmegen.
In de jaren ’70 was hij voormalig directeur van een centrum voor begeleiding van personen
met een verstandelijke beperking. En kwam tot enkele vaststellingen die aan de oorsprong
liggen van de ontwikkeling van zijn model: een groot percentage hebben kans tot het
ontwikkelen van psychische problemen.
Klassieke diagnostische instrumenten alsook de gangbare behandelmethodes schoten
volgens hem tekort.
- Hij vond de DSM ontoereikend: VEB mensen met PP (bv. depressie) hun symptomen
zijn anders
- Behandelmethodes te weinig afgestemd op die doelgroep (bv. vroeg veel verbale
mogelijkheden)
Hij introduceerde een ontwikkelingsdynamische en integratieve benadering: om psychische
problemen bij mensen met beperking te begrijpen en te behandelen →
ontwikkelingsdynamiek met bijhorende bio-psychosociale aspecten in kaart brengen
1
,2
,1.2 UITGANGSPUNTEN
1.2.1 INTEGRATIEVE BENADERING
Hij baseerde zijn gedachtengoed op theorieën binnen de (ontw.) psychologie en psychiatrie,
alsook wetenschappen.
Tegemoet komen aan complexiteit van gedrags- en psychiatrische problemen →
multidisciplinaire aanpak.
Zicht krijgen op 4 dimensies → in de zoektocht naar een goed begrip en correcte
behandeling van psychische problemen bij mensen met een beperking:
Psychische dimensie: motorische, sensorische functies & in het bijzonder ook
cognitief, sociaal en emotioneel functioneren.
Biologische dimensie: genetische en andere biologische aspecten van het centraal
zenuwstelsel.
Sociale dimensie: sociale omgeving met de bijbehorende interacties.
Ontwikkelingsdimensie: het verloop van de biologische, psychische en sociale
dimensies waarbij in iedere fase van ontwikkeling specifiek psychosociaal
functioneren en specifiek gedrag ontstaat.
Elk van de 4 dimensies staat met alle andere in verband en ze beïnvloeden elkaar.
Verandering van 1 dimensie heeft verandering van totale structuur tot gevolg.
1.2.2 ONTWIKKELINGSDYNAMISCHE BENADERING
Bij personen met een chronische psychische problemen of ernstige gedragsproblemen zien
we vaak een discrepantie tussen de cognitieve ontwikkeling (het kunnen) en emotionele
ontwikkeling (het aankunnen).
Bij deze mensen is de emotionele ontwikkeling op een bepaald moment vertraagt, stopt of
zelfs regresseert.
Zicht hebben op het ontwikkelingsaspect wordt gezien als een belangrijk hulpmiddel in het
stellen van een diagnose en het opzetten van een behandeling.
Op deze manier ontstond de ontwikkelingsdynamische benadering, met de bedoeling om de
ontwikkelingsdynamiek met de bijhorende bio-psychosociale aspecten van personen met
psychische- en gedragsproblemen in kaart te brengen.
Belangrijk! Het kan best zijn dat iemand goed functioneert en er harmonie is tussen de
cognitieve en emotionele ontwikkeling, maar dat er door gebeurtenissen (verlieservaringen,
aanhoudende stress, ...) een terugval of regressie is naar een lager ontwikkelingsniveau. Het
is een natuurlijke gegeven dat ons functioneren dynamisch varieert, afhankelijk van hoe
goed we ons voelen. Het is daar waar een terugval zich niet meer herstelt dat er psychische-
en/ gedragsproblemen ontstaan.
Op de dag van vandaag is het een universeel model: doelgroep- en werkveldoverschrijdend.
3
, Buitenkant → zichtbaar
Emoties – gedrag
Binnenkant → onzichtbaar
Aankunnen
Betekenis van gedrag
Emotionele behoeften
Hulpvraag
Ondersteuningsnood
kunnen gedrag/emoties (buitenkant) pas/enkel begrijpen als we goed zicht hebben op alles
wat daaronder ligt (binnenkant).
2. EMOTIONELE ONTW IKKEL INGSFASEN
Došen heeft deze modellen naast elkaar gelegd en een eigen ontwikkelingsmodel
beschreven voor de emotionele ontwikkeling. Daarbij kwam hij tot de volgende fasen:
1ste fase Adaptatiefase: 0-6 maand
2e fase Eerste socialisatiefase: 6-18 maand
e Eerste individuatiefase: 18-36 maand
3 fase
e Identificatiefase: 3-7 jaar
4 fase
e Realiteitsbewustwordingsfase: 7-12 jaar
5 fase
e Sociale autonomie: 12-17 jaar
6 fase
7e fase Sociale verantwoordelijkheidsfase: 17-25 jaar
Elk kind doorloopt deze fasen! (‘leeftijdsgebonden’)
4
INTERVENTIES
HOOFDSTUK 1: EMOTIONELE ONTW IKKELING
Leerdoelen:
vertellen wie de grondlegger is van het psychodynamisch ontwikkelingsmodel
het ontstaan, essentie en belang van het psychodynamisch ontwikkelingsmodel
beschrijven
in eigen woorden vertellen wat de uitgangsprincipes zijn van het psychodynamisch
ontwikkelingsmodel
de correcte benaming van de verschillende emotionele ontwikkelingsfasen
opnoemen
de emotionele ontwikkeling erkennen als een belangrijk aspect van de
psychosociale en persoonlijkheidsontwikkeling van een persoon
de eigenheid van elke ontwikkelingsfase in eigen woorden samenvatten
(spanningsveld, kenmerken, ontwikkelingstaken, gedrag,...)
per emotionele ontwikkelingsfase aangeven hoe een begeleiders zich
kan afstemmen op de emotionele noden van een cliënt op vlak van zijn afstand-
nabijheid, communicatie, aanbod van activiteiten, aangeven van structuur en
grenzen
de twee instrumenten om de emotionele ontwikkeling van cliënten in te schalen
opnoemen en een aantal sterktes vs. moeilijkheden beschrijven bij het
hanteren van deze twee instrumenten
kritische bemerkingen geven ten aanzien van het fasenmodel én ten aanzien van
de diagnostische inschaling
1. INLEIDING
1.1 ANTON DOSEN
Grondlegger van het psychodynamisch ontwikkelingsmodel. Hij was kinderpsychiater en
hoogleraar aan de universiteit van Nijmegen.
In de jaren ’70 was hij voormalig directeur van een centrum voor begeleiding van personen
met een verstandelijke beperking. En kwam tot enkele vaststellingen die aan de oorsprong
liggen van de ontwikkeling van zijn model: een groot percentage hebben kans tot het
ontwikkelen van psychische problemen.
Klassieke diagnostische instrumenten alsook de gangbare behandelmethodes schoten
volgens hem tekort.
- Hij vond de DSM ontoereikend: VEB mensen met PP (bv. depressie) hun symptomen
zijn anders
- Behandelmethodes te weinig afgestemd op die doelgroep (bv. vroeg veel verbale
mogelijkheden)
Hij introduceerde een ontwikkelingsdynamische en integratieve benadering: om psychische
problemen bij mensen met beperking te begrijpen en te behandelen →
ontwikkelingsdynamiek met bijhorende bio-psychosociale aspecten in kaart brengen
1
,2
,1.2 UITGANGSPUNTEN
1.2.1 INTEGRATIEVE BENADERING
Hij baseerde zijn gedachtengoed op theorieën binnen de (ontw.) psychologie en psychiatrie,
alsook wetenschappen.
Tegemoet komen aan complexiteit van gedrags- en psychiatrische problemen →
multidisciplinaire aanpak.
Zicht krijgen op 4 dimensies → in de zoektocht naar een goed begrip en correcte
behandeling van psychische problemen bij mensen met een beperking:
Psychische dimensie: motorische, sensorische functies & in het bijzonder ook
cognitief, sociaal en emotioneel functioneren.
Biologische dimensie: genetische en andere biologische aspecten van het centraal
zenuwstelsel.
Sociale dimensie: sociale omgeving met de bijbehorende interacties.
Ontwikkelingsdimensie: het verloop van de biologische, psychische en sociale
dimensies waarbij in iedere fase van ontwikkeling specifiek psychosociaal
functioneren en specifiek gedrag ontstaat.
Elk van de 4 dimensies staat met alle andere in verband en ze beïnvloeden elkaar.
Verandering van 1 dimensie heeft verandering van totale structuur tot gevolg.
1.2.2 ONTWIKKELINGSDYNAMISCHE BENADERING
Bij personen met een chronische psychische problemen of ernstige gedragsproblemen zien
we vaak een discrepantie tussen de cognitieve ontwikkeling (het kunnen) en emotionele
ontwikkeling (het aankunnen).
Bij deze mensen is de emotionele ontwikkeling op een bepaald moment vertraagt, stopt of
zelfs regresseert.
Zicht hebben op het ontwikkelingsaspect wordt gezien als een belangrijk hulpmiddel in het
stellen van een diagnose en het opzetten van een behandeling.
Op deze manier ontstond de ontwikkelingsdynamische benadering, met de bedoeling om de
ontwikkelingsdynamiek met de bijhorende bio-psychosociale aspecten van personen met
psychische- en gedragsproblemen in kaart te brengen.
Belangrijk! Het kan best zijn dat iemand goed functioneert en er harmonie is tussen de
cognitieve en emotionele ontwikkeling, maar dat er door gebeurtenissen (verlieservaringen,
aanhoudende stress, ...) een terugval of regressie is naar een lager ontwikkelingsniveau. Het
is een natuurlijke gegeven dat ons functioneren dynamisch varieert, afhankelijk van hoe
goed we ons voelen. Het is daar waar een terugval zich niet meer herstelt dat er psychische-
en/ gedragsproblemen ontstaan.
Op de dag van vandaag is het een universeel model: doelgroep- en werkveldoverschrijdend.
3
, Buitenkant → zichtbaar
Emoties – gedrag
Binnenkant → onzichtbaar
Aankunnen
Betekenis van gedrag
Emotionele behoeften
Hulpvraag
Ondersteuningsnood
kunnen gedrag/emoties (buitenkant) pas/enkel begrijpen als we goed zicht hebben op alles
wat daaronder ligt (binnenkant).
2. EMOTIONELE ONTW IKKEL INGSFASEN
Došen heeft deze modellen naast elkaar gelegd en een eigen ontwikkelingsmodel
beschreven voor de emotionele ontwikkeling. Daarbij kwam hij tot de volgende fasen:
1ste fase Adaptatiefase: 0-6 maand
2e fase Eerste socialisatiefase: 6-18 maand
e Eerste individuatiefase: 18-36 maand
3 fase
e Identificatiefase: 3-7 jaar
4 fase
e Realiteitsbewustwordingsfase: 7-12 jaar
5 fase
e Sociale autonomie: 12-17 jaar
6 fase
7e fase Sociale verantwoordelijkheidsfase: 17-25 jaar
Elk kind doorloopt deze fasen! (‘leeftijdsgebonden’)
4