Rechtsbronnen (waar komt het recht vandaan?)
- De Wet (formele en informele zin)
- Het Verdrag
- Jurisprudentie, (geheel aan rechtelijke uitspraken)
- De Gewoonte (ongeschreven recht)
- De Rechtswetenschap
Het recht= Het systeem van regels waarmee de maatschappij wordt geordend.
Let op: In het BW staan alleen wetten in formele zin die door de Staten-Generaal zijn
gemaakt.
Wet in formele zin: Komt tot stand door regering én Staten-Generaal . Regelt de
procedures, hoe haal ik mijn recht. (Hele wetgevingsproces heeft doorlopen)
Het recht ter handhaving van het materiele recht.
Alle wetten in het burgerlijk wetboek.
In het BW staan alleen wetten in formele zin die door de Staten-Generaal zijn gemaakt. Dit is
onder andere af te leiden uit het feit dat het Burgerlijk Wetboek heet. Alleen wetten in
formele zin mogen namelijk ‘wet’ heten.
Wet in materiele zin: Gaat over de inhoud: het recht zelf
(Bevat algemene regels voor iedereen of voor een bepaalde groep, moet vatbaar zijn voor
herhaalde toepassing (niet éénmalig)
Een wet in formele zin is vaak ook een wet in materiële zin zijn. Omgekeerd niet.
Voorbeeld: Het Wetboek van Strafrecht (Bevat algemene strafregels die herhaald
toepasbaar zijn voor iedereen).
Voorbeeld van een wet in formele zin die géén wet in materiele zin is: Goedkeuring van
huwelijk van Willem -Alexander.
Objectief recht: alle geschreven en ongeschreven rechtsregels (formeel) (een vonnis)
Formeel recht = Alle regels die de rechten en plichten van de rechtssubjecten omschrijven.
Formeel recht= het recht ter handhaving van het materiele recht.
De rechten in RV.
Subjectief recht: Recht op basis van objectief recht (inhoudelijk). Een recht dat aan bepaald
persoon toekomt.
Bijvoorbeeld: De eigendom van een woning.
Materieel recht= de rechten in het BW
,1) Absoluut recht= van een persoon op een zaak (= stoffelijk object)
Als U de eigenaar bent, dan is iedere andere persoon dat dus niet.
2) Relatief recht= tussen persoon en persoon
- Het recht op levering
- Een huurcontract
- Dwingend recht: Recht waarvan je niet kan afwijken, zelfs niet als beide partijen
het eens zijn.
Voorbeelden: huurrecht, arbeidsrecht, consumentenrecht.
- 🔄 Aanvullend recht (regelend recht): Je mag hier wél van afwijken. Geldt alleen als
partijen niets anders hebben afgesproken.
Voorbeeld: regels over koopovereenkomsten tussen bedrijven.
-
- ⚠️ Semi-dwingend recht: Afwijking mag alleen als het in voordeel is van de
zwakkere partij, 🛡️ Bijvoorbeeld: huurder of werknemer wordt extra beschermd.
- 📃 Driekwart-dwingend recht: Afwijking alleen toegestaan via een collectieve
arbeidsovereenkomst (CAO)
Privaatrecht: geeft regels in de relatie burgers – rechtspersonen (Regels over onderlinge
betrekkingen tussen personen) voorbeeld= De gemeenteraad beslist, dat de burgemeester
een dienstauto krijgt →privaatrechtelijk. OF Een ministerie sluit een huur- of
arbeidsovereenkomst.
Dus: de overheid kan deelnemen aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer.
Codificeren: het in een wet(boek) vastleggen van het recht
Verbintenis: een juridische relatie tussen 2 of meer rechtspersonen, waarbij de ene iets
verplicht is tegenover een ander.
Overige begrippen
Rechtsbevoegdheid: je mag aan het rechtsverkeer deelnemen → een mens, niet een hond
(Alle rechtspersonen en natuurlijke personen zijn rechtsbevoegd)
Rechtspersoon: een juridische constructie (BV, NV. Stichting) die ook aan het rechtsverkeer
mag deelnemen.
Let op: Vertegenwoordigingsbevoegd: een NV/BV moet worden vertegenwoordigd door
een natuurlijk persoon om rechtshandelingen te sluiten.
Door wie en op welke wijze worden rechtshandelingen van een rechtspersoon verricht?
Antwoord= bij volmacht door het bestuur.
Rechtssubject: ieder die aan het rechtsverkeer deelneemt + drager rechten en plichten
(Een VOF, natuurlijk persoon)
,Rechtsobject: goederen waarover rechten en plichten kunnen bestaan
→ een huis, een auto
Rechtsfeit: Feit welk relevant is voor het recht → geboorte van een kind
Feitelijke handeling: handelingen die geen rechtsgevolg hebben (een onrechtmatige daad)
Rechtshandelingen: hebben WEL een rechtsgevolg
Redelijkheid en Billijkheid = Een juridisch uitgangspunt dat kan werken aanvullend of
beperkend op de inhoud van een overeenkomst.
1. Aanvullende werking
> Wordt toegepast wanneer partijen bepaalde kwesties niet hebben geregeld in een
overeenkomst.
- Aanvullende werking creëert extra regels die de wet aanvullen
- Niet dwingend; partijen kunnen dit in principe aanpassen.
2. Beperkende werking (derogerende werking)
> Geldt voor de verhouding tussen schuldenaar en schuldeiser.
- Bescherming tegen onredelijke uitkomst
- Dat een tussen geldende regel niet van toepassing is als dit naar de maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
- hierdoor kan de rechter een gemaakte afspraak geheel of gedeeltelijk buiten werking
stellen.
, B Personen en familierecht
Handelingsbekwaamheid = zelfstandig alle rechtshandelingen mogen verrichten
Handelingsonbekwaamheid is een reden voor of nietigheid van rechtshandelingen. Hij heeft
hulp nodig van een wettelijke vertegenwoordiger bijvoorbeeld: zijn ouders, een curator,
een bewindvoerder of een voogd.
Wie is handelingsonbekwaam?
1. Minderjarigen
• Iemand jonger dan 18 jaar
• En die niet gehuwd is (geweest) of geen rechterlijke toestemming heeft gehad om als
meerderjarige op te treden
Bijv: een 17-jarige die ongehuwd is
Handlichting= is een gerechtelijke maatregel waarbij een minderjarige (16 of 17 jaar oud)
door de rechter gedeeltelijk handelingsbekwaam wordt verklaard.
2. Personen met een geestelijke stoornis
Als iemand door een geestelijke stoornis of door drank- of drugsmisbruik zijn belangen niet
goed kan behartigen.
Handelingsonbevoegdheid = bepaalde rechtshandeling niet mogen/ kunnen verrichten
→ bijv. als makelaar mag je niet een notariële akte opstellen
Een persoon mag bepaalde rechtshandelingen niet verrichten, ook al kan hij dat in principe
wél.
Beschikkingsonbevoegd = Onbevoegd om een goed te vervreemden. Term die is gekoppeld
aan een titel en niet aan de persoon.
Kort gezegd: iemand kan iets bezitten, maar niet altijd het recht hebben om het te verkopen
of te belasten.
💰 Bewind= Voor mensen die hun geldzaken niet zelf kunnen regelen.
Dit kan bijvoorbeeld komen door: Een verslaving , Een geestelijke beperking .
Je kunt bij de rechter een verzoek indienen om iemands geld/bezittingen onder bewind te
stellen.
De persoon blijft handelingsbekwaam, maar mag niet over zijn geld beschikken zonder
toestemming.
➢ Kleine aankoop, zoals een telefoon van 50,- mag wel.
🏥 Mentorschap= beslist over de verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding!
Mentorschap beïnvloedt alleen beslissingen over persoonlijke verzorging en behandeling,
niet het geldbeheer.
⚖️Curatele: de wettelijk vertegenwoordiger van de betrokkene. (De strengste versie)
(op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand)