BURGERLIJK RECHT I
Table of Contents
Week 1 ............................................................................................................... 3
Jurisprudentie ..................................................................................................... 4
Kennisclips ......................................................................................................... 6
College 1 en 2 – Object en subject ...................................................................... 15
Week 2 ............................................................................................................. 30
Jurisprudentie: .................................................................................................. 31
Literatuur.......................................................................................................... 32
Kennisclips ............................................................................................................. 33
College 3 en 4 natrekking, vermenging en zaakvorming ....................................... 36
Week 3 ............................................................................................................. 49
Kennisclips ....................................................................................................... 50
Colleges 5 en 6 Wat zit er ‘in’ een goederenrechtelijk recht ................................. 54
Week 4 ............................................................................................................. 73
Literatuur.......................................................................................................... 74
Colleges 7 en 8 – samen is moeilijker dan alleen ................................................. 75
Week 5 ....................................................................... Error! Bookmark not defined.
Jurisprudentie ................................................................................................... 91
literatuur .......................................................................................................... 92
Kennisclips ....................................................................................................... 93
College 9 en 10 – de overdracht en haar bijzonderheden ..................................... 97
Week 6 ........................................................................................................... 113
Jurisprudentielijst ........................................................................................... 114
Literatuur........................................................................................................ 116
Kennisclips ..................................................................................................... 117
Colleges 11 en 12 – Fiduciaire verhoudingen en derdenbescherming ................. 121
Week 7 ........................................................................................................... 136
Jurisprudentie ................................................................................................. 137
Literatuur........................................................................................................ 140
Kennisclip ...................................................................................................... 141
1
,Colleges 13 en 14 – tijd en herstel .................................................................... 143
Verjaring ................................................................................................................................ 143
Op basis van EU-recht, ........................................................................................................... 147
Repetitieweek 1 – hoorcollege week 8 (oefenopgaves) ...................................... 160
Week 9 ........................................................................................................... 169
Jurisprudentie: ................................................................................................ 170
Kennisclip ...................................................................................................... 171
Hoorcollege week 16 en 17 – Leverancierskrediet ............................................. 172
Week 10 .......................................................................................................... 185
Literatuur en jurisprudentie ............................................................................. 186
College 18 en 19 – Verhaal en retentie .............................................................. 187
Week 11 .......................................................................................................... 208
Kennisclips ..................................................................................................... 209
College 20 en 21 – Uitwinning zekerheden ........................................................ 215
Week 12 .......................................................................................................... 235
Kennisclip bodemvoorrecht en bodemvoorrecht van de fiscus ......................... 236
Hoorcolleges week 12 ..................................................................................... 239
Week 13 – repetitieweek 2 ............................................................................... 248
2
,Week 1
Colleges 1 en 2 – Object en subject
HC 01 2 september 2024 08:30 uur
HC 02 4 september 2024 15:30 uur
Literatuur:
• Pitlo/Reehuis & Heisterkamp, Goederenrecht 2019, H1 en H10 (m.u.v. § 10.2).
•
• S.E. Bartels & H.W. Heyman, Vastgoedtransacties. Koop, Den Haag: Boom Juridische uitgevers
2021, nrs. 39-45, hier te raadplegen.
Jurisprudentie:
• HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412, NJ 1993, 316, m.nt. W.M. Kleijn, AA 1992/284,
m.nt. J. Hijma, JOR 2023/118, m.nt. K. Everaars (Dépex/curatoren Bergel c.s.), zie ook
de kennisclip.
• HR 31 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, NJ 1998/97, AA 1998/101, m.nt. S.C.J.J.
Kortmann (Portacabin).
• HR 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136, BNB 2010/80 (Woonark).
• HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO3644, BNB 2011/83 (Havenkranen).
• HR (belastingkamer) 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0813, BNB 2013/248 (WKK).
• HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785, NJ 2021, 86, m.nt. F.M.J. Verstijlen, JOR 2021/53,
m.nt. V. Tweehuysen (UTB/Glencore; Zalco II).
Lees terug:
• W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2020, H1, 2,
10.5.
Bekijk ook:
• kennisclip Afhankelijkheid of Zaaksgevolg
• kennisclip Blaauboer/Berlips
• kennisclip Goederenrecht, verbintenissenrecht en dingen daartussenin
• kennisclip Grensoverschrijdende garage
Lees verder:
• H.D. Ploeger & P.J. van der Plank, Wetsvoorstel Drijvende opstallen: een juridisch fundament
voor bouwen op water, WPNR 2021/7319.
• H.D. Ploeger & P.J. van der Plank, Wetsvoorstel Drijvende opstallen: een juridisch fundament
voor bouwen op water. Deel II: Boek 5 voor 'Registergoederen', WPNR 2022/7356.
• V. Tweehuysen, 'Tiny houses. Does size matter?', WPNR 2017/7157.
• Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/84 en 85a, te raadplegen via LI of InView Essential.
• Mooi voorbeeld van de werking van art. 3:4 BW in de praktijk: ECLI:NL:GHARL:2014:6958 en
ECLI:NL:GHARL:2016:8202.
3
, Jurisprudentie
• HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412, NJ 1993, 316, m.nt. W.M.
Kleijn, AA1992/284, m.nt. J. Hijma, JOR 2023/118, m.nt. K. Everaars (Dépex/curatoren Bergel
c.s.).
Depex heeft in 1987 een destillatie-installatie onder eigendomsvoorbehoud geleverd aan Bergel
ten behoeve van een farmaceutische productie-inrichting. Depex vordert de installatie terug op
grond van haar eigendomsvoorbehoud. De curatoren van Bergel beroepen zich er echter op dat de
installatie door natrekking bestanddeel is geworden van de fabriek, waardoor Bergel eigenaar is
geworden. De rechtsvraag die in dit kader centraal staat, is of de destillatie-installatie volgens
verkeersopvatting bestanddeel is geworden van de fabriek van Bergel. Is de apparatuur
bestanddeel van het fabrieksgebouw? Zo nee, dan kan Depex de apparatuur revindiceren, zo ja,
dan omvat het eigendomsrecht van de fabriek ook de apparatuur.
Rechtsregel: Er is sprake van één zaak als het gebouw en de apparatuur in constructief opzicht
specifiek op elkaar zijn afgestemd. Er is sprake van een bestanddeel wanneer het gebouw als
fabrieksgebouw onvoltooid is zonder de apparatuur.
Het gaat hier dus niet om de plaats van de apparatuur in het productieproces. Het gaat om het
fabrieksgebouw zelf, bv. verlichting of centrale verwarming. In dit arrest ging het om essentiële
apparatuur voor farmaceutische middelen, maar dat is dus niet relevant. Het gebouw was prima
compleet als fabrieksgebouw zonder de apparatuur.
• HR 31 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, NJ 1998/97, AA 1998/101, m.nt. S.C.J.J.
Kortmann (Portacabin).
Dit arrest is pas relevant als de zaak vastzit aan de grond, het gaat om de duurzaamheid. - Wanneer
is er sprake van natrekking
- Het moet gaan om een gebouw of een werk (gebouw -> ommuurde ruimte die overdekt is,
werk -> door de mens gemaakte zaak, bv. een muur). De Portacabin valt daaronder, het is een
gebouw of werk.
- Het moet verenigd zijn met de grond. Dit is meestal vrij makkelijk in te vullen. Bij voortdurend
contact met de grond is er vereniging met de grond. Wanneer iets (soms) drijft, maar wel
vastzit aan de grond, is het eigenlijk alleen twijfelachtig. In de meeste andere gevallen niet.
Ook met verkeersopvattingen.
- Het moet gaan om een duurzame vereniging met de grond. Art. 5:20 BW vraagt hier net als art.
3:3 BW om. Je kunt hier dus HR 1997 Portacabin ook toepassen. Het moet naar de ‘aard en
inrichting’ bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, ‘voor zover naar buiten de
bedoeling van de bouwer kenbaar is’. De technische verplaatsbaarheid is niet relevant.
Tegenwoordig kan je huizen gewoon verplaatsen dus daarom is dit niet relevant. Anders
zouden alle huizen opeens roerend zijn.
• HR 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136, BNB 2010/80 (Woonark). Dit arrest gaat over de
verbondendheid van de zaak met de grond. Is de woonark onroerend in de zin van art. 3:3? Een
woonboot die niet met de oever is verbonden is in ieder geval niet onroerend, het moet enige
verbinding hebben met de grond.
Niet relevant:
o Dat de boot verbonden is via kabels en een aansluiting heeft op nutsleidingen en riolering
o Een verbinding met de bodem die er voor zorgt dat het schip met de waterstand
meebeweegt.
Wel relevant is de wijze waarop het bouwwerk technisch verbonden is met de grond, de
wijze van aansluiting op de riolering en nutsvoorzieningen. Uiteindelijk moet er ook nog
gekeken worden of de verbinding duurzaam is.
4
Table of Contents
Week 1 ............................................................................................................... 3
Jurisprudentie ..................................................................................................... 4
Kennisclips ......................................................................................................... 6
College 1 en 2 – Object en subject ...................................................................... 15
Week 2 ............................................................................................................. 30
Jurisprudentie: .................................................................................................. 31
Literatuur.......................................................................................................... 32
Kennisclips ............................................................................................................. 33
College 3 en 4 natrekking, vermenging en zaakvorming ....................................... 36
Week 3 ............................................................................................................. 49
Kennisclips ....................................................................................................... 50
Colleges 5 en 6 Wat zit er ‘in’ een goederenrechtelijk recht ................................. 54
Week 4 ............................................................................................................. 73
Literatuur.......................................................................................................... 74
Colleges 7 en 8 – samen is moeilijker dan alleen ................................................. 75
Week 5 ....................................................................... Error! Bookmark not defined.
Jurisprudentie ................................................................................................... 91
literatuur .......................................................................................................... 92
Kennisclips ....................................................................................................... 93
College 9 en 10 – de overdracht en haar bijzonderheden ..................................... 97
Week 6 ........................................................................................................... 113
Jurisprudentielijst ........................................................................................... 114
Literatuur........................................................................................................ 116
Kennisclips ..................................................................................................... 117
Colleges 11 en 12 – Fiduciaire verhoudingen en derdenbescherming ................. 121
Week 7 ........................................................................................................... 136
Jurisprudentie ................................................................................................. 137
Literatuur........................................................................................................ 140
Kennisclip ...................................................................................................... 141
1
,Colleges 13 en 14 – tijd en herstel .................................................................... 143
Verjaring ................................................................................................................................ 143
Op basis van EU-recht, ........................................................................................................... 147
Repetitieweek 1 – hoorcollege week 8 (oefenopgaves) ...................................... 160
Week 9 ........................................................................................................... 169
Jurisprudentie: ................................................................................................ 170
Kennisclip ...................................................................................................... 171
Hoorcollege week 16 en 17 – Leverancierskrediet ............................................. 172
Week 10 .......................................................................................................... 185
Literatuur en jurisprudentie ............................................................................. 186
College 18 en 19 – Verhaal en retentie .............................................................. 187
Week 11 .......................................................................................................... 208
Kennisclips ..................................................................................................... 209
College 20 en 21 – Uitwinning zekerheden ........................................................ 215
Week 12 .......................................................................................................... 235
Kennisclip bodemvoorrecht en bodemvoorrecht van de fiscus ......................... 236
Hoorcolleges week 12 ..................................................................................... 239
Week 13 – repetitieweek 2 ............................................................................... 248
2
,Week 1
Colleges 1 en 2 – Object en subject
HC 01 2 september 2024 08:30 uur
HC 02 4 september 2024 15:30 uur
Literatuur:
• Pitlo/Reehuis & Heisterkamp, Goederenrecht 2019, H1 en H10 (m.u.v. § 10.2).
•
• S.E. Bartels & H.W. Heyman, Vastgoedtransacties. Koop, Den Haag: Boom Juridische uitgevers
2021, nrs. 39-45, hier te raadplegen.
Jurisprudentie:
• HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412, NJ 1993, 316, m.nt. W.M. Kleijn, AA 1992/284,
m.nt. J. Hijma, JOR 2023/118, m.nt. K. Everaars (Dépex/curatoren Bergel c.s.), zie ook
de kennisclip.
• HR 31 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, NJ 1998/97, AA 1998/101, m.nt. S.C.J.J.
Kortmann (Portacabin).
• HR 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136, BNB 2010/80 (Woonark).
• HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO3644, BNB 2011/83 (Havenkranen).
• HR (belastingkamer) 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0813, BNB 2013/248 (WKK).
• HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785, NJ 2021, 86, m.nt. F.M.J. Verstijlen, JOR 2021/53,
m.nt. V. Tweehuysen (UTB/Glencore; Zalco II).
Lees terug:
• W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2020, H1, 2,
10.5.
Bekijk ook:
• kennisclip Afhankelijkheid of Zaaksgevolg
• kennisclip Blaauboer/Berlips
• kennisclip Goederenrecht, verbintenissenrecht en dingen daartussenin
• kennisclip Grensoverschrijdende garage
Lees verder:
• H.D. Ploeger & P.J. van der Plank, Wetsvoorstel Drijvende opstallen: een juridisch fundament
voor bouwen op water, WPNR 2021/7319.
• H.D. Ploeger & P.J. van der Plank, Wetsvoorstel Drijvende opstallen: een juridisch fundament
voor bouwen op water. Deel II: Boek 5 voor 'Registergoederen', WPNR 2022/7356.
• V. Tweehuysen, 'Tiny houses. Does size matter?', WPNR 2017/7157.
• Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/84 en 85a, te raadplegen via LI of InView Essential.
• Mooi voorbeeld van de werking van art. 3:4 BW in de praktijk: ECLI:NL:GHARL:2014:6958 en
ECLI:NL:GHARL:2016:8202.
3
, Jurisprudentie
• HR 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412, NJ 1993, 316, m.nt. W.M.
Kleijn, AA1992/284, m.nt. J. Hijma, JOR 2023/118, m.nt. K. Everaars (Dépex/curatoren Bergel
c.s.).
Depex heeft in 1987 een destillatie-installatie onder eigendomsvoorbehoud geleverd aan Bergel
ten behoeve van een farmaceutische productie-inrichting. Depex vordert de installatie terug op
grond van haar eigendomsvoorbehoud. De curatoren van Bergel beroepen zich er echter op dat de
installatie door natrekking bestanddeel is geworden van de fabriek, waardoor Bergel eigenaar is
geworden. De rechtsvraag die in dit kader centraal staat, is of de destillatie-installatie volgens
verkeersopvatting bestanddeel is geworden van de fabriek van Bergel. Is de apparatuur
bestanddeel van het fabrieksgebouw? Zo nee, dan kan Depex de apparatuur revindiceren, zo ja,
dan omvat het eigendomsrecht van de fabriek ook de apparatuur.
Rechtsregel: Er is sprake van één zaak als het gebouw en de apparatuur in constructief opzicht
specifiek op elkaar zijn afgestemd. Er is sprake van een bestanddeel wanneer het gebouw als
fabrieksgebouw onvoltooid is zonder de apparatuur.
Het gaat hier dus niet om de plaats van de apparatuur in het productieproces. Het gaat om het
fabrieksgebouw zelf, bv. verlichting of centrale verwarming. In dit arrest ging het om essentiële
apparatuur voor farmaceutische middelen, maar dat is dus niet relevant. Het gebouw was prima
compleet als fabrieksgebouw zonder de apparatuur.
• HR 31 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, NJ 1998/97, AA 1998/101, m.nt. S.C.J.J.
Kortmann (Portacabin).
Dit arrest is pas relevant als de zaak vastzit aan de grond, het gaat om de duurzaamheid. - Wanneer
is er sprake van natrekking
- Het moet gaan om een gebouw of een werk (gebouw -> ommuurde ruimte die overdekt is,
werk -> door de mens gemaakte zaak, bv. een muur). De Portacabin valt daaronder, het is een
gebouw of werk.
- Het moet verenigd zijn met de grond. Dit is meestal vrij makkelijk in te vullen. Bij voortdurend
contact met de grond is er vereniging met de grond. Wanneer iets (soms) drijft, maar wel
vastzit aan de grond, is het eigenlijk alleen twijfelachtig. In de meeste andere gevallen niet.
Ook met verkeersopvattingen.
- Het moet gaan om een duurzame vereniging met de grond. Art. 5:20 BW vraagt hier net als art.
3:3 BW om. Je kunt hier dus HR 1997 Portacabin ook toepassen. Het moet naar de ‘aard en
inrichting’ bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, ‘voor zover naar buiten de
bedoeling van de bouwer kenbaar is’. De technische verplaatsbaarheid is niet relevant.
Tegenwoordig kan je huizen gewoon verplaatsen dus daarom is dit niet relevant. Anders
zouden alle huizen opeens roerend zijn.
• HR 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9136, BNB 2010/80 (Woonark). Dit arrest gaat over de
verbondendheid van de zaak met de grond. Is de woonark onroerend in de zin van art. 3:3? Een
woonboot die niet met de oever is verbonden is in ieder geval niet onroerend, het moet enige
verbinding hebben met de grond.
Niet relevant:
o Dat de boot verbonden is via kabels en een aansluiting heeft op nutsleidingen en riolering
o Een verbinding met de bodem die er voor zorgt dat het schip met de waterstand
meebeweegt.
Wel relevant is de wijze waarop het bouwwerk technisch verbonden is met de grond, de
wijze van aansluiting op de riolering en nutsvoorzieningen. Uiteindelijk moet er ook nog
gekeken worden of de verbinding duurzaam is.
4