WETENSCHAPSFILOSOFIE
Nienke van Gulik
,Inhoudsopgave
1. Waarheid en de empirische cyclus ......................................................................................................... 2
Korte geschiedenis .............................................................................................................................................. 2
Poppers probleem met inductie.......................................................................................................................... 2
Waarheid en empirische cyclus .......................................................................................................................... 3
Hypothese testen en theorieën ........................................................................................................................... 4
2. Theorie en interpretatie ......................................................................................................................... 5
Waar komt de theorie vandaan.......................................................................................................................... 5
Kuhn en zijn paradigmawissel ............................................................................................................................ 5
De geschiedenis van waanzin ............................................................................................................................. 6
Realisme, anti-realisme & post-modernisme...................................................................................................... 7
De pasteurisatie van Frankrijk en wetenschap in actie ...................................................................................... 7
3. Levels in psychobiologie ......................................................................................................................... 9
Leesvoer aantekeningen ..................................................................................................................................... 9
Wat zijn levels ..................................................................................................................................................... 9
Hoe hangen levels met elkaar samen ............................................................................................................... 10
Samenvatting ................................................................................................................................................... 12
4. Verklaringen in psychobiologie ............................................................................................................ 13
Leesvoer aantekeningen ................................................................................................................................... 13
Doelen van psychobiologie en wanneer heb je iets verklaard .......................................................................... 13
Goede verklaringen in psychobiologie .............................................................................................................. 14
Verklaringen en levels....................................................................................................................................... 16
Samenvatting ................................................................................................................................................... 16
5. Cognitieve ontologie en mapping ......................................................................................................... 17
Leesvoer aantekeningen ................................................................................................................................... 17
Introductie van termen: cognitieve ontologie en mapping .............................................................................. 17
Aannames van mapping strategie.................................................................................................................... 18
Cognitieve ontologie, mapping en verklaring ................................................................................................... 19
Samenvatting ................................................................................................................................................... 20
6. Models and predictions........................................................................................................................ 21
Kan een neurowetenschappen een microprocessor begrijpen? ....................................................................... 21
Verklaren of voorspellen ................................................................................................................................... 21
Mechanistische computationele modellen ....................................................................................................... 23
Verschillende soorten modellen........................................................................................................................ 25
, 1. Waarheid en de empirische cyclus
Twee bronnen van kennis
- Analytische kennis, afleiden uit taal
- Verifieerbare empirische stellingen (alle zwanen zijn wit)
o Observeer dat een zwaan wit is
o Merk op dat alle geobserveerde zwanen wit zijn
>>> Laat veel vragen open
- Is zulke kennis waar, wat betekent het?
- Hoe bepaal je waar je kennis vandaan haalt
- Hoe koppel je verschillende observaties met elkaar?
- Is er een afstand tussen wat jij observeert en wat er daadwerkelijk is?
- Wat is de rol van een observatie (inductie) en een redeneerproces (deductie)
- Hoe ga je van kennis naar een theorie
- Hoe weerleg je een theorie
Korte geschiedenis
- Plato: de wereld waarin we leven is niet de echte wereld
- Aristoteles
- Sextus empiricus: inductie geeft niet de fundamentele waarheid, je kan altijd blijven
vragen; "maar waarom?" zonder het vinden van het antwoord
- Hume: uniformiteitsprincipe, empirische kennis is het enige wat we hebben, maar is
niet absoluut
Poppers probleem met inductie
* Inductie: van een individuele waarneming een universele regel maken (zwanen voorbeeld)
* Hume: dit is alleen waar als we uitgaan van de uniformiteit van natuur over tijd en ruimte
* Je kan een theorie niet bewijzen op basis van inductie. De benadering is niet bevredigend.
- Popper: maar je kan het probleem omkeren. Je kan bewijzen dat een theorie onwaar
is als je een tegenbewijs kan leveren (zwarte zwaan)
Het switchen van perspectief van wetenschap van een theorie bewijzen/verifiëren met meer
observaties naar theorie falsifiëren geeft vier gerelateerde punten:
1) Falsificatie als een doel voor wetenschap
* Waarschijnlijk is er al een theorie geformuleerd waarin in empirische waarnemingen zijn
verwerkt. Daarom moeten wetenschappers hun experimenten zo ontwerpen dat een
mogelijke, waarschijnlijke uitkomst van een experiment is dat de theorie wordt verworpen
o Als je een wetenschappelijke theorie voorstelt, moet het samen gaan met
de stelling: “onder welke omstandigheden zou ik toegeven dat mijn theorie
fout is”.
2) Een demarcatie criterium tussen wetenschap en pseudowetenschap
* Popper maakt duidelijk dat als een theorie niet verworpen kan worden, is het geen
wetenschap. Dit maakt een duidelijke scheiding tussen psycho-analyse en Marxisme aan
de ene kant (pseudowetenschap) en natuurkunde (wetenschap)