Hoofdstuk 8: bestuur
8.1 algemeen
Volgens de grondwetgever van 1983 is de regering niet alleen uitvoerder
van wetten, maar treedt zij met haar ambtelijk apparaat op als initiërend
en sturend ambt. Het is volgens wetgever niet mogelijk om de veelzijdige
taak van regering eenduidig in een grondwetsbepaling te omschrijven.
De uitvoering en handhaving van wettelijke voorschriften door
overheidsambten is nog altijd een hoofdbestanddeel van de
bestuursfunctie. In de rechtspraak blijkt dat overheidsambten vrijwel altijd
optreden ter uitvoering van wettelijke voorschriften.
Andere vormen van bestuur, bijvoorbeeld dat de overheid wegen en dijken
aanlegt of het beheer van zeehavens, sluizen en bruggen. De overheid
sluit ook verdragen en gaat diplomatieke betrekkingen aan en belast met
verdediging staat. Deels hiervan staat ook in de Gw, bv art. 90-100.
De Grondwet illustreert dat de bestuursfunctie betrekking heeft op vele
verschillende overheidsactiviteiten.
In hoofdzaak: 1. Uitvoering en handhaving van wettelijke voorschriften
2. Vaststelling en uitvoering van de begroting
3. De vorming van het (algemeen) regeringsbeleid
4. De benoeming van ambtsdragers
5. De leiding over de werkzaamheden van de ministeries
6. Het toezicht op decentrale overheden
In het kader van de regering oefenen meerdere ambten specifieke
bevoegdheden uit. Dat de regering in hoofdzaak de bestuursfunctie
uitoefent, hoeft geen beletsel te zijn om aan andere ambten, zoals de
Staten-Generaal, specifieke bevoegdheden toe te kennen.
8.2 buitenlandse betrekkingen
Art 90-94 Gw betreffen buitenlandse betrekkingen. Belangrijkste zijn
bevoegdheid tot en procedure van sluiting van verdragen en werking
ervan in nationale rechtsorde. Navolgende alleen betrekking op het
klassieke volkenrecht, NIET EU RECHT DUS.
De bevoegdheid sluiten van verdragen ligt bij de regering, maar niet
binden voordat Staten-Generaal heeft goedgekeurd. Uitdrukkelijke
goedkeuring moet via art 4 Rijkswet goedkeuring en bekendmaking van
verdragen bij wet in formele zin. Bij stilzwijgend legt regering verdrag voor
aan beide Kamers der Staten-Generaal. Goedkeuring is verleend als niet
binnen dertig dagen na overlegging door 1/5 van leden wens te kennen
, valt dat uitdrukkelijk wordt goedgekeurd. Dan alsnog een wetsvoorstel tot
goedkeuring van verdrag indienen, art 5 Rijkswet.
Goedkeuring is te beschouwen als parlementair controlemiddel.
Machtiging aan de regering om koninkrijk te binden aan verdrag.
Goedkeuringswet is wifz, geen wimz want geen externe algemene
werking. De werking van verdrag ontstaat door het sluiten of bekrachtigen
van een verdrag, niet door goedkeuring.
Verdragen kunnen gesloten worden die afwijken van de Grondwet of
noodzaken tot afwijken van de Grondwet. Deze moet dan wel bij wet
worden goedgekeurd, minstens met twee derde stemmen aannemen.
Volkenrecht bepaalt niet op welke wijze een staat zijn volkenrechtelijke
verplichtingen in de interne rechtsorde realiseert. Je hebt dualistisch
systeem of transformatiestelsel bijvoorbeeld, verdrag moet omgezet
worden om werking te krijgen. Je hebt ook monistisch stelsel, verdrag
werkt door zodra het volkenrechtelijke werking heeft gekregen door
sluiting of bekrachtiging.
Eenieder verbindende bepaling van verdragen, moeten worden toegepast
na bekendmaking. In praktijk is het rechter die bepaalt of
verdragsbepaling eenieder verbindend is. Baseert oordeel op
bewoordingen, aard, strekking en totstandkomingsgeschiedenis.
Eenieder verbindend is ook belangrijk voor toetsing, als bijvoorbeeld een
nationale wet niet verenigbaar is met eenieder verbindende
verdragsbepaling moet deze buiten werking worden gelaten. Niet
makkelijk om te bepalen of bepaling eenieder verbindend is. Als niet uit de
tekst en niet uit totstandkomingsgeschiedenis volgt dan is de inhoud
beslissend, gaat er dan om of de bepaling onvoorwaardelijk en voldoende
nauwkeurig is om in de context waarin zij wordt ingeroepen te
functioneren.
8.3 defensie
Art 96 Gw, opent met ‘in-oorlog-verklaring’, regering kan het Koninkrijk in
oorlog verklaren. Hiervoor is, behoudens feitelijke onmogelijkheid, eerst
toestemming nodig van Staten-Generaal die beraadslagen en besluiten in
verenigde vergadering. Nu worden oorlogen gevoerd zonder vorm van
voorafgaande verklaring, art 96 praktisch geen betekenis meer.
Leger moet verdedigen en beschermen van belangen van koninkrijk, en
handhaving en bevordering van internationale rechtsorde art 97 lid 1.
Regering heeft oppergezag over de krijgsmacht art 97 lid 2, dit betekent
niet dat dat zeggenschap exclusief is.
8.1 algemeen
Volgens de grondwetgever van 1983 is de regering niet alleen uitvoerder
van wetten, maar treedt zij met haar ambtelijk apparaat op als initiërend
en sturend ambt. Het is volgens wetgever niet mogelijk om de veelzijdige
taak van regering eenduidig in een grondwetsbepaling te omschrijven.
De uitvoering en handhaving van wettelijke voorschriften door
overheidsambten is nog altijd een hoofdbestanddeel van de
bestuursfunctie. In de rechtspraak blijkt dat overheidsambten vrijwel altijd
optreden ter uitvoering van wettelijke voorschriften.
Andere vormen van bestuur, bijvoorbeeld dat de overheid wegen en dijken
aanlegt of het beheer van zeehavens, sluizen en bruggen. De overheid
sluit ook verdragen en gaat diplomatieke betrekkingen aan en belast met
verdediging staat. Deels hiervan staat ook in de Gw, bv art. 90-100.
De Grondwet illustreert dat de bestuursfunctie betrekking heeft op vele
verschillende overheidsactiviteiten.
In hoofdzaak: 1. Uitvoering en handhaving van wettelijke voorschriften
2. Vaststelling en uitvoering van de begroting
3. De vorming van het (algemeen) regeringsbeleid
4. De benoeming van ambtsdragers
5. De leiding over de werkzaamheden van de ministeries
6. Het toezicht op decentrale overheden
In het kader van de regering oefenen meerdere ambten specifieke
bevoegdheden uit. Dat de regering in hoofdzaak de bestuursfunctie
uitoefent, hoeft geen beletsel te zijn om aan andere ambten, zoals de
Staten-Generaal, specifieke bevoegdheden toe te kennen.
8.2 buitenlandse betrekkingen
Art 90-94 Gw betreffen buitenlandse betrekkingen. Belangrijkste zijn
bevoegdheid tot en procedure van sluiting van verdragen en werking
ervan in nationale rechtsorde. Navolgende alleen betrekking op het
klassieke volkenrecht, NIET EU RECHT DUS.
De bevoegdheid sluiten van verdragen ligt bij de regering, maar niet
binden voordat Staten-Generaal heeft goedgekeurd. Uitdrukkelijke
goedkeuring moet via art 4 Rijkswet goedkeuring en bekendmaking van
verdragen bij wet in formele zin. Bij stilzwijgend legt regering verdrag voor
aan beide Kamers der Staten-Generaal. Goedkeuring is verleend als niet
binnen dertig dagen na overlegging door 1/5 van leden wens te kennen
, valt dat uitdrukkelijk wordt goedgekeurd. Dan alsnog een wetsvoorstel tot
goedkeuring van verdrag indienen, art 5 Rijkswet.
Goedkeuring is te beschouwen als parlementair controlemiddel.
Machtiging aan de regering om koninkrijk te binden aan verdrag.
Goedkeuringswet is wifz, geen wimz want geen externe algemene
werking. De werking van verdrag ontstaat door het sluiten of bekrachtigen
van een verdrag, niet door goedkeuring.
Verdragen kunnen gesloten worden die afwijken van de Grondwet of
noodzaken tot afwijken van de Grondwet. Deze moet dan wel bij wet
worden goedgekeurd, minstens met twee derde stemmen aannemen.
Volkenrecht bepaalt niet op welke wijze een staat zijn volkenrechtelijke
verplichtingen in de interne rechtsorde realiseert. Je hebt dualistisch
systeem of transformatiestelsel bijvoorbeeld, verdrag moet omgezet
worden om werking te krijgen. Je hebt ook monistisch stelsel, verdrag
werkt door zodra het volkenrechtelijke werking heeft gekregen door
sluiting of bekrachtiging.
Eenieder verbindende bepaling van verdragen, moeten worden toegepast
na bekendmaking. In praktijk is het rechter die bepaalt of
verdragsbepaling eenieder verbindend is. Baseert oordeel op
bewoordingen, aard, strekking en totstandkomingsgeschiedenis.
Eenieder verbindend is ook belangrijk voor toetsing, als bijvoorbeeld een
nationale wet niet verenigbaar is met eenieder verbindende
verdragsbepaling moet deze buiten werking worden gelaten. Niet
makkelijk om te bepalen of bepaling eenieder verbindend is. Als niet uit de
tekst en niet uit totstandkomingsgeschiedenis volgt dan is de inhoud
beslissend, gaat er dan om of de bepaling onvoorwaardelijk en voldoende
nauwkeurig is om in de context waarin zij wordt ingeroepen te
functioneren.
8.3 defensie
Art 96 Gw, opent met ‘in-oorlog-verklaring’, regering kan het Koninkrijk in
oorlog verklaren. Hiervoor is, behoudens feitelijke onmogelijkheid, eerst
toestemming nodig van Staten-Generaal die beraadslagen en besluiten in
verenigde vergadering. Nu worden oorlogen gevoerd zonder vorm van
voorafgaande verklaring, art 96 praktisch geen betekenis meer.
Leger moet verdedigen en beschermen van belangen van koninkrijk, en
handhaving en bevordering van internationale rechtsorde art 97 lid 1.
Regering heeft oppergezag over de krijgsmacht art 97 lid 2, dit betekent
niet dat dat zeggenschap exclusief is.