100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting bijzondere weefselleer - lymfoid stelsel

Rating
-
Sold
-
Pages
23
Uploaded on
18-11-2025
Written in
2025/2026

Notities van in de les bijzondere weefselleer , aangepast en met foto's + tekeningen YOKO.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 18, 2025
Number of pages
23
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

LYMFOÏD STELSEL

INLEIDING

- Het lichaam staat voortdurend in contact met:
o Niet-eigen materiaal: stoffen of organismen die van buiten het lichaam komen (vreemd).
o Veranderd-eigen materiaal: lichaamseigen cellen die veranderd zijn, bijvoorbeeld viraal
geïnfecteerde cellen of tumoraal ontaarde cellen.

Deze stoffen of cellen kunnen een gevaar vormen voor het lichaam. Daarom moet het lichaam zich
hiertegen wapenen. De elementen waarop het immuunsysteem reageert, noemen we antigenen.
Omdat antigenen schadelijk kunnen zijn, beschikt het lichaam over verschillende
defensiemechanismen, die in twee grote categorieën worden onderverdeeld:

A-specifieke afweer (innate immunity / aangeboren immuniteit) : Dit is de algemene afweer
die niet gericht is tegen één specifiek antigeen. Ze is van nature aanwezig en biedt onmiddellijke
bescherming.

- Fysische en chemische barrières
o Ligging: het centraal zenuwstelsel (CZS) is goed beschermd, ingebed in vocht en omgeven
door botstructuren.
o Epitheeltype: de huid en slijmvliezen vormen een beschermende barrière tegen
binnendringers.
o Secreten: bepaalde lichaamsvloeistoffen hebben een beschermende werking, zoals
maagzuur – dit is zo zuur dat bijna geen enkel pathogeen erin kan overleven.
o Andere voorbeelden: slijm, trilharen, speeksel, tranen, enz.
- Cellulaire afweer
o Hierbij nemen bepaalde cellen vreemde stoffen of cellen op (fagocytose):
 Microfagen: nemen kleine deeltjes of micro-organismen op (zoals neutrofiele
leukocyten en eosinofielen).
 Macrofagen: nemen grotere deeltjes op. Ze spelen daarnaast ook een belangrijke
rol bij de specifieke afweer (zie verder).

Specifieke afweer (lymfoïde stelsel / immuunsysteem)

De specifieke afweer wordt opgebouwd tegen één bepaald antigeen. Dit systeem reageert dus
doelgericht en kan een geheugenfunctie ontwikkelen, waardoor het bij hernieuwd contact sneller
reageert. Het immuunsysteem bestaat uit:

- Cellen (zoals lymfocyten) en mechanismen die instaan voor de herkenning en uitschakeling van
specifieke antigenen.
- Organen, die worden onderverdeeld in:
o Primaire lymfoïde organen: waar de lymfocyten worden gevormd en rijpen.
o Secundaire lymfoïde organen: waar de immuunreacties plaatsvinden

CELLEN VAN HET IMMUUNSYSTEEM

- vrije (migrerende) cellen (competente cellen) : gaan zorgen voor de immuunrespons,
immunocompetente cellen
o leukocyten (lymfocyten / plasmacellen, eosinofielen, basofielen)
o antigeen-presenterende cellen (macrofagen, dendrietcellen, B-cellen) : presenteren antigen
ah immuunsysteem
o (mastcellen) : geen bloedcellen, bestaan in Bw maar gelijkaardige functie met de basofielen
- vaste cellen (structuur) : cellen die niet kunnen bewegen, blijven op hun plek - > vormen structuur vd
lymfoïde organen.
o mesenchymale oorsprong (reticulumcellen, folliculaire dendrietcellen)
o epitheliale oorsprong (reticulumcellen in thymus, bursa van Fabricius)

VRIJE CELLEN

,LYMFOCYTEN
- Morfologie : een vrij grote gekleurde kern, soms kleine indeuking met daaromheen een smalle zone van
cytoplasma, LM : geen granules en EM wel ( agranulocyt).
o kleine cel, chromatinerijke kern
o dunne basofiele cytoplasmamantel, weinig lysosomen
o aanpassing nodig tot "effector"- en "geheugen"-cel (immuunrespons)
o micro-omgeving (secundaire lymfoïde organen)
- Stamcellymfocyten
o ontstaan in beenmerg (onvolledige rijping) : die ondergaan daar een 4tal delingen, die is daar
maar kort, w vrijgegeven als een immature cel : pre-lymfocyt.
o pre T-lymfocyten, pre B-lymfocyten : komen vanuit het beenmerg in de bloedbaan terecht.
Morfologisch lijken ze sterk op elkaar: ze hebben een ronde, basofiele kern met slechts een smalle
zone cytoplasma errond.
 T-lymfocyten: de voorlopercellen migreren naar de thymus, waar ze verder rijpen.
 B-lymfocyten: bij vogels migreren ze naar de Bursa van Fabricius, een uitstulping ter hoogte
van de cloaca.Bij zoogdieren wordt de functie van de Bursa overgenomen door het beenmerg
en deels door Peyerse platen.
In deze twee organen vindt de maturatie van de lymfocyten plaats. Daarom worden ze primaire
lymfoïde organen genoemd. Wanneer de cellen de thymus of Bursa verlaten, spreken we van rijpe
T-lymfocyten en rijpe B-lymfocyten. Deze zijn echter nog naïef, wat betekent dat ze nog nooit in
contact zijn gekomen met een antigeen. De naïeve lymfocyten gaan vervolgens migreren naar de
secundaire lymfoïde organen, waar ze bij antigeencontact verder worden geactiveerd.
o "natural killer" cellen (NK) : lijken qua uitzicht sterk op klassieke lymfocyten, maar ze bezitten
geen specifieke antigenreceptor. Daardoor kunnen ze niet worden ingedeeld bij de T- of B-lymfocyten.
NK-cellen behoren tot de aangeboren (niet-
specifieke) immuniteit en functioneren als
“aangeboren doders”: ze kunnen andere cellen
vernietigen zonder voorafgaande herkenning van een
specifiek antigeen. Ze spelen een belangrijke rol bij
de bestrijding van virusinfecties en bij de eliminatie
van tumorcellen (meer hierover in een later
hoofdstuk).
- migratie naar primaire lymfoïde organen
o Thymus →T-lymfocyten
o Bursa Fabricii (BM, PP) →B-lymfocyten
- migratie naar secundaire lymfoïde organen :
lymfeknopen, milt of de mucosa geassocieerde lymfoïde
weefsels ( MALT). Hier gebeurd het contact vd lymfocyt en
het antigen, opstart immuunrespons.
o Lymfeknopen : antigen w aangevoerd via de
lymfen
o lymphonoduli aggregati / solitarii, diffuus
lymfoïd weefsel
o milt, bloedlymfeklieren : antigen w aangevoerd via
het bloed
o MALT: via de mucosa komen de antigenen




na contact met een specifiek antigeen → activering, proliferatie en differentiatie tot effector- en
geheugen-cellen

, o effector T-cel : allemaal mooie ronde kern met smalle zone cytoplasma
 helper T-cel: helpt / moduleert de immuunrespons
 cytotoxische T-cel: doodt "niet-eigen" en "veranderd-eigen" cellen (cellulaire immuniteit)
 (suppressor T-cel: onderdrukt immuunrespons)
o Geheugen T- cel : functioneert niet actief tijdens de eerste immuunrespons, maar
blijft langdurig in het lichaam aanwezig na de eerste blootstelling aan een antigeen. Bij
een nieuw contact met hetzelfde antigeen herkent deze cel het onmiddellijk en start
zeer snel een immuunrespons, omdat ze eerder al geactiveerd is geweest. Morfologisch
heeft de geheugen T-cel een ronde kern met een smalle zone cytoplasma errond.
o effector B-cel = plasmacel : heeft een actieve kern met een duidelijk patroon
van eu- en heterochromatine (radiaal gerangschikt), omgeven door veel cytoplasma
dat rijk is aan uitgebreid RER — wat wijst op intensieve eiwitsynthese. Deze cel
produceert antistoffen (immunoglobulines). Structuur van een immunoglobuline:
 Bestaat uit 2 zware ketens en 2 lichte ketens.
 De zware ketens zijn onderling verbonden door disulfidebruggen.
 Ter hoogte van de vertakkingsplaats zijn de lichte ketens vastgehecht, eveneens via disulfidebruggen.
 In totaal zijn er drie disulfideverbindingen die de structuur stabiliseren.
De molecule bestaat uit:
 Het Fc-gedeelte (constant fragment)
 Twee Fab-fragmenten (identiek) → dit zijn de antigeenbindingsplaatsen.



o kern met perifeer gelegen chromatineklompen, uitgebreid ruw endoplasmatisch reticulum
o eiwitsynthese: antistoffen of immunoglobulinen (Ig), verschillende isotypes (IgM, IgG, IgA,
IgE, IgD)

IMMUNOGLOBULINEN – OVERZICHT :

IgG (Immunoglobuline G)

- Structuur: monomeer
- Locatie: meest voorkomend in bloed en serum
- Functie: vervangt geleidelijk IgM tijdens immuunrespons
- Kenmerk: sterke binding met antigen → antigen kan niet meer
loskomen

IgA (Immunoglobuline A)

- Structuur: dimeer (twee monomeren verbonden door een J-
keten)
- Aantal bindingsplaatsen: 4 antigenbindingsplaatsen (2 per monomeer)
- Functie: mucosaal antistof, geproduceerd ter hoogte van slijmvliezen
- Opmerkelijk: belangrijkste en meest geproduceerde antistof in het lichaam

IgM (Immunoglobuline M)

- Structuur: pentameer (5 monomeren verbonden via J-ketens)
- Aantal bindingsplaatsen: 10 antigenbindingsplaatsen
- Functie: primaire immuunrespons – snel gevormd, maar met zwakke antigenbinding
- Kenmerk: komt eerst massaal voor, maar wordt later vervangen door IgG

IgE (Immunoglobuline E)

- Structuur: monomeer
- Locatie: lage concentratie in bloed
- Functie: speelt rol bij allergische reacties en afweer tegen parasieten

IgD (Immunoglobuline D)

- Structuur: monomeer
- Kenmerk: niet vrij in het bloed, enkel gebonden aan het celmembraan van B-lymfocyten
- Functie: werkt als receptor voor antigeenherkenning bij B-cellen
o antistoffen in lichaamsvochten (humorale immuniteit)
$4.24
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
lienmichielsen24

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
lienmichielsen24 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
6 months
Number of followers
0
Documents
29
Last sold
2 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions