Hoorcollege 13
1. Tat-eiwit ® p14
Anti-terminatie eiwit
• Wordt gecodeerd door 2 exonen
• CTD ® carboxyterminale domein
o Belangrijk domein met veel serine’s en
threonine’s die gefosforyleerd kunnen
worden
o Fosforylering is nodig voor RNA-II polymerase
om transcriptie te starten en elongatie te
starten
o Fosforylering gaat via Cdk9
• Tat bindt aan TAR (= transactivation response element)
o Hieraan bindt weer cycline T
o Cycline T trekt Cdk9 aan en kan RNA-polymerase gaan transcriberen
• Zonder Tat worden maar kleine stukjes van 50-60 nucleotiden gevormd
• Tat zit niet in het virion, de eerste transcriptie gaat dus wat lastig
RNAi suppressor
• Elk RNA kan basenparen en een hairpin vormen
• HIV kan ook hairpins maken die geknipt kunnen worden door DICER en ze kunnen dus een rol
hebben bij RNAi
o Hiermee beperkt hij wel zijn eigen replicatie
• Tat stimuleert transcriptie, maar mutant K41A niet
o Tat K41A onderdrukt RNAi maar K51A niet
• Dus HIV codeert voor een eiwit (Tat) dat RNAi tegengaat
2. Rev ® p19
• Wordt gecodeerd door 2 exonen
• Pre-mRNA kan 1x of 2x gespliced
worden
o Vervolgens wordt het 2x
gesplicte mRNA
getransporteerd naar het
cytoplasma en vertaald
naar een eiwit
• Het Rev eiwit gaat terug de celkern
in en bindt aan het pre-mRNA en 1x
gesplicte mRNA
o Bindt aan RRE
o Vervolgens worden beide RNAs naar het cytoplasma getransporteerd omdat het
nodig is voor het virusgenoom en om Env te maken later
• Rev deficiëntie zorgt ervoor dat al het pre-mRNA 2x gespliced wordt en kan het virus zich
niet goed repliceren, je mist dan delen van het genoom en kan geen Env-eiwitten maken
• Verplaatst RNA naar het cytoplasma
3. Vif
• APOBEC3G deamineert cytidine (C) waardoor er uridine (U) ontstaat in RNA-DNA hybrides,
dit zorgt voor activatie van het DNA-repairsysteem
1. Tat-eiwit ® p14
Anti-terminatie eiwit
• Wordt gecodeerd door 2 exonen
• CTD ® carboxyterminale domein
o Belangrijk domein met veel serine’s en
threonine’s die gefosforyleerd kunnen
worden
o Fosforylering is nodig voor RNA-II polymerase
om transcriptie te starten en elongatie te
starten
o Fosforylering gaat via Cdk9
• Tat bindt aan TAR (= transactivation response element)
o Hieraan bindt weer cycline T
o Cycline T trekt Cdk9 aan en kan RNA-polymerase gaan transcriberen
• Zonder Tat worden maar kleine stukjes van 50-60 nucleotiden gevormd
• Tat zit niet in het virion, de eerste transcriptie gaat dus wat lastig
RNAi suppressor
• Elk RNA kan basenparen en een hairpin vormen
• HIV kan ook hairpins maken die geknipt kunnen worden door DICER en ze kunnen dus een rol
hebben bij RNAi
o Hiermee beperkt hij wel zijn eigen replicatie
• Tat stimuleert transcriptie, maar mutant K41A niet
o Tat K41A onderdrukt RNAi maar K51A niet
• Dus HIV codeert voor een eiwit (Tat) dat RNAi tegengaat
2. Rev ® p19
• Wordt gecodeerd door 2 exonen
• Pre-mRNA kan 1x of 2x gespliced
worden
o Vervolgens wordt het 2x
gesplicte mRNA
getransporteerd naar het
cytoplasma en vertaald
naar een eiwit
• Het Rev eiwit gaat terug de celkern
in en bindt aan het pre-mRNA en 1x
gesplicte mRNA
o Bindt aan RRE
o Vervolgens worden beide RNAs naar het cytoplasma getransporteerd omdat het
nodig is voor het virusgenoom en om Env te maken later
• Rev deficiëntie zorgt ervoor dat al het pre-mRNA 2x gespliced wordt en kan het virus zich
niet goed repliceren, je mist dan delen van het genoom en kan geen Env-eiwitten maken
• Verplaatst RNA naar het cytoplasma
3. Vif
• APOBEC3G deamineert cytidine (C) waardoor er uridine (U) ontstaat in RNA-DNA hybrides,
dit zorgt voor activatie van het DNA-repairsysteem