Onderzoeksvaardigheden – Hoofdstuk 2
1. Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
2. Hoofdstuk 2: Het onderzoeksplan
2.1 De probleemstelling
2.1.1 De aanleiding
• Aanleiding tot onderzoek over bepaald onderwerp
o Opdrachtgever
• Overheid/publieke instanties/instellingen
• Private/commerciële sector
o Onderzoeker
• Wie voert het onderzoek uit?
• Hoe is de onderzoeker/opdrachtgever op dit onderwerp
gekomen?
o Probleem?
o Geen kennis voorhanden?
o Actualiteit
o …
• Aanleiding is niet altijd een probleem
o bv. kwaliteitszorg
2.1.2 De doelstelling
• Waarom nood aan onderzoek over onderwerp?
o Vloeit voort uit de aanleiding van het onderzoek
• Opdrachtgever
o Wat wenst de opdrachtgever met de resultaten te doen?
o Wat wenst de opdrachtgever met de resultaten te
bereiken?
• Onderzoek
o Wat moet het onderzoek opleveren?
• De doelstelling van opdrachtgever>doelstelling van het
onderzoek
o Opdrachtgever: probleem oplossen
o Onderzoek: inzicht in het probleem, aanbevelingen
formuleren om probleem aan te pakken, …
• Onderzoek kan nooit een probleem oplossen!
, Onderzoeksvaardigheden – Hoofdstuk 2
2.1.3 De afbakening
• Keuzes maken: concretisering en afbakening van
o Het onderwerp: wat?
o De doelgroep: wie? (bv. Alleen in West-Vlaanderen,
alleen 20 jarigen)
• Belang van literatuurstudie bestaande kennis over onderwerp
2.1.4 De onderzoeksvragen
• Onderzoeksvragen
• Volgen uit het afgebakende onderwerp en doelstelling
• Door onderzoeksvragen te beantwoorden kan je direct
doelstelling van het onderzoek te realiseren en indirect de
doelstellingen van de opdrachtgever
2.1.4.1 De centrale onderzoeksvraag en deelonderzoeksvragen
• Centrale onderzoeksvraag
o Verfijnen in deelonderzoeksvragen
o Als je alle deelvragen hebt beantwoord, beantwoord je
eveneens de centrale onderzoeksvraag
• Deelonderzoeksvraag
o Staan in relatie met de centrale onderzoeksvraag
• Bv. Centrale vraag: Hoe is het gesteld met het gebruik van
harddrugs door Vlaamse jongeren?
Deelonderzoeksvragen: Om welke soort harddrugs gaat
het?
Hoeveel % van de jongeren gebruikt harddrugs?
Hoeveel gebruikt men?
Hoe vaak gebruikt men?
2.1.4.2 Eisen aan de formulering van onderzoeksvragen
• Voldoende breed
• Deelonderzoeksvragen
• Volledig vragen: een deelonderzoeksvraag naar de factoren die
geweld tegen politie kunnen verklaren, onvolledig. Omdat er
ook nood is aan vragen over het geweld opzich.
• Moet worden in een vraag gesteld
• Doelgericht
1. Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
2. Hoofdstuk 2: Het onderzoeksplan
2.1 De probleemstelling
2.1.1 De aanleiding
• Aanleiding tot onderzoek over bepaald onderwerp
o Opdrachtgever
• Overheid/publieke instanties/instellingen
• Private/commerciële sector
o Onderzoeker
• Wie voert het onderzoek uit?
• Hoe is de onderzoeker/opdrachtgever op dit onderwerp
gekomen?
o Probleem?
o Geen kennis voorhanden?
o Actualiteit
o …
• Aanleiding is niet altijd een probleem
o bv. kwaliteitszorg
2.1.2 De doelstelling
• Waarom nood aan onderzoek over onderwerp?
o Vloeit voort uit de aanleiding van het onderzoek
• Opdrachtgever
o Wat wenst de opdrachtgever met de resultaten te doen?
o Wat wenst de opdrachtgever met de resultaten te
bereiken?
• Onderzoek
o Wat moet het onderzoek opleveren?
• De doelstelling van opdrachtgever>doelstelling van het
onderzoek
o Opdrachtgever: probleem oplossen
o Onderzoek: inzicht in het probleem, aanbevelingen
formuleren om probleem aan te pakken, …
• Onderzoek kan nooit een probleem oplossen!
, Onderzoeksvaardigheden – Hoofdstuk 2
2.1.3 De afbakening
• Keuzes maken: concretisering en afbakening van
o Het onderwerp: wat?
o De doelgroep: wie? (bv. Alleen in West-Vlaanderen,
alleen 20 jarigen)
• Belang van literatuurstudie bestaande kennis over onderwerp
2.1.4 De onderzoeksvragen
• Onderzoeksvragen
• Volgen uit het afgebakende onderwerp en doelstelling
• Door onderzoeksvragen te beantwoorden kan je direct
doelstelling van het onderzoek te realiseren en indirect de
doelstellingen van de opdrachtgever
2.1.4.1 De centrale onderzoeksvraag en deelonderzoeksvragen
• Centrale onderzoeksvraag
o Verfijnen in deelonderzoeksvragen
o Als je alle deelvragen hebt beantwoord, beantwoord je
eveneens de centrale onderzoeksvraag
• Deelonderzoeksvraag
o Staan in relatie met de centrale onderzoeksvraag
• Bv. Centrale vraag: Hoe is het gesteld met het gebruik van
harddrugs door Vlaamse jongeren?
Deelonderzoeksvragen: Om welke soort harddrugs gaat
het?
Hoeveel % van de jongeren gebruikt harddrugs?
Hoeveel gebruikt men?
Hoe vaak gebruikt men?
2.1.4.2 Eisen aan de formulering van onderzoeksvragen
• Voldoende breed
• Deelonderzoeksvragen
• Volledig vragen: een deelonderzoeksvraag naar de factoren die
geweld tegen politie kunnen verklaren, onvolledig. Omdat er
ook nood is aan vragen over het geweld opzich.
• Moet worden in een vraag gesteld
• Doelgericht