Deze toets heeft 14 vragen en er zijn 25 punten te behalen. Geef korte & bondige, maar
volledige antwoorden op de vragen. Als er bv. 2 antwoorden worden gevraagd en je schrijft 3
antwoorden op, dan worden alleen de eerste 2 antwoorden nagekeken. Het aantal te behalen
punten staat telkens achter de vraag. Succes!
MEERKEUZE (10 x 1p)
1. I. Door het socialezekerheidsstelsel zijn Nederlandse burgers verzekerd van een goede
gezondheidszorg.
II. Bij de gezondheidszorg speelt solidariteit geen rol, omdat de overheid hier alle kosten
betaalt.
A. I is juist, II is onjuist.
B. I is onjuist, II is juist.
C. I en II zijn beide juist.
* D. I en II zijn beide onjuist.
2. I. In een verzorgingsstaat hebben burgers ook plichten, zoals de sollicitatieplicht.
II. Omdat de overheid voor werkgelegenheid moet zorgen, kan een burger via de rechter
een baan afdwingen.
* A. I is juist, II is onjuist.
B. I is onjuist, II is juist.
C. I en II zijn beide juist.
D. I en II zijn beide onjuist.
3. Een nachtwakersstaat is een staat waarin:
* A. het economische stelsel gebaseerd is op het principe van de vrije markt.
B. de overheid zich sterk inzet om het welzijn en de welvaart van burgers te vergroten.
C. de economie door de overheid wordt bepaald.
D. de overheid verplicht is de sociale zekerheid van burgers uit te bouwen.
4. De liberalen steunen de verzorgingsstaat. Zij vinden echter wel dat:
* A. de eigen verantwoordelijkheid van burgers het uitgangspunt is.
B. de overheid het sociale zekerheidsstelsel moet uitbreiden.
C. het overleg met de werkgeversorganisaties en vakbonden vaker plaats moet vinden.
D. marktpartijen meer toezicht moeten krijgen.
5. I. Vakbonden komen op voor de belangen van werkgevers.
II. Een vakcentrale is een samenwerkingsverband tussen verschillende vakbonden.
A. I is juist, II is onjuist.
* B. I is onjuist, II is juist.
C. I en II zijn beide juist.
D. I en II zijn beide onjuist.’
, 6. De overheid streeft naar een rechtvaardige inkomensverdeling. Dat doet ze onder meer
door:
* A. een progressief belastingstelsel waarbij mensen die veel verdienen relatief meer
belasting betalen.
B. een degressief belastingstelsel waarbij men minder belasting betaalt indien men meer
verdient.
C. alleen uitkeringen te verstrekken aan mensen die niet in een inkomen kunnen voorzien.
D. cao’s af te sluiten met de werkgevers en werknemers, waarbij hogere lonen van
werknemers de belangrijkste doelstelling zijn.
7. De overheid vindt goed onderwijs om twee redenen belangrijk. Eén reden is dat iedereen
daardoor zijn/haar talenten kan ontwikkelen. De andere reden is dat:
A. dan de sociale ongelijkheid toeneemt.
* B. een hoogopgeleide beroepsbevolking ervoor zorgt dat Nederland beter kan concurreren
met het buitenland.
C. daardoor de marktwerking toeneemt.
D. dan het aantal mensen dat gebruikmaakt van de sociale voorzieningen toeneemt.
8. De sociale voorzieningen zijn bedoeld voor mensen die:
A. arbeidsongeschikt zijn geworden.
B. werkloos zijn.
* C. geen aanspraak kunnen maken op een andere verzekering.
D. enige tijd ziek zijn.
9. In de nachtwakersstaat werden hulpbehoevenden vooral geholpen door:
A. de vakbond en de kerk.
* B. de kerk en liefdadigheid van rijken.
C. rijke werkgevers en vakbonden.
D. maatschappelijke dienstverleners.
10. Het grootste gedeelte van de kosten voor de verzorgingsstaat wordt betaald door:
A. ambtenaren.
B. werknemers en uitkeringsinstanties.
* C. werknemers en werkgevers.
D. de Europese Unie.
11. Veel werknemers zijn lid van een vakbond.
Leg aan de hand van twee voorbeelden uit wat een vakbond voor hen doet. (2)