Hoorcollege 1
´ Wat is redigeren?
´ Wat doet een redacteur?
§ Corrigeren (taalconventies: spelling en grammatica)
§ Herstructureren (context, structuur, opbouw, samenhang)
§ Beoordelen en aanpassen (inhoud en argumentatie)
§ Herformuleren (stijl)
´ Waarom redigeren?
§ Tekst drukproef klaar maken
§ Teksten uniformeren -> zorgen dat alles past en dat het lijkt alsof het door 1 iemand
geschreven is
§ Argumentatie toetsen
§ Teksten toegankelijk en begrijpelijk maken voor de lezer
´ Overwegingen bij redigeren
§ Redigeren = in een eind versie
§ Reviewen = onderling of kijk er eens globaal naar (inhoud)
§ Herschrijven
§ Timing: definitieve conceptversies
§ Mandaat: hoe ver mag je gaan? (ga ik het zo niet herschrijven of de taak van de auteur
overnemen)
´ Nan normen?
§ Redactie tekens
§ Standaard richtlijnen
´ Het ccc-model van Renkema!!
Voor je een tekst kan redigeren moet je hem eerst beoordelen dit kan d.m.v. het ccc-model
1. Correspondentie (doel en doelgroep)
- Overeenstemming tussen wat schrijver wil vertellen en wat de lezer wil/moet weten
- Functioneel
2. Consistentie (genre)
- Passend genre en consequent de eisen van het genre toegepast
- Uit een stuk
3. Correctheid (foutloos en volgens stijlregels)
- Tekst zonder taal- en stijlfouten
- Volgens de regels
, Hoorcollege 2 hoofdstuk 2.2
Correspondentie = overeenstemming tussen wat schrijver wil vertellen en wat de lezer
wil/moet weten
Waar kan het mis gaan?
- Kennis al aannemen bij lezers terwijl ze dit niet weten
- Woorden passen niet bij doelgroep
- Verkeerd medium
´ Aanpak context verkennen
§ Wat is de context van de tekst?
- Schijfdoel
- Doelgroep
- Medium
§ Waar gaat de tekst over in 3 woorden?
§ Welke hoofdvraag wordt beantwoord?
§ Past de titel bij de inhoud?
§ Hoeveel alinea’s zijn er en hoeveel zouden er moeten zijn?
´ Stijlgids
Stijlgids = een publicatie van een redactie of uitgeverij met regels die op de redactie
gangbaar zijn voor het schrijven van (meestal) artikelen of boeken.
§ Afkijken hoe de pro’s het doen
§ Stijlkeuzes aanhouden voor consistentie
§ Inspiratie
´ Doelgroep en medium
Aan goed geschreven teksten herken je de doelgroep en medium
´ Wat is redigeren?
´ Wat doet een redacteur?
§ Corrigeren (taalconventies: spelling en grammatica)
§ Herstructureren (context, structuur, opbouw, samenhang)
§ Beoordelen en aanpassen (inhoud en argumentatie)
§ Herformuleren (stijl)
´ Waarom redigeren?
§ Tekst drukproef klaar maken
§ Teksten uniformeren -> zorgen dat alles past en dat het lijkt alsof het door 1 iemand
geschreven is
§ Argumentatie toetsen
§ Teksten toegankelijk en begrijpelijk maken voor de lezer
´ Overwegingen bij redigeren
§ Redigeren = in een eind versie
§ Reviewen = onderling of kijk er eens globaal naar (inhoud)
§ Herschrijven
§ Timing: definitieve conceptversies
§ Mandaat: hoe ver mag je gaan? (ga ik het zo niet herschrijven of de taak van de auteur
overnemen)
´ Nan normen?
§ Redactie tekens
§ Standaard richtlijnen
´ Het ccc-model van Renkema!!
Voor je een tekst kan redigeren moet je hem eerst beoordelen dit kan d.m.v. het ccc-model
1. Correspondentie (doel en doelgroep)
- Overeenstemming tussen wat schrijver wil vertellen en wat de lezer wil/moet weten
- Functioneel
2. Consistentie (genre)
- Passend genre en consequent de eisen van het genre toegepast
- Uit een stuk
3. Correctheid (foutloos en volgens stijlregels)
- Tekst zonder taal- en stijlfouten
- Volgens de regels
, Hoorcollege 2 hoofdstuk 2.2
Correspondentie = overeenstemming tussen wat schrijver wil vertellen en wat de lezer
wil/moet weten
Waar kan het mis gaan?
- Kennis al aannemen bij lezers terwijl ze dit niet weten
- Woorden passen niet bij doelgroep
- Verkeerd medium
´ Aanpak context verkennen
§ Wat is de context van de tekst?
- Schijfdoel
- Doelgroep
- Medium
§ Waar gaat de tekst over in 3 woorden?
§ Welke hoofdvraag wordt beantwoord?
§ Past de titel bij de inhoud?
§ Hoeveel alinea’s zijn er en hoeveel zouden er moeten zijn?
´ Stijlgids
Stijlgids = een publicatie van een redactie of uitgeverij met regels die op de redactie
gangbaar zijn voor het schrijven van (meestal) artikelen of boeken.
§ Afkijken hoe de pro’s het doen
§ Stijlkeuzes aanhouden voor consistentie
§ Inspiratie
´ Doelgroep en medium
Aan goed geschreven teksten herken je de doelgroep en medium