Leerdoelen VAR I
2025/2026
,Inhoudsopgave
Week 1............................................................................................................................... 3
Week 2............................................................................................................................... 9
Week 3............................................................................................................................. 11
Week 4............................................................................................................................. 14
Week 6............................................................................................................................. 19
Week 7............................................................................................................................. 21
Week 8............................................................................................................................. 24
, Week 1
1.1 Terminologie van het aansprakelijkheidsrecht (wat is vorderingsrecht), rechtsvordering,
verbintenis, rechtsgrond, risicoaansprakelijkheid, toerekenbaarheid, schuld, enz.)
- Vorderingsrecht: Het recht van een partij (meestal de benadeelde) om van een andere partij
(de aansprakelijke) nakoming of schadevergoeding te eisen. Dit vloeit voort uit een
verbintenis, die kan ontstaan uit overeenkomst of uit de wet (zoals onrechtmatige daad).
- Rechtsvordering: De formele actie (procedure) waarmee het vorderingsrecht wordt
ingeroepen bij de rechter.
- Verbintenis: Een rechtsverhouding waarbij de ene partij (schuldenaar) verplicht is tot een
prestatie tegenover de andere partij (schuldeiser).
- Rechtsgrond: De juridische basis waarop een vordering tot schadevergoeding wordt
gebaseerd, bijvoorbeeld wanprestatie (Artikel 6:74 BW) of onrechtmatige daad (Artikel 6:162
BW).
- Risicoaansprakelijkheid: Aansprakelijkheid zonder dat schuld vereist is; het risico ligt bij de
aansprakelijke partij, ongeacht haar eigen gedragingen.
- Toerekenbaarheid: De vraag of de tekortkoming of schade aan de dader kan worden
toegerekend, op grond van schuld, wet, rechtshandeling of verkeersopvattingen (Artikel 6:75
BW, Artikel 6:162 lid 3 BW).
- Schuld: Subjectieve verwijtbaarheid; de dader heeft niet gehandeld zoals in het verkeer
betaamt.
1.2 Betekenis van het adagium ‘Ieder draagt zijn eigen schade’
Het uitgangspunt in het Nederlandse civiele recht is het adagium “ieder draagt zijn eigen schade”. Dit
betekent dat, tenzij er een wettelijke grondslag voor aansprakelijkheid is, ieder zijn eigen schade moet
dragen. Een belangrijke uitzondering hierop is te vinden in Artikel 6:162 BW
(onrechtmatige daad): wie jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden
toegerekend, is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden.
Indien een partij schade lijdt als gevolg van het handelen van een ander, kan deze partij in beginsel
schadevergoeding vorderen, mits voldaan is aan de vereisten van onrechtmatigheid, toerekenbaarheid,
schade, causaal verband en relativiteit. Zelfs als aan deze vereisten is voldaan, kan de
vergoedingsplicht geheel of gedeeltelijk vervallen indien sprake is van eigen schuld aan de zijde van
de benadeelde (Artikel 6:101 BW), zoals bevestigd in ECLI:NL:RBGEL:2019:4924.
2025/2026
,Inhoudsopgave
Week 1............................................................................................................................... 3
Week 2............................................................................................................................... 9
Week 3............................................................................................................................. 11
Week 4............................................................................................................................. 14
Week 6............................................................................................................................. 19
Week 7............................................................................................................................. 21
Week 8............................................................................................................................. 24
, Week 1
1.1 Terminologie van het aansprakelijkheidsrecht (wat is vorderingsrecht), rechtsvordering,
verbintenis, rechtsgrond, risicoaansprakelijkheid, toerekenbaarheid, schuld, enz.)
- Vorderingsrecht: Het recht van een partij (meestal de benadeelde) om van een andere partij
(de aansprakelijke) nakoming of schadevergoeding te eisen. Dit vloeit voort uit een
verbintenis, die kan ontstaan uit overeenkomst of uit de wet (zoals onrechtmatige daad).
- Rechtsvordering: De formele actie (procedure) waarmee het vorderingsrecht wordt
ingeroepen bij de rechter.
- Verbintenis: Een rechtsverhouding waarbij de ene partij (schuldenaar) verplicht is tot een
prestatie tegenover de andere partij (schuldeiser).
- Rechtsgrond: De juridische basis waarop een vordering tot schadevergoeding wordt
gebaseerd, bijvoorbeeld wanprestatie (Artikel 6:74 BW) of onrechtmatige daad (Artikel 6:162
BW).
- Risicoaansprakelijkheid: Aansprakelijkheid zonder dat schuld vereist is; het risico ligt bij de
aansprakelijke partij, ongeacht haar eigen gedragingen.
- Toerekenbaarheid: De vraag of de tekortkoming of schade aan de dader kan worden
toegerekend, op grond van schuld, wet, rechtshandeling of verkeersopvattingen (Artikel 6:75
BW, Artikel 6:162 lid 3 BW).
- Schuld: Subjectieve verwijtbaarheid; de dader heeft niet gehandeld zoals in het verkeer
betaamt.
1.2 Betekenis van het adagium ‘Ieder draagt zijn eigen schade’
Het uitgangspunt in het Nederlandse civiele recht is het adagium “ieder draagt zijn eigen schade”. Dit
betekent dat, tenzij er een wettelijke grondslag voor aansprakelijkheid is, ieder zijn eigen schade moet
dragen. Een belangrijke uitzondering hierop is te vinden in Artikel 6:162 BW
(onrechtmatige daad): wie jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden
toegerekend, is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden.
Indien een partij schade lijdt als gevolg van het handelen van een ander, kan deze partij in beginsel
schadevergoeding vorderen, mits voldaan is aan de vereisten van onrechtmatigheid, toerekenbaarheid,
schade, causaal verband en relativiteit. Zelfs als aan deze vereisten is voldaan, kan de
vergoedingsplicht geheel of gedeeltelijk vervallen indien sprake is van eigen schuld aan de zijde van
de benadeelde (Artikel 6:101 BW), zoals bevestigd in ECLI:NL:RBGEL:2019:4924.