Komma’s gebruik je om een zin overzichtelijk te maken. Een komma is
een rustpunt in een zin. Als je hardop zou voorlezen, stop je een
ogenblik bij een komma.
In langere, samengestelde zinnen zet je een komma voor en na de
bijzin:
Het examen, dat verplaatst moest worden door de Coronacrisis, wordt nu
in juni afgenomen.
Tussen twee persoonsvormen plaats je een komma:
Toen ze de school uit liep, zag ze de bus net wegrijden.
Bij een opsomming gebruik je komma’s
Alle scholen, restaurants, theaters en fitnesscentra zijn momenteel
gesloten.
Voor voegwoorden gebruik je een komma:
Ik moet gaan, want de les begint zo.
De straten zijn nat, doordat het heeft geregend.
Oefening
Plaats waar nodig komma’s
Beter lezen? Meters maken
Om Nederlands jongeren weer beter te leren lezen, moeten ze méér
lezen. Te beginnen op school.
Ooit was ik roeicoach en om roeiers op de Olympische Spelen te krijgen
heb je simpelweg één taak: je moet ze, zo gezond en wel, zoveel
mogelijk meters laten maken. Nederlandse leerlingen lezen steeds
minder goed. De meeste leerlingen die het betreft zullen deze krant niet
lezen. Maar de volwassenen die het leesonderwijs verzorgen zou ik
willen zeggen dat meters maken me ook de remedie lijkt tegen de
leesachterstand die Nederlandse jongeren hebben ten opzichte van
leeftijdgenoten in veel andere Europese landen.