100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Het materiële strafrecht - Strafrecht 2 (RGPSR00110)

Rating
-
Sold
-
Pages
32
Uploaded on
27-10-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting met alle stappenplannen, arresten en aantekeningen vanuit de les erin verwerkt.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Alles wat in de literatuurlijst staat.
Uploaded on
October 27, 2025
Number of pages
32
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting strafrecht
Week 1 (verdieping opzet, ontoerekeningsvatbaarheid, Avas)
Literatuur:
 Lindenberg en Wolswijk 2021, hoofdstuk 6 (met uitzondering van paragraaf 6.6)
 Lindenberg en Wolswijk 2021, paragraaf 8.1, 8.3 en 8.7

Jurisprudentie:
 HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:862 (Vrijspraak voormalige neuroloog)
 HR 9 december 2008, NJ 2009, 157 (Tolbert)
 Hof Arnhem 17 februari 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BL4185 (Tolbert vervolg)

Hoofdstuk 6 opzet
6.1 Inleiding
Als ‘opzettelijk’ in een delictsomschrijving staat worden daarmee verschillende vormen van opzet
bedoeld. De dader kan opzet als bedoeling hebben of weten dat zijn handeling waarschijnlijk of zeker
een bepaald gevolg zal hebben. De ‘ondergrens’ van het opzetbegrip wordt gevormd door
voorwaardelijke opzet, dit moet er dus altijd zijn.

Bij opzet gaat het om daadwerkelijk willen en weten van de handelende persoon. Bijvoorbeeld bij
doodslag  opzet op de door is nodig.

6.2 Opzet en delictsomschrijving
Opzet heeft niet alleen betrekking op de handeling zelf, maar vaak ook op de omstandigheden
waarin de dader handelt. Zo moet bij diefstal de dader weten dat het goed aan een ander
toebehoort, en bij heling dat het van misdrijf afkomstig is. Het gaat dus vooral om het weten, niet om
het willen. De gerichtheid van het opzet op de bestanddelen heet het schuldverband. Bestanddelen
die buiten dat verband vallen, zijn geobjectiveerd. Volgens de wet geldt dat alle bestanddelen die na
het woord opzettelijk komen, onder het opzet vallen. Bestanddelen die ervoor staan, zijn meestal
geobjectiveerd. Er zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld bij delicten waarin “opzettelijk en
wederrechtelijk” handelen strafbaar is gesteld.

Bij het misdrijf diefstal (art. 310 Sr) staat:
“Hij die opzettelijk een goed dat aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen...”

Schuldverband:
Het opzet moet gericht zijn op het wegnemen en op het feit dat het goed aan een ander toebehoort.
 De dader moet dus weten dat het goed niet van hem is.

Geobjectiveerd bestanddeel:
 Het “wederrechtelijk toe-eigenen” is géén onderdeel waar het opzet op hoeft te zijn gericht.
 De dader hoeft niet te beseffen dat zijn gedrag juridisch wederrechtelijk is; het gaat om het
feitelijke handelen (het wegnemen).

Opzet betekent niet per se dat iemand iets slechts wil doen; het is een neutrale vaststelling van wat
de dader heeft gewild en geweten. Iemand kan dus ook opzettelijk iets goeds doen. Daarom kan een
dader die opzettelijk handelde, zich toch beroepen op een rechtvaardigingsgrond, zoals noodweer.

,Ook als iemand in noodweer opzettelijk letsel toebrengt, blijft er sprake van opzet, maar het
handelen is dan gerechtvaardigd. Opzet is dus zedelijk neutraal en kleurloos: het hoeft alleen gericht
te zijn op de bestanddelen van het delict, niet op de wederrechtelijkheid ervan. Alleen wanneer het
verboden karakter zélf onderdeel is van de delictsomschrijving, is kennis daarvan vereist.

6.3 Het bestandsdeel ‘opzettelijk’
De volgende opzetsvormen kunnen worden onderscheiden:
 Opzet als bedoeling  dader weet wat hij wil, hij heeft het door hem beoogde gevolg tenminste
als mogelijk voorzien.
 Opzet als zekerheids- of noodzakelijkheidsbewustzijn  de dader weet dat het gevolg zal
intreden, maar zijn wil is niet zozeer gericht op dat gevolg.
 Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn gevolgen van het handelen liggen in de toekomst.
Dader beseft dat het gevolg hoogst waarschijnlijk zal intreden.
 Voorwaardelijke opzet  dader kan het intreden van het gevolg als meer of minder
waarschijnlijk hebben gezien.

Het begrip voorwaardelijke opzet wordt gebruikt om het opzet af te grenzen van de culpa
(bestandsdeel schuld). Op het tentamen gaat het voornamelijk om de voorwaardelijke opzet. Om te
spreken van voorwaardelijke opzet moet er sprake zijn van de volgende drie cumulatieve vereisten:

1. De dader moet zich bewust zijn geweest van de aanmerkelijke kans
 De aanmerkelijke kans moet naar algemene ervaringsregels aannemelijk zijn. Om te kijken
of hier sprake van is kijk je naar het arrest ‘slaan met pistool’. Een aanmerkelijke kans is
afhankelijk van:
- De omstandigheden van het geval
- Aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht
- De kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is.
Let op: bij het beoordelen van de aanmerkelijke kans hangt het niet af van de ernst van het
gevolg!

2. De verdachte moet bewustheid/wetenschap hebben gehad van de aanmerkelijke kans
 Normaliteitssyllogisme
- Wat zou een normaal mens hebben geweten?
 Feit van algemene bekendheid
- Algemeen bekend dus verdachte had dit moeten weten?

3. De verdachte heeft de aanmerkelijke kans bewust aanvaard
 Kijk naar de verklaring die verdachte geeft.
 Het arrest ‘slaan met pistool’ geeft de volgende richtlijn bij dit vereiste:
bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als
zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het niet anders kan dan dat verdachte de
aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.

Indien van alle drie vereisten sprake is, kan worden gesproken van voorwaardelijke opzet.



6.4 Wetende dat

,In sommige delicten wordt geëist dat de dader van een bepaalde omstandigheden geweten heeft.
Bijvoorbeeld in art. 330 Sr, waarin straf wordt bedreigd tegen degene die eetwaren verkoopt,
‘wetende dat zij vervalst zijn en die vervalsing verzwijgende’. In sommige gevalen spreken we van
een pro parte doleus, pro parte culpoos delict, zoals bij art. 132 Sr. Naast een opzettelijke vorm van
het plegen van de feiten is ook een culplose vorm in dezelfde delictsomschrijving opgenomen.

6.5 Oogmerk
Bij een formeel omschreven delict als diefstal (art. 310 Sr) domineert de gedraging, en niet het
gevolg. De wetgever voegde toe dat de wegnemingshandeling ‘met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening’ moet zijn geschied. Er moet dus opzet zijn op het gevolg, maar dat
nagestreefde gevolg behoeft niet gerealiseerd te zijn.

Voorbeelden waarin een ‘bijkomend’ oogmerk wordt geëist:
- Art. 96 lid 2 Sr  samenspanning
- Art. 225 lid 1  valsheid in geschrift
- Art. 285b Sr  belaging
- Art. 317 Sr  afpersing

Bij formeel omschreven delicten vraagt de wet vaak opzet op de gevolgen, maar de strafbaarheid
hangt niet af van het feit dat die gevolgen daadwerkelijk intreden. Daarom wordt in de praktijk het
verschil tussen termen als “oogmerk” en “opzet op het gevolg” vaak niet gemaakt: beide verwijzen
naar het doelbewust handelen van de dader met kennis van de mogelijke gevolgen, bijvoorbeeld bij
doodslag.

Oogmerk van wederrechtelijkheid=
Je bent pas strafbaar als je met het oogmerk van wederrechtelijkheid handelt.

Hoofdstuk 8 Strafuitsluitingsgronden
8.1 Inleiding
Soms is de verdachte hoewel zijn gedraging beantwoordt aan een delictsomschrijving, niet strafbaar.
Dit noemen wij strafuitsluitingsgronden. Het feit blijft strafbaar, maar de verdachte wordt ontslagen
van rechtsvervolging wegens de niet-strafbaarheid van de dader.
 De wettelijke strafuitsluitingsgronden zijn te vinden in art. 39 t/m 43 Sr.
 De andere twee strafuitsluitingsgronden zijn te vinden in jurisprudentie (avas en het
ontbreken van materiële wederrechtelijkheid)

Twee soorten strafuitsluitingsgronden:
1. Rechtvaardigingsgronden  nemen de wederrechtelijkheid van de gedraging weg en
rechtvaardigen de daad.
2. Strafuitsluitingsgronden  nemen de verwijtbaarheid weg en excuseren daardoor de dader

8.3 Ontoerekeningsvatbaarheid
Als exceptie met een inwendige oorzaak is alleen de ontoerekeningsvatbaarheid van art. 39 Sr
overgebleven. De inwendige oorzaak wordt daarbij gevormd door een storing van de
geestvermogens. De uiteindelijke vraag is dus niet of de dader toerekeningsvatbaar is, maar of het
gepleegde feit hem kan worden toegerekend.

Art. 39 Sr

, Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke
stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.

Kan verdachte een beroep doen op de schulduitsluitingsgrond? Daarvoor moeten we de volgende
drie vragen afgaan:
1. Is er sprake van een psychische stoornis?
o alleen psychische stoornis, geen ‘normale affecten’ zoals angst, kwaadheid enz (wel evt.
relevant voor noodweerexces, psychische overmacht)
2. Causaal verband tussen stoornis en het begaan van het strafbare feit?
3. Zijn de stoornis en het causale verband redenen om de verdacht het starfbare feit niet toe te
rekenen?
o Een reden om feit toch wel toe te rekenen: Culpa in causa?

Zelfintoxicatie
In de praktijk gaat de rechter bijna altijd uit van de regel ‘Wat men dronken misdoet, dient nuchteren
geboet’. Alcoholintoxicatie valt echter niet onder het bereik van art. 39 Sr, want er is namelijk sprake
van culpa in causa (eigen schuld). Dit kan natuurlijk wel anders liggen indien iemand zelf verslaafd is
aan een bepaald middel of door andere personen wordt gedrogeerd.

8.7 Afwezigheid van alle schuld
Met de ongeschreven strafuitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld (avas) wordt, anders dan de
uitdrukking doet vermoeden, niet het ontbreken van elk spoortje verwijtbaarheid bedoeld. Bedoeld
wordt dat de dader zich in voldoende mate heeft ingespannen om het plegen van een delict te
vermijden en dat hem daarom geen zodanig verwijt valt te maken dat straf moet volgen. Het gaat om
het ontbreken van strafrechtelijk relevante schuld.

Avas kunnen we in vier verschillende categorieën onderscheiden die tot straffeloosheid (kunnen
leiden):
 Het beroep op verontschuldigbare dwaling met betrekking tot de feiten
o Het gaat hier om een, gezien de omstandigheden, vergeeflijke vergissing in de feitelijke
situatie. De enkele dwaling is echter niet bevrijdend. De dwaling moet dus verschoonbaar
oftewel verontschuldigbaar, niet-verwijtbaar zijn. Het gaat daarbij om de zorgvuldigheid die
van de dader verwacht mag worden. Bij dwaling ten aanzien van de feiten gaat het meestal
om dwaling ten aanzien van (een of meer van) de bestandsdelen van de delictsomschrijving.
o Voorbeeld is Melk en water arrest.
 Het beroep op verontschuldigbare dwaling ten aanzien van het recht
o Volgens vaste rechtspraak slaagt een beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling slechts
als aannemelijk is ‘dat de verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare
onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging’.
 Het beroep op het voldaan hebben aan de gestelde eisen
o Het gaat om het verweer van de verdachte dat hem geen verwijt kan worden gemaakt,
omdat hij heeft gedaan wat je van een normaal persoon in die omstandigheden zou mogen
verwachten.
 Het beroep op verontschuldigbare onmacht
o Verontschuldigbaar is het plegen van een delict dan echter alleen als het de dader niet kan
worden verweten dat hij onder de invloed van die stoffen verkeerde.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
isamarlou16 Hanzehogeschool Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
25
Member since
6 year
Number of followers
24
Documents
9
Last sold
1 year ago

3.5

6 reviews

5
1
4
1
3
4
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions