Samenvatting neuropsychologie
HC1: Lokalisten vs. holisten
Frenologie: hoe het allemaal begon
- Franz Joseph Gall anatomische personologie
o Lokalistische benadering
o Lokaliseren van deugden door te voelen aan de schedel
o Ze geloofden dat hersengebieden die veel werken gebruikt groter waren en dus
uitstaken
o Aan de hand van uitstekende gebieden kan je zien welke gebieden een persoon veel
gebruikt en wat de persoonlijkheid is van persoon
De eerste holist – dieronderzoek
- Pierre Flourens
o Veroorzaakte laesies in brein van konijnen en duiven en begon als lokalist
o Observatie zonder cortex geen perceptie en motoriek, zonder cerebellum geen
coördinatie
o Hij vond geen specifieke locatie voor geheugen en cognitie
o Omvang van beschadiging bepaalt de mate van uitval, dus niet de plaats
- Aggregate field theory gehele brein doet mee aan gedrag, percepties, intenties en
sensaties zijn in essentie één
De eerste lokalisten – neurologen
- Clinicoanatomische methode uitvalsverschijningen van patiënten met een focale laesie in
kaart brengen
- Hiërarchie theorie na laesies zijn hogere functies (geheugen) minder aangedaan dan
lagere functies (hersenstam)
Lokalisten Fritsch en Hitzig – fysiologen
- Elektrische stimulatie van de cortex van honden
- Ontdekte verschillende bewegingsgebieden
Neuroanatomie – structurele organisatie
- Cerebrale cortex
- Naam en locatie van:
o 4 kwabben (+ insula & limbisch)
Frontaal, pariëtaal, temporaal,
occipitaal
o Gyri & sulci
- Anatomische richtingen
o Dorsaal vs. ventraal
o Superior vs. inferior
o Anterior vs. posterior
o Lateraal vs. mediaal
o Ipsilateraal vs. contralateraal
,Neuroanatomie: Brodmann gebieden
- Indeling op basis van cel architectuur (cytoarchitectonics) door middel van
histologische kleuring
- Verschillende naamgeving voor eenzelfde structuur:
o Area 17 (brodmann) = V1 (aap) = striate cortex (microscopisch) = calcarine
cortex (vorm), primaire visuele cortex (functie)
Lokalisten
- Het brein is georganiseerd op basis van functie. Er zijn een aantal functies die het
brein vervult en deze functies worden allemaal vertegenwoordigd in een specifiek
gebied van de hersenen
- Je kan een gebied aanwijzen en dan weet je precies welke functie erbij hoort
- Beschadiging van een specifiek gebied zorgt voor een specifiek functioneel verlies, dus
gebied is gespecialiseerd voor een functie
- Welk hersengebied voor spreken? -> Boca
- Welk hersengebied voor bewegen? -> M1
M1 = bewegen?
- Lokalisten zeggen van wel:
o M1 vertoont activatie als je een beweging uitvoert
o Stimulatie van M1 gebiedje zorgt voor motor respons
o Eenzijdige beschadiging in o.a. M1 zorgt voor hemiplegie (eenzijdige verlamming)
o Training zorgt voor reorganisatie van M1
Holisten
- Het hele brein speelt een rol in gedrag. Bewegingen zijn vaak complex en er zijn dan
meerdere hersengebieden actief. Je kunt het brein niet zien als allemaal losse onderdelen,
maar als een vervlochten systeem
Neuroanatomisch structureel
- Witte stof
o Projectie banen
o Commissuur banen (banen tussen linker- en rechterzijde, belangrijkste = corpus
colosum)
Homotopisch zelfde plek in andere hemisfeer
Heterotopisch andere plek in andere hemisfeer
o Associatie banen
Ipsilateraal intracorticaal naar andere plek in dezelfde hemisfeer
Functionele hiërarchie Luria
Complex gedrag is volgens Luria opgebouwd uit subcomponenten die geïntegreerd worden
1. ‘Law of the hierarchical structure of the cortical zones’
o Er is een neuro anatomische indeling van de hersenen van laag naar hoog in een
specifiek corticaal gebied
o Voor motor control netwerk tertiair (hoog): de associatiegebieden, secundair
(middel): SMA en PMC, primair (laag): M1
2. ‘Law of diminishing specifity of the hierarchically arranged cortical zones’
o Hoe hoger in de hiërarchie, hoe minder specifiek de activatie is. Hogere gebieden
hebben meer complexe activatie zoals het plannen van een beweging en lagere
gebieden hebben specifiekere activatie zoals het aansturen van 1 vinger of been. In
hogere gebieden heb je hier geen aparte activatie voor
,Top-down motor hiërarchie Luria
- Bijv. motor control network
- Hiërarchie -> van hogere orde naar primair
- In het hoogste gebied, de associatiegebieden, plan je om een beweging uit te voeren.
Vervolgens ga je naar beneden en kom je uit op het laagste niveau, de M1. Hier krijg je een
output de beweging wordt aangestuurd
Bottom-up sensory hiërarchie Luria
- Bijv. sensatie gebieden
- In het laagste gebied, primair sensorisch gebied, komt eenvoudige informatie binnen vanuit
de omgeving. In het tweede gebied, unimodale associatie, vindt iets ingewikkeldere activatie
plaats; er is bijvoorbeeld een activatie bij een bewegende stimulus. In het hoogste gebied,
polymodale associatie gebied, worden verschillende sensaties aan elkaar gekoppeld zoals
geluid en zicht
Kritiek op eenrichtingsverkeer
- Het is geen eenrichtingsverkeer:
o Divergentie één neuron is verbonden met een wijdverspreide groep neuronen
o Convergentie wijdverspreide groep neuronen allemaal verbonden met één
neuron
o Re-entry (reciproke koppeling) parallelle connecties heen en weer tussen neurale
groepen en neuronen
Bottom-up sensorische hiërarchie is geen eenrichtingsverkeer:
- Hogere gebieden (dlpfc) beïnvloeden/primen de lagere sensorische gebieden (V2) top-
down attentional control (zie college over aandacht)
Top-down motorische hiërarchie is geen eenrichtingsverkeer:
- Cognitie wordt beïnvloed door motorische ervaring embodied cognition
Motorisch netwerk wordt niet alleen actief bij bewegingsuitvoering, motorische gebieden worden
ook actief wanneer we:
- Kijken naar bewegingsrelevante objecten (affordance perceptie)
- Kijken naar bewegingen van anderen (spiegelen)
- Woorden lezen die over acties gaan
, Connectivity into systems
- Veel korte, snelle lokale verbindingen
+
- Enkele langeafstand verbindingen
Zorgt voor lokale efficiëntie & snelle communicatie in het globale netwerk
Netwerk perspectief
- Functieverlies hangt samen met veranderingen in connectiviteit
- Diaschisis hersendeel functioneert minder door beschadiging elders
- Veranderingen in connectiviteit:
o Anatomische structurele connectivitiet tractografie (DTI)
Is er een baan tussen die gebieden?
o Functionele connectiviteit afhankelijkheid tussen neurale regio’s, temporele
correlatie tussen neurofysiologische processen
o Effectieve connectiviteit oorzaak-gevolg van deze afhankelijkheid
Beïnvloeden neurale circuits
- Revalidatie/training kan een belangrijk effect hebben op de (overgebleven) neurale circuits
- Hoe beïnvloeden we de neurale circuits?
o Aspecifiek stimuleren (verrijkte omgeving, algehele fitheid)
o Bottom-up (via omgeving) specifieke sensorische en motorische stimulatie
o Top-down (via instructie) mentaal inbeelden, richten van aandacht
o Breinstimulatie (rTMS), bevrijden van inhibities
HC1: Lokalisten vs. holisten
Frenologie: hoe het allemaal begon
- Franz Joseph Gall anatomische personologie
o Lokalistische benadering
o Lokaliseren van deugden door te voelen aan de schedel
o Ze geloofden dat hersengebieden die veel werken gebruikt groter waren en dus
uitstaken
o Aan de hand van uitstekende gebieden kan je zien welke gebieden een persoon veel
gebruikt en wat de persoonlijkheid is van persoon
De eerste holist – dieronderzoek
- Pierre Flourens
o Veroorzaakte laesies in brein van konijnen en duiven en begon als lokalist
o Observatie zonder cortex geen perceptie en motoriek, zonder cerebellum geen
coördinatie
o Hij vond geen specifieke locatie voor geheugen en cognitie
o Omvang van beschadiging bepaalt de mate van uitval, dus niet de plaats
- Aggregate field theory gehele brein doet mee aan gedrag, percepties, intenties en
sensaties zijn in essentie één
De eerste lokalisten – neurologen
- Clinicoanatomische methode uitvalsverschijningen van patiënten met een focale laesie in
kaart brengen
- Hiërarchie theorie na laesies zijn hogere functies (geheugen) minder aangedaan dan
lagere functies (hersenstam)
Lokalisten Fritsch en Hitzig – fysiologen
- Elektrische stimulatie van de cortex van honden
- Ontdekte verschillende bewegingsgebieden
Neuroanatomie – structurele organisatie
- Cerebrale cortex
- Naam en locatie van:
o 4 kwabben (+ insula & limbisch)
Frontaal, pariëtaal, temporaal,
occipitaal
o Gyri & sulci
- Anatomische richtingen
o Dorsaal vs. ventraal
o Superior vs. inferior
o Anterior vs. posterior
o Lateraal vs. mediaal
o Ipsilateraal vs. contralateraal
,Neuroanatomie: Brodmann gebieden
- Indeling op basis van cel architectuur (cytoarchitectonics) door middel van
histologische kleuring
- Verschillende naamgeving voor eenzelfde structuur:
o Area 17 (brodmann) = V1 (aap) = striate cortex (microscopisch) = calcarine
cortex (vorm), primaire visuele cortex (functie)
Lokalisten
- Het brein is georganiseerd op basis van functie. Er zijn een aantal functies die het
brein vervult en deze functies worden allemaal vertegenwoordigd in een specifiek
gebied van de hersenen
- Je kan een gebied aanwijzen en dan weet je precies welke functie erbij hoort
- Beschadiging van een specifiek gebied zorgt voor een specifiek functioneel verlies, dus
gebied is gespecialiseerd voor een functie
- Welk hersengebied voor spreken? -> Boca
- Welk hersengebied voor bewegen? -> M1
M1 = bewegen?
- Lokalisten zeggen van wel:
o M1 vertoont activatie als je een beweging uitvoert
o Stimulatie van M1 gebiedje zorgt voor motor respons
o Eenzijdige beschadiging in o.a. M1 zorgt voor hemiplegie (eenzijdige verlamming)
o Training zorgt voor reorganisatie van M1
Holisten
- Het hele brein speelt een rol in gedrag. Bewegingen zijn vaak complex en er zijn dan
meerdere hersengebieden actief. Je kunt het brein niet zien als allemaal losse onderdelen,
maar als een vervlochten systeem
Neuroanatomisch structureel
- Witte stof
o Projectie banen
o Commissuur banen (banen tussen linker- en rechterzijde, belangrijkste = corpus
colosum)
Homotopisch zelfde plek in andere hemisfeer
Heterotopisch andere plek in andere hemisfeer
o Associatie banen
Ipsilateraal intracorticaal naar andere plek in dezelfde hemisfeer
Functionele hiërarchie Luria
Complex gedrag is volgens Luria opgebouwd uit subcomponenten die geïntegreerd worden
1. ‘Law of the hierarchical structure of the cortical zones’
o Er is een neuro anatomische indeling van de hersenen van laag naar hoog in een
specifiek corticaal gebied
o Voor motor control netwerk tertiair (hoog): de associatiegebieden, secundair
(middel): SMA en PMC, primair (laag): M1
2. ‘Law of diminishing specifity of the hierarchically arranged cortical zones’
o Hoe hoger in de hiërarchie, hoe minder specifiek de activatie is. Hogere gebieden
hebben meer complexe activatie zoals het plannen van een beweging en lagere
gebieden hebben specifiekere activatie zoals het aansturen van 1 vinger of been. In
hogere gebieden heb je hier geen aparte activatie voor
,Top-down motor hiërarchie Luria
- Bijv. motor control network
- Hiërarchie -> van hogere orde naar primair
- In het hoogste gebied, de associatiegebieden, plan je om een beweging uit te voeren.
Vervolgens ga je naar beneden en kom je uit op het laagste niveau, de M1. Hier krijg je een
output de beweging wordt aangestuurd
Bottom-up sensory hiërarchie Luria
- Bijv. sensatie gebieden
- In het laagste gebied, primair sensorisch gebied, komt eenvoudige informatie binnen vanuit
de omgeving. In het tweede gebied, unimodale associatie, vindt iets ingewikkeldere activatie
plaats; er is bijvoorbeeld een activatie bij een bewegende stimulus. In het hoogste gebied,
polymodale associatie gebied, worden verschillende sensaties aan elkaar gekoppeld zoals
geluid en zicht
Kritiek op eenrichtingsverkeer
- Het is geen eenrichtingsverkeer:
o Divergentie één neuron is verbonden met een wijdverspreide groep neuronen
o Convergentie wijdverspreide groep neuronen allemaal verbonden met één
neuron
o Re-entry (reciproke koppeling) parallelle connecties heen en weer tussen neurale
groepen en neuronen
Bottom-up sensorische hiërarchie is geen eenrichtingsverkeer:
- Hogere gebieden (dlpfc) beïnvloeden/primen de lagere sensorische gebieden (V2) top-
down attentional control (zie college over aandacht)
Top-down motorische hiërarchie is geen eenrichtingsverkeer:
- Cognitie wordt beïnvloed door motorische ervaring embodied cognition
Motorisch netwerk wordt niet alleen actief bij bewegingsuitvoering, motorische gebieden worden
ook actief wanneer we:
- Kijken naar bewegingsrelevante objecten (affordance perceptie)
- Kijken naar bewegingen van anderen (spiegelen)
- Woorden lezen die over acties gaan
, Connectivity into systems
- Veel korte, snelle lokale verbindingen
+
- Enkele langeafstand verbindingen
Zorgt voor lokale efficiëntie & snelle communicatie in het globale netwerk
Netwerk perspectief
- Functieverlies hangt samen met veranderingen in connectiviteit
- Diaschisis hersendeel functioneert minder door beschadiging elders
- Veranderingen in connectiviteit:
o Anatomische structurele connectivitiet tractografie (DTI)
Is er een baan tussen die gebieden?
o Functionele connectiviteit afhankelijkheid tussen neurale regio’s, temporele
correlatie tussen neurofysiologische processen
o Effectieve connectiviteit oorzaak-gevolg van deze afhankelijkheid
Beïnvloeden neurale circuits
- Revalidatie/training kan een belangrijk effect hebben op de (overgebleven) neurale circuits
- Hoe beïnvloeden we de neurale circuits?
o Aspecifiek stimuleren (verrijkte omgeving, algehele fitheid)
o Bottom-up (via omgeving) specifieke sensorische en motorische stimulatie
o Top-down (via instructie) mentaal inbeelden, richten van aandacht
o Breinstimulatie (rTMS), bevrijden van inhibities