Hoofdstuk 12 : diagnostiek
Onderzoek aangevraagd dr arts =
- Heeft patiënt (nog) een infectie?
- Wat is de verwekker?
- Welke bruikbare antimicrobiële middelen?
---> hoe monster afnemen voor onderzoek om deze vragen te beantwoorden
Technieken =
- Microscopie
- Kweek + identificatie
- Antigendetectie ---> = besmettelijkheid bekijken + virale partikels meten
• E-antigen meten = zeker weten dat het besmettelijk is
• S-antigen meten = niet altijd partikel gebonden ---> viraal maakt dat in overvloed
aan
---> kan al vroeg in infectie gemeten worden
- Moleculaire detectietechnieken
- Antibiogram ---> = zie antibiotica
- Serologie ---> = antilichamen in bloed als bewijs v infectie --->
• IgM = minder lang in bloed blijven na besmetting/vaccinatie
• IgG = veel langer in bloed blijven na besmetting/vaccinatie
---> Bv rubella =
▪ IgM niet opvragen bij testen in labo want niemand wordt nog besmet
▪ IgG wel opvragen ---> nog vaccinaties ---> = kijken nr vaccinatie
- Niet-virale serologie = opsporing bacteriën die
• Moeilijk te kweken zijn
• Chronisch verlopende ziektes geven
- Liquor seruospinalis = ruggenmergvocht ---> antilichamen meten
Window fase in serologische analyse =
Enkel antilichamen in bloed meten = mogelijks infectie missen ---> is mogelijks nog te vroeg om
antilichamen te meten = kan vals negatief resultaat tonen voor infectie
---> daarom antigenen ook altijd meten = zitten op virus = zo goede inschatting kunnen
maken
1
,Microbiologische etiologie = met welke technieken?
Typisch klinische beelden
---> voorbeelden =
- Typische mazelen infectie ---> bv. in land met weinig vaccinaties = duidelijke uitslag = op
basis v symptomen kunnen diagnosticeren
---> vaak niks aan kunnen doen dr te weinig middelen ---> ouders moeten kind
wel in de gaten houden want kan dr infectie tijdelijk immuundeficiënt worden
- Typische TBC ---> vee hoesten + vermageren + grieperig
--> zelden is ziektebeeld zo suggestief dat diagnose kan worden gemaakt --->
• Minder typische beelden
• Pyelonefritis kan duidelijk zijn ---> daarom is verwekker nog niet duidelijk
Diagnostiek
- Microscoop ---> specifiek beeld verkrijgen
- Kweek = eenvoudige bodems ---> bacteriën kweken
- Celkweek = virussen + chlamydiae
- Non-culture detection =
• Antigen
• Genoom
- Immuun antwoord = serologie/huidtesten
Microscopie
=directe test ---> geen amplificatie nodig
1. Gewone lichtmicroscoop
- Bacteriën = zichtbaar
- Virussen = niet zichtbaar ---> = zijn te klein om te kunnen zien
---> Werking =
- Zonder fixeren + kleuren ---> = bv. in huisartsenpraktijk ---> kan bij:
• Grote cellen
• Parasieten = bewegelijke cellen = kan je zien zwemmen onder microscoop
---> bv. bij urineweginfectie + vaginaal uitstrijkje = clue cells zien
---> vaak niet voldoende
- Wel fixatie + gram kleuring = in labo doen
2
,2. Fluorescentiemicroscoop
= Virussen = niet zomaar zichtbaar ---> kan wel dr merken met antilichamen = kleurstof of
fluorescerende stof
---> = zo zichtbaar maken onder lichtmicroscoop
3. Elektronenmicroscoop (EM) = niet meer gebruiken in routine
Gramkleuring v lumbaal vocht bij vermoeden v meningitis =
= krachtig voorbeeld v nut gramkleuring ---> = er bestaan maar 2 bacteriële hoofdverwekkers v
meningitis ---> = duidelijk herkenbaar met microscoop + liggen vaak per 2 =
---> 2 uitkomsten mogelijk =
Grampositieve diplococcen Gram negatieve diplococcen
Verwekker = gng om pneumokok als verwekker = gng om meningokok als verwekker
aan te duiden aan te duiden
Behandeling Citriaxone = 3e generatie Nauw spectrum:
cefalosporine - Penicilline
- Amocicilline
Secundaire GEEN = niet besmettelijk Preventie secundaire gevallen nodig
gevallen = preventiemaatregelen bij
contactpersonen
Foto
microscoop
---> in praktijk = bij meningitis steeds met ceftriaxone starten ---> na resultaat antibiogram =
antibiotica aanpassen
Voorbeelden waar gramkleuring niks helpt =
- Enkel gram-negatieve staafjes
- Gramkleuring feces ---> niet mogelijk om pathogeen te ontdekken tussen commensale
flora
3
, Zuurvaste kleuring =
Bij microbacteriën ---> = zijn heel resistent tg uitdroging + aan zuren ---> houden drm de kleur v
zuur = zo zichtbaar maken
---> = fluorescentie microscopisch zien
Besluit microscopie =
- Heel snel resultaat ---> zelfde dag of indien nodig binnen 15 min
- Veel werk = duur in onze maatschappij
- Heel goede aanduiding v verwekker bij meningitis
- Vaak ook geen aanduiding dr bijmenging commensale flora
- Geeft aanduiding inflammatie + staalkwaliteit weer
- Wet stain = mogelijk in huis- of poliklinische praktijk ---> geen zware infrastructuur nodig
Niet-microscopische methoden =
= opsporen pathogeen zonder in vitro amplificatie wanneer lichtmicroscoop niet mogelijk is =
- Kiem is te klein
- Kiem is verborgen
- Er is geen typisch voorkomen
---> = voor virussen + bacteriën + schimmels + protozoa ---> meestal op antilichaam
gebaseerde methodes dr nucleïnezuur hybridisatie (in situ)
Voorbeelden =
Bij bacteriën = antilichaam test = antigenen v pathogeen opsporen --->
1. Staaltje uitwrijven op bepaalde laadplaats
2. Componenten v staal + virussen + toxines meenemen in vloeistof
3. Binden aan antilichamen
4. Streepjes zien dr antilichamen met bolletjes
---> bv. post-antibiotica diarree opsporen
Voorbeelden toepassing bij virussen =
- Stoelgang = antigen testen voor rotavirus = diarree kind
- Respiratoir = aspiraat/staal = respiratoir syncytiaal virus = RSV + influenza
- Bloed = in acute infectie om vensterperiode te verkleinen
- Weefsel = HPV in situ hybridiseren op cervicaal specimen
Bij schimmels ---> galactomannen polysaccharide = typisch voor celwand Aspergillus spp.
Schimmels opsporen in serum
Bij protozoa ---> bv. bij bloed = sneltest plasmodium spp. Antigen detectie bij vermoeden malaria
4