PATHOFYSIOLOGIE
Ontsteking
Brinke, M.T.A. ten (Merel, Student B-TG)
,Inhoud:
• Hoorcollege 3.1: ‘Histologie van de luchtwegen en slokdarm’
• Zelfstudie 3.2: Functionele histologie van luchtwegen en
slokdarm’
• Hoorcollege 3.3: ‘Ontsteking’
• Zelfstudie 3.4: ‘De acute ontsteking op hoofdlijnen’
• Zelfstudie 3.5: ‘De initiatie van de acute ontsteking’
• Zelfstudie 3.6: ‘De amplificatie van de acute ontsteking’
• Zelfstudie 3.7: ‘Chronische ontsteking, granulomateuze
ontsteking en systemische manifestaties bij de ontsteking’
• Zelfstudie 3.8: ‘Casus ontsteking’
• (Voorbereiding) practicum ontsteking 3.9 & 3.10
, Hoorcollege 3.1: ‘Histologie van de luchtwegen en slokdarm’
Ademhalingssysteem
Het ademhalingssysteem bestaat grofweg uit twee grofweg uit
twee delen. Het bovenste deel, dat het geleidende deel wordt
genoemd, dit is ookwel bekend als de dode ruimte en bestaat
uit de neusholte, de mondholte, de trachea en de bronchiën.
Het onderste deel is het respiratoire deel, waar daadwerkelijk
de gasuitwisseling plaatsvindt. Dit bestaat uit de bronchiolus
en de alveoli (longblaasjes waar de gasuitwisseling
plaatsvindt).
Functies geleidend deel
Het geleidende deel heeft een belangrijke functie in het verwarmen
van de lucht, bevochtigen van lucht en reinigen van ingeademde
lucht. Alles wat je inademt moet verwarmd worden, vochtig gemaakt
worden en ook schoongemaakt worden, er mogen geen stofdeeltjes,
virusdeeltjes of bacteriën in de longen komen. Het epitheel is hier
daarom pseudomeerlagig trilhaar dragend epitheel (meerrijig
epitheel).
Functies respiratoir deel
De belangrijkste functie van het respiratoir deel is de gasuitwisseling.
Om dat te bereiken is er een enorm oppervlak nodig. Dat wordt gedaan
door de alveoli, de longblaasjes, die zijn heel klein en bolvormig en
zorgen voor een enorm groot oppervlak. Het epitheel van de longblaasjes
is eenlagig plaveiselepitheel. Dit is namelijk erg dun, waardoor er
makkelijk gasuiwisseling kan plaatsvinden.
Relatie trachea en oesophagus
Als je kijkt naar de anatomische liggen van de trachea en de oesophagus, dan zie je
dat deze vlak naast elkaar liggen. In de trachea heb je een kraakbeenring en
daartussen ligt een spier die belangrijk is voor de hoestreflex.
In de afbeelding rechts zie je de trachea, je ziet dat die met epitheel is bekleed, dat is
meerrijig epitheel met trilharen. Dat is een beetje een verwarrende term want dat
wordt ook wel respiratoir epitheel genoemd. Dus het zit in het geleidende deel van de
luchtwegen, ook al heet het respiratoir epitheel. Ook is de erg belangrijke
kraakbeenring zichtbaar, die bestaat uit hyalien kraakbeen. De omliggende laag met
bindweefsel wordt ook wel de adventitia genoemd.
Respiratoir epitheel
Het respiratoir epitheel vind je in het geleidende deel van de luchtwegen,
is pseudomeerlagig trilhaardragend epitheel. Onder de luchtmicroscoop
zie je drie typen cellen:
• Trilhaardragende cilindrische
epitheelcellen → reiniging
• Slijmbekercellen → bevochtiging
• Basale cellen → zorgen voor nieuwe epitheelcellen.
Het in het rechter plaatje goed zichtbare water, heeft als functie
beweging voor de cilia mogelijk te maken.