DEEL 3: De gezinnen
H8: Gezinnen consumeren: Inleiding:
• Nut = de voldoening die gehaald w uit de consumptie v bep goed/dienst
➔ Gezinnen gaan op zoek naar maximalisatie vh nut als ze keuzes maken
! Oorspronkelijk: enkel goederen dragen bij tot welvaart (cfr Adam Smith)
MAAR men heeft later ingezien dat diensten ook tot welvaart knn zorgen
!!! Notatie nut: u(X) = utility v goed(erenbundel) X
• Waardeparadox: water is primordiaal voor elk levend wezen en kost niks <>
edelstenen zijn niet noodzakelijk om te overleven en heel duur
➔ nut ≠ financiële waarde v G/D
• Marginaal nut = toename vh totale nut als gevolg v kleine toename in de consumptie
v bep G/D
➔ Concept ‘marginaal nut’ lost waardeparadox op
Gezin = 1 huishouding/individu
- Economische beslissingen
o Ter beschikking stellen v PF = arbeid (en kapitaal)
o Besteding beschikbaar inkomen = consumeren (en sparen)
- Voorkeuren:
= Tot.inkomen
o Sociaal + psychologisch
– belastingen
o Zijn een gegeven (knn we als econoom nt veranderen/verklaren) – overdrachten
o Variëren in tijd
- Institutionele factoren: Wettelijke bepalingen
o Max arbeidsduur
o Belastingen
o …
- Economische factoren:
o Prijzen
o Inkomen
o …
H8: Gezinnen consumeren
o Gezin kan niet alle goederen consumeren/kopen die ze wenst door beperkt budget
o Goederenbundel betreft G&D die een gezin effectief koopt/consumeert
o In praktijk: diversiteit v G&D
o In theorie: 2 G&D (vereenvoudigd!)
- Gezin als consument (theoretisch beschouwd)
o Is prijsnemer → geen impact op prijs of op marktevenwicht
o Geconfronteerd met budgetbeperking (zie 8.1)
o Maakt keuze vanuit eigen preferenties (zie 8.2)
o Wenst nut te maximaliseren
, DEEL 3: De gezinnen
8.1 Budgetbeperking
• Budgetlijn = weergave v combinaties v hoeveelheden v 2 goederen (Q1,Q2) die met
bep budget (Y) maximaal knn w verworven, gegeven de prijzen v beide goederen
(P1,P2)
𝑌 𝑃1
• Functievoorschrift: Y = P1*Q1 + P2*Q2 → Q2 = 𝑃2 − Q1
𝑃2
𝑃1
• Rico = − ⇒ dalende rechte
𝑃2
• Intercepten/snijpunten berekenen:
𝑌
o Op verticale as:
𝑃2
𝑌
o Op horizontale as:
𝑃1
Bv: STAP 1
Y= €450 / Pcinema = €10 / Pvoetbal = €15
Y = Pcinema*Qcinema + Pvoetbal * Qvoetbal
450 = 10*Qcinema + 15*Qvoetbal
450 10
Qvoetbal = − Qcinema
15 15
Intercepten:
- Als Qvoetbal = 0 dan Qcinema = 45
- Als Qcinema = 0 dan Qvoetbal = 30
De verzameling van
goederenbundels die mogelijk
zijn met het (beperkte) budget
STAP 2 STAP 3
H8: Gezinnen consumeren: Inleiding:
• Nut = de voldoening die gehaald w uit de consumptie v bep goed/dienst
➔ Gezinnen gaan op zoek naar maximalisatie vh nut als ze keuzes maken
! Oorspronkelijk: enkel goederen dragen bij tot welvaart (cfr Adam Smith)
MAAR men heeft later ingezien dat diensten ook tot welvaart knn zorgen
!!! Notatie nut: u(X) = utility v goed(erenbundel) X
• Waardeparadox: water is primordiaal voor elk levend wezen en kost niks <>
edelstenen zijn niet noodzakelijk om te overleven en heel duur
➔ nut ≠ financiële waarde v G/D
• Marginaal nut = toename vh totale nut als gevolg v kleine toename in de consumptie
v bep G/D
➔ Concept ‘marginaal nut’ lost waardeparadox op
Gezin = 1 huishouding/individu
- Economische beslissingen
o Ter beschikking stellen v PF = arbeid (en kapitaal)
o Besteding beschikbaar inkomen = consumeren (en sparen)
- Voorkeuren:
= Tot.inkomen
o Sociaal + psychologisch
– belastingen
o Zijn een gegeven (knn we als econoom nt veranderen/verklaren) – overdrachten
o Variëren in tijd
- Institutionele factoren: Wettelijke bepalingen
o Max arbeidsduur
o Belastingen
o …
- Economische factoren:
o Prijzen
o Inkomen
o …
H8: Gezinnen consumeren
o Gezin kan niet alle goederen consumeren/kopen die ze wenst door beperkt budget
o Goederenbundel betreft G&D die een gezin effectief koopt/consumeert
o In praktijk: diversiteit v G&D
o In theorie: 2 G&D (vereenvoudigd!)
- Gezin als consument (theoretisch beschouwd)
o Is prijsnemer → geen impact op prijs of op marktevenwicht
o Geconfronteerd met budgetbeperking (zie 8.1)
o Maakt keuze vanuit eigen preferenties (zie 8.2)
o Wenst nut te maximaliseren
, DEEL 3: De gezinnen
8.1 Budgetbeperking
• Budgetlijn = weergave v combinaties v hoeveelheden v 2 goederen (Q1,Q2) die met
bep budget (Y) maximaal knn w verworven, gegeven de prijzen v beide goederen
(P1,P2)
𝑌 𝑃1
• Functievoorschrift: Y = P1*Q1 + P2*Q2 → Q2 = 𝑃2 − Q1
𝑃2
𝑃1
• Rico = − ⇒ dalende rechte
𝑃2
• Intercepten/snijpunten berekenen:
𝑌
o Op verticale as:
𝑃2
𝑌
o Op horizontale as:
𝑃1
Bv: STAP 1
Y= €450 / Pcinema = €10 / Pvoetbal = €15
Y = Pcinema*Qcinema + Pvoetbal * Qvoetbal
450 = 10*Qcinema + 15*Qvoetbal
450 10
Qvoetbal = − Qcinema
15 15
Intercepten:
- Als Qvoetbal = 0 dan Qcinema = 45
- Als Qcinema = 0 dan Qvoetbal = 30
De verzameling van
goederenbundels die mogelijk
zijn met het (beperkte) budget
STAP 2 STAP 3