Week 1
Deel 1 – Ira Helsloot: Besturen van veiligheid
Thema: hoe Nederland met (fysieke) onveiligheid omgaat.
Van schuldcultuur → risicosamenleving → voorzorgscultuur
Vroeger: ongelukken = “act of God” of persoonlijke schuld.
Nu: elk ongeval = bewijs dat het systeem (overheid) faalt.
→ Nieuwe voorzorgscultuur: elk risico moet worden voorkomen.
o Elke vorm van onveiligheid wordt als onacceptabel gezien. Elk risico wordt
gezien als iets wat moeten opgelost. Als er iets gebeurt wat wellicht heel
weinig voorkomt moet het nog steeds worden verbeterd. Vooral als iets veel
media-aandacht krijgt. Er moet altijd iemand de schuld krijgen.
Gevolg: irrationeel beleid, disproportionele maatregelen.
Ontwikkeling fysieke veiligheidsbeleid uit literatuur: (Helsloot hs 2)
- Verantwoordelijkheid is verschoven van burger naar overheid, eerst nachtwakersstaat
met eigen verantwoordelijkheid naar een meer verzorgingsstaat.
- De 10^-6 is geïntroduceerd bij de nota omgaan met risico’s
- Sinds de jaren ’90 een meer voorzorgbeginsel: beleid wordt niet alleen gebaseerd op
objectieve risicoanalyses, maar ook op gevoelens en percepties van burgers. Burgers
verwachten absolute veiligheid en schadevergoeding, wat leidt tot meer claims en
overheidscompensatie.
- Conclusie: DEUR
Het gevolg: de cirkel
- Media vindt iets zielig, geen tijd/ruimte voor rapportage en context
- Politici reageert vol afschuw
- Bestuurders vinden het lastig om de politiek en/of media te weerspreken en willen
liever daadkrachtig overkomen -> actie
- Beleidsmedewerkers kennen de context (soms) wel maar kennen ook hun plaats -> er
komt beleid
- De uitvoering negeert veel van het beleid dat disproportioneel en ingewikkeld is en
daardoor kan het opnieuw gebeuren.
Dit is een voorbeeld van exotisch risico’s: de bestuurders vinden het lastig om media en
politiek tegen te spreken en willen daadkrachtig overkomen.
Frankenstein’s monster van veiligheidsbeleid
Ondoorzichtig → kosten/baten onbekend.
Onevenwichtig → middelen niet waar risico’s het grootst zijn.
Onrechtvaardig → sommige slachtoffers meer rechten.
Onuitvoerbaar → beleid vooral symbolisch.
Principiële uitgangspunten voor fysiek veiligheidsbeleid, transparant en rechtvaardig (hs 3).
1. Eigen verantwoordelijkheid en rationaliteit van burger: zelf consequenties dragen bij
vrijwillige risico’s, behalve als maatschappelijke risico’s te hoog zijn.
2. Democratische besluitvorming over onvrijwillige risico’s: middelen zijn beperkt,
hierdoor democratisch en bij voorkeur obv MKBA
3. De burger draagt in principe zijn eigen schade: overheid beperkt zich tot sociale
zekerheid, alleen bij aantoonbare nalatigheid kan aansprakelijkheid gelden.
,Wetenschappelijke kennis versus publieke perceptie (hs 8)
- Wetenschappelijke kennis is essentieel om risico’s objectief te kunnen analyseren,
kwantificeren en beleid op basis hiervan te baseren.
- Risicoperceptie van burgers is echter vaak bepalend voor beleid (emoties, media,
maatschappelijke discussies)
- Dit zorgt voor spanning -> evidence based beslissingen of serieus nemen van publieke
zorgen.
o Grote nadruk op perceptie kan leiden tot inefficiënte besteding van
middelen en disproportioneel beleid
o Maar wel rekening mee houden want maatschappelijk draagvlak
Vrijwillige risico’s: worden door mensen veel makkelijker geaccepteerd. (Autorijden, skiën)
Onvrijwillige risico’s: worden veel minder geaccepteerd. (Straling, luchtvervuiling)
Mensen accepteren vrijwillige risico’s ongeveer 1000 keer hoger dan onvrijwillig
(Starr)
Acceptatie van risico is proportioneel aan de ervaren voordelen (nut) van een activiteit.
Maatschappelijke acceptatie is niet alleen rationeel/ economisch maar gaat juist om
vrijwilligheid en perceptie.
De zin en onzin van regels
Regels werken bij basisveiligheid (sanitatie, voedselveiligheid).
Maar meer regels ≠ meer veiligheid.
Winst is betere voorspeller van veiligheid dan regelgeving (Wolfe).
Adams: “wie zich veilig voelt, gedraagt zich onveilig”.
Risicosamenleving (Beck)
Van welvaart → risicoverdeling.
“Ik heb honger” → “ik ben bang”.
Angst bepaalt beleid meer dan feiten.
Risico-optimi(sten) vs -pessimisten
Beck: kennis = onzeker, risico’s onbeheersbaar.
Wildavsky: risico hoort bij vooruitgang; richt op veerkracht i.p.v. vermijden.
Objectieve vs subjectieve veiligheid
“Objectieve” veiligheid bestaat niet: alles draait om perceptie.
Emotie speelt cruciale rol (Roeser, De Bruijn).
Symboliek in beleid
Politici en media versterken angst → symboolmaatregelen.
Voorbeelden:
o Stopzetten chloortransport (geen reëel risico).
o Schiphol laten groeien ondanks hogere risico’s.
Kernbegrippen
DALY: verlies aan gezonde levensjaren als maat.
Individueel risico: kans op dodelijk effect op één plek.
Groepsrisico: kans × aantal doden.
Conclusie Helsloot:
“Technische preventie werkt een beetje, maar beleid is vaak symboliek.”
, Risicoladder: (RIVM) centraal instrument waardoor de overheid flexibel, doelmatig en
maatschappelijk verdedigbaar kan reageren op risico’s.
1. Lage complexiteit, weinig onzekerheid: standaard, gelijke bescherming blijft gelden
2. Matige complexiteit of onzekerheid: hoge kosten of belangen, nadruk blijft op
kosteneffectiviteit
3. Maatschappelijke onrust of controverse speelt mee: nadruk op participatie en overleg
4. Grote onzekerheid en impact: toepassing van voorzorgprincipe vereist.
Je mag van de standaardnormen afwijken wanneer:
- Kosten risicobeheersing extreem hoog zijn.
- Berekende sterfterisico’s onvoldoende recht doen aan maatschappelijke onrust
- Complexiteit en wetenschappelijke onzekerheid groot zijn.
Deel 2 – Matthijs Moorkamp: Veiligheidsparadigma’s en besturingsmodellen
Twee ethische wereldbeelden
Absolute veiligheid voor ieder mens vs absolute veiligheid voor de samenleving.
→ Invloed op veiligheidsbeleid: sommige ministeries meer utilistisch (EZ), andere meer
deontologisch (I&W).
Risicobenadering (deontologie): beleidsmakers die deze benadering volgen, focussen zich op
de kans dat en gevaarlijk incident zich voordoet. Ze proberen vooral maatregelen te nemen die
de waarschijnlijkheid van ongewenste gebeurtenissen verkleinen.
Primair doel: voorkomen of verminderen van risico’s
Effectbenadering (utilisme): beleidsmakers richten zich meer op de gevolgen die een incident
zou kunnen hebben als het zich voordoet. Ze evalueren maatregelen op basis van hoe effectief
ze de impact een incident kunnen beperken mocht het gebeuren.
Focus op beperken van schade en de ernst van de gevolgen.
Typen veiligheid
1. Maatschappelijke veiligheid: gericht op het beschermen van mensen en
gemeenschappen tegen bedreigingen.
o Beck, Luhmann: risicosamenleving, verbondenheid, risicoregelreflex.
o Boutellier: Veiligheidsutopie.
2. Organisatorische veiligheid: Heeft betrekking op de veiligheid binnen een organisatie
of bedrijf en omvat de maatregelen die genomen worden om eigendommen, informatie
en processen te beschermen tegen bedreigingen.
o Hale, Weick, Reason, Dekker: mens en systeem centraal.
3. Technische veiligheid
o Perrow: Normal Accidents – ongevallen zijn onvermijdelijk.
Je kan op 2 manieren denken over organisatorische veiligheid (Safety-I en Safety II)
Safety-I: richt zich op het voorkomen van ongevallen en fouten. Het gaat uit van het idee dat
veiligheid de afwezigheid van negatieve uitkomsten is
Deel 1 – Ira Helsloot: Besturen van veiligheid
Thema: hoe Nederland met (fysieke) onveiligheid omgaat.
Van schuldcultuur → risicosamenleving → voorzorgscultuur
Vroeger: ongelukken = “act of God” of persoonlijke schuld.
Nu: elk ongeval = bewijs dat het systeem (overheid) faalt.
→ Nieuwe voorzorgscultuur: elk risico moet worden voorkomen.
o Elke vorm van onveiligheid wordt als onacceptabel gezien. Elk risico wordt
gezien als iets wat moeten opgelost. Als er iets gebeurt wat wellicht heel
weinig voorkomt moet het nog steeds worden verbeterd. Vooral als iets veel
media-aandacht krijgt. Er moet altijd iemand de schuld krijgen.
Gevolg: irrationeel beleid, disproportionele maatregelen.
Ontwikkeling fysieke veiligheidsbeleid uit literatuur: (Helsloot hs 2)
- Verantwoordelijkheid is verschoven van burger naar overheid, eerst nachtwakersstaat
met eigen verantwoordelijkheid naar een meer verzorgingsstaat.
- De 10^-6 is geïntroduceerd bij de nota omgaan met risico’s
- Sinds de jaren ’90 een meer voorzorgbeginsel: beleid wordt niet alleen gebaseerd op
objectieve risicoanalyses, maar ook op gevoelens en percepties van burgers. Burgers
verwachten absolute veiligheid en schadevergoeding, wat leidt tot meer claims en
overheidscompensatie.
- Conclusie: DEUR
Het gevolg: de cirkel
- Media vindt iets zielig, geen tijd/ruimte voor rapportage en context
- Politici reageert vol afschuw
- Bestuurders vinden het lastig om de politiek en/of media te weerspreken en willen
liever daadkrachtig overkomen -> actie
- Beleidsmedewerkers kennen de context (soms) wel maar kennen ook hun plaats -> er
komt beleid
- De uitvoering negeert veel van het beleid dat disproportioneel en ingewikkeld is en
daardoor kan het opnieuw gebeuren.
Dit is een voorbeeld van exotisch risico’s: de bestuurders vinden het lastig om media en
politiek tegen te spreken en willen daadkrachtig overkomen.
Frankenstein’s monster van veiligheidsbeleid
Ondoorzichtig → kosten/baten onbekend.
Onevenwichtig → middelen niet waar risico’s het grootst zijn.
Onrechtvaardig → sommige slachtoffers meer rechten.
Onuitvoerbaar → beleid vooral symbolisch.
Principiële uitgangspunten voor fysiek veiligheidsbeleid, transparant en rechtvaardig (hs 3).
1. Eigen verantwoordelijkheid en rationaliteit van burger: zelf consequenties dragen bij
vrijwillige risico’s, behalve als maatschappelijke risico’s te hoog zijn.
2. Democratische besluitvorming over onvrijwillige risico’s: middelen zijn beperkt,
hierdoor democratisch en bij voorkeur obv MKBA
3. De burger draagt in principe zijn eigen schade: overheid beperkt zich tot sociale
zekerheid, alleen bij aantoonbare nalatigheid kan aansprakelijkheid gelden.
,Wetenschappelijke kennis versus publieke perceptie (hs 8)
- Wetenschappelijke kennis is essentieel om risico’s objectief te kunnen analyseren,
kwantificeren en beleid op basis hiervan te baseren.
- Risicoperceptie van burgers is echter vaak bepalend voor beleid (emoties, media,
maatschappelijke discussies)
- Dit zorgt voor spanning -> evidence based beslissingen of serieus nemen van publieke
zorgen.
o Grote nadruk op perceptie kan leiden tot inefficiënte besteding van
middelen en disproportioneel beleid
o Maar wel rekening mee houden want maatschappelijk draagvlak
Vrijwillige risico’s: worden door mensen veel makkelijker geaccepteerd. (Autorijden, skiën)
Onvrijwillige risico’s: worden veel minder geaccepteerd. (Straling, luchtvervuiling)
Mensen accepteren vrijwillige risico’s ongeveer 1000 keer hoger dan onvrijwillig
(Starr)
Acceptatie van risico is proportioneel aan de ervaren voordelen (nut) van een activiteit.
Maatschappelijke acceptatie is niet alleen rationeel/ economisch maar gaat juist om
vrijwilligheid en perceptie.
De zin en onzin van regels
Regels werken bij basisveiligheid (sanitatie, voedselveiligheid).
Maar meer regels ≠ meer veiligheid.
Winst is betere voorspeller van veiligheid dan regelgeving (Wolfe).
Adams: “wie zich veilig voelt, gedraagt zich onveilig”.
Risicosamenleving (Beck)
Van welvaart → risicoverdeling.
“Ik heb honger” → “ik ben bang”.
Angst bepaalt beleid meer dan feiten.
Risico-optimi(sten) vs -pessimisten
Beck: kennis = onzeker, risico’s onbeheersbaar.
Wildavsky: risico hoort bij vooruitgang; richt op veerkracht i.p.v. vermijden.
Objectieve vs subjectieve veiligheid
“Objectieve” veiligheid bestaat niet: alles draait om perceptie.
Emotie speelt cruciale rol (Roeser, De Bruijn).
Symboliek in beleid
Politici en media versterken angst → symboolmaatregelen.
Voorbeelden:
o Stopzetten chloortransport (geen reëel risico).
o Schiphol laten groeien ondanks hogere risico’s.
Kernbegrippen
DALY: verlies aan gezonde levensjaren als maat.
Individueel risico: kans op dodelijk effect op één plek.
Groepsrisico: kans × aantal doden.
Conclusie Helsloot:
“Technische preventie werkt een beetje, maar beleid is vaak symboliek.”
, Risicoladder: (RIVM) centraal instrument waardoor de overheid flexibel, doelmatig en
maatschappelijk verdedigbaar kan reageren op risico’s.
1. Lage complexiteit, weinig onzekerheid: standaard, gelijke bescherming blijft gelden
2. Matige complexiteit of onzekerheid: hoge kosten of belangen, nadruk blijft op
kosteneffectiviteit
3. Maatschappelijke onrust of controverse speelt mee: nadruk op participatie en overleg
4. Grote onzekerheid en impact: toepassing van voorzorgprincipe vereist.
Je mag van de standaardnormen afwijken wanneer:
- Kosten risicobeheersing extreem hoog zijn.
- Berekende sterfterisico’s onvoldoende recht doen aan maatschappelijke onrust
- Complexiteit en wetenschappelijke onzekerheid groot zijn.
Deel 2 – Matthijs Moorkamp: Veiligheidsparadigma’s en besturingsmodellen
Twee ethische wereldbeelden
Absolute veiligheid voor ieder mens vs absolute veiligheid voor de samenleving.
→ Invloed op veiligheidsbeleid: sommige ministeries meer utilistisch (EZ), andere meer
deontologisch (I&W).
Risicobenadering (deontologie): beleidsmakers die deze benadering volgen, focussen zich op
de kans dat en gevaarlijk incident zich voordoet. Ze proberen vooral maatregelen te nemen die
de waarschijnlijkheid van ongewenste gebeurtenissen verkleinen.
Primair doel: voorkomen of verminderen van risico’s
Effectbenadering (utilisme): beleidsmakers richten zich meer op de gevolgen die een incident
zou kunnen hebben als het zich voordoet. Ze evalueren maatregelen op basis van hoe effectief
ze de impact een incident kunnen beperken mocht het gebeuren.
Focus op beperken van schade en de ernst van de gevolgen.
Typen veiligheid
1. Maatschappelijke veiligheid: gericht op het beschermen van mensen en
gemeenschappen tegen bedreigingen.
o Beck, Luhmann: risicosamenleving, verbondenheid, risicoregelreflex.
o Boutellier: Veiligheidsutopie.
2. Organisatorische veiligheid: Heeft betrekking op de veiligheid binnen een organisatie
of bedrijf en omvat de maatregelen die genomen worden om eigendommen, informatie
en processen te beschermen tegen bedreigingen.
o Hale, Weick, Reason, Dekker: mens en systeem centraal.
3. Technische veiligheid
o Perrow: Normal Accidents – ongevallen zijn onvermijdelijk.
Je kan op 2 manieren denken over organisatorische veiligheid (Safety-I en Safety II)
Safety-I: richt zich op het voorkomen van ongevallen en fouten. Het gaat uit van het idee dat
veiligheid de afwezigheid van negatieve uitkomsten is