Burgerlijke Cultuur van Nederland (1600-1700)
Schilderkunst:
De Republiek (Nederland) neemt politiek gezien een bijzondere plaats in vergeleken
met andere Europese landen. De macht in de Republiek ligt namelijk niet bij een
koning, maar is in handen van rijke burgers. Door de welvaart die de VOC en de
slavenhandel met zich mee bracht, was de zeventiende eeuw een economische en
culturele bloeiperiode in de Republiek. Kunst werd ook betaalbaar voor de gegoede
burgers en zij werden de nieuwe opdrachtgevers van schilders. Zo begon het dagelijks
leven een belangrijke rol te spelen in de voorstelling van schilderijen. Schilders gingen
zich specialiseren in het schilderen van bepaalde taferelen: er ontstonden genres.
Zeestukken:
De Republiek was een echte maritieme grootmacht; de scheepvaart, scheepbouw en
overzeese handel via de VOC en WIC waren een bron van nationale trots en welvaart.
- Realistische weergave van schepen, golven en de wolkenlucht.
- Stormen, havengezichten, zeeslagen.
- Symbool van Hollandse moed (subtiele) barokke kenmerken om dat te
benadrukken.
Landschappen:
Nederlanders waren trots op hun landschap en de beheersing van het water.
- Lage horizon aandacht voor lucht en licht.
- Realistisch
- Rivieren, duinlandschappen, stadsgezichten, plattelandsgezichten.
- De pracht van de natuur als Gods schepping
Stillevens:
De welvaart van de burgers leidde tot interesse in luxevoorwerpen en exotisch eten.
Deze werden dan ook maar al te graag afgebeeld in verschillende soorten stillevens,
onder andere met het doel om te pronken met het bezit.
- Extreem oog voor detail en stofuitdrukking
- Licht-donker contrast
- Doordachte compositie
- (Exotische) etenswaar en bloemen, luxe decoraties.
- Allegorie/religieuze symboliek: In veel stillevens, in het bijzonder de vanitas
stillevens, zaten morele lessen of religieuze boodschappen verwerkt. Zo’n
boodschap had vaak betrekking tot het leven na de dood (memento mori).
Nederlanders waren namelijk voornamelijk calvinistisch en het hiernamaals was
belangrijk voor hen. Bijvoorbeeld uitgedoofde kaarsen, schedels, beurse plekjes
in het fruit of verdorde bladeren waren religieuze symbolen.