Materieel Strafrecht Arresten
HIV-I Arrest
Relevante feiten: De verdachte, die geïnfecteerd is met het Hiv-virus, heeft
onbeschermde geslachtsgemeenschap gehad. Verdachte wist dat hij met het Hiv-
virus besmet was. Verdachte was ook op de hoogte van de risico’s die dit virus
met zich meebrengt. De verdachte dacht echter dat zolang hij degene was die
gepenetreerd werd, en niet degene was die penetreerde, het Hiv-virus niet
overgedragen kon worden. Verdachte werd poging tot doodslag ten laste gelegd
De rechtsregels: Voorwaardelijke opzet op een bepaald gevolg is aanwezig
indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de
aanmerkelijke kans dat dat gevolg zou intreden. Daarbij zijn de aard van de
gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht van belang.
Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden
aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het, behoudens
contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke
kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaardt. (r.o. 3.6).
Voorbedachte rade II
Relevante feiten: De verdachte heeft zijn vrouw een paar keer op het hoofd
geslagen met een hamer terwijl zij lag te slapen. Toen zij vervolgens wakker werd
heeft hij haar meerder malen geprobeerd te wurgen. Verdachte heeft vervolgens
zelf 112 gebeld en gemeld dat zijn vrouw gewond is. Zijn vrouw is toen naar de
buren gegaan. Verdachte kwam toen achter haar aan en heeft met een paraplu
haar geslagen. Verdachte heeft zijn vrouw vervolgens met het scherpe deel van
de paraplu gestoken. (r.o. 2.2.1).
De rechtsregels: Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel
‘’voorbedachte rade’’, moet vast kome te staan dat de verdachte gedurende
enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit. De
verdachte mag niet hebben gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling,
zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de
gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven (r.o.
2.3).
Steken in de buik
Relevante feiten: De verdachte heeft het slachtoffer gestoken in de buik. Het
slachtoffer bleek een steekwerend vest te dragen, waardoor de verwondingen
uiteindelijk meevallen. De vraag is of er nog steeds gesproken kan worden over
poging tot doodslag. Het slachtoffer heeft vanwege het steekwerend vest de
aanval per toeval overleefd (r.o. 2.2.1).
, De rechtsregels: Voorwaardelijke opzet is aanwezig wanneer de verdachte zich
willens en wetens aan de aanmerkelijke kans heeft blootgesteld dat een bepaald
gevolg zou intreden en de mogelijkheid dat dit gevolg zou intreden ook heeft
geaccepteerd. Of de aanmerkelijke kans bestaat, hangt af van de
omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de
gedraging en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht.
Handrem
Relevante feiten: De verdachte heeft na een meningsverschil over de te rijden
route als passagier van een personenauto met kracht aan de handrem getrokken.
De bestuurder werd door deze ingreep verrast. De achterwielen van de auto
blokkeerden en de auto raakte in de slip, terwijl de auto op dat moment met een
snelheid van 70 km/h op de autoweg reed. De verdachte was op de hoogte van
de werking en de functie van de handrem en van het slipgevaar dat optreedt als
een handrem tijdens het rijden wordt opgetrokken.
De rechtsregels: Bewijsmiddelen voor roekeloosheid zijn het geheel van de
gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige
omstandigheden van het geval. Verder verdient opmerking dat niet reeds uit de
ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meerdere
wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat er sprake is van
schuld in de hier bedoelde zin (r.o. 3.3).
Schuld in de zin van artikel 6 WVW
Relevante feiten: Verdachte reed in het donker op de provinciale weg N242 te
Heerhugowaard. Twee rijstroken werden daar van elkaar gescheiden door een
dubbele doorgetrokken streep. Verdachte kwam in een flauwe bocht volledig op
de verkeerde weghelft terecht en ze botste toen frontaal met een
tegemoetkomende auto. De bestuurder van de tegenliggende auto overleed door
de botsing en de verdachte raakte zwaar gewond. De verdachte heeft gedurende
17,97 meter op de verkeerde rijstrook gereden en had ook geen duidelijke
aanleiding om uit te wijken naar de andere rijstrook. Er was op dit stuk van de
weg bijzondere voorzichtigheid vereist vanwege de bocht en de duisternis.
De rechtsregel: Om schuld te kunnen aannemen in de zin van artikel 6 WVW
moet er sprake zijn van verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Of hiervan
sprake is hangt af van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard
en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Er wordt
gekeken naar hoe de gemiddelde persoon zou handelen in dezelfde situatie (r.o.
2.6).
Schuld, bestaande uit roekeloosheid in de zin van artikel 6 WVW
Relevante feiten: De verdachte reed in de auto met een snelheid van tussen de
179 en 184 km/h per uur op een weg waar een veel lagere maximumsnelheid
HIV-I Arrest
Relevante feiten: De verdachte, die geïnfecteerd is met het Hiv-virus, heeft
onbeschermde geslachtsgemeenschap gehad. Verdachte wist dat hij met het Hiv-
virus besmet was. Verdachte was ook op de hoogte van de risico’s die dit virus
met zich meebrengt. De verdachte dacht echter dat zolang hij degene was die
gepenetreerd werd, en niet degene was die penetreerde, het Hiv-virus niet
overgedragen kon worden. Verdachte werd poging tot doodslag ten laste gelegd
De rechtsregels: Voorwaardelijke opzet op een bepaald gevolg is aanwezig
indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de
aanmerkelijke kans dat dat gevolg zou intreden. Daarbij zijn de aard van de
gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht van belang.
Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden
aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het, behoudens
contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke
kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaardt. (r.o. 3.6).
Voorbedachte rade II
Relevante feiten: De verdachte heeft zijn vrouw een paar keer op het hoofd
geslagen met een hamer terwijl zij lag te slapen. Toen zij vervolgens wakker werd
heeft hij haar meerder malen geprobeerd te wurgen. Verdachte heeft vervolgens
zelf 112 gebeld en gemeld dat zijn vrouw gewond is. Zijn vrouw is toen naar de
buren gegaan. Verdachte kwam toen achter haar aan en heeft met een paraplu
haar geslagen. Verdachte heeft zijn vrouw vervolgens met het scherpe deel van
de paraplu gestoken. (r.o. 2.2.1).
De rechtsregels: Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel
‘’voorbedachte rade’’, moet vast kome te staan dat de verdachte gedurende
enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit. De
verdachte mag niet hebben gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling,
zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de
gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven (r.o.
2.3).
Steken in de buik
Relevante feiten: De verdachte heeft het slachtoffer gestoken in de buik. Het
slachtoffer bleek een steekwerend vest te dragen, waardoor de verwondingen
uiteindelijk meevallen. De vraag is of er nog steeds gesproken kan worden over
poging tot doodslag. Het slachtoffer heeft vanwege het steekwerend vest de
aanval per toeval overleefd (r.o. 2.2.1).
, De rechtsregels: Voorwaardelijke opzet is aanwezig wanneer de verdachte zich
willens en wetens aan de aanmerkelijke kans heeft blootgesteld dat een bepaald
gevolg zou intreden en de mogelijkheid dat dit gevolg zou intreden ook heeft
geaccepteerd. Of de aanmerkelijke kans bestaat, hangt af van de
omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de
gedraging en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht.
Handrem
Relevante feiten: De verdachte heeft na een meningsverschil over de te rijden
route als passagier van een personenauto met kracht aan de handrem getrokken.
De bestuurder werd door deze ingreep verrast. De achterwielen van de auto
blokkeerden en de auto raakte in de slip, terwijl de auto op dat moment met een
snelheid van 70 km/h op de autoweg reed. De verdachte was op de hoogte van
de werking en de functie van de handrem en van het slipgevaar dat optreedt als
een handrem tijdens het rijden wordt opgetrokken.
De rechtsregels: Bewijsmiddelen voor roekeloosheid zijn het geheel van de
gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige
omstandigheden van het geval. Verder verdient opmerking dat niet reeds uit de
ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meerdere
wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat er sprake is van
schuld in de hier bedoelde zin (r.o. 3.3).
Schuld in de zin van artikel 6 WVW
Relevante feiten: Verdachte reed in het donker op de provinciale weg N242 te
Heerhugowaard. Twee rijstroken werden daar van elkaar gescheiden door een
dubbele doorgetrokken streep. Verdachte kwam in een flauwe bocht volledig op
de verkeerde weghelft terecht en ze botste toen frontaal met een
tegemoetkomende auto. De bestuurder van de tegenliggende auto overleed door
de botsing en de verdachte raakte zwaar gewond. De verdachte heeft gedurende
17,97 meter op de verkeerde rijstrook gereden en had ook geen duidelijke
aanleiding om uit te wijken naar de andere rijstrook. Er was op dit stuk van de
weg bijzondere voorzichtigheid vereist vanwege de bocht en de duisternis.
De rechtsregel: Om schuld te kunnen aannemen in de zin van artikel 6 WVW
moet er sprake zijn van verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Of hiervan
sprake is hangt af van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard
en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Er wordt
gekeken naar hoe de gemiddelde persoon zou handelen in dezelfde situatie (r.o.
2.6).
Schuld, bestaande uit roekeloosheid in de zin van artikel 6 WVW
Relevante feiten: De verdachte reed in de auto met een snelheid van tussen de
179 en 184 km/h per uur op een weg waar een veel lagere maximumsnelheid