100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Bijzondere bacteriologie

Rating
-
Sold
1
Pages
28
Uploaded on
15-10-2025
Written in
2024/2025

Dit is een samenvatting van het deel bijzondere bacteriologie, van het vak bacteriologie en mycologie. Algemene bacteriologie zit hier niet bij! Deze is apart verkrijgbaar

Institution
Course













Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 15, 2025
Number of pages
28
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting bijzondere bacteriologie
Gram negatief: proteobacteria, bacteroidetes, fusobacteria, spirochaetes, chlamydiae
Gram positief: firmicutes, actinobacteria


Proteobacteria
Facultatief anaërobe gram- bacillen en coccobacillen
Enterobacteriaceae
Eigenschappen
 Allemaal gram-
 Staafjes, goede groei op standaard media (standaard agar bodems)
 Familie waarbij E. coli en Salmonella behoren
o Om deze te identificeren, w selectieve voedingsbodems gebruikt
o Deze agar-bodems remmen groei andere bacteriën, zodat alleen E. coli of Salmonella
 Vormt geen spores en toch vrij resistent in omgeving
 Veel niet pathogene en facultatief pathogene species (heel weinig zijn obligaat pathogeen)

Soorten: escherichia, salmonella, proteus, yersinia, providencia, morganella

Escherichia coli
 Flagella: voor beweeglijkheid, er bestaan ook niet beweeglijke = geen flagellen
 Fimbriae: voor vasthechting aan cellen
 Kapsel
 Foede groei op media, selectieve media beschikbaar (E. coli krijgt roze kleur door zuurvorming)
 Kan toxines produceren
 ≠ pathologiën bij ≠ diersoorten afhankelijk van type fimbriae & toxines
 Heterogeen: ≠ biotypes, serotypes, pathotypes met ≠ pathogeniciteit (andere ziektebeelden)
 Isolatie altijd uit darmstaal
 Gevonden bij bacteriemieën (bacterie in BB, zonder ontsteking) en septicemieën (bacterie in BB, met ontsteking)
 Escherichia coli-serotypering = methode om ≠ stammen te onderscheiden o.b.v hun antigenen:
o O-antigenen: gebaseerd op structuur van lipopolysaccharide (LPS) op buitenmembraan
o H-antigenen: gebaseerd op flagellaire eiwitten
o K-antigenen: gebaseerd op kapsel-antigenen
o F-antigenen: gebaseerd op fimbriae


Pathogenese
 Facultatief pathogeen (normaal onschadelijk, maar onder bepaalde omstandigheden toch ziekte)
 Normale darmbewoner
 Aantreffen bij dier met diarree betekent niet dat E. coli de oorzaak is, belangrijk om ook te kijken naar
virulentiefactoren (toxines, adhesiemoleculen, fimbriae)
L = hemolytische E. coli: heldere zone rond kolonies, waar RBC zijn
afgebroken

R= niet-hemolytische E. coli
1

,Pathotypes = groepen die met bepaalde ziekten w geassocieerd
 Veroorzakers enterische ziekten: ETEC (enterotoxigene), EPEC (enteropathogene), EHEC (enterohemorragische)
 Veroorzakers urineweginfecties: UPEC (uropathogene E. coli)
 Veroorzakers aandoeningen bij vogels: APEC (aviaire pathogene E. coli)
 Veroorzakers systemische infecties: ExPEC (extra-intestinale pathogene E. coli)


Virulentiefactoren ≠ mechanismen die helpen bij infectie
Fimbriale aanhangsels
 Zorgt dat bacterie kan hechten aan GH
 ≠ soorten fimbriae en fibrillae: ETEC, UPEC en APEC
 Er zijn ook specifieke fimbriae zoals Type 4 fimbriae en Curli fimbriae

Niet-fimbriale adhesiefactoren: outer membrane proteins (OMP’s) en intimine
1. Type III secretiesysteem
 Naaldstructuur waarmee bacterie effectoreiwitten in GH injecteert: gevolg -> infectie en celverstoring
 Voorbeeld EPEC
o Bacterie gebruikt naaldstructuur om effectoreiwitten rechtstreeks in epitheelcel te injecteren
o Hierdoor kan de bacterie zich positioneren in celmembraan GH
o Met eiwit intimine bindt E. coli aan een zelf ingebrachte receptor wat leidt tot attaching-
effacing-patroon
o Dit veroorzaakt toxineproductie, waardoor intercellulaire connecties w aangetast
o Hierdoor kan er een chloride-secretie ontstaan, water volgt deze secretie, en dit leidt tot diarree

Exotoxines
 Bacterie kan ≠ exotoxines produceren, die buiten de bacterie w gesecreteerd naar GH, bv epitheelcellen
 Hitte-stabiele enterotoxines (STa en STb)
o W geproduceerd door ETEC, stimuleren secretie van elektrolyten en water in darmen
 Hitte-labiele enterotoxines (LT)
o W geproduceerd door ETEC en veroorzaken vergelijkbare secretie van elektrolyten en water
 Vero- of shigatoxines (VT of STx)
o Geassocieerd met EHEC / ku systemisch werken door BB te bereiken
o Remmen eiwitsynthese, beschadigen endotheel & leiden tot extravasatie, bloeding en necrose
o ‘Vero’ verwijst naar toxische werking op niercellen van apen
 AB-subunit toxines
 Pore-forming RTX hemolysines: bv alfa-hemolysine, die hemolyse veroorzaakt op bloedagar


Ziekten bij zoogdieren met diarree
 ETEC bij neonatale kalveren en biggen
 Orale opname (via omgeving of mama) -> vasthechting aan darmcel door fimbriae F5 kalf, F4, F5, F18 ea
big) -> vermeerdering -> toxineproductie (exotoxines STa, STb, LT) -> waterige diarree (ionsecretie)

Opmerkingen
 Diarree en enterische ziekten ku ook veroorzaakt w door andere pathotypes E. coli, zoals EPEC en EHEC
2

, De F5-receptor is leeftijdfhankelijk
 Receptoren in darm van varkens ku w verwijderd door selectie, bv receptor voor F4
 Dit is vooral belangrijk bij preventie van speendiarree
Slingerziekte (oedeemziekte)
 Komt kort na spenen voor bij big en veroorzaakt beschadiging endotheel
 Dit leidt tot algemeen oedeem, centrale zenuwstoornissen en acute sterfte
 W veroorzaakt door F18+ E. coli (E. coli met F18 fimbriae) en Stx2e (VT2e) toxine
 Stx2e (VT2e) veroorzaakt medianecrose in BV-wand
 Sommige stammen produceren shigatoxines en enterotoxines, dus zowel slingerziekte als speendiarree
 Zuigende big
o E. coli w door darm getransporteerd na orale opname
o Er is geen adhesie aan darm door aanwezigheid maternale antilichamen (IgA’s), enzymes en
galzouten
o Hierdoor kan kiem alleen in dikke darm adereren
o Ook kan door lactogene immuniteit (anti-F18 antilichamen van zeug) en afwezigheid van F18-R
bij big, is er geen kolonisatie van F18+ E. coli
o Maar, na spenen verdwijnt lactogene immuniteit en w de F18-R aanwezig
o Hierdoor krijg je wel adhesie aan darm en kan VT2e (Stx2e) toxines produceren
o Deze toxines beïnvloeden BV, veroorzaken oedeem, en ku centrale zenuwstelsel aantasten
 E. coli kan:
o Enterotoxines bevatten, die werken lokaal in de darm en kan je wel isoleren
o Verotoxines bevatten, die in BB terechtkomen en systemische effecten voorzaken, deze kun je
niet isoleren, omdat het toxine zelf actief is in lichaam en niet de kiem

Speendiarree vs slingerziekte
 Bij beide hangt het ziektebeeld af van de toxines die w geproduceerd
 Speendiarree: veroorzaakt door F4+ E. coli (productie ≠ enterotoxines)
 Slingerziekte: veroorzaakt door F18 positieve E. coli met:
o VT2e (Stx2e): slingerziekte
o Enterotoxines (LT, ST): speendiarree
o VT2e (Stx2e) en enterotoxines: speendiarree en slingerziekte
 Bij differentiaaldiagnose slingerziekte moet je rekening houden met Streptococcus suis en Haemophilus
parasuis omdat deze kiemen zelfde symptomen ku veroorzaken zoals systemische infecties
 Bij isolatie uit darm kun je toxines van E. coli detecteren, terwijl bij S. suis en H. parasuis de kiemen vaak
uit de meningen (vliezen rond hersenen) ku w geïsoleerd, niet mogelijk bij E. coli


Symptomen E. coli Shiga toxine
 Ataxie achterhand (dieren gaan zitten op grond, later liggen & zijlig met fietsbeweging)
 Neurologische symptomen, sterfte
 Meestal niet gepaard met koorts want de kiem zit zelf niet in bloedbaan


Aviair pathogene E. coli (APEC)
 Kip, kalkoen, eend, …
 Vnl O1,O2,O78 …
 Koloniseren darm zonder direct darmpathologie te veroorzaken
3

, Ze veroorzaken ≠ ziektebeelden van colibacillose bij vogels, zoals:
o Luchtzakontstekingen, meestal als gevolg van sec infecties door hoge infectiedruk
o Navelinfecties bij pasgeboren kippen, inclusief dooierrestontsteking en eventueel septicemie
o Septicemie bij leghennen/moederdieren, begin legperiode, met aantasting ovaria en oviduct
Andere pathologiën
 Urineweginfecties (mens, hond, varken, vnl vrouwelijk), UPEC met fimbriae (= urogene E. coli’s)
 Baarmoederinfecties (pyometra bij hond en kat)
 Coliforme mastitis (rund, varken)

Salmonella
 Staven, facultatief anaëroob
 Meeste serotypes hebben peritriche (= beweegelijke) flagellen
 Goede groei op standaard media & selectieve media beschikbaar
 Bacterie meestal in lage aantallen aanwezig in staal, daarom gebruikt men aanrijkingsmedia
o = meestal vloeibare media
o Onderdrukken andere kiemen, zodat na incubatie Salmonella, ku w gekweekt
 ≠ types & serotypes Salmonella
 Oorzaak van humane voedselbesmetting: varkensvlees, pluimveevlees & eieren


Species, subspecies
Genus Salmonella bestaat uit 2 species:
 S. bongori: voornamelijk geassocieerd met reptielen
 S. enterica: bestaat uit ≠ subspecies (vnl enterica belangrijk vr zoogdieren/vogels)
o Typhoidale: veroorzaken typhus bij mens
o Niet-typhoidale: veroorzaken gastro-enteritis bij mens & dier


Serotypes
 Zijn gebaseerd op O- en H-antigenen (en Vi-antigenen)
 O-antigenen = LPS
 H-antigenen = flagellaire antigenen
 Meer dan 2500 serotypes en binnen elk serotype ku er veel faagtypes


Pathogenese
Gastheerspecifieke serotypes
 Komen voor bij 1 diersoort
 Systemische infecties, septicemie, niet-intestinale organen
 Voorbeelden
o Salmonella Typhi: typhus bij mens
o Salmonella Gallinarum: ernstige septicemie bij kippen

Gastheer geadapteerde serotypes
 Komen vooral voor bij 1 diersoort
 Voorbeelden: Salmonella Dublin, Salmonella Choleraesuis, Salmonella Typhimurium var. Copenhagen

Niet-gastheerspecifieke serotypes
4

, Kunnen overgaan van 1 diersoort naar andere (of naar mens)
 Vooral intestinale kolonisatie, soms enteritis, meestal asymptomatisch dragerschap
 Voorbeelden
o Salmonella Enteritidis: bij leghennen, overdracht naar mens via eieren
o Salmonella Typhimurium: bij varkens, kippen, runderen…
Als zoönese
 Salmonella = zoönose
 Niet-gastheerspecifieke serotypes
 Oorzaak van enteritis (vnl YOPI of bij hoge infectiedosis → diarree)
 Bronnen: vlees (kip, varken), en eieren
 Salmonella is invasief in epitheelcellen
 Salmonella is een facultatief intracellulaire bacterie
 Gaat in darm aanwezig zijn & epitheelcellen binnendringen via type III secretiesysteem
 Zorgt dat celmembraan van eukaryote cel rond bacterie gaat & bacterie opneemt
 Kiem kan vermeerderen in epitheelcellen
 Kiem kan opgenomen w in macrofagen & daar overleven
 Spreiding naar organen, incl. bvb oviduct kip (en eibesmetting)

Besmetting van eieren
 Kan buiten op schaal door omgevingscontaminatie (bv. feaces)
 Salmonella kan magnum-segment van oviduct koloniseren
o Follikels opgenomen in infundibulum → magnum → isthmus → schaalklier (uterus)
o Ei is inwendig besmet & kiem gaat in ei aanwezig zijn (gaat er niet in vermeerderen)
o Besmetting mens indien besmette eieren in rauwe gerechten vermengt w
o Kan leiden tot uitbraken indien dit gebeurt in rusthuizen, ziekenhuizen …


Proteus
 Staafjes, sterk beweeglijk door peritriche flagellen
 Sterke verspreiding op vast voedingsbodems
 1 bacterie kan hele agarbodem in 1 nacht overwoekeren, zo w andere bacteriën verdrongen, waardoor
je geen reincultuur kan krijgen
 Kan problemen geven bij diagnostiek, doordat het isolatie van andere kiemen kan verstore
 Kan ziekte veroorzaken (oa middenoorontstekingen)

Voorbeeld van diagnostische interferentie door Proteus
 Bij onderzoek van kalf met ADH problemen nemen we longstaal en laten dit groeien op agarbodems
 Hier willen we bepalen of Mannheimia haemolytica betrokken is
 M. haemolytica is gevoelig voor penicilline, tenzij er resistentie aanwezig is
 Het is belangrijk om oorzakelijke kiem te isoleren en antibiogram te maken om juiste AB te bepalen
 Probleem: Proteus kan isolatie van gewenste bacterie verstoren


Eigenschappen
 Facultatief symbiotisch (zowel met als zonder GH)
 Facultatief pathogeen
 Urineweginfecties, otitis (middenooronsteking) bij hond
5

,  Otitis: meestal ander oorzaak: Staphylococcus pseudintermedius, Malassezia pachydermatis
 Bij behandeling, als deze kiemen w verwijderd, leidt dit tot overgroei andere resistente bacteriën,
vooral gram-




Yersinia
 Facultatief anaëroob, kleine staven, groei op voedingsbodems, maar wel trager dan normaal
 Niet beweeglijk bij 37°, wel bij 30°


Yersinia pestis
 Komt bijna niet meer voor: mortaliteit veroorzaakt in middeleeuwen in Europa = ‘De Pest’
 Obligaat symbiotisch en obligaat pathogeen
 Facultatief intracellulair (zoals alle Yersinia species)
 Verspreiding via knaagdieren (gebruiken ze als reservoir) en vlooien
 Te maken met gebrek aan hygiëne, maar wel makkelijk te behandelen (AB)
 Vermenigvuldiging in lymfeknopen (in macrofagen)
 Soms via bloed naar organen (oa lever, milt, long) -> longpest (lethaal) en
aerogene spreiding
 Builenpest: zwelling en necrose (zwart) van lymfeknopen


Yersinia pseudotuberculosis
 Kleine staafjes, gram-
 Psychrotolerant -> groei kan zelfs op 4°C
 Groeit best op 30°C
 Groeit goed maaar wel tragere groei (2 dagen; 30°C-37°C)
 Obligaat symbiotisch
 Ziekte bij volgens (vnl. kanaries, volièrevogels) en knaagdieren (soms kat)
 Zoönose
 Reservoir vogels & knaagdieren (muizen die vogels besmetten door volières binnen te gaan)
 Facultatief intracellulair (alle yersinia species)
 Dragerdieren behandelen met AB (vaak heropflakkering nadien)
 Insleep bij volièrevogels door onder andere: aankoop dragervogels, wilde vogels, muizen

Pathogenese Y. pseudotuberculosis bij mens
 Via contact met besmette dieren, vogelmest of gecontamineerd water/voedsel
 Inname per os zorgt voor kolonisatie darm en lymfoïd weefsel en mesenteriale lymfeknopen in darm
 Symptonen: koliek & buikpijn

Pathogenese Y. pseudotuberculosis bij vogels (en knaagdieren)
 Inname per os
 Zorgt voor kolonisatie darm en lymfoid weefsel
 Systemische verspreiding via BB
 Gevolg:
o Chronisch met orgaan-lokalisatie (vergroting lever/milt met necrosehaarden) = ‘dik zitten’
6
$18.92
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
diergeneeskundestudentjee Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
13
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
1 week ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions