100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie ()

Rating
-
Sold
-
Pages
84
Uploaded on
14-10-2025
Written in
2024/2025

Dit is een complete en gestructureerde samenvatting, perfect voor het tentamen van Ontwikkelingspsychologie op de Universiteit van Utrecht. De inhoud is alle tentamenstof per ontwikkelingsfase.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 14, 2025
Number of pages
84
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 2 - Wat is de rol van evolutie in de
ontwikkelingspsychologie?

Wat is evolutie?

Evolutie: een fundamenteel biologisch concept dat de verandering en
aanpassing van levende organismen door de tijd heen beschrijft. Dit
proces is centraal in de biologie en vormt de basis voor ons begrip van de
diversiteit van het leven op aarde.
Nauw verbonden met het werk van Charles Darwin en de moderne
evolutietheorie.
Evolutie is in essentie het resultaat van de interactie tussen erfelijke
variabiliteit, selectiedruk en voortplanting.

Evolutie:
 Genen in combinatie met omgeving: phenotype.
 DNA van 2 phenotypen wordt weer 1 nieuw phenotype.
 Kan alleen als je het goed genoeg doet in je omgeving (natuurlijke
selectie)
 Het grootste gedeelde van onze huidige genen zijn het resultaat van
miljoenen jaren natuurlijke selectie.
 Fitness: genen die het beste bij de omgeving past (alleen goed
genoeg, niet de beste).
Gedeelte van deze genen bepaalt hoe onze psychologische
systemen in elkaar zitten en beïnvloedt dus ons gedrag.

Bewijs evolutie:
 Knock-out studie: specifiek gen uitschakelen tijdens ontwikkeling.
 Kwam een ander schedel uit dan de vogel oorspronkelijk is, leek
meer op een alligator.
 Nauurlijke selectie in het lab: vliegjes in andere omgevingen zetten.
 In donkere kamer alleen fruitvliegjes die alleen goed in het donker
konden zien, in de lichte kamer was dit niet zo.
 Natuurlijke selectie echte wereld: straling bij ontploffing centrale.
 2 bacteriën resistenter geworden tegen straling, dit is sterk bewijs
voor adaptie.

Genetische variabiliteit: binnen een populatie zijn individuen niet
identiek; er zijn altijd genetische verschillen tussen individuen, zelfs als ze
tot dezelfde soort behoren.
Deze genetische variabiliteit ontstaat door mutaties, genetische
recombinatie en andere processen.

Aanpassing: in een populatie worden bepaalde kenmerken doorgegeven
aan volgende generaties via genen.
Wanneer deze genen resulteren in eigenschappen die de overleving en
voortplanting van een individu bevorderen, zullen deze eigenschappen
vaker voorkomen in toekomstige generaties.

,Natuurlijke selectie: treedt op wanneer bepaalde kenmerken van
individuen hen beter geschikt maken voor hun omgeving.
Deze individuen hebben meer kans om te overleven, zich voort te
planten en hun genen door te geven aan de volgende generatie.

Proces van evolutie:
 Seksuele selectie: kan leiden tot de ontwikkeling van eigenschappen
die de aantrekkingskracht vergroten maar niet noodzakelijk
bijdragen aan overleving.
 Genetische drift: beschrijft willekeurige veranderingen in
genfrequenties in een populatie.
 Migratie: kan genetisch materiaal tussen populaties uitwisselen.

Hoe is de evolutie van de mens verlopen?

Australopithecus: een aapachtige voorouder van de mens en wordt
beschouwd als een cruciale schakel in de menselijke evolutie.
 Vertoonden zowel apen- als mensachtige kenmerken.
 Ze liepen rechtop op twee benen, wat suggereert dat ze begonnen
waren met het aannemen van een meer mensachtige manier van
voortbewegen.
 Deze rechtopstaande houding had waarschijnlijk te maken met het
leven op de savanne.
Ondanks deze overgang behielden Australopithecus-soorten nog
steeds kenmerken zoals lange armen en een schedelvorm die meer
op die van apen leek.

Homo ergaster: wordt beschouwd als een vroege vertegenwoordiger van
het geslacht Homo, dat de Homo sapiens omvat.
 Efficiënte loopstijl en kortere armen in vergelijking met
Australopithecus.
 Gebruikte complexere stenen werktuigen wat getuigt van een
verfijning in cognitieve vaardigheden en technologische
vooruitgang.
Deze verbeterde gereedschapsvaardigheden zouden de
overlevingskansen hebben vergroot door betere jacht- en
voedselverzamelingsmogelijkheden.

Homo erectus: opvolgers van de homo ergasters.
 Migreerde van Afrika naar andere delen van de wereld en paste zich
aan verschillende omgevingen aan.
 Ze ontwikkelden geavanceerdere werktuigen en leefden in grotere
sociale groepen, wat de sociale en samenwerkingsaspecten van de
menselijke evolutie benadrukt.

Homo sapiens (moderne mens): deelt veel gemeenschappelijke
kenmerken met zijn voorouders, maar vertoont ook unieke
eigenschappen, zoals een grotere hersenomvang en een meer
geavanceerde cognitie.

,  Verspreidde zich over de hele wereld, en deze migratie werd
mogelijk gemaakt door een combinatie van fysieke aanpassingen,
zoals de ontwikkeling van complexe taal, en culturele innovaties,
zoals het maken van geavanceerde gereedschappen en het
beheersen van vuur.

Gemeenschappelijke voorouder: vooral verbonden met Chimpansee en
Bonobo-aap, daarna Gorilla, daarna Orang Oetans.
 98, 5% overeen met mensenapen
 99,5% overeen met andere mensen (50% broer is dus van de 0.05%).

Welke rol spelen evolutietheorieën in de
ontwikkelingspsychologie?

Evolutionaire ontwikkelingspsychologie: onderzoekt hoe
psychologische mechanismen zijn geëvolueerd als aanpassingen aan de
omgeving.

Culturele evolutietheorie: benadrukt de overdracht van culturele
informatie van generatie op generatie.

Triple inheritance theorie (cultureel overerfbaar strategieën
theorie): interactie tussen genetische evolutie, culturele evolutie en de
directe overdracht van eigenschappen te begrijpen.
1. Genetische overerving: biologische overdracht van genen.
2. Culturele overerving: transmissie van culturele informatie tussen
individuen.
3. Directe overerving: overdracht van eigenschappen van ouders
naar nakomelingen zonder genetische of culturele tussenkomst.

Institutionele evolutietheorie: onderzoekt de evolutie van menselijke
instellingen, zoals economie, politiek en religie.

Shared intentionality theorie: volgens Tomasello ontstaat menselijke
cognitie en samenwerking uit een unieke capaciteit voor gedeelde
intentie, wat betekent dat mensen in staat zijn om gemeenschappelijke
doelen te delen en samen te werken om die doelen te bereiken.

Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren?

Stress systeem: Fight or Flight response
 Glucose en vet vrijmaken, verhoogde hartslag, pijn onderdrukken,
versterkte waarneming en geheugen.
 Energie weg van processen zoals spijsvertering, groei, genezing,
voortplanting.

Constante stress:
 Chronische stress verhoogt cortisol en veroorzaakt
gezondheidsproblemen.

,  Toen onze stress systemen evolueerden hadden we andere en
minder continue stressors in onze omgeving.
 Nu we meer continue stressoren hebben meer kans op
overactief stress systemen (vaak stress ervaren die niet gaan
gebeuren).

Evolutionary mismatch: systemen die ooit adaptief waren werken nu
tegen ons omdat onze omgeving is veranderd.
 Evolutie werkt vaak niet snel genoeg om dit aan te passen.

In welk opzicht ontwikkelend onze psychologie zich op een unieke
manier?

Inheritence theory: we erven zowel onze genen als onze omgeving van
onze ouders.
 Niche construction: specifieke omgeving die een diersoort voor
zichzelf creëert.
 We moeten in de omgeving passen die voorgaande generaties
voor ons hebben gecreëerd
 Cultuur: alle dingen die we leren van groepsgenoten door middel
van socialisatie (taal, kennis, normen, etc.).

Psychologische flexibiliteit: aanpassen om een niche die variabel is.

Life history strategieen:
 R-strategies: Veel nageslacht, “Volwassen” geboren worden,
weinig ouderschap en korte levensspannen
 K-strategies: Weinig nageslacht, “Onvolwassen” geboren, meer
ouderschap, langere levensspannen

Vooral gespecialiseerd in sociale cognitie:
 Fysiek domein: ruimtelijke cognitie, kwantiteiten, causaliteit
 Weinig verschil met andere diersoorten.
 Sociaal domein: sociaal leren, communicatie
 Groot gat met andere diersoorten

Voorbeelden:

 Vergelijkbaarheid met dieren: stress, sociale beloningen, agressie,
psychologische problemen.
 Uniekheid van mensen: sociaal leren, flexibiliteit, samenwerking,
invloed van ouders op kinderen.


Hoofdstuk 1 - Wat zijn de grootste theoretische perspectieven in
de ontwikkelingspsychologie?

Theorie: verzameling beweringen, aannames en argumenten die iets
over de wereld zeggen.
 Soms testen we theorieën (en hun aannames) direct.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nikkibot Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
15
Last sold
4 days ago

4.0

4 reviews

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions