100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Diagnostisch onderzoek TP leerjaar 1

Rating
-
Sold
3
Pages
26
Uploaded on
06-01-2021
Written in
2020/2021

Heyhoi, hier een samenvatting van Diagnostisch onderzoek, die je kunt gebruiken in tentamenweek 1 en 2 van leerjaar 1 Toegepaste psychologie. Ik heb hoofdstuk 1 tot 9 behandeld :)

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t/m 9
Uploaded on
January 6, 2021
Number of pages
26
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Deel 1: Wat is psychodiagnostiek?
Psychodiagnostiek = nauwkeurig leren kennen, inschatten van mensen

Psyche= ziel, leven  wat iemand doet  gedrag
Dia= uiteen
Gnoosis= kennis, oordeel, schatting

Gedrag (G) van mensen wordt bepaald door een combinatie van hun persoonlijke
eigenschappen (P) en de situatie (S) waarin ze zich bevinden; weergegeven in de formule:
G=PxS

Waarom diagnostisch onderzoek?
Meten is weten. Binnenkant is niet altijd gelijk aan buitenkant.

Hoofdstuk 1 Diagnostiek: inschatten van mensen
1.1 Besliskunde
In elk voorspellingsproces spelen steeds twee variabelen een hoofdrol, namelijk een
beoordelingsmoment nu (test) en een beoordelingsmoment ergens in de toekomst
(criterium). De mate waarin deze twee beoordelingen met elkaar overeenstemmen, zegt iets
over de kwaliteit van je voorspellingen en je beoordelingsvermogen. (Predictieve validiteit)
Op basis van de twee beoordelingsmomenten, worden er in de besliskunde vier soorten
beslissingen onderscheiden:
1. Valid Positive: de voorspelling was positief (Positive) en bleek later ook waar (Valid)
2. False Positive: de voorspelling was positief (Positive) en bleek later niet waar (False)
3. False Negative: de voorspelling was negatief (Negative) en bleek later niet waar (False)
4. Valid Negative: de voorspelling was negatief (Negative) en bleek later ook waar (Valid)

1.2 Correlaties
Correlatiecoëfficiënt ligt tussen de 0 en 1.00, waarbij 1 een perfecte relatie (samenhang) is.
In de wetenschap zullen we nooit dergelijke perfecte relaties aantreffen. Een puntenwolk
laat goed zien dat coördinaten verschillen, hoe boller de puntenwolk, hoe lager de
correlatiecoëfficiënt. In de wetenschap is de correlatiecoëfficiënt een zeer belangrijk getal.
We kunnen dan namelijk variabelen inschatten die in de toekomst gaan plaatsvinden of
variabelen die niet direct zichtbaar zijn.

1.3 fouten in onze beoordeling
De sociale psychologie heeft ons gewezen op structurele mankementen in de manier waarop
we tot inschattingen en voorspellingen komen. De meest voorkomende zijn:
1. ‘Verstandige’ fouten
False negative, false positive, valid negative en valid positive
Vermindering van het aantal FN’s vergroot het aantal FP’s
De middenlijn tussen Negative en Positive noem je de aftestgrens

, 2. Overschatten van specifieke kansen
Voorbeeld: Jan is teruggetrokken, intelligent, punctueel en georganiseerd, wat is zijn
beroep?
a. Wiskundeboeken schrijver
b. Boer

Jou zou denken wiskundeboeken schrijver als je kijkt naar het stukje tekst erboven,
maar er zijn veel meer boeren dan wiskundeboeken schrijver. De kans dat jan boer is,
is dus veel groter.
3. Beschikbaarheidsheuristiek
- Ook wel availability bias (beschikbaarheidsheuristiek) = iets wat als eerste snel in
je hoofd voorkomt hoeft niet altijd het juiste te zijn. We laten ons bijv. bang
maken door schijnbaar bijzondere, maar statistisch gezien feitelijk irrelevante
informatie.
4. Regressie naar het gemiddelde
- Het effect van spontaan herstel
- Extreme scores vallen meer op
5. Eerste en laatste indruk
- Anchoring bias
Het begin ben je alert en onthoud je dingen goed, het laatste speelde zich als laatste
af en blijft dus ook langer hangen.
6. Voorbarige reductie van cognitieve dissonantie
- Halo/ horn effecten (men wil geen dissonantie = spijt)

1.4 Wat te doen tegen beoordelingsfouten?
- Testen
- Het belang van tegenvoorbeelden (Contrary evidence)
o Hoe bewijs je de hypothese dat alle zwanen wit zijn?
o Falsificatie: experimenten bedenkt die een wetenschappelijk idee
onderuit kunnen halen.
- Multi-rater-methode: meerdere beoordelaars

Hoofdstuk 2 Kenmerken van en kwaliteitseisen aan diagnostische
instrumenten
2.1 Drie soorten diagnostische instrumenten (‘de gouden drie’)
Wetenschappelijk onderbouwde methoden en instrumenten zijn onder te verdelen:

1. Interviewtechnieken
2. Psychologische testen
- Intelligentie/ capaciteiten
- Persoonlijkheid
- Interesse
- Neuropsychologisch (hersenen)\
- Projectieve/ indirecte methoden
3. Observatiemethoden

, 2.2 Wat maakt een test een goede test?
1. Wetenschappelijke achtergrond
Dit kan een wetenschappelijke persoonlijkheidstheorie of een statistische methode
zijn, bijvoorbeeld factoranalyse.
2. Schalen zijn zuiver/ homogeen
Factoranalyse: is een datareductietechniek, een methode om via een statistische
benadering patronen en samenhang in grote en complexe hoeveelheden informatie
te ontdekken. Zo kun je met factoranalyse gewicht en lengte terugbrengen in
lichaamsomvang. Zo heb je ook armlengte, longinhoud etc. wat hierbij teruggebracht
kan worden. Tussen al deze variabelen bestaan hoge onderlinge
correlatiecoëfficiënten. Zon verzameling hoge correlatiecoëfficiënten noemen we een
factor. Wanneer schalen zijn teruggebracht tot een gemeenschappelijke factor zijn ze
zuiver/homogeen.
3. Er is onderzoek gedaan naar betrouwbaarheid en validiteit
- Afwezigheid ruis
4. Standaardisatie
- Materiaal
- Afnamecondities
- Verwerkingsregels/ interpretatie
5. Testscores van een kandidaat kunnen worden vergeleken met voldoende grote en
representatieve normgroepen
6. Er is onderzoek gedaan naar de meetpretenties van de test en de mate waarin de
test die kan waarmaken

Testgebruiker: een toegepast psycholoog of hrm’er
Testconstructeur: een academisch psycholoog

Wetenschappelijk denken betekent dat je accepteert dat je meningen altijd voorlopige
meningen zijn, dat wetenschap een nooit eindigende discussie is waarbij op basis van harde
feiten ideeën geaccepteerd of verworpen worden.

Betrouwbaarheid = de test meet goed
Validiteit (meetpretentie) = de test meet het goede

Soorten validiteit:
1. Construct- of begripsvaliditeit
Heeft de test zoals we die gemaakt hebben het begrip gedekt wat we willen meten
2. Predictieve of criteriumvaliditeit
Geeft de mate aan waarin een test in staat is iets te voorspellen.
3. Face-validiteit
De mate waarin de kandidaat of cliënt de gebruikte methode accepteert of de
waarde ervan begrijpt.

Hoe bepaal je Predictieve validiteitcoëfficiënt?
- Samenhang tussen predictor (voorspeller) en criterium

Hoe hoog moet validiteitcoëfficiënt zijn?
$7.21
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
lorandelange

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
lorandelange Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
5 year
Number of followers
3
Documents
2
Last sold
3 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions