100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting mensenrechten en sociale rechtvaardigheid

Rating
-
Sold
-
Pages
24
Uploaded on
06-01-2021
Written in
2019/2020

samenvatting van het hele boek

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 6, 2021
Number of pages
24
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Mensenrechten
Rechtvaardigheid is een beginsel op basis waarvan men stelt
of handelingen juist en eerlijk zijn. Er zijn verschillende
interpretaties over wat nu precies rechtvaardig is, oftewel
wat eerlijk en juist is.

Sociale rechtvaardigheid gaat over visies op wat faire en
rechtvaardige relaties tussen individu en samenleving zijn.
Het concept verwijst naar het proces waardoor individuen
hun rol vervullen in de samenleving en of ze krijgen waar ze recht op hebben.

Wordt vaak ‘gemeten’ aan de hand van:

 de verdeling van rijkdom
 de kansen op persoonlijke ontwikkeling
 welke sociale voordelen er zijn voor wie en onder welke voorwaarden?

Sociale rechtvaardigheid als sociaal-politiek kader
= maatschappelijke achtergronden en ontwikkelingen die vormgeven aan de SL en de doelen: Gunst
 recht

1. Tekortkomingen  mogelijkheden

Deficit-benadering o.b.v. medisch model: sociale tekortkomingen voorkomen, herstellen,
compenseren. Het is de onaangepastheid aan burgerlijke waarden en normen bv arbeidsklasse:
beschavingsoffensief, vooral gericht op de kinderen wat leidde tot wetten = corrigerende benadering

Na WOII: ondersteunende benadering waarbij men vertrekt van de mogelijkheden via emancipatie,
niet enkel individueel, ook structureel

2. Sociale controle  emancipatie

Beschavingsoffensief voor sociale orde = controle via maatregelen. Het kenmerkt zich ook door
instrumentalisering = SW werd ingezet tot realisatie van doelen die gelegen zijn buiten haar eigen
praktijk bv welzijn maar dus ook sociale cohesie

Na WOII: meer eigen doelstellingen formuleren met emancipatie als ordewoord door de
contestatiebeweging in ’60. Doel is bijdragen tot het opheffen van oorzaken die maken dat mensen
niet tot hun recht komen: verticale  horizontale ondersteuningsrelaties met ruimte voor
tegenspraak en onderhandeling doordat emancipatie contextueel en persoonsgebonden is. SW =
sociaal-politiek forum die bijdraagt tot kritische analyse van machtsrelaties die we via sociale actie
willen wijzigen.

3. (overheids)paternalisme  gebruikersparticipatie

Paternalisme: SW = expert, vertegenwoordiger van moreel superieure en de gebruikers worden
gezien als objecten van de zorg die moeten luisteren via een aanbodsgerichte logica = gebruiker
moet zich inpassen in de structuren.

’70: tegenbeweging met recht op zelfbeschikking wat leidt tot een participatieve benadering met
dialogische praktijk en vraaggericht werken = democratische welzijnsbenadering: geen eenzijdige
machtsrelatie: mede-actor.

,Afwezigheid zorgvraag  bemoeizorg: hulpverlening aan mensen met een zorgnood die de weg naar
de reguliere hulpverlening niet vinden = modern paternalisme

4. privaat  publiek

Gunst: caritas en filantropie in private sfeer  later ondersteund door de overheid
na WOII: °verzorgingsstaat met sturende rol van overheid: publieke sfeer gepaard met ideologische
heroriëntatie: gunst  streven naar sociale gelijkheid en rechtvaardigheid in lijn met groeiende
erkenning en verankering van mensenrechten door de overheid: grondrechten in grondwet art 23 =
afdwingbaar

5. Selectiviteit  universaliteit

Beschavingsoffensief = selectief: gericht op groep arbeiders, gericht op kinderen

Na WOII: verzorgingsstaat met mensenrechtenbenadering wordt SW gezien als een universeel recht
voor iedereen. Rol SW verbreed van materiële bijstand naar gevarieerd aanbod. Sociaal-politiek is dit
een verschuiving van sociaal beleid van residueel beleid naar structureel beleid. SW krijgt een
structurele positionering en wordt een basisinstitutie. Discussie over welke het beste is:

 Universele: Mattheus effect = sterkere groepen gebruiken het vooral i.p.v. de zwakkeren
 Selectieve: stigmatiserend, genereert weinig draagvlak met mogelijke afbouw als gevolg
 Proportioneel of progressief universalisme = iedereen krijgt iets, maar de zwakkeren meer

Actuele tendensen in de ontwikkeling van gunst naar recht

 Juridisering = vertalen van relaties in juridische termen: ket kan conflictueuze relaties
versterken doordat juridische vertalingen van mensenrechten belangen individualiseren. Het
recht van de ene concurreert met het recht van de andere. De situatie wordt ontnomen door
een neutrale andere wat kan leidden tot vervreemding, verlies van macht over de situatie en
het verminderen van engagement.
 Conditioneren van sociale grondrechten: mensenrechten gekoppeld aan voorwaarden:
rechten en plichtenverhaal  verhoogde drempel, tendens van responsabilisering. Men
tracht maatschappelijke doelstellingen te bereiken door gedrag aan te sturen. Het ligt dicht
bij criminalisering waarbij sancties worden opgelegd. Er is een verdoken moralisering =
wijzen op juist gedrag, op de gepaste maatschappelijke waarden en normen (controle). Het
kan leiden tot uitval van kwetsbaren uit het systeem van dienstverlening, wat leid tot
verhoogde kwetsbaarheid. Het leidt ook tot onderbescherming aangezien burgers rechten
niet opnemen of het verschuiven van problemen.
 Vermaatschappelijking in de participatiesamenleving: sluit goed aan bij mensenrechten,
maar roept vragen op: wat voor de mensen zonder netwerk? Is ambulante hulpverlening
humaner? Besparingsmethode? Komt niet overeen met recht op maatschappelijke
dienstverlening. Vermaatschappelijking vanuit mensenrechtenbenadering vereist sterke
overheid die zorgt dat de verschuiving een keuze is wat sterke basisinstituties vereist.
 Vermarkting: kan commerciële dienstverlening garant staan voor mensenrechten? De
duurzaamheid van opgebouwde expertise kan verloren gaan door een gebrek aan duurzame
maatschappelijke dienstverlening met de aanbesteding. Winst wordt belangrijker dan
welzijn.
 Hybride vorm van oude en nieuwe opvattingen: SW construeert de mensenrechten

Sociale rechtvaardigheid als handelingskader voor SW
SW = handelingspraktijk en wetenschap: sociaal handelen met doel

,  Relationeel handelen: intermenselijke activiteit
 Maatschappelijk handelen: in een maatschappelijke context, sociale sfeer: ruimte tussen
private en publieke sfeer
 Rechtvaardig handelen: streven naar sociale rechtvaardigheid en menselijke waardigheid
 Mensenrechten: Mensenrechten geven een aanknooppunt voor het handelen.

Sociale rechtvaardigheid als handelingskader

1. Handelingskader voor een individuele actie, 1 sociale interventie
2. Handelingskader voor het handelen van de sociaal werker
3. Handelingskader voor het beleid van sociale organisaties
4. Handelingskader voor het sociale beleid van de samenleving. Van gunst naar recht: dit
impliceert dat welzijnszorg
 een gerechtvaardigde claim is – niet iets waarvoor we moeten smeken
(liefdadigheid of vergiffenis)
 er een plicht is van iemand – traditioneel de overheid – om die claim waar te
maken
 dat die plicht afdwingbaar (zou) moet(en) zijn

soorten rechtvaardigheid

 ideale (ideale doel) conservatieve (vanuit realiteit vertrekken)
 correctieve (onrecht terug goed) distributieve rechtvaardigheid (herverdelen)
 procedurele (regels)  substantiële rechtvaardigheid (vertrekken van inhoud)
 vergelijkende niet-vergelijkende rechtvaardigheid

discretionaire ruimte = de lezing of interpretatie die de sociaal werker, al dan niet in dialoog met
anderen, geeft aan regels, protocollen, contexten en dergelijke waarin hij/zij zich bevindt.

Collectieve (na WOII: overheid) individuele verantwoordelijkheid (’80: sociale rechtvaardigheid
gekoppeld aan voorwaarden, conditionalisering, belonen en straffen)

Stromingen in het handelen vanuit sociale rechtvaardigheid

1. utilitarisme
 hoogste principe = maximalisatie van nut = alles wat genot brengt en pijn voorkomt
o.b.v. kosten-baten analyse
 moraal: bruikbaarheid, geen inhoudelijke normatieve claim
 greatest happiness fort he greatest number
 Jeremy Bentham, John Stuart Mill

Kritieken

 Wat met moreel onaanvaardbare handelingen en uitkomsten?
 Geen overeenstemming over wat maximale baten zijn:
o Neutrale en intrinsieke goederen
o Andere waarden en individuele voorkeuren
 Meerderheid als doorslaggevende factor
 Gevolgen slecht kunnen inschatten
 Rechtvaardigheid uit kosten en baten is simplistisch

Liberalisme
$5.85
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
tyanavdv Hogeschool Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
36
Member since
5 year
Number of followers
29
Documents
32
Last sold
8 months ago

4.0

2 reviews

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions