ZIEKTELEER CERVICALE WERVELKOLOM
ACADEMIEJAAR 24’-25’ PROF DEPREITERE BART MEREL VERHEYDEN
INLEIDING
Cervix = latijn voor nek term cervicale wervelkolom
Nek is het onderdeel van het lichaam dat het hoofd van de romp onderscheidt.
EMBRYOLOGIE
- eerste weken van embryonale ontwikkeling:
o ectoderm neurale plaat sluiting van plaat tot neurale buis
hersenen en ruggenmerg (en huid)
- 4e week:
o mesoderm scelerotomen wervelkolom (bot en spieren)
o 1 sclerotoom per niveau met een zenuw vanuit ruggenmerg naar spieren
o caudale helft van elk sclerotoom profileren naar onder en craniale helft prolifereert naar
boven
1 wervellichaam = caudale en craniale helften van 2 sclerotomen
Tussen de twee wervellichamen ontstaat een discus, dus in het midden van een
sclerotoom
Gevolg van deze herschikking
o spinale zenuw ligt niet halfweg een wervellichaam maar op niveau van tussenwervelschijf, waardoor ze de
wervelkolom verlaten doorheen intervertebrale foramina
o Discus ligt op niveau van de zenuw, maar dit is niet logisch want hier is beweging en door beweging ontstaat er
artrose, hernia’s etc dit maakt ons meer vatbaar voor problemen dat leiden tot compressie van de zenuw
Anomalieën: abnormaliteiten in de vorming van de neurale beus of verdere proliferaties, ontwikkeling van zenuwstelsel
- Syndroom Klippel Feil
o Verminderd aantal cervicale wervels
o Overblijvende wervels zijn gefuseerd of abnormale vorm, blokvormige wervels
- Spina bifida
o Occulta :Onvolledige fusie van de wervelboog waardoor ruggenmerg niet
volledig omgeven is door bot
o Aparta: ruggenmerg kan doorheen een opening gaan herniëren in een meningocele
ANATOMIE
- beweging segment bestaat uit 2 wervels met tussenliggende gewrichten
o Beweging mogelijk door tussenwervelschijf/discus en 2 facetgewrichten (orientatie van facetgewricht stuurt de
beweging )
o Ligamenten gaan bewegingen beperken
- Subaxiale cervicale wervelkolom ( C3-C7 )
o facetgewrichten zijn allemaal met een opwaartse hoek van 45° georiënteerd
o Flexie en extensie zijn de hoofdcomponenten
r
, - C0, C1 en C2
o Specifiek anatomisch ontworpen om het hoofd te dragen
o C0-C1 : (schedel – atlas) horizontal komgewricht Flexie en extensie voor het slikken
o C1-C2: biconvex
Dens vormt as waarrond C1 roteert
Uittreding van zenuwen:
- C1 zenuw komt op C0-C1 uit, C8 komt uit op niveau C7-T1
- Het foramen intervertabrale wordt begrenst door
o Boven en onderaan : pedikels (verbinding tussen wervellichaam en lamia)
o Posterieur : facet gewrichten
o Anterieur : uncovertebrale gewrichten en discus
Op gewrichten kan er arthose en osteofyten optreden waardoor er een vernauwing kan plaatsvinden,
zenuwcompressie
Arteria vertebralis
- maakt bocht, verlaat canalis transversum en gaat boven c1 terug naar binnen zorgt ervoor dat er
rotatie mogelijk is, anders zou er te veel spanning op de arterie komen bij rotatie
- Zeer breed kanaal om inklemming te vermijden, bijna nooit problemen van inklemming hoog cervical
BIOMECHANISCHE PRINCIPES
3D bewegingen :
‑ Flexie/extensie
‑ Axiale rotatie
‑ Lateroflexie
ROM
- hoeveelheid beweging wanneer een voorgeschreven maximale belasting binnen de fysiologische grenzen
wordt aangelegd
‑ Stijging ROM = daling van passieve weerstand tegen beweging instabiliteit
‑ 2 zones:
o Neutrale zone = bewegingsbereik waarbinnen enkel wrijvingsweerstand in gewrichten optreedt,
geen spanning op de ligamenten
Toename NZ : gevoelige indicator voor spinale instabiliteit
o Elastische zone = Extra bewegingsbereik buiten de neutrale zone, daar waar ligamenten worden
opgespannen, gelimiteerd door maximaal opgespannen ligamenten
Flexibiliteit = hoeveelheid beweging per eenheid opgelegde belasting
Stijfheid = hoeveelheid belasting dat nodig is voor eenheid toename in beweging te verkrijgen
Rotatie as
- = plaats van de rechte in de ruimte rond welke de rotatie zich afspeelt
- Centrode
o = verzameling van instantane rotatie assen, waarvan elke rotatie as overeenkomt met een
ogenblik van de beweging
o In WK ligt rotatie as niet vast maar verandert doorheen het bewegingsverloop
o centrode geeft inzicht in hoeverre de beweging afwijkt van een loutere scharnier beweging
o Wanneer de centrode een grotere oppervlakte gaat bestrijken ipv originele beperkte oppervlakte
is dit een indicatie voor gewrichtsinstabiliteit
r
, OVERGANGSZONES
De mobiele cervicale wervelkolom zit vervat tussen:
- rigide schedel
- stijve thoracale wervelkolom: TWK zit vast aan ribbenkas waardoor maar beperkte axiale rotatie
craniocervicale overgang:
‑ Overgang schedel – cervicale WZ
‑ Zorgt voor rotatie
‑ horizontale oriëntatie van gewrichtsvlakken
‑ stabiliteit hangt af van ligamenten
‑ kwetsbare zone voor ligamentaire letsen C1 C2
Cervicothoracale overgang CTO
‑ Overgang Cervicale WZ – Thoracale WZ C3 -C7
‑ Flexie extentie
‑ Zeer uniforme anatomie tot C7 daaronder verander de orientatie van de facetgewrichten radicaal (over 1 segment)
‑ Mechanisch fragiel
Algemeen is de cervicale wervelkolom vatbaar voor beenderige en ligamentaire letsels
TRAUMA VAN CERVICALE WERVELKOLOM
Frequent bij patiënten met traumatische letsels aan het hoofd en patiënten met polytrauma
‑ 1/3 van alle wervelkolom traumata
‑ ½ van de traumatische dwarsleasies/ruggenmerg letsels
Meestal beenderige breuken ( verplaatst of niet ) maar ook ligamentaire letsels of een combinatie
Altijd cervicale wervelkolom nakijken bij hoogenergetische ongevallen of ongevallen met traumatisch schedel of
hersenletsel
o CT : beenderige anatomie: fracturen of disclocatie
o MRI : ligamentaire letsels
Algemene principes
- Stabiele letsel genezen door immobilisatie
- Instabiele letsels, risico voor integriteit van ruggenmerg chirurgische stabilisatie
Probleem : geen eenduidige definitie over stabiel
o beenderig letsel inschatten obv van parameters
Type fractuur
Anatomische lokalisatie
Uitgebreidheid over 1 wervel (3 kolomen: anterieur, middelste, posterieur)
Meer dan 1 kolom wordt beschouwd als instabiel
Hoogte verlies van wervellichaam
abnormale angulatie
Fractuur comminutie ( hoeveel botfragmenten je hebt )
o Ligamentaire letsels genezen meestal niet spontaan chirurgische stabilisatie
o ruggenmergcompressie door verplaatste botfragmenten chirurgische decompressie en stabilisatie
o verplaatsing van fragmenten, luxatie reductie door snelle tractie of chirurgie, gevolgd door stabilisatie
r
ACADEMIEJAAR 24’-25’ PROF DEPREITERE BART MEREL VERHEYDEN
INLEIDING
Cervix = latijn voor nek term cervicale wervelkolom
Nek is het onderdeel van het lichaam dat het hoofd van de romp onderscheidt.
EMBRYOLOGIE
- eerste weken van embryonale ontwikkeling:
o ectoderm neurale plaat sluiting van plaat tot neurale buis
hersenen en ruggenmerg (en huid)
- 4e week:
o mesoderm scelerotomen wervelkolom (bot en spieren)
o 1 sclerotoom per niveau met een zenuw vanuit ruggenmerg naar spieren
o caudale helft van elk sclerotoom profileren naar onder en craniale helft prolifereert naar
boven
1 wervellichaam = caudale en craniale helften van 2 sclerotomen
Tussen de twee wervellichamen ontstaat een discus, dus in het midden van een
sclerotoom
Gevolg van deze herschikking
o spinale zenuw ligt niet halfweg een wervellichaam maar op niveau van tussenwervelschijf, waardoor ze de
wervelkolom verlaten doorheen intervertebrale foramina
o Discus ligt op niveau van de zenuw, maar dit is niet logisch want hier is beweging en door beweging ontstaat er
artrose, hernia’s etc dit maakt ons meer vatbaar voor problemen dat leiden tot compressie van de zenuw
Anomalieën: abnormaliteiten in de vorming van de neurale beus of verdere proliferaties, ontwikkeling van zenuwstelsel
- Syndroom Klippel Feil
o Verminderd aantal cervicale wervels
o Overblijvende wervels zijn gefuseerd of abnormale vorm, blokvormige wervels
- Spina bifida
o Occulta :Onvolledige fusie van de wervelboog waardoor ruggenmerg niet
volledig omgeven is door bot
o Aparta: ruggenmerg kan doorheen een opening gaan herniëren in een meningocele
ANATOMIE
- beweging segment bestaat uit 2 wervels met tussenliggende gewrichten
o Beweging mogelijk door tussenwervelschijf/discus en 2 facetgewrichten (orientatie van facetgewricht stuurt de
beweging )
o Ligamenten gaan bewegingen beperken
- Subaxiale cervicale wervelkolom ( C3-C7 )
o facetgewrichten zijn allemaal met een opwaartse hoek van 45° georiënteerd
o Flexie en extensie zijn de hoofdcomponenten
r
, - C0, C1 en C2
o Specifiek anatomisch ontworpen om het hoofd te dragen
o C0-C1 : (schedel – atlas) horizontal komgewricht Flexie en extensie voor het slikken
o C1-C2: biconvex
Dens vormt as waarrond C1 roteert
Uittreding van zenuwen:
- C1 zenuw komt op C0-C1 uit, C8 komt uit op niveau C7-T1
- Het foramen intervertabrale wordt begrenst door
o Boven en onderaan : pedikels (verbinding tussen wervellichaam en lamia)
o Posterieur : facet gewrichten
o Anterieur : uncovertebrale gewrichten en discus
Op gewrichten kan er arthose en osteofyten optreden waardoor er een vernauwing kan plaatsvinden,
zenuwcompressie
Arteria vertebralis
- maakt bocht, verlaat canalis transversum en gaat boven c1 terug naar binnen zorgt ervoor dat er
rotatie mogelijk is, anders zou er te veel spanning op de arterie komen bij rotatie
- Zeer breed kanaal om inklemming te vermijden, bijna nooit problemen van inklemming hoog cervical
BIOMECHANISCHE PRINCIPES
3D bewegingen :
‑ Flexie/extensie
‑ Axiale rotatie
‑ Lateroflexie
ROM
- hoeveelheid beweging wanneer een voorgeschreven maximale belasting binnen de fysiologische grenzen
wordt aangelegd
‑ Stijging ROM = daling van passieve weerstand tegen beweging instabiliteit
‑ 2 zones:
o Neutrale zone = bewegingsbereik waarbinnen enkel wrijvingsweerstand in gewrichten optreedt,
geen spanning op de ligamenten
Toename NZ : gevoelige indicator voor spinale instabiliteit
o Elastische zone = Extra bewegingsbereik buiten de neutrale zone, daar waar ligamenten worden
opgespannen, gelimiteerd door maximaal opgespannen ligamenten
Flexibiliteit = hoeveelheid beweging per eenheid opgelegde belasting
Stijfheid = hoeveelheid belasting dat nodig is voor eenheid toename in beweging te verkrijgen
Rotatie as
- = plaats van de rechte in de ruimte rond welke de rotatie zich afspeelt
- Centrode
o = verzameling van instantane rotatie assen, waarvan elke rotatie as overeenkomt met een
ogenblik van de beweging
o In WK ligt rotatie as niet vast maar verandert doorheen het bewegingsverloop
o centrode geeft inzicht in hoeverre de beweging afwijkt van een loutere scharnier beweging
o Wanneer de centrode een grotere oppervlakte gaat bestrijken ipv originele beperkte oppervlakte
is dit een indicatie voor gewrichtsinstabiliteit
r
, OVERGANGSZONES
De mobiele cervicale wervelkolom zit vervat tussen:
- rigide schedel
- stijve thoracale wervelkolom: TWK zit vast aan ribbenkas waardoor maar beperkte axiale rotatie
craniocervicale overgang:
‑ Overgang schedel – cervicale WZ
‑ Zorgt voor rotatie
‑ horizontale oriëntatie van gewrichtsvlakken
‑ stabiliteit hangt af van ligamenten
‑ kwetsbare zone voor ligamentaire letsen C1 C2
Cervicothoracale overgang CTO
‑ Overgang Cervicale WZ – Thoracale WZ C3 -C7
‑ Flexie extentie
‑ Zeer uniforme anatomie tot C7 daaronder verander de orientatie van de facetgewrichten radicaal (over 1 segment)
‑ Mechanisch fragiel
Algemeen is de cervicale wervelkolom vatbaar voor beenderige en ligamentaire letsels
TRAUMA VAN CERVICALE WERVELKOLOM
Frequent bij patiënten met traumatische letsels aan het hoofd en patiënten met polytrauma
‑ 1/3 van alle wervelkolom traumata
‑ ½ van de traumatische dwarsleasies/ruggenmerg letsels
Meestal beenderige breuken ( verplaatst of niet ) maar ook ligamentaire letsels of een combinatie
Altijd cervicale wervelkolom nakijken bij hoogenergetische ongevallen of ongevallen met traumatisch schedel of
hersenletsel
o CT : beenderige anatomie: fracturen of disclocatie
o MRI : ligamentaire letsels
Algemene principes
- Stabiele letsel genezen door immobilisatie
- Instabiele letsels, risico voor integriteit van ruggenmerg chirurgische stabilisatie
Probleem : geen eenduidige definitie over stabiel
o beenderig letsel inschatten obv van parameters
Type fractuur
Anatomische lokalisatie
Uitgebreidheid over 1 wervel (3 kolomen: anterieur, middelste, posterieur)
Meer dan 1 kolom wordt beschouwd als instabiel
Hoogte verlies van wervellichaam
abnormale angulatie
Fractuur comminutie ( hoeveel botfragmenten je hebt )
o Ligamentaire letsels genezen meestal niet spontaan chirurgische stabilisatie
o ruggenmergcompressie door verplaatste botfragmenten chirurgische decompressie en stabilisatie
o verplaatsing van fragmenten, luxatie reductie door snelle tractie of chirurgie, gevolgd door stabilisatie
r