1. INTRODUCTIE TOT KLINISCHE MICROBIOLOGIE
1.1 ROL VAN MICROBIOLOGIE EN BACTERIOLOGIE IN MENSELIJKE
GEZONDHEID
BELANG VAN KENNIS EN TOEPASSINGEN VAN MICROBIOLOGIE IN DE
GENEESKUNDE
- → Begrijpen, diagnosticeren, behandelen én voorkomen van infectieziekten
o Microbiologie
▪ → Pathogenese kennen
▪ → Oorzaken identificeren
• Bacteriën, virussen, fungi of parasieten
o → Infectiemechanisme
o → Transmissie
o → Weerstand
- → Verbeteren van volksgezondheid
o → Beperken verspreiding van ziekten
▪ Infectiecontrole
▪ Vaccinatieprogramma’s
DOEL VAN KLINISCHE LABORATORIA
- Veroorzakers van infectiezieken identificeren
o --> juiste therapeutische interventie
- Technieken
o Microscopie
▪ Directe visualisatie → snelle informatie over aanwezigheid van pathogeen
o Kweek
▪ = culture
▪ = gouden standaard voor identificeren van pathogenen
▪ (+) antimicrobiële gevoeligheidstesting mogelijk
o Moleculaire diagnostiek
▪ PCR
• Genetisch materiaal van pathogenen testen
• (+) sensitiviteit
• (+) specificiteit
• (+) snelle identificatie (ook indien beperkt aanwezig)
o Serologie
▪ = aanwezigheid Al/Ag zoeken (toont contact met pathogeen aan)
▪ → vnl voor pathogenen die moeilijk in cultuur te brengen zijn
1
, - Gevoeligheidsbepalingen
o = sensitiviteitstesting = antimicrobiële gevoeligheidstesting
o Helpen bij selecteren effectieve AB
o Monitoren van resistente stammen
▪ → Infectiebeheersing ziekenhuizen
VERLOOP VAN EEN INFECTIE
- Incubatie
o Dagen – jaren
o Geen symptomen
o Pathogeen probeert te vermenigvuldigen én aan te passen aan nieuwe omgeving
▪ → Virulentie ↑
• Voldoende hoog → symptomatische fase
o Koorts, hoest, vermoeidheid, …
o Vaak meest besmettelijk
o Dagen – jaren
o → Herstel
▪ Eliminatie pathogeen via IS
▪ Evt opbouw immuniteit
• Al dan niet permanent
o → Sterfte
- Asymptomatisch dragerschap
o Geen symptomen → niet ziek → géén isolatie
o Wél productie van fragmenten die anderen kunnen infecteren
o Vb. HIV: jaren asymp
▪ → Belang van preventie
▪ → Diagnostische testen bij gezonden
DIVERSITEIT VAN MICRO-ORGANISMEN
- Bacteriën
o Eencellige MO
o Toxinen + invasie → ziekte veroorzaken
- Virussen
o Niet-levende deeltjes die GHC infecteren → vermenigvuldigen
o Klein
▪ → kunnen veel immuunbarrières omzeilen
2
, - Parasieten
o Organismen die in/op gastheer leven en schade veroorzaken
▪ Protozoa
▪ Helminths = wormen
▪ Ectoparasieten – luizen en mijten
- Schimmels
o Eukaryote MO
o Vnl infectie veroorzaken in immuungecompromitteerde individuen
▪ = mycose
Elk pathogeen heeft eigen gevoeligheids-/resistentie-profiel* + intrinsieke en verworven
resistentiemechanismen tegen AM-middelen
- *unieke karakteristieken → ziekte veroorzaken
PROKARYOTE VS EUKARYOTE CEL
Unicellulair Nucleus in nucleaire envelope
Eenvoudige structuur Deling door mitose
Kleiner dan eukaryoten Vorming gameten door meiose
Géén afgesloten nc
Genetisch materiaal in klein stukje DNA in cytop
Deling door binaire fissie
3
, - Virus = kleinste pathogen
o 20-300nm
▪ → elektronenmicroscoop nodig
- Bacterie
o Variatie in grootte
o 0,5-5um
- Fungi
o Gisten
▪ Eencellig
▪ Variatie in grootte: 3-40um
o Schimmels
▪ Multicellulair
▪ Um – mm
TOENAME VAN ANTIMICROBIËLE RESISTENTIE
= mogelijkheid van MO om te weerstaan aan drug-effecten die ooit wél effectief waren tegen dat MO
Proces:
- 1) Genetische diversificatie door mutaties
o = spontaan
o Bacteria ondergaan random mutaties tijdens replicatie
▪ Vaak zonder voordeel
▪ Soms overlevingsvoordeel
• AB-resistentie
• → pre-resistent bacteria
- 2) Resistente bacteriën overleven AB-therapie
o → genetische mutatie overleeft selectieve druk
▪ → blijven vermenigvuldigen
- 3) Selectie van resistente bacteriën
o → resistentiemechanismen verspreiden in omgeving
▪ Overheersen tov bacteriën die wel vatbaar zijn voor AB
▪ Via horizontale genentransfer: conjugatie of transformatie of transductie
4