ERFELIJKHEIDSLEER
HOOFDSTUK 2 – CHROMOSOMALE AANDOENINGEN
Chromosomale afwijkingen
Er zijn een aantal omstandigheden waarin men vermoedt dat men te
maken heeft met een chromosomale afwijkingen:
> 3 een herhaald miskraam
Vroeggeboorte of doodgeboren kind met afwijkingen
Onverklaarde mentale beperkingen al dan niet met aangeboren
afwijkingen
Een vermoeden van een chromosomaal syndroom, ‘chromosomaal’
fenotype
Een abnormale geslachtelijke ontwikkeling en functie
Maligniteiten (= kankers)
Prenataal:
- Leeftijd van de moeder > 35 jaar
- Er bij een vorig kind een chromosomale afwijking
- Als 1 van de ouders drager is van een chromosomale afwijking
- Een echografische afwijking
- Een verhoogde triple test (AFP, HCG, oestriol)
- Een afwijkende NIPT test
- Nekoedeem
Chromosomale afwijkingen zijn aanwezig in
- Ongeveer 10% van de zaadcellen
- Ongeveer 20% van de eicellen
De reden waarom het meer is bij de eicellen is omdat vrouwen
worden geboren met alle eicellen die ze ooit zullen hebben. Deze
cellen blijven vaan tientallen jaren in rustfase. Die lange wachttijd
maakt ze kwetsbaar voor fouten in de chromosoomverdeling
Frequente oorzaak van spontaan miskraam
- Ongeveer 50% van de spontane miskramen vertonen een
chromosomale afwijking
Frequente oorzaak van mentale en/of fysische beperking
0,5-1% van de levend pasgeborenen heeft een chromosomale
afwijking
,Verschillende types chromosoom afwijking
Numerieke = afwijkingen in aantal chromosomen
Structurele = afwijking in structuur chromosomen
Numerieke chromosoom afwijking
Euploidie= normaal chromosomen aantal, bv. 46 chrom = diploid
Aneuploidie= een verlies of winst van chromosomen t.o.v.
diploide set
- Trisomie: drie exemplaren van een bepaald chromosoom, bv.
trisomie 21: 3 chromosomen 21; in totaal dus 47 chromosomen -
> mensen met syndroom van down hebben dit
- Monosomie: slechts één exemplaar van een bepaald
chromosoom, bv. monosomie 22: 1 chromosoom 22; in totaal dus
45 chromosomen -> individu kan nooit geboren worden
- Tetrasomie: vier exemplaren van een bepaald chromosoom,
bv. tetrasomie 16: 4 chromosomen 16; in totaal dus 48
chromosomen -> kan enkel bij kankercel voorkomen
Polyploidie = toename volgens een veelvoud van een haploide set
(3n, 4n, …)
- triploidie: één volledig extra set (n) aan chromosomen dus 3n
of 46+23=69 chromosomen
- tetraploidie: twee extra sets aan chromosomen, dus 4n of 92
chromosomen
Aneuploide
Meest voorkomende en klinisch significant type van chromosoom
aandoening
Komt voor in 5% van alle herkende zwangerschappen
Is het gevolg van drie belangrijke mechanismen:
-non-disjunctie in meiose I -> meest voorkomend
-non-disjunctie in meiose II
-non-disjunctie na bevruchting (in mitose)
Non- disjunctie = het niet scheiden van chromosomen tijdens de
celdeling
, Non- disjunctie tijdens meiose I
46
Meiose ch
I nondisjuncti
r
e
24 22
meiose II ch ch
r r
24 24 22 22
disomische
ch ch nullisomisch
ch ch
gameten
r r ergametenr
Disomische gameten: een eicel of zaadcel die 2 exemplaren van
hetzelfde chromosoom bevat ipv 1
Nullisomische gameten: een eicel of zaadcel die geen exemplaar
heeft van een bepaald chromosoom
HOOFDSTUK 2 – CHROMOSOMALE AANDOENINGEN
Chromosomale afwijkingen
Er zijn een aantal omstandigheden waarin men vermoedt dat men te
maken heeft met een chromosomale afwijkingen:
> 3 een herhaald miskraam
Vroeggeboorte of doodgeboren kind met afwijkingen
Onverklaarde mentale beperkingen al dan niet met aangeboren
afwijkingen
Een vermoeden van een chromosomaal syndroom, ‘chromosomaal’
fenotype
Een abnormale geslachtelijke ontwikkeling en functie
Maligniteiten (= kankers)
Prenataal:
- Leeftijd van de moeder > 35 jaar
- Er bij een vorig kind een chromosomale afwijking
- Als 1 van de ouders drager is van een chromosomale afwijking
- Een echografische afwijking
- Een verhoogde triple test (AFP, HCG, oestriol)
- Een afwijkende NIPT test
- Nekoedeem
Chromosomale afwijkingen zijn aanwezig in
- Ongeveer 10% van de zaadcellen
- Ongeveer 20% van de eicellen
De reden waarom het meer is bij de eicellen is omdat vrouwen
worden geboren met alle eicellen die ze ooit zullen hebben. Deze
cellen blijven vaan tientallen jaren in rustfase. Die lange wachttijd
maakt ze kwetsbaar voor fouten in de chromosoomverdeling
Frequente oorzaak van spontaan miskraam
- Ongeveer 50% van de spontane miskramen vertonen een
chromosomale afwijking
Frequente oorzaak van mentale en/of fysische beperking
0,5-1% van de levend pasgeborenen heeft een chromosomale
afwijking
,Verschillende types chromosoom afwijking
Numerieke = afwijkingen in aantal chromosomen
Structurele = afwijking in structuur chromosomen
Numerieke chromosoom afwijking
Euploidie= normaal chromosomen aantal, bv. 46 chrom = diploid
Aneuploidie= een verlies of winst van chromosomen t.o.v.
diploide set
- Trisomie: drie exemplaren van een bepaald chromosoom, bv.
trisomie 21: 3 chromosomen 21; in totaal dus 47 chromosomen -
> mensen met syndroom van down hebben dit
- Monosomie: slechts één exemplaar van een bepaald
chromosoom, bv. monosomie 22: 1 chromosoom 22; in totaal dus
45 chromosomen -> individu kan nooit geboren worden
- Tetrasomie: vier exemplaren van een bepaald chromosoom,
bv. tetrasomie 16: 4 chromosomen 16; in totaal dus 48
chromosomen -> kan enkel bij kankercel voorkomen
Polyploidie = toename volgens een veelvoud van een haploide set
(3n, 4n, …)
- triploidie: één volledig extra set (n) aan chromosomen dus 3n
of 46+23=69 chromosomen
- tetraploidie: twee extra sets aan chromosomen, dus 4n of 92
chromosomen
Aneuploide
Meest voorkomende en klinisch significant type van chromosoom
aandoening
Komt voor in 5% van alle herkende zwangerschappen
Is het gevolg van drie belangrijke mechanismen:
-non-disjunctie in meiose I -> meest voorkomend
-non-disjunctie in meiose II
-non-disjunctie na bevruchting (in mitose)
Non- disjunctie = het niet scheiden van chromosomen tijdens de
celdeling
, Non- disjunctie tijdens meiose I
46
Meiose ch
I nondisjuncti
r
e
24 22
meiose II ch ch
r r
24 24 22 22
disomische
ch ch nullisomisch
ch ch
gameten
r r ergametenr
Disomische gameten: een eicel of zaadcel die 2 exemplaren van
hetzelfde chromosoom bevat ipv 1
Nullisomische gameten: een eicel of zaadcel die geen exemplaar
heeft van een bepaald chromosoom