Week 1 – Algemeen en totstandkoming
1. Verbintenissen algemeen
Jurisprudentie
HR 30 januari 1959, ECLI:NL:HR:1959:AI1600, NJ 1959/548, m.nt. D.J. Veegens (Quint/Te Poel)
Onderwerp: Ongerechtvaardigde verrijking, bronnen der verbintenis
Rechtsregel: De woorden “uit de wet” van art. 6:1 BW moeten breed worden opgevat. Het is
namelijk niet zo dat verbintenissen en verplichtingen die daaraan verbonden zijn, alleen uit de wet
kunnen voortvloeien. Indien een situatie niet letterlijk in de wet te vinden is, moet er worden
gezocht naar een oplossing die in het stelsel van de wet past en die aansluit bij de gevallen die wel in
de wet zijn geregeld.
Belangrijke rechtsoverwegingen: O. daaromtrent: dat aan het Hof […]
Stof
Onderwerpen: goede en kwade trouw, redelijkheid en billijkheid, misbruik van bevoegdheid,
ontstaan van verbintenissen, het begrip verbintenis, natuurlijke verbintenissen.
Wat is een verbintenis?
Een vordering van een schuldeiser (crediteur) tegenover een schuld van de schuldenaar (debiteur).
Hoe ontstaat een verbintenis?
Art. 6:1 BW: ‘Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit.’
Bronnen van verbintenissen zijn (meerzijdige) rechtshandelingen en verbintenissen uit de wet
(onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling etc.)
Bij verbintenissen uit (meerzijdige) rechtshandelingen is de wilsverklaring belangrijk (art. 3:33, 3:35
en 6:248 lid 1 BW). (Hier ook belangrijk: goede trouw, misbruik van bevoegdheid)
Maar wat doet de rechtshandeling als aparte categorie, als art. 6:1 BW alleen verbintenissen uit de
wet noemt? HR in Quint/Te Poel: een verbintenis ontstaat als die past in het stelsel van de wet en
aansluit bij de wel in de wet geregelde gevallen.
,Natuurlijke verbintenissen
Natuurlijke verbintenissen zijn wegens de wet, de aard of de rechtshandeling zelf, niet afdwingbaar
(art. 6:3 BW). Er kan dus niet worden veroordeeld tot nakoming. Er vallen drie soorten te
onderscheiden. 1) Gevallen waarin vanaf het ontstaan van het recht de rechtsvordering daaraan
door de wet of rechtshandeling is onthouden (zeldzaam). 2) Gevallen waarin de rechtsvordering
aanvankelijk wel bestond maar later aan het vorderingsrecht is komen te vervallen (bijv. verjaring of
faillissement). 3) Gevallen waarin de verplichting van zedelijke aard is (zie art. 6:3 BW). Natuurlijke
verbintenissen zijn wegens hun niet-afdwingbaarheid ook niet voor dingen als verrekening of
retentie vatbaar. Ook opschorting is niet mogelijk (vordering is niet opeisbaar). Omzetting naar een
‘geldige’ verbintenis kan wel (art. 6:5 BW).
2. De precontractuele fase
Jurisprudentie
HR 15 november 1957, ECLI:NL:HR:1957:AG2023, NJ 1958/67, m.nt. L.E.H. Rutten
(Baris/Riezenkamp)
Onderwerp: Dwaling
Rechtsregel: Een overeenkomst die onder invloed van dwaling, geweld of bedrog tot stand is
gekomen, blijft van kracht totdat de rechter deze vernietigt of nietig verklaart. Een beroep hiertoe
kan op twee manieren worden gedaan: een op vernietiging gerichte rechtsvordering, of als verweer
tegen een eis van de andere partij. Indien het tweede geval zich voordoet, mag het verweer en de
beslissing van de rechter niet gericht zijn op vernietiging of nietigheid. De gevolgen zijn wel
hetzelfde.
Belangrijke rechtsoverwegingen: O. ten aanzien van het eerste middel: […]
HR 18 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4405, NJ 1983/723, m.nt. C.J.H. Brunner (Plas/Valburg)
Onderwerp: Goede trouw, precontractuele verhouding
Rechtsregel: Er kan, bij voorbereidingen op het sluiten van een overeenkomst, ook vertrouwen
worden gewekt bij een der partijen dat de overeenkomst gesloten zal worden. Worden de
onderhandelingen dan toch afgebroken, kan dit leiden tot verplichting tot vergoeding van gederfde
winst.
Belangrijke rechtsoverwegingen: 12, 3.4, 3.5
HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337, NJ 2005/467 (CBB/JPO)
Onderwerp: Goede trouw, precontractuele verhouding
Rechtsregel: Bij het afbreken van een precontractuele verhouding moet rekening worden gehouden
met “de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het
ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze
,partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene
omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde
omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend
is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden
geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.”
Belangrijke rechtsoverwegingen: 3.6
HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815, NJ 2012/182, m.nt. J.B.M. Vranken onder NJ 2012/184
(De Treek/Dexia), m.n. r.o. 4.8.1 t/m 4.12.3 en noot
Onderwerp: Dwaling, zorgplicht
Rechtsregel: De Hoge Raad oordeelt dat op Dexia een bijzondere zorgplicht rust. Het is namelijk een
capabele dienstverlener (Bank). De Treek is daarentegen een particulier. Uit deze verhouding vloeit
uit de eisen van redelijkheid en billijkheid deze zorgplicht voort. Hoe ver de zorgplicht strekt is
afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het specifieke geval. Relevant kan hier zijn de
deskundigheid en ervaring van beide partijen, de complexiteit, en de grootte van de risico’s.
Belangrijke rechtsoverwegingen: Geen idee
HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2900, NJ 2013/572, m.nt. C.E.C. Jansen (KLM/CCC)
Onderwerp: Goede trouw, beginselen
Rechtsregel: Bij de beantwoording van de vraag of bij een private aanbesteding als de onderhavige
de eisen van redelijkheid en billijkheid die de precontractuele fase beheersen meebrengen dat de
aanbesteder de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht dient te nemen, staat centraal of
de (potentiële) aanbieders aan de aanbesteding redelijkerwijs de verwachting kunnen ontlenen dat
de aanbesteder de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht zal nemen, zodat hij hen daarin
naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag teleurstellen (vgl. HR 4 april 2003, LJN
AF2830, NJ 2004/35, m.nt. M.A.M.C. Berg (RZG/ComforMed)). Of in een concreet geval een
dergelijke verwachting is gewekt, is afhankelijk van de aanbestedingsvoorwaarden en van de overige
omstandigheden van het geval, waaronder de hoedanigheid van de betrokken partijen. Het hof
heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat de door KLM gehanteerde procedure een private
aanbesteding is, waarop de Europese en Nederlandse regelgeving met betrekking tot
overheidsaanbestedingen niet van toepassing is. Het heeft voorts zijn oordeel dat KLM gehouden
was de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht te nemen, gegrond op de door haar
gekozen aanbestedingsprocedure en de verwachtingen die de toegelaten inschrijvers, waaronder
Combreen, daaraan redelijkerwijs mochten ontlenen. Daarmee heeft het hof als uitgangspunt
aanvaard dat KLM in het onderhavige geval aan die beginselen is gebonden, en niet dat dit bij
private aanbestedingen steeds het geval is. Voor zover de klachten berusten op een andere lezing
van de bestreden rechtsoverweging, falen zij. De beginselen van gelijkheid en transparantie
behoeven niet bij iedere aanbesteding in acht te worden genomen. Hun toepasselijkheid is onder
meer afhankelijk van de aanbestedingsvoorwaarden en de verwachtingen die de (potentiële)
aanbieders op basis daarvan redelijkerwijs mochten hebben. Uit de contractsvrijheid vloeit voort dat
het partijen in een aanbesteding door een private (rechts)persoon in beginsel vrijstaat om in de
aanbestedingsvoorwaarden de toepasselijkheid van het gelijkheidsbeginsel en het
, transparantiebeginsel uit te sluiten. Dit laat onverlet dat een beroep op een zodanige uitsluiting in
verband met de bijzondere omstandigheden van het betrokken geval naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn.
Belangrijke rechtsoverwegingen: Geen idee
Stof
Onderwerpen: problemen in de precontractuele fase.
Wat is de precontractuele fase?
Een onderhandelingsfase waarin een bijzondere rechtsverhouding bestaat die wordt beheerst door
de goede trouw (= redelijkheid & billijkheid). Het gaat hier om de gerechtvaardigde belangen van de
wederpartij.
Precontractuele problemen
Twee typen: onderhandelingen afgebroken zonder dat de overeenkomst is ontstaan (Plas/Valburg,
CBB/JPO, KLM/CCC); onderhandelingen afgebroken waar wel een overeenkomst is ontstaan
(Baris/Riezenkamp, De Treek/Dexia).
In de precontractuele fase zijn drie stadia (Plas/Valburg): 1) vrijheid tot afbreken, 2) afbreken mag
alleen met kostenvergoeding en 3) afbreken is in strijd met r&b en goede trouw; bij terecht
vertrouwen moet er een vergoeding van gederfde winst betaald worden. De tweede en vooral derde
stadia mogen niet zomaar worden aangenomen; strenge en terughoudende maatstaf (CBB/JPO).
Voor de overheid geldt deze maatstaf ook (KLM/CCC)! Sommige bedrijven moeten voorzichtiger zijn
dan anderen (De Treek/Dexia over precontractuele zorgplicht bank).
3. De rechtshandeling en overeenkomst algemeen
Jurisprudentie
Geen jurisprudentie.
Stof
Onderwerpen: begrip rechtshandeling, meerzijdig en eenzijdig, grondbeginselen
overeenkomstenrecht.
Wat is een rechtshandeling?